|
Col: 0508.18
Date: Fri, 26 Aug 2005 12:02:45 +0200
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.ru.nl>
Subject: Col: 0508.18: Linguïstisch Miniatuurtje CII: Van Basten trapt in eigen schijnbeweging
Linguïstisch Miniatuurtje CII: Van Basten trapt in eigen schijnbeweging
Ik moet het toch even over die persconferentie van Marco van Basten
hebben, voorafgaand aan de vriendschappelijke wedstrijd Nederland-Duitsland
in augustus 2005. Daar kwam een mooi, taalkundig interessant
moment in voor. Van Basten oogstte veel succes doordat hij een gedeelte
van de persconferentie in het Duits afhandelde, niet in de laatste
plaats omdat hem dat niet gemakkelijk afging.
Nu is het er mij natuurlijk niet om te doen om Van Basten en zijn
beheersing van het Duits te kijk te zetten, of mij vrolijk te maken
over opzichtige taalfouten, nee, het gaat mij om een passage in het
interview waar Van Basten struikelt over zijn eigen formulering.
Ik zag het op vakantie waar ik niet meteen pen en papier, laat staan
een laptop bij de hand had om het allemaal te noteren en uit te werken,
maar ik zag de video later nog op het internet
(http://www.nu.nl/news/575087/41/Van_Basten_wil_vast_basiselftal_(video).html):
Van Basten probeerde het Duitse elftal een compliment te maken voor wat
ze hadden laten zien tijdens de wedstrijden om de Confederations
Cup afgelopen zomer. En toen zei hij: Es war sehr gut was die
Deutsche Mannschaft ... eh ... sehen... eh ... eh ... hätte lassen
(gelach). Zum beispiel, voegde hij er nog aan toe, zonder
twijfel een hem van tevoren aangeraden stopwoordje om tijd te winnen.
Geweldig moment, en niet zozeer omdat hij er niet uitkwam, en al
helemaal niet omdat iedereen brulde van het lachen. Want eigenlijk was
het meer boeiend dan hilarisch. Want waarom zei Van Basten het zo?
Waarom ging hij juist daar in de fout?
Kijk, je kunt natuurlijk makkelijk zeggen dat Van Basten niet op het
woord zeigen kon komen, dat in het Duits gebruikelijker is dan
het Nederlandse tonen. Hij had kunnen zeggen gezeigt hat,
en dan had niemand met de ogen geknipperd en was het hele voorval niet
opgetreden. Maar dat zegt niets over wat hij wél zei. Hij koos
voor een constructie met het hulpwerkwoord lassen en het
zelfstandige werkwoord sehen, ongetwijfeld omdat in het
Nederlands laten zien gebruikelijker is. Maar daar is niet alles
mee gezegd.
Op de eerste plaats is het van belang om op te merken dat het fragment
laat zien dat Van Basten wel degelijk Duits kent. Anders had hij wel
eenvoudig de Nederlandse woordvolgorde aangehouden en iets als hat
lassen sehen (of desnoods hätte lassen sehen) gezegd.
Maar dat deed hij niet. Hij begon met het werkwoord sehen, omdat
hij wist dat in het Duits de woordvolgorde in de werkwoordelijke
eindgroep gewoonlijk gespiegeld is aan die van de Nederlandse volgorde.
Waar het Nederlands moet hebben gezien heeft, krijg je in het
Duits gesehen haben muss. Precies omgekeerd. In het Nederlands
eindig je met het hoofdwerkwoord, dus in het Duits begin je daarmee.
Van Basten begint dus met sehen. En hij zegt sehen en
niet gesehen, want hij weet dat die vorm bepaald wordt door het
hulpwerkwoord lassen, dat net als het Nederlandse laten
een infinitief bij zich heeft.
De vraag is nu of Van Basten hier echt een Duitse woordvolgorde
hanteert, of eigenlijk toch Nederlands spreekt met een soort
fonologische "verduitsing" van ieder woord. Ik denk in eerste instantie
het laatste, en wel hierom: bij werkwoordgroepen van twee werkwoorden
(heeft gezien, wil zien) is de "Duitse" volgorde (gezien
heeft, zien wil) natuurlijk ook in het Standaardnederlands
mogelijk (en ongemarkeerd, laat ik er dat ook maar veiligheidshalve bij
zeggen). Zolang je geen werkwoordgroepen met meer dan twee werkwoorden
gebruikt, kun je dus ongestraft Nederlandse woordvolgordevarianten
aanhouden en toch vlekkeloos Duits spreken. Je moet alleen de variant
kiezen met het hoofdwerkwoord voorop. Maar heeft laten zien is
een woordgroep met drie werkwoorden.
Onmiddellijk bij het uitspreken van het werkwoord sehen beseft
Van Basten dat er iets mis is. Hij is de bal kwijt, hij is in zijn
eigen schijnbeweging getrapt. Hoe merkt hij dat? Ik denk omdat precies
op dat moment het besef tot hem doordringt dat hij de woordgroep in het
Nederlands niet meer kan afmaken. Zien gelaten heeft, zien
heeft gelaten, zien laten heeft, dat is allemaal niet goed in
het Nederlands. In het Duits had hij nog kunnen vervolgen met iets als
sehen gelassen hat. Misschien niet zo gebruikelijk, maar wel
mogelijk, en in ieder geval beter dan waar hij nu op uitkwam.
Waarom zegt hij dat dan niet gewoon, sehen gelassen hat? Ik denk
omdat hij naar de zogeheten IPP-vorm zoekt, die in het
Nederlands verplicht is. In het Nederlands nemen hulpwerkwoorden
gewoonlijk geen voltooid deelwoordvorm aan (participium), maar
blijven ze in de vorm van het hele werkwoord (infinitivus) staan.
Je zegt niet heeft gelaten zien, maar heeft laten zien.
Die constructie heet infinitivus pro participