|
Col: 0312.23
Date: Tue, 23 Dec 2003 18:01:32 +0100
From: Marc van Oostendorp <Marc@vanOostendorp.nl>
Subject: Col: 0312.23: NederNed 51: Is er nog wat gebeurd in de wereld tijdens mijn afwezigheid? Nieuwjaarsrede (door Marc van Oostendorp) over het Nederlandse weblog
NederNed 51: Is er nog wat gebeurd in de wereld tijdens mijn afwezigheid? Nieuwjaarsrede over het Nederlandse weblog
In het enigszins beduimelde geschiedenisboek van het Nederlandstalige
Internet schrijven we 2003 bij als het jaar waarop het weblog doorbrak.
Het bestond al een jaar of vijf, maar dit jaar werd het ineens door de
websites van de grote media ontdekt als hét publicatiemedium van
het internet: NRC Handelsblad begon aarzelend aan een weblog (door
internetredacteur Marie-José Klaver, die er eerder op
persoonlijke titel al een schreef) en de Volkskrant breidde de zijne
uit. Wim de Bie maakte bekend dat zijn weblog op de website van de VPRO
zo'n tachtigduizend bezoekers per dag trekt.
Hoe is het allemaal zover gekomen? Het weblog dat zich erop beriep 'het
eerste (soort van)' te zijn, heette Alt0169 - naar de toetscombinatie
die je op een Windows-computer moet indrukken om een copyright-teken te
krijgen. Het werd vooral geschreven door een beeldend kunstenaar die
zich soms de kolonel noemde, maar in het werkelijk leven Jeroen Bosch
heet. Bosch begon zijn weblog in de zomer van 1999 en beëindigde
hem, tot verdriet van een paar duizend lezers, drie jaar later, in de
zomer van 2001.
Achteraf is Alt0169 makkelijk te classificeren als behorend tot de
eerste generatie. Een belangrijk deel van de aantrekkingskracht bestond
uit de vele, vele links naar alle uithoeken van het internet, waar de
bizarste dingen te vinden bleken te zijn. Die kolonel moest dag en
nacht aan het surfen zijn. Bovendien waren zijn stukjes goed en met
ironie en taalgevoel geschreven. In de loop van een paar jaar
creëerde hij een eigen jargon, met woorden als kneiter
(goed voorbeeld), omkatten (vormgeving van een website
veranderen) en het Utrechtse stadje U. Het was vaak ook
behoorlijk flauw, of nee, hoe noem je dat, melig:
-
"Tip van de dag: schrijf nooit naar huis, je bent er al.
Bonustip van de dag: als je dan toch naar huis wilt schrijven, mail
dan. Scheelt een postzegel."
De kolonel bepaalde veel van de wetten van het nieuwe genre: de stukjes
waren kort, de toon was opgeruimd, en er waren veel links. Maar zo
bezien waren er al wat voorgangers geweest op het Nederlandstalige
Internet, al publiceerden die niet per se op het web. Van 1995 tot 1998
stuurde de Internet-journalist Francisco van Jole elke werkdag een
nieuwsbrief via e-mail de wereld in, de Daily Planet, die binnen
enkele jaren enkele tienduizenden abonnees kreeg. Die nieuwsbrief was
feitelijk een weblog via de e-mail. Van Jole is daarmee te zien als de
feitelijke vader van het weblog wat dan meteen mooi de
haatliefdeverhouding verklaart die alle Nederlandse webloggers met hem
lijken te hebben.
Of Alt0169.com de allereerste was, valt niet meer na te gaan. Het was
in ieder geval de eerste met een relatief groot succes (in de loop van
zijn bestaan besteedden bijna alle landelijke kranten wel aandacht aan
het verschijnsel weblog, en altijd werd Alt0169 erin genoemd). Het was
ook al snel niet meer de enige. Bijvoorbeeld kwam het wat onbehouwener
en puberale Retecool erbij, dat trouwens nog steeds welgemoed doorgaat
met virtueel puberen en daarmee een interessante bron van hedendaags
taalgebruik vormt:
-
"Old Skool gamen blijft de bom. Thrustar (een slicke uitvoering
van de C64 game thrust) heerst de pan uit."
