0306.15 Terug
Vooruit 0306.17

Rub: 0306.16

Date: Fri, 27 Jun 2003 00:17:03 +0200
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
Subject: Rub: 0306.16: Hora est! Promotie J.A. van Laar op do 19 juni 2003 te Nijmegen

Hora est!

Donderdag 19 juni 2003, Rijksuniversiteit Groningen
J.A. van Laar: 'The dialectic of ambiguity: a contribution to the study of argumentation'.
Promotores: prof. dr. E.C.W. Krabbe en prof. dr. F.H. van Eemeren.
Als de ondeugdelijkheid van een argumentatie verbloemd wordt door een dubbelzinnigheid kan dat ertoe leiden dat het beargumenteerde standpunt ten onrechte wordt aanvaard. De redenering 'Je hebt een kat gekocht, dus over een tijdje zul je wel met jonkies opgescheept zitten', heeft er de schijn van deugdelijk te zijn, zelfs in een situatie waarin de luisteraar een kater gekocht heeft. Ziet men echter dat kat dubbelzinnig gebruikt wordt, en ofwel 'wijfjeskat' ofwel 'kat, mannetje of wijfje' kan aanduiden, dan ziet men tevens dat het aangedragen argument ('Je hebt een kat gekocht') ofwel onjuist is ofwel een zeer zwakke ondersteuning levert. Wat houdt het in om op een redelijke manier met zulke 'actieve' dubbelzinnigheden om te gaan in een discussie?

Promovendus Van Laar stelde een theorie op over de aard van zakelijk en kritisch discussiëren. Zijn uitgangspunt was dat deelnemers aan een kritische discussie hun meningsverschillen proberen op te lossen in overeenstemming met de werkelijke merites van de zaak. Een actieve dubbelzinnigheid kan leiden tot een misverstand of tot het onopgemerkt blijven van zwakke plekken in argumentatie. Hoewel actieve dubbelzinnigheden het eigenlijke doel van een kritische discussie in de weg staan, hoeft het gebruik ervan toch niet funest te zijn. Een niet optimale woordkeuze kan door discussianten aan de orde worden gesteld en de aangetoonde onvolmaaktheid kan vervolgens worden gerepareerd. Een kritische discussie vergt echter wel dat discussianten eenmaal aangetoonde dubbelzinnigheden uit de weg ruimen om op die wijze een bijdrage te leveren aan het oplossen van hun meningsverschil.

Met behulp van een discussiemodel laat Van Laar zien hoe een discussiant een vermeend actieve dubbelzinnigheid aan de orde kan stellen met een 'motie van orde', waardoor een metadiscussie (discussie over de discussie) ontstaat. Het model van normatieve discussieregels kan gebruikt worden om bestaande discussies en debatten te ontleden en te beoordelen. Dat heeft Van Laar aangetoond door haar toe te passen op discussies tijdens een kruisverhoor in een rechtszaak tegen de Amerikaanse tabaksindustrie en een debat in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel 'Toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding'.

Jan Albert van Laar (Ede, 1967) studeerde wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn onderzoek bij de Faculteit der Wijsbegeerte. Zijn aio-plaats werd betaald uit een parelsubsidie die de RUG de faculteit had toegekend als beloning voor de voortreffelijke resultaten van de vakgroep Theoretische Filosofie bij een onderzoeksvisitatie. Aan deze vakgroep is Van Laar vanaf 1 juli 2003 verbonden als universitair docent.


[Dit nummer][Hora est!][Agenda]