|
Col: 0301.25
Date: Mon, 27 Jan 2003 00:23:58 +0100
From: Willem Kuiper <wkuiper@xs4all.nl>
Subject: Col: 0301.25: Column Willem Kuiper, no. 61: De Goede Hof
Column Willem Kuiper, no. 61: De Goede Hof
Mijn echtgenote heeft groene vingers. Niet omdat zij van Mars komt -
vrouwen komen immers van Venus - maar omdat zij weet hoe met planten om
te gaan. Als gevolg daarvan hebben wij een tuin waar maar weinigen
langslopen zonder daar een blik vol welbehagen op te werpen. Geloof het
of niet, ik heb een keer twee voorbijgangsters tegen elkaar horen
zeggen: 'Als ik zo'n mooie tuin had, zou ik er ook wat aan doen!'
Tuinen zijn niet van alle tijden. Pas
toen de mens een vaste woon- en verblijfplaats koos, zullen de eerste
tuinen ontstaan zijn. Aanvankelijk groente- en kruidentuinen,
siertuinen kwamen pas later.
Tuinieren is in essentie een
tegennatuurlijke bezigheid: het gaat er om de natuur niet zijn
loop te laten hebben. Hoe meer men ingrijpt in natuurlijke groei des te
mooier een tuin kan worden. Snoeien en mesten, daar gaat hem om!
De mooiste tuin aller tijden was de
Hof van Eden. Die zag er niet uit als onze Keukenhof, maar had het
karakter van een ultieme boomgaard. Het heeft er alle schijn van dat de
middeleeuwse medemens meer onder de indruk was van bloeiende,
welriekende en vruchtdragende bomen dan van een bloementapijtje. Dat
mocht men overigens graag plukken om het in huis over de vloer uit te
strooien.
Cruciaal voor een middeleeuwse tuin
was de muur erom heen. Een hortus was pas een hortus als het een hortus
conclusus was. Die muur gaf aan: hier houdt de wilde natuur op en
begint de beschaving. Achter de muur moest de stank van de buitenwereld
plaatsmaken voor de zoete geuren van exotische bomen, de brandende zon
voor schaduw, stenen voor gras, lawaai voor het gekwinkeleer van vogels
en het kabbelen van een beekje dat idealiter zijn oorsprong vond in een
natuurlijke bron.
De ideale bron welde niet op als
grondwater, maar kwam uit een rotspartij en spoot zijn water in een
door mensenhanden gemaakt bassin. Als daar edelstenen in lagen die door
het bronwater meegespoeld waren dan wist men het zeker: deze bron is
een uitloper van een ondergrondse paradijsrivier. Een of meer exotische
bomen die de bron overschaduwden behoorden ook tot de vaste
ingrediënten.
Middeleeuwse tuinen die aan
bovengenoemde criteria voldoen zijn bijzondere plaatsen, met een
bijzondere geschiedenis en een bijzondere functie. Vandaar dat ze zoveel
descriptieve aandacht krijgen in middeleeuwse romans, en als locus
amoenus vaak een cruciale rol spelen.
Laatst kwam ik bij het vertalen van het Tweede Boek van Jan Boendales
Der leken spiegel een tuin tegen die mijn nieuwsgierigheid
prikkelde, en wel omdat hij door Jan bekend werd verondersteld. Voor
niet ingewijden, Jan Boendale was een Brabants auteur, volgens eigen
zeggen geboren te Tervuren, dat toen nog buiten de muren van Brussel
lag. Jammer dat hij niet de moeite genomen heeft er ook even bij te
zeggen welk jaar men toen schreef. Jan Boendale moet een degelijke
Latijnse scholing genoten hebben en was vele jaren lang topambtenaar in
Antwerpen. Een van de bewaard gebleven handschriften vermeldt dat hij
in 1351 gestorven is en optimisten denken dat hij in 1279 geboren is.
Buiten werktijd toonde Jan zich een ambitieus en bevlogen auteur, maar
geen romancier. Zijn literaire held was Jacob van Merlant, de homo
universalis van de dertiende-eeuwse Middelnederlandse letterkunde.
