0309.11 Terug
Vooruit 0309.a
Vorig Miniatuurtje Terug
Vooruit Volgend Miniatuurtje

Rub: 0309.12

Date: Mon, 01 Sep 2003 16:27:01 +0200
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Rub: 0309.12: Linguïstisch Miniatuurtje XCV: Doctrinaire bedillers

Linguïstisch Miniatuurtje XCV:
Doctrinaire bedillers

Tegenwoordig zijn de taalkundigen watjes. Ze waaien met alle winden mee, geven iedereen een beetje gelijk, en nemen nooit eens een ferm standpunt in ten aanzien van de algehele verloedering. Vroeger! Ja, vroeger was dat wel anders.

Ik kan dat illustreren aan de hand van een van de bekendste taalkwesties die ik ken: het gebruik van het enkelvoud of meervoud in de zin De reizigers wordt/worden verzocht over te stappen. Uitgekauwder kan een onderwerp toch niet zijn, nietwaar? Toch werd ik deze week nog verrast door een onbetaalbare anekdote die ten onrechte in vergetelheid is geraakt.

Het is een geliefkoosd onderwerp voor taaladviseurs en taaldocenten, vast en zeker omdat het zo eenvoudig uit te leggen is, en omdat het zo'n mooie illustratie is van het nut van de zinsontleding. Je moet zeggen De reizigers wordt verzocht over te stappen omdat over te stappen het onderwerp van de zin is en de reizigers het meewerkend voorwerp. Hoe weet je dat? Twee aanwijzingen: de reizigers kan aangevuld worden met aan (aan de reizigers wordt verzocht...) en als je de lijdende vorm omzet naar de actieve zin krijg je men verzoekt de reizigers over te stappen, en daarin is over te stappen lijdend voorwerp. Het lijdend voorwerp moet in de lijdende vorm het onderwerp worden en de persoonsvorm richt zich naar het onderwerp. Dus wordt.

Waterdichte redenering, zou je zeggen. Dat vervolgens iedereen toch vrolijk worden zegt, is een lastige omstandigheid die zo goed mogelijk wordt gladgestreken door te schermen met termen als "taalverandering" of desnoods "hardnekkige taalfout", die "sommige mensen" "acceptabeler" vinden, en waartegen "niet meteen bezwaar hoeft te worden gemaakt".

Lees de taaladviesliteratuur er maar op na: iedereen stelt dat het "strikt genomen grammaticaal correct" is om in deze zinnen het enkelvoud te gebruiken, en sommigen bestaan het zelfs om voor dit enkelvoud hun voorkeur uit te spreken ("Wij doen dat zelf natuurlijk niet fout, maar de mensen zijn nu eenmaal taalkundig ongeschoold".) Dat lijkt een moderne opvatting: vroeger waren de regels anders, die regels zijn aan het veranderen en in zo'n overgangsfase kun je ervoor kiezen om tolerant te zijn of de hand te houden aan de oude regels. Wil je taalkritiek vermijden, let dan op en doe dan het laatste.

Eigenlijk is de Algemene Nederlandse Spraakkunst de enige die het meervoud volledig accepteert (al brengt de ANS ook een betreurenswaardige nuance aan met de zinsnede "Er hoeft zeker niet in alle gevallen bezwaar gemaakt te worden"). De ANS geeft dan ook het sterkste argument: neem de zin Men wordt verzocht over te stappen. Daar is niets mis mee. Men komt alleen maar voor als onderwerp. Waarom zou je daar geen meervoud van mogen maken? Dat met dit argument de waanzin van het afkeuren van het meervoud afdoende aangetoond is, kan blijkbaar geen enkele taaladviseur iets schelen. Die blijft even zo vrolijk impliceren dat Men wordt verzocht over te stappen "strikt genomen grammaticaal incorrect" is.

Blijkbaar zijn de vermeende "grammaticale regels" sterker dan de feiten, en niet alleen voor taaladviseurs. Ook taalwetenschappers putten zich uit in verklaringen die een verandering signaleren in de werkwoorden met een meewerkend voorwerp, die hierin zou bestaan dat het meewerkend voorwerp zich "gaat gedragen als" een lijdend voorwerp en dientengevolge ook het onderwerp in een lijdende vorm kan worden. Maar sinds wanneer grijpt die taalverandering dan plaats?

