|
Col: 0405.30
Date: Thu, 13 May 2004 13:35:42 +0200
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>
Subject: Col: 0405.30: Linguïstisch Miniatuurtje XCVIII: Hondleren
Linguïstisch Miniatuurtje XCVIII: Katleren en Hondleren
Ik ben geen goede taaladviseur. Als wetenschapper twijfel ik aan alle
zekerheden die je nodig hebt om een advies met enige overtuiging over
het voetlicht te brengen. Vooral dingen die ik moet opzoeken brengen
mij vaak tot een vertwijfelde radeloosheid.
Iemand belt mij op en vraagt: "Ik heb hier een zin uit een brochure
voor de opleiding Kunstgeschiedenis die begint met Je leert
kunstwerken beschouwen... Moet daar geen te bij?" Ehh. Tja,
zou kunnen. Kan allebei? Dat is me te subtiel voor een snel oordeel,
dus ik moet het opzoeken. Wat zegt de ANS?
"Als de met leren verbonden infinitief een activiteit aanduidt
die geacht kan worden tot een 'onderwijspakket' te behoren (op school
of in een vergelijkbare situatie), kan leren alleen maar
groepsvormend gebruikt worden."
Je moet een beetje door de ANS-terminologie heenlezen om daar een
taaladvies uit te halen, maar wat er staat is: als je leert in een
'onderwijspakket', dan is het zonder te. Dat is een makkelijk
advies zou je zeggen. Weglaten dat te. Het gaat toch om een
onderwijspakket? Lees de passage erbij voor, en je hebt een keiharde
autoriteit achter je staan. Wat is het probleem?
Het punt is dat ik hier als taalkundige helemaal niets van snap. Hoe
kan die onderwijssituatie nou van invloed zijn op de constructie? Ik
heb nog nooit gehoord van een semantische primitieve, een basiselement
onderwijspakket, dat een essentieel onderdeel van ons
taalvermogen vormt. Hoe moet ik dat zien, is dat een eigenschap van
situaties, iets als [+onderwijs] en [-onderwijs]? Begrijp
me goed, ik vind onderwijs erg belangrijk, maar een talig basisfeature?
Ik dacht het niet.
Er moet dus een andere eigenschap in het geding zijn, die de ANS gemist
heeft, of heeft vereenzelvigd met dat gekke "onderwijspakket". Een
eigenschap die bij voorkeur ook op andere plaatsen in de grammatica een
rol speelt. En liefst ook nog in combinatie met het woordje te.
Wat kan dat zijn?
Ik heb al eens eerder (in mijn rubriek Onder de Zin in het
dagblad Trouw, jaren geleden) iets geschreven over het verschil
tussen zij kwam naast mij zitten en zij kwam naast mij te
zitten. Kort gezegd was mijn indruk dat die tweede constructie
afgeleid was van iets als het kwam (te gebeuren) dat zij naast mij
zat. Net zoals je van het scheen dat hij ziek was kunt maken
hij scheen ziek te zijn, kun je van het kwam dat zij naast
mij zat maken zij kwam naast mij te zitten. In de betekenis
zie je een soort "hogere macht" (het toeval, het noodlot, de goden) die
de gebeurtenis bewerkstelligt. Is dat hier ook niet het geval? Bestaan
er twee soorten leren, net zoals er twee soorten komen
bestaan?
Ik heb wel eens gelezen hoe je een kat kunstjes kunt leren. Dat gaat
heel anders dan bij een hond. Een hond heeft iets in zijn genen
waardoor hij het au fond prettig vindt om zich uit te sloven om
het baasje een plezier te doen. Geen moeite is hem teveel om een wit
voetje te halen. Het arme dier is voorgeprogrammeerd om de signalen op
te vangen die aangeven wat jij wil. Met andere woorden: het is de
perfecte leerling. Maak duidelijk dat je graag wil dat een hond over
een stok springt en hij zal het doen.
Een kat zit heel anders in elkaar. Natuurlijk, het beestje vindt het
prettig om aangehaald te worden, en een snoepje zal het ook niet
versmaden, maar het hele concept dat je daar iets voor zou moeten doen
is hem volkomen vreemd. Wil je een kat leren om over een stok te
springen, dan zul je dat heel geleidelijk moeten doen. Leg een stok
voor hem op de grond. Iedere keer als de kat daar toevallig overheen
slentert, geef je hem een snoepje. Na verloop van tijd hou je de stok
een eindje boven de grond. Vermijd om te proberen aan te geven dat je
wilt dat hij eroverheen springt, want hij raakt onmiddellijk
ongeïnteresseerd. Beledigd, zou je haast zeggen. Geef hem weer een
snoepje als hij toevallig over de stok stapt. Op deze manier kun je een
kat geleidelijk conditioneren om over een stok te springen. Het dier
zal overigens alleen maar over de stok springen als hij zin heeft in
een snoepje. De gedachte dat hij jou daar een plezier mee zou doen komt
eenvoudigweg niet bij hem op.
Wat zijn de verschillen tussen het hondleren en het katleren? Bij het
hondleren verwerft de hond een bepaalde vaardigheid door direct toedoen
van een leermeester. De hond leert over een stok springen, zeg maar "in
een onderwijspakket". De kat daarentegen kan dezelfde vaardigheid
verwerven, maar hij doet dat op basis van ervaring, die wel veroorzaakt
kan zijn door een leermeester, maar die speelt dan toch slechts een
indirecte rol. De kat leert over een stok te springen.
Daarmee is het verschil tussen katleren en hondleren terug te brengen
tot de interpretatie van de verzwegen leermeester. Is die leermeester,
net als bij komen te, een "hogere macht", dan heb je katleren,
en dus te. Is de leermeester identificeerbaar met een persoon
("referentieel" in taalkundige terminologie), dan heb je hondleren, en
dus geen te.
Ook de afleiding van de twee soorten leren is parallel aan de
constructie met komen: bij het hondleren heb je de onderliggende
constructie iemand leert de hond springen, waarvan je afleidt:
de hond leert springen. Bij het katleren daarentegen is het iets
als het (toeval) leert de kat te springen, waarvan je maakt
de kat leert te springen.
Hoewel beide vormen van leren natuurlijk in praktijksituaties
kunnen overlappen (je leert immers ook op school gedeeltelijk door
ervaring, en gedeeltelijk door het onderwijzend personeel), kun je met
het gebruik van te wel degelijk andere accenten leggen. Zeg je
Ik heb geleerd goed op te letten, dan leg je de nadruk op het
"door schade en schande"-aspect. Zeg je daarentegen ik heb goed op
leren letten, dan impliceert dat toch min of meer een
identificeerbare leermeester. Op school, zou de ANS zeggen.
Peter-Arno Coppen
|