Boendales bekendste werk is Der
leken spiegel, geschreven tussen 1325 en 1330, een curieuze
mengeling van heilsgeschiedenis en wat wij nu 'normen en waarden'
noemen. In een epiloog zegt hij er zelf het volgende van:
| |
|
Nu is dit werc gheindt, |
| |
|
daer ghi viere boeke in vindt: |
| |
|
D'ierste vander werelt beghinne, |
| |
|
d'ander heeft dat middel inne, |
| 5 |
|
dat derde van sconen zeden, |
| |
|
van hoefscheden, van wijsheiden, |
| |
|
d'fierde der werelt inde |
| |
|
[...] |
Het ander (tweede) boek behandelt het leven van Jezus en Zijn moeder,
beginnend met Maria's Onbevlekte Ontvangenis en eindigend met haar ten
hemel opname. Zijn bron zou ik nu graag naast mij hebben liggen. Het
zal een Latijns verzamelhandschrift(je) geweest zijn met een aantal
apocriefe evangeliën, waaronder die van pseudo-Jacobus,
pseudo-Mattheus en pseudo-Thomas. Deze evangeliën zouden deels
door kerkvader en bijbelvertaler Hieronymus van Strido (347-419) uit
het Hebreeuws in het Latijn vertaald op verzoek van de bisschoppen
Cromatius and Heliodorus, deels door hem uit zijn herinnering naverteld
(II, 3, 1-14):
| |
|
Jheronimus, in sijnre kintschede, |
| |
|
hadde ghelesen in eenre stede |
| |
|
in wat manieren ende hoe |
| |
|
onser vrouwen gheboorte quam toe, |
| 5 |
|
ende over langhen tijt na dat |
| |
|
so sat hi in eenre stat |
| |
|
daer hi jeghen liede sprac |
| |
|
ende die dinc also vertrac |
| |
|
also hem ghedochte van desen |
| 10 |
|
dat hi wilen hadde ghelesen. |
| |
|
Doe bat men hem zonder letten |
| |
|
dat hij't in scrifte wilde setten. |
| |
|
Doe screef die goede Jheronimus |
| |
|
van onser vrouwen aldus: |
| |
|
[...] |
Had hij wat meer tijd tot zijn beschikking dan zou Jan zich niet tot
een samenvatting beperkt hebben, maar het boek integraal vertaald (II,
13, 121-134):
| |
|
Weet dat in't Latijn |
| |
|
vele meer woorden sijn |
| |
|
dan ic hier zegghe u! |
| |
|
Ic lijdt mitten cortsten nu. |
| 125 |
|
Ic en vertrecke niet altemale |
| |
|
beide tale ende wedertale |
| |
|
die si hadden onderlinghe, |
| |
|
want ic hope een zonderlinghe |
| |
|
boec daer of te maken, |
| 130 |
|
ghelijc dattie zaken |
| |
|
Jheronimus mit zire pinen |
| |
|
Van Ebreeusche trac in Latine, |
| |
|
so ic best mach ende can, |
| |
|
Ist dat's mi God onse Here an. |
Jammer dat het er niet van gekomen is. J.J. Mak moge in de eerste druk
van de Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur zijn
rechtzinnige neus ophalen voor deze "niet eerste-rangs" bron - omdat
het om niet-canoniek materiaal gaat en de samensteller niet de echte
Hieronymus is maar een pseudo-Hieronymus - feit is dat
vóór de Reformatie en de Contrareformatie deze verhalen
over de kinderjaren van Jezus en zijn moeder Maria voor het volksgeloof
minstens zo beeldbepalend zijn als de canonieke teksten.
Op de vlucht voor de tyrannieke koning Herodes die de boodschap van de
Drie Koningen over de nieuwgeboren koning letterlijk neemt, arriveert
de heilige familie na een barre tocht door de woestijn in de Egyptische
stad Socria var. Sotria. (II, 19). De Engelse vertaling van
pseudo-Mattheus spreekt over "the regions of Hermopolis, and entered
into a certain city of Egypt which is called Sotinen." Uit een voetnoot
blijkt dat het om een emendatie gaat, het teksthandschrift leest
'Sotrina'. Dat verklaart de Middelnederlandse lezing Sotria.
Maar of het inderdaad om het
onvindbare Sotinen in Hermopolis gaat, betwijfel ik. Daarvoor ligt
Hermopolis Magna veel te zuidelijk en Hermopolis Parva veel te
westelijk. Om de reis van de heilige familie een schijn van realiteit
te geven dient men ervan uit te gaan dat zij een bestaande handelsroute
gevolgd heeft, lopend van Gaza naar Caïro. De Gentse edelman Joos
van Ghistele maakte tussen 1481 en 1485 die reis en zijn kapelaan
Ambrosius Zeebout beschreef hem tamelijk nauwkeurig in het derde boek
van diens reisverslag Tvoyage van Mher Joos van Ghistele. Geen
spoor van Sotrina c.q. Sotinen. Wat nog het meest in de buurt komt is
Sethroë alias Heracleopolis Parva, een stad die gelegen heeft in
de Nijl-delta. aan de meest rechtse zijarm van de rivier. Daar nemen
zij hun intrek in het Capitolium, een heidense tempel met 365
afgodenbeelden. Hoofdstuk 22 van de brontekst legt uit dat zij wel
gedwongen waren hun intrek in deze heidense tempel te nemen, omdat
niemand zo gastvrij was hen onderdak te verlenen. Ook is daar sprake
van 355 afgodenbeelden. Maar de bedoeling is duidelijk: een (af)god
voor elke dag.
Het gevolg van deze heilige
overnachting is dat alle demonen die in die beelden huizen - de
traditionele christelijke verklaring voor heidense orakelbeelden -
maken dat zij weg komen, waarna de beelden om- en stukvallen. Volgens
de brontekst wordt hiermee een profetie van Isaias waargemaakt -
Isaias 19, 1 - maar curieus genoeg verwijst Jan Boendale naar
wat David "inden soutre" voorzegd had: "God [...]/ stont inder [g]oden
synagoghe/ Inder midden verdoemt hi[se] daer." (II, 19, 23-25) En
inderdaad, zo begint Psalm 81.
