|
Col: 0301.24
Date: Tue, 21 Jan 2003 14:24:38 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 0301.24: Linguistisch Miniatuurtje XCI: Heb ze op een rij, kom erbij!
Linguïstisch Miniatuurtje XCI:
Heb ze op een rij, kom erbij!
De verkiezingscampagne van de afgelopen weken heeft mij weer flink aan
het denken gezet. En denk maar niet dat het dan om de inhoud gaat, ben
je gek. Nee, het zijn de slogans die mijn taalkundige aandacht trekken.
In het bijzonder die van de LPF en de SP, bien étonnés
de se trouver ensemble. De verkiezingsslogan waarmee de SP de
kiezers probeert te overtuigen luidt 'Stem vóór, stem
SP', en die van de LPF: 'Heb lef, stem LPF'. Dezelfde structuur,
nietwaar? Twee imperatieven, door komma gescheiden. Maar zijn ze wel zo
gelijk? En wat betekenen ze eigenlijk?
Ik moet eerlijk bekennen dat aanvankelijk alleen de gebiedende wijs
'Heb lef' mij opviel. Wat gek, dacht ik, kan dat wel, iemand gebieden
om lef te hebben? Is hebben wel een werkwoord waarmee je een
imperatief kunt maken? 'Heb een nieuwe auto!' of 'Heb het koud!', dat
kan toch eigenlijk niet? Maar een kleine inventarisatie hielp mij al
gauw uit die droom: hebben met een imperatief kan heel goed,
mits het samen met zijn lijdend voorwerp een soort van gevoel uitdrukt:
'heb geduld', 'heb plezier', 'heb medelijden', en ook tennisvereniging
'Heb durf' uit Landsmeer vormt een mooi voorbeeld. Met name in
combinatie met een ontkenning is deze imperatief nog tamelijk frequent
ook: 'heb geen angst', 'heb geen vertrouwen', enzovoorts. Maar ook 'heb
niet de illusie', 'heb niet alleen oog voor ...', 'heb niet te hoge
verwachtingen', en nog veel meer. De mooiste? Uit het apocriefe boek
Jezus Sirach 9:15: 'Heb geen welbehagen aan dat waarin de goddelozen
wel behagen hebben'. Ik heb op het internet ook wel een paar
fremdkörper aangetroffen: 'heb niet zomaar seks', en 'heb niet
teveel cloons in een room', maar die schrijf ik voor het gemak even toe
aan de invloed van het Engels.
Zijn de slogans daarmee taalkundig verklaard? Nou, niet helemaal. Want
wat betekenen die twee imperatieven, met die komma daartussen? De
Algemene Nederlandse Spraakkunst (nu online op
http://oase.uci.kun.nl/~ans/) onderscheidt de
uitvoeringsimperatief ('doe iets') en de
voorstellingsimperatief ('Loop in Iran als vrouw maar eens
zonder hoofddoekje op straat'). Welke van de twee zit er in de slogan?
'Stem SP' en 'Stem LPF' zal wel de uitvoeringsimperatief zijn, maar wat
is de andere?
Zit de oplossing soms in de speciale constructie? De ANS noemt de
conditionele aaneenschakeling als in 'Zeg dat nog eens en ik
breek je nek' en 'Eet niet teveel snoep en je houdt een gezond gebit'.
In het eerste lid staat dan een uitvoeringsimperatief, die de
voorwaarde vormt voor datgene wat in het tweede lid staat, al dan niet
ironisch bedoeld als het tweede lid een bedreiging is. Maar deze
analyse lijkt niet van toepassing op onze slogans. Ten eerste is
bedreiging van de kiezers in de politiek natuurlijk niet aan de orde.
Maar er is ook helemaal geen sprake van nevenschikking met en,
en bovendien: is het vóórstemmen wel een voorwaarde voor
het stemmen van SP, en is het hebben van lef een voorwaarde voor het
stemmen op de LPF? Het lijkt erop dat de opstellers van de slogans
eerder het omgekeerde voor ogen hebben: als je LPF stemt, toon je dat
je lef hebt, als je SP stemt, stem je vóór.
Toch bevredigt die omgekeerde conditionaliteit ook niet helemaal. Is
het echt de bedoeling dat in een slogan wordt uitgedrukt dat het
stemmen op een bepaalde partij een voorwaarde is voor iets
anders? Aan de andere kant is het duidelijk dat de nevenschikking van
de twee imperatieven met komma niet zomaar een nevenschikking is. De
karakteristieke intonatie (eerste lid stijgend, tweede lid dalend)
draagt bij aan de indruk dat de twee aansporingen op de een of andere
manier met elkaar samenhangen. Maar wat is dan die samenhang?
Een vergelijkbaar geval lijkt mij de bekende leuze 'Snoep verstandig,
eet een appel'. Ook hier is het niet de bedoeling om uit te drukken dat
het verstandig snoepen een voorwaarde is voor het eten van een appel,
noch is het omgekeerde het geval. Of toch?
Ik heb het idee dat het hele imperatiefverhaal eenvoudiger is dan de
ANS het voorstelt. De overeenkomst tussen de voorstellingsimperatief,
de conditionele aaneenschakeling en de constructie die we hier hebben
is volgens mij dat er in alle gevallen sprake is van een verborgen
als-dan-constructie. Zo betekent 'zeg dat nog eens en ik breek
je nek' precies 'als je dat nog eens zegt dan breek ik je nek'. Idem
voor 'Eet niet teveel snoep en je houdt een gezond gebit'. De
voorwaardelijke imperatief lijkt ook een als-dan-constructie,
maar met weggelaten dan-gedeelte: 'Als je in Iran als vrouw
zonder hoofddoekje op straat loopt, dan (zul je wel merken wat er
gebeurt)'. Zo'n verzwegen gevolg is een bekend verschijnsel bij
dreigementen of zaken die iedereen weet. Daarmee zijn de beide
bijzondere gevallen die de ANS noemt geheel door de constructie
verklaard en is een aparte term als voorstellingsimperatief overbodig.
Maar hoe zit het dan met onze slogans? Welnu, dat lijkt mij ook een
normale als-dan-constructie, maar met een modale kleuring van de
delen. Beide leden van de nevenschikking moeten begrepen worden met een
modaliteit van wenselijkheid. Eventueel deontisch, waardoor het
verplichting wordt. Die modaliteit kun je uitdrukken met
hulpwerkwoorden als willen of moeten: 'Als je verstandig
wilt snoepen, dan moet je een appel eten', ofwel, meer technisch: 'Als
het voor jou wenselijk is dat je verstandig snoept, dan is het
wenselijk dat je een appel eet'. Doordat het eerste lid een activiteit
noemt die met gewenst sociaal gedrag te maken heeft (verstandig zijn),
krijgt de conclusie ook een sociale noodzakelijkheid: als je verstandig
wilt snoepen, en dat wil je want dat willen we allemaal, dan moet je
een appel eten, en dus moet je een appel eten.
Onze beide slogans hebben dus inderdaad een vergelijkbare structuur:
als je vóór wilt stemmen (en wie wil dat niet), dan moet
je SP stemmen, dus moet je SP stemmen, en als je lef wilt hebben (en
dat willen we allemaal), dan moet je LPF stemmen en dus moet je LPF
stemmen. Zo wordt een ethische inhoud (morele wenselijkheid)
gesuggereerd door de kale syntactische vorm. Is er een mooiere
illustratie van de hele verkiezingscampagne mogelijk?
Peter-Arno Coppen
|