0306.27 Terug
Vooruit 0306.29

Lit: 0306.28

Date: Fri, 27 Jun 2003 00:17:03 +0200
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
Subject: Lit: 0306.28: Pas verschenen: M. Barend-Van Haeften en B. Paasman. De Kaap: Goede Hoop halverwege Indië. Bloemlezing van Kaapteksten uit de Compagniestijd. (Hilversum, 2003)

Pas verschenen

Marijke Barend-Van Haeften en Bert Paasman. De Kaap: Goede Hoop halverwege Indië. Bloemlezing van Kaapteksten uit de Compagniestijd. Hilversum: Verloren, 2003. 192 blz.; ills.; isbn 90-6550-688-8.
Zuid-Afrika is niet altijd een Regenboognatie geweest. De oorspronkelijke bevolking, de Khoi-San, werd vanaf het eind van de 15e eeuw geconfronteerd met Europeanen. In 1652 stichtte de VOC een verversingspost nabij Kaap de Goede Hoop, waar schepen op heen- en terugreis naar Oost-Indië voor anker gingen en bemanning en passagiers konden bijkomen. Gouverneur Jan van Riebeeck nam het land van de Khoi (toen Hottentotten genoemd) in bezit en probeerde handel met hen te drijven. Dat was het begin van de blanke expansie in Zuid-Afrika.

Deze bloemlezing bevat naast een gedegen inleiding en literatuuropgave twintig door de editeurs toegelichte en van commentaar voorziene fragmenten uit reisverslagen, brieven, gedichten en liedjes vanaf 1595 tot 1803. Hierin beschreven Nederlandse reizigers toeristische uitstapjes, de leeuwenjacht, bizarre ervaringen met de oorspronkelijke bewoners en hun schokkende confrontatie met de slavernij.

De bloemlezing begint met een fragment uit 'De eerste schipvaart naar de Oost' onder Cornelis de Houtman uit 1595. Daarna volgen stukken van Nicolaas de Graaff, uit de bij Jodocus Hondius in 1652 verschenen 'Klare besgryving van Cabo de Bona Esperan¸a', uit het 'Daghregister' van Van Riebeeck, uit de 'Oost-Indische voyagie' van Wouter Schouten en uit de brieven van Aernout van Overbeke. De dichter Pieter de Neyn, de Antwerpse soldaat Reynier Adriaensen, dominee Fran¸ois Valentijn, de schepelingen Lourens Thijszoon en Daniel Silleman zorgen voor zeer gevarieerde bijdragen. Daarna volgen brieven van Johanna van Riebeeck en Joan van Hoorn, fragmenten uit het dagboek van de zusters Lammens, een midden-18e-eeuwse beschrijving van de Kaap door een anonymus, de 'Eerkroon' van Jan de Marre, fragmenten uit Jacob Haafner en Hendrik Swellengrebel, een lied op de ondergang van het schip de Mentor, stukken uit het reisjournaal van mr. Pieter van Overstraten, een briefwisseling binnen de familie Le Sueur, en tot slot nog een paar matrozenliederen van begin 19e eeuw.

De samenstellers van de bloemlezing hebben, zo kort na de herdenking van 400 jaar VOC en 350 jaar Kaapnederzetting, bewust gekozen voor een bloemlezing met een uitsluitend Eurocentrisch wereldbeeld in de hoop dat er ook een tekstenverzameling komt waarin getracht wordt weer te geven hoe de inheemse bevolking het proces van kolonisatie ervaren heeft.


[Dit nummer]