Een andere vroege Nederlandse weblogger was Tonie van Ringelenstijn.
Hij was, achteraf gezien, degene die vooropliep bij de feitelijke
doorbraak van het weblog: degene die het weblog als journalistiek
instrument ontdekte. Hij was student op een school voor de
journalistiek en schreef in zijn vrije tijd zijn weblog vol met
observaties over het nieuws. Als er iets gebeurde (11 september), en je
wilde op internet achtergrondinformatie vinden, ging je eerst bij Tonie
kijken omdat hij de beste bronnen al bij elkaar verzameld had. Hij was
er dan ook dag en nacht mee bezig:
- "Thuis gekomen na een bezoek aan een Utrechtse kroeg
en een lange terugreis zou een normaal mens zijn nest
opzoeken. (Dank aan Ton B. en Roland P. voor het bier en
snel voedsel) Mijn eerste gedachte was is er nog wat
gebeurd in de wereld tijdens mijn afwezigheid?"
Bij de tweede generatie webloggers -- hoeveel generaties kun je proppen
in vier jaar? Geduld! -- werd het persoonlijke belangrijker, en de link
minder belangrijk. Zij maakten weblogs die autonoom waren, weinig of
geen direct verband hielden met de rest van het wereldwijde web. Je zou
hun producten op een cd-rom kunnen zetten, of zelfs in een boek kunnen
afdrukken, zonder dat daarmee veel verloren zou gaan behalve dan de
actualiteit van het voortdurend bijgewerkte weblog. Soms waren dat
soort weblogs volkomen onbegrijpelijk voor buitenstaanders, en soms
gingen ze gebukt onder de literaire pretenties. Webloggers van deze
generatie schrijven hun dagboek op het internet, of produceren korte
verhaaltjes. Een voorbeeld van de eerste categorie is Merel Roze; een
voorbeeld van de tweede is - wederom - Francisco van Jole, die enkele
jaren geleden de eerste fragmenten publiceerden van wat later zijn
roman Blink zou worden, en nu bezig is (zij het niet erg
frequent) met een serie over het 'tv-loze' bestaan, die misschien ook
nog weleens uitmondt in een boek.
Overigens vallen in mijn ogen ook een aantal andersoortige weblogs
onder deze generatie: weblogs die niet alleen weinig of geen links
bevatten, maar ook weinig of geen tekst. Interessante (en tamelijk
extreme) voorbeelden hiervan zijn Tekenlog, waarop de kunstenaar
Marcel van Eeden elke dag een tekening plaatst, en de website van
Thomas Schlijper, een persfotograaf die elke dag een fraaie foto
publiceert die hij op die dag gemaakt heeft. Ook deze weblogs zijn
autonoom, maar wel voortdurend bijgewerkt. De charme van een goed
tweedegeneratieweblog zit er vooral in dat je het idee hebt dat je een
ander mens van dag tot dag volgt.
Dat dit jaar er alweer een nieuwe generatie de derde, maar hierna houd
ik er dan ook echt mee op zou opstaan, bleek toen Van Ringelenstijn
begin dit jaar stopte met zijn privé-weblog omdat hij het te
druk had en binnen enkele maanden opdook als -- waarschijnlijk betaalde
- weblogger van het tijdschrift Quote. (Ik geloof niet dat hij
er nog langer actief is, trouwens.)
De derde generatie webloggers schrijft zijn weblogs namelijk voor geld,
en op websites van traditionele media. Bij de VPRO heeft bijvoorbeeld
niet alleen Wim de Bie een eigen weblog, maar ook Wim Brands, dichter
en presentator van het radioprogramma De Avonden. De weblogs van de
kranten heb ik hierboven al genoemd; een ander voorbeeld is dat sinds
de verkiezingscampagne van begin dit jaar sommige politici verslag van
hun werkzaamheden doen in de vorm van een weblog. Een voorbeeld is
minister Zalm die, al sinds de vorige verkiezingen bijna elke werkdag
verslag doet van zijn werk. Dat is niet altijd even meeslepende lectuur
- maar dat een bewindsman z'n gedetailleerd inkijkje geeft in zijn doen
en laten, heeft iets sympathieks, vind ik.
