|
Vra: 0401.25
Date: Mon, 26 Jan 2004 19:01:51 +0100
From: Kees Jan Waterman <kjwaterman@idc.nl>
Subject: Vra: 0401.25: Hulp gevraagd bij verklaring onbekende termen in Nederlandstalig handelsboek uit Albany (bij New York) voor handel met Indianen, ca. 1700
Onbekende termen in handelsboek met Indianen, ca. 1700
Ik werk aan een geannoteerde bronnenuitgave van een uniek,
Nederlandstalig handelsboek voor de handel met Indianen, in de plaats
Albany (in het noorden van wat nu de staat New York is), 1695-1726. Van
een aantal termen en uitdrukkingen in het manuscript heb ik nog geen
betekenis kunnen opsporen (een aantal standaardwerken, zoals de WNT,
heb ik al doorzocht). Er zijn duidelijk Engelse en Indiaanse invloeden
op taalgebruik.
Hieronder staan de betreffende woorden en uitdrukkingen kort genoemd,
daaronder treft u informatie aan over context en gebruik in het
manuscript.
Vraagstelling:
Kent u de term of uitdrukking uit ongeveer dezelfde periode (of een
andere);
kunt u daar een betekenis van geven, danwel een omschrijving?
Heeft u verwijzingen naar literatuur?
Al uw suggesties en opmerkingen stel ik zeer op prijs. Ik ben uiteraard
bereid u meer informatie te doen toekomen.
drs. Kees-Jan Waterman, kjwaterman@idc.nl
I. Korte lijst:
- Aensoet
- Ackdes
- Doller
- Hansijoos
- Houden bij
- Cnuu
- Leggen / inleggen
- Oplijen
- Om lagh
- Pastoll
- Quartije
- Schijf / schijven / sijven
- Singerlin
- Tonties (ook tonies, toniets en tonieties)
- 'Voorwijzen' [voorzijn/voorwezen?]
II. Bredere informatie:
- Aensoet
- In 1701 registreerde Wendell de schuld van
een Cayuga man, en merkt op:
"Sijn aensoet die bij hem was heet Radewackeree[,] 2 ½
elle gemp(*) [en is schuldig] een marter, daer hij goet voor
stat".
Mijn associatie gaat in de richting van een affectieve band
tussen de individuen (het is onduidelijk of Radewackeree man of
vrouw is). Mogelijk wijst het op een hiërarchische of
familierelatie.
(*) Gemp is een wollen stof.
- Ackdes
- Rond 1700 registreerde Wendell de schuld
van een Cayuga jongeman, en merkt over zijn uiterlijk op:
"[Hij heeft] een ackdes op sijn ken gepreck[t]".
Hij beschrijft het voorwerp dat op de kin van de Cayuga
getatoeëerd staat, maar de aard daarvan is mij volstrekt
onduidelijk.
- Doller
- In 1707 registreerde Wendell de schuld van
een Mohawk man (uit Canada):
"Aen 2 dollers aen gelt [geeft een schuld van] 2 bevers".
Wellicht een soort munt/valuta, hetgeen bevestigd lijkt te
worden door aantekeningen in een ander, later handelsboek van
handel met Indianen, waarin tussen 1715-1730 tenminste twee keer
werd opgetekend dat Indianen een deel van hun schuld afbetaalden
met "dollers". En in 1750 noteerde Christian Daniel Claus in
zijn onkostenlijst voor een reis naar de Onondaga dat hij "1
french Dollar" had betaald aan een Mohawk voor het voeren van
zijn paard.
(>> ten overvloede: de US-dollar bestond nog niet!
<<)
- Hansijoos
- Rond 1698 koopt een man (waarsch.
Mohikaan) bij Wendell op krediet een paar "hansijoos schoenen".
Uit andere contemporaine bronnen, waar de term ook word
gebruikt, komt het beeld naar voren, dat het diende om 'ons
vriendelijk gezinde / handels- / nabije' Indianen aan te duiden.
Uiteraard valt de overeenkomst met de naam Hans-Joost op, die in
oudere, Amerikaanse studies is gebruikt (analoog aan Yankees =
Jan-Kees). Ik ben daar zeer sceptisch over.
- Houden bij
- In tientallen gevallen geeft Wendell aan
dat een Indiaan 'bij' een andere Indiaan, of een handelaar in
Albany 'hout'. Alles wijst er op dat de betekenis gezocht moet
worden in de richting "verblijft bij", of "woont bij". Ook
gebruikt: Een Indiaan 'hout onder' de Onondaga. Een Indiaan
'hout in' een met name genoemd dorp.
- Cnuu
- In 1704 noteerde Wendell de schuld van
vrouw (waarsch. Mohikaan):
"3 ellen baij(*) voor 2 varckens[,] een van 3 jaer x[en] een
cnuu".
Het lijkt dat "cnuu" een soort varken is (leeftijd,
geslacht,?).
(*)baij is een wollen stof.
- Leggen / inleggen
- In veel gevallen wordt gebruikt gemaakt
van de uitdrukking (belooft hier te komen) 'leghen', bijv.:
"Als sij bij een ander ga[e]t leggen dan moet sij een swaren
bever geven".
