|
Rub: 0311.16
Date: Wed, 26 Nov 2003 11:07:24 +0100
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
Subject: Rub: 0311.16: Hora est! Promotie R.W.F. Nouwen op vr 21 november 2003 te Utrecht; promotie J.J. van Aelst op vr 28 november 2003 te Utrecht; promotie J. Pauwels op vr 5 december 2003 te Antwerpen
Hora est!
Vrijdag 21 november 2003, Universiteit Utrecht.
R.W.F. Nouwen: Plural pronominal anaphora in context: Dynamic
aspects of quantification.
Promotores: prof. dr. H.E. de Swart, prof. dr. D.J.N. van Eijck.
Vrijdag 28 november 2003, Universiteit Utrecht.
Mevrouw J.J. van Aelst: Passie voor het lijden. De Hundert
Betrachtungen und Begehrungen van Henricus Suso en de oudste drie
bewerkingen uit de Nederlanden.
Promotores: prof. dr. W.P. Gerritsen, prof. dr. Th.F.C. Mertens.
Vrijdag 5 december 2003, 15.00 uur, Universiteit Antwerpen, Stadscampus
- Hof van Liere.
Jan Pauwels: Guido Gezelle en Lambertus Jacobus Veen. Bijdrage tot
de studie van uitgeverij, boekhandel en lezerspubliek, 1901-1919.
Promotor: prof. dr. P. Couttenier; co-promotor: prof. dr. H.T.M.
van Vliet.
- Vóór zijn dood was Guido
Gezelle (1830-1899) een relatief onbekend West-Vlaams dichter
die in een regionaal literair circuit functioneerde. Korte tijd
later was hij echter in het hele Nederlandse taalgebied een
beroemd auteur. Die omslag in de populariteit was de verdienste
van zijn postume Amsterdamse uitgever, Lambertus Jacobus Veen
(1863-1919), die tussen 1901 en 1919 bijna tachtig titels op de
markt bracht - zowel onbekend en nagelaten werk als herdrukken
van eerder verschenen bundels. Een groot deel van het
uitgeversarchief bleef bewaard en bevat talloze nieuwe gegevens
over het werk van Gezelle. In dit proefschrift werden de
uiterlijk sterk op elkaar gelijkende boeken voor het eerst
bibliografisch geïdentificeerd. Daarnaast werd de
publicatiegeschiedenis van de verschillende titels
gereconstrueerd volgens de boekhistorisch driedeling
'productie-distributie-consumptie'. Tot slot werd de
materiaalverzameling op kwantitatieve en thematische basis
gegroepeerd.
Veen heeft alle bekende - en nog een paar onbekende -
uitgeverstrucs gebruikt om het succes van Gezelle zorgvuldig te
regisseren: op enkele jaren tijd leidde dat tot een ongekende
populariteit van voordien nauwelijks verspreide poëzie,
merkwaardig genoeg vooral in Nederland (85% van de totale
verkoop) en niet zozeer in Vlaanderen (15% van de totale
verkoop). De vele tienduizenden boeken die tussen 1901 en 1919
werden verkocht, propageerden bovendien vaak een specifiek
gedeelte van het oeuvre: in Nederland de lyrische poëzie
uit de periode na 1890 en in Vlaanderen de retorische
poëzie uit de periode vóór 1860. Gezelle is
in Vlaanderen pas na de Eerste Wereldoorlog wijd en zijd
verspreid geraakt, twintig jaar later dan in Nederland.
Naast deze literair-historische conclusies bevat het
proefschrift ook informatie over de materiële productie van
een vroeg twintigste-eeuws boek (papier, druk, illustratie,
bandonwerp), de zakelijke dimensie van uitgeversarbeid
(honoraria, productiekosten, winstmarges, boekprijzen), de
samenstelling van bloemlezingen, de soms pittige reacties in de
literaire kritiek, de wisselwerking met de culturele actualiteit
en met andere kunstvormen (muziek, voordracht), en de invloed
van de Gezelle-edities op de literaire loopbanen van de
nabestaanden (Stijn Streuvels, Caesar Gezelle).
Jan Pauwels (Dendermonde) studeerde Germaanse talen aan de
K.U. Brussel en de K.U. Leuven. Sedert januari 2000 is hij als
onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universiteit Antwerpen. De
handelseditie van het proefschrift verschijnt in het voorjaar
van 2004 in de reeks Antwerpse Studies over Nederlandse
Literatuurgeschiedenis bij Uitgeverij Peeters te Leuven. E-mail:
jan.pauwels@ua.ac.be.
|