Van der Horst signaleert in zijn Geschiedenis van de Nederlandse taal meer gevallen van oorspronkelijke meewerkende voorwerpen die nu lijdend voorwerp zijn, als een twintigste-eeuwse trend. Daarmee suggereert ook hij een oorzakelijk verband tussen het optreden als onderwerp in een lijdende vorm en het lijdend voorwerp in de actieve zin: niet alleen dat het lijdend voorwerp in de actieve zin het onderwerp in de passieve zin wordt, nee, als iets in de lijdende vorm onderwerp is, is het dus het lijdend voorwerp in de actieve zin.

Ik weet niet of ik dit moet geloven (want bewijzen kun je het natuurlijk niet, omdat de bewijsvoering circulair is). Ik constateer dat er constructies bestaan met een meewerkend voorwerp dat in de lijdende vorm onderwerp wordt. Dat je dat meewerkend voorwerp dan ineens in de actieve zin lijdend voorwerp moet noemen heb ik nog nooit met een steekhoudend argument beredeneerd gezien.

Interessanter dan die benoemingskwestie vind ik echter de vraag of hier wel sprake is van een taalverandering. Van der Horst koppelt de kwestie zoals gezegd aan een twintigste-eeuwse trend. Maar onlangs las ik in de beroemde grammatica van Den Hertog uit 1892 (waar zowat elke latere spraakkunst op gebaseerd is), waar hij het heeft over het meewerkend voorwerp, het volgende:

"Zoo ook kan men iemand (4e nv.) vragen (= ondervragen) over de leer der naamvallen [...] - het publiek (4e nv.) verzoeken (= uitnoodigen) rechts te houden (oorz. voorw.) [...] Ten gevolge van de wijziging in de beteekenis dezer werkwoorden, zijn dan ook lijdende vormen mogelijk als: [...] Wij werden royaal betaald. De candidaat werd naar de beteekenissen van den genitief gevraagd. De heeren worden verzocht niet te rooken. Men wordt verzocht rechts te houden. Rooken en rechts houden zijn in de laatste voorbeelden als oorzakelijke voorwerpen te beschouwen."
Hier zijn de reizigers weliswaar heeren geworden, maar verder is het voorbeeld hetzelfde. Ook Den Hertog analyseert het verschijnsel als een "verandering in de betekenis" van de werkwoorden, als gevolg waarvan het oorspronkelijke meewerkende voorwerp lijdend voorwerp is geworden, en het oorspronkelijke lijdend voorwerp oorzakelijk voorwerp.

Wat kun je hieruit opmaken? In elk geval dat de situatie met betrekking tot de zin De heeren worden verzocht... in 1892 precies hetzelfde was als de situatie in 2003. De taalgebruiker kiest hier blijkbaar in groten getale voor het meervoud, maar we moeten een extra voorziening in onze grammaticale analyse aanbrengen om die keuze te legitimeren. Maar het mooiste komt nog: bij deze passage in Den Hertog (1892) staat de volgende voetnoot:

"Toen eenige jaren geleden voor het eerst in de Kalverstraat te Amsterdam een bordje met: Men wordt verzocht rechts te houden werd aangeslagen, moest Prof. Verdam tusschenbeiden komen, om het lijdend gebruik van verzoeken in den zin van uitnoodigen tegen doctrinaire bedillers te verdedigen."
Ik citeer nu uit de versie die op http://www.dbnl.nl staat, een druk uit 1903. Ik heb zelf een eerste druk uit 1892 waar de datering gepreciseerd is tot een tiental jaren geleden. Dat betekent dat we het voorval precies kunnen reconstrueren: We schrijven 1882. De politie Amsterdam, of een plaatselijke neringdoende, slaat een bord aan met de gewraakte constructie. Onmiddellijk lopen de doctrinaire bedillers (de taaladviseurs, zouden we nu zeggen) te hoop tegen deze taalfout. De toestand is kritiek. Maar gelukkig, daar werpt professor Verdam zich op als de beschermer van de levende taal! De tranen springen me in de ogen bij zo een heldhaftigheid. Kom daar vandaag de dag nog maar eens om met die halfhartige watjes van taalkundigen.

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]