En: "een quartie x[aan] gelt op condietsie a[l]s sij hijer
comt legen dan he[ef]t sij het voor] niet[s]."
Daarnaast ook vrij regelmatig in de volgende vorm
('inleggen'):
"sijn [draag]bant die hij bij mijn heeft in leghen".
De tweede vorm duidt m.i. op het 'inleggen' van een borg. De
eerste lijkt mij breder/algemener, een omschrijving van
transacties uitvoeren/handelen. Het lijkt mij niet te duiden op
'overnachten' o.i.d.
- Oplijen
- Vrijwel geen context: een rekening uit
1710, van een Mohawk man, bevat de volgende opmerking:
"aen 2 quarties aen gelt at 2 qu[arties?] oplijen".
Het valt op dat de Indiaan gelt op krediet meeneemt,
wellicht dat de term 'oplijen' daar verband mee
houdt.
- Om lagh
- In 1706 beschrijft Wendell een van zijn
cliënten als een Mohikaan "van om lagh". Uiteraard kan hier
sprake zijn van een locatie/dorp/gebied, maar daar is mij niets
van gebleken. Het lijkt mij waarschijnlijker dat hij verwijst
naar een plaats waar goederen werden 'omgeslagen' /
'overgeladen', ergens langs de handelsroutes vanuit Albany naar
de Irokezen (west) of Montreal (noord).
- Pastoll (pistool)
- "1710 sep[tember] 1 pastoll at 3 bevers"
"1709/10 Septemb[er] aen 1 hemt voor een pastoll" [gevolgd
door een schets van een pistool]
"17010 [sic] Janwarij 1 hemt at [leeg] maters dat voor het
pastol [ge]geven had aen sijn vaer."
Het tweede geval lijkt op het eerste gezicht
éénduidig, maar een Indiaan die een pistool voor
een hemd verkoopt? Ik vind de specifieke situaties verwarrend.
Bovendien wordt in andere bronnen gesproken van een
pistol/pistole en bedoelt men vaak "iedere Europese munt met de
waarde van de Spaanse munt met die naam". Wapen of munt:
ervaringen, ideeën, suggesties?
- Quartije
- Indianen kochten vaak 'quarties' bij
Wendell, maar betaalden er (minder vaak) ook mee. De context van
dat soort gevallen lijkt te duiden op een 'quartje' als een
monetaire (reken)eenheid. Ik heb de suggestie gezien dat het zou
gaan om eenvierde deel van een Spaans 'stuk-van-acht' ('piece of
eight'): een gouden munt die inderdaad uit acht delen bestond en
waarvan het gebruikelijk was de stukken los te knippen om als
aanvaard betaalmiddel te gebruiken. Het zou dan gebruikelijk
zijn geweest, de munt in vier delen te knippen. Het lijkt
absoluut niet te gaan om 'quarts' als inhoudsmaat bij
vloeistoffen, zoals in het moderne, Engelse
'quart'.
- Schijf / schijven / sijven
- In de rekeningen van drie Indianen komt
dit voor. De 'schijven' worden verder niet omschreven, maar in
1696 beschrijft Wendell de schuld van een Mohikaan die naar een
andere Indiaanse groepering reist:
"[de Mohikaan] die bij de grijskop was[,] sij binnen samen
nae[r] Annaekonccoo toe[,] deebet aen 2 ½ beevvers an pijpe
en schijfve."
Hieruit lijken we af te kunnen leiden dat het gaat om een
product dat in de vorm van pijpen en schijven werd aangeboden.
Dan komt al gauw 'wampum' in gedachten, een betaalmiddel (in New
York en onder Indianen) van geslepen delen van een bepaalde
familie zeeschelpen.
- Singerlin
- Singerlin[g?] was vrijwel zeker een
gewoven stof: in 1709 kocht een Seneca jongen er een lengte van
2 el van, maar de aard en herkomst van de stof is mij
onbekend.
- Tonties (ook tonies, toniets en tonieties)
- Indianen kochten dit zeven maal in grotere
hoeveelheden, van 19 tot 70 stuks. Alhoewel de sterkste
associatie neigt naar 'ton(netje)' lijkt dat onwaarschijnlijk:
Indianen hadden individueel niet de beschikking over
transportmiddelen om 70 tonnetjes te vervoeren: en over een
gezamenlijke aankoop wordt niet gerept. Daarnaast is het
opvallend dat er in geen van de zeven gevallen iets wordt gezegd
over de mogelijke (vloeibare?) inhoud van 'tonties'. Tot slot:
alle gevallen lijken in verband te staan met de handel op
Montreal.
- 'Voorwijzen' [voorzijn/voorwezen?]
- In 1705 schreef Wendell de volgende, voor
mij tot nu toe onbegrijpelijke opmerking bij de rekening van een
Indiaan (de lay-out op de pagina heb ik hier aangehouden):
"heeft hij mijn vooer gewesen dit
boven standen op Johannus bradt(*) om daer
57 quarties voor desen booven standen schult."
(*) Johannus Bradt[/Bratt] was een andere handelaar uit
Albany.
|