Deze gebeurtenis komt landsheer
Affrodosius ter ore, maar wie denkt dat deze in woede uitbarst vergist
zich. Affrodosius beseft ogenblikkelijk met wie hij te maken heeft en
buigt zijn knie. Terzijde, dit soort anekdoten heeft geen enkele andere
functie dan het joodse volk ervan te beschuldigen ziende blind en
horende doof te zijn voor de Verlosser die in hun midden was geboren.
Hierna neemt de heilige familie zijn
intrek bij een weduwe en woont daar een jaar totdat het volgende
gebeurt: de kleine Jezus, die inmiddels drie jaar oud is, ziet kinderen
spelen en sluit zich bij hen aan. Tijdens het spel krijgt Hij een dood,
gedroogd en gezouten visje te pakken, Hij doet dat in een beker met
water, en even later zwemt het visje levend rond. Toeschouwers
vertellen dit aan de weduwe, die hen prompt het huis uitzet, bevreesd
als zij is dat Hij een tovenaar is. Deze gebeurtenis komt niet uit
pseudo-Mattheus maar staat aan het slot van het eerste hoofdstuk van
het pseudo-Thomas evangelie.
Vandaar gaat de reis naar Babylon
(II, 19, 87-104):
| |
|
Men leest dat, te waren, |
| |
|
doe si in Egypten waren |
| |
|
dat si hadden hare wone |
| 90 |
|
bider stat van Babylone, |
| |
|
daer nu die goede hof leeght, |
| |
|
die balseme te draghen pleeght, |
| |
|
die nerghent en wast dan daer, |
| |
|
goet ende gherecht, dat's waer, |
| 95 |
|
noch so edel no so fijn. |
| |
|
Dat mach daer bi wel sijn |
| |
|
dat Cristus ende Maria mede |
| |
|
wandelden te diere stede. |
| |
|
Daer springhet ooc in dien pleine |
| 100 |
|
ene zonderlinghe fonteine, |
| |
|
daer Maria, als ic't vinde, |
| |
|
gherne was met haren kinde, |
| |
|
want si dicke, na haer ghevoech, |
| |
|
sijn lijf [ende] sijn ghewaden daer in dwoech. |
Gedurende de Middeleeuwen dacht men bij het horen of lezen van de
stadsnaam Babylon niet aan het Oudtestamentische 'oude' Babylon in
Mesopotamië, maar aan het 'nieuwe' Babylon in Egypte. Dat was
oorspronkelijk een burchtstad aan de rechteroever van de Nijl ten
zuiden van Heliopolis, in het Middelnederlands Der Zonnen Stad. Babylon
en Heliopolis - alom bekend door de legende van de heilige Barbara -
maakten deel uit van de oudchristelijke tafelzilver en waren hoekstenen
in het middeleeuwse referentiekader. Nadat in 972 het Al Kahira - lett.
de overwinnende, het huidige Caïro - door een Fatimiden generaal
even ten noorden van Babylon gesticht was, werd Babylon na verloop van
tijd ingelijfd - net als Ter Vuren in Brussel en Merlant in Brielle -
en vervolgens met Caïro vereenzelvigd.
Bij Babylon zou dus een bijzondere
tuin moeten liggen, met balsembomen die een superieure balsem
voortbrengen zoals die nergens anders ter wereld werd voortgebracht. De
reden daarvan moet gelegen zijn in het feit dat Maria en Jezus van die
tuin hun wandelpark gemaakt hadden. In die tuin ontspringt ook een
bijzondere bron, en Maria verbleef daar graag bij, zowel om de kleine
Jezus te wassen alsook diens kleren. Verderop in de tekst lezen we dat
de 'heidenen' elk jaar op Dertiendag - 6 januari - zich in die bron
wassen, niet ter ere van de Drie Koningen, maar omdat in die regio
Kerstmis op 6 januari gevierd wordt.
Aanvankelijk heb ik rekening gehouden
met de mogelijkheid dat 'Die goede Hof' een (te) letterlijke vertaling
was van de naam van de tuin, maar dat bleek niet het geval. Jan
Boendale refereert hier aan een bij zijn publiek bekend geachte tuin.
Maar welke?
Eén van de voordelen van Internet is dat de wereld een stuk
kleiner geworden is. Onder het motto 'niet geschoten is altijd mis'
zocht en vond ik het e-mail adres van de boekwinkel van de American
University in Caïro. Deze keer ving de koe een haas. De vraag kon
niet beantwoord worden, maar werd doorgeschoven naar iemand anders, en
die iemand anders bleek de Nederlandse socioloog Cornelus Hulsman te
zijn. Vanaf dat moment had ik virtueel een poot aan de grond.
wordt vervolgd
|