Ook ons aller staatssecretaris Annette Nijs van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen schrijft een weblog. Zij werd enkele maanden geleden
scherp aangevallen op enkele inderdaad wat knullige typefouten;
sindsdien heeft zij haar frequentie wat verlaagd en schijnen haar
teksten gecorrigeerd te worden. Die correcties gaan dan in ieder geval
niet over de wat onbeholpen schrijfstijl:
- "19 december
Deze week een hectische week achter de rug.
Het plan voor Toelatingsbeleid was
uitgelekt en dan staat er plotseling een
cameraploeg van RTL Nieuws voor je neus.
Een aantal commentaren van andere
partijen, zoals de LSVb, waren al bekend,
dus heb ik in lijn met het regeerakkoord
een korte reactie gegeven.
Vandaag de Ministerraad achter de rug en kun kan ik er vrijuit over
praten. De strekking van het plan is om een aantal experimenten
uit te voeren [...]
Met het uitlekken van dit plan zie je de reflex: kan niet, mag niet,
toegankelijkheid komt in gevar. Logisch, aangezien dit onderwerp
al jarenlang een taboe is in Nederland. Jammer, want in Nederland
moeten we ook topkwaliteit kunnen leveren en het is mijn stellige
overtuiging dat zoiets kan mét behoud van de
toegankelijkheid."
De vraag is nu natuurlijk: waar is de wetenschap? Ook voor onderzoekers
lijkt het weblog immers een prachtige medium te zijn: een manier om een
dagelijks inkijkje te geven in je werk, om elke dag vanuit je eigen
invalshoek commentaar te geven op het nieuws, om mogelijk een groep te
bereiken die je er bijvoorbeeld van wilt overtuigen om bij je te komen
studeren, of om je subsidie te geven.
In de zomer van 2004 vieren we de vijfde verjaardag van het Nederlandse
weblog - zullen er rond die tijd ook neerlandistische weblogs bestaan?
In de taalwetenschap bestaan er al een paar, in ieder geval in het
buitenland. De fraaiste is ongetwijfeld Language Log, waarop een
team van vooraanstaande Angelsaksische taalkundigen met heel
verschillende specialisaties (mensen als Mark Liberman, Geoffrey Pullum
en Sally Thomason) dagelijks speels en wervend laat zien hoe mooi en
veelzijdig het vak is. Elke dag is er wel een aardige observatie, een
kleine analyse, een poging om aan te tonen dat de New York Times
of Nature recentelijk taalkundige onzin hebben gedebiteerd.
Soms worden de berichtjes ook gebruikt om onderzoek te doen:
- "Hey fellow bloggers and assorted fans: a question,
taking advantage of this wonderful tool called the internet. A
question: can you identify for me languages that have neither 1)
inflections nor 2) tones used to distinguish lexical items or
encode grammar?"
Wat zou het prachtig zijn als je zoiets ook had voor de neerlandistiek
- een weblog waar je dagelijks berichten, oproepen en observaties vindt
uit alle hoeken en gaten van het vak. Een soort Neder-L, maar dan van
dag tot dag bijgehouden, met afbeeldingen van handschriften en
syntactische analyses (en wat mij betreft komt er nog steeds twee keer
in de maand dan een samenvatting voor de abonnees die een en ander via
e-mail willen ontvangen). Die website wordt het dagboek van een kleine
gemeenschap van vakgenoten, dat voorgoed laat zien hoe onterecht het is
dat ons onderzoek zo weinig de krant haalt, en dat de lezer meesleurt
in een interessante en aantrekkelijke manier om de wereld te bekijken:
de onze. De vakgroep Nederlands die het aandurft om zo’n weblog
te beginnen, voorspel ik een gouden toekomst.
|