|
Sym: 0402.13
Date: Tue, 10 Feb 2004 13:16:33 +0100
From: P.J. Verkruijsse <p.j.verkruijsse@uva.nl>
Subject: Sym: 0402.13: Symposium 'Vrouwen op reis' van Stichting Vrouwengeschiedenis op vr 12 maart 2004 te Utrecht
Vrouwen op reis
De Stichting Vrouwengeschiedenis van de vroegmoderne tijd organiseert
een symposium op vrijdag 12 maart 2004, 14.00-17.00 uur,
Wittevrouwensingel 28, Utrecht.
Belangstellenden zijn van harte welkom. De middag is gratis voor
SVVT-leden. Aan niet-leden wordt een bijdrage van EUR 3,50 gevraagd.
Secretariaat: Tony Lindijer, Uit den Boschstraat 9, 2012 KL Haarlem.
Op 12 maart 2004 vormen reisverslagen van vrouwen uit de 17e en 18e
eeuw het middelpunt. Hoe reageerden ze op de 'vreemde' culturen waarmee
ze in aanraking kwamen, op de koloniale machtsverhoudingen? Zijn hun
ervaringen anders dan die van hun mannelijke tijdgenoten?
Marijke Barend - van Haeften is verbonden aan de Universiteit van
Amsterdam en publiceerde verschillende reis-(ego)documenten van
vrouwen. Laura van den Broek is pas afgestudeerd aan de UvA.
Marijke Barend-van Haeften: 'Vrouwen en verre reizen'.
In 1676 vertrok Elisabeth van der Woude naar het Zuid-Amerikaanse
Guyana om daar met 350 anderen een kolonie te stichten. Het liep voor
haar op een persoonlijk drama uit. Weer thuisgekomen besloot ze haar
belevenissen op papier te zetten. Haar 'memorieboekje' is een uniek
document en bevat één van de oudste verslagen van een
kolonisatiepoging. Het is tot nog toe het enig bekende reisverslag van
een Nederlandse vrouw uit de 17e eeuw. Ook getuigenissen van vrouwen
die naar andere bestemmingen buiten Europa reisden zijn schaars. Ten
tijde van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (1602-1795) vertrokken
bijna een miljoen mensen naar de Oost. Over die reizen en het verblijf
aan Kaap de Goede Hoop of in Indië zijn tal van uitvoerige
verslagen, ambtelijk of privé, van mannen bekend (soms ook uit
contemporaine publicaties), niet van vrouwen. Inmiddels zijn wel twee
18e-eeuwse dagboeken gepubliceerd, die van de zusters Lammens en
Swellengrebel. Van de ruim 1100 geïnventariseerde Nederlandse
egodocumenten uit de vroegmoderne tijd zijn slechts 79 van de hand van
een vrouw en voor reisverslagen is dit aantal nog minder. Hoe komt het
dat we niet meer van dergelijke teksten bezitten? Reisden er zo veel
minder vrouwen? Of schreven ze minder over hun reis naar en verblijf in
den vreemde? En over de inmiddels wel bekende teksten: waarover
schrijven ze en hanteren ze 'een vrouwelijke pen'?
Laura van den Broek: 'Maria ter Meetelen, Vrouw in slavernij'.
Maria ter Meetelen was een zeer avontuurlijke vrouw. Ze wordt in
1704 geboren in Amsterdam, maar is een groot deel van haar leven 'op
pad' geweest. Als 13-jarige verlaat ze haar ouderlijk huis om acht jaar
lang als man verkleed door Zuid-Europa te trekken. Na haar
ontmaskering, trouwt ze een Nederlandse kapitein en vaart met hem terug
naar de Republiek. Maar ze halen de thuishaven niet: het schip wordt
door Marokkaanse kapers geënterd. Maria belandt als slavin in
Marokko en brengt daar als enige Nederlandse vrouw 12 jaar door in een
voor haar volstrekt andere culturele wereld. Terug in de Republiek
werkt ze de aantekeningen die ze tijdens haar gevangenschap heeft
gemaakt uit tot een boek, dat in 1748 verschijnt. Het is, voorzover
bekend, het enige verslag van een Europese slavin in Noord-Afrika. Van
deze unieke tekst is slechts één exemplaar bewaard
gebleven. Het unieke karakter van Maria's geschiedenis, travestie,
kaapvaart en Marokkaanse christenslavernij komen in de lezing ter
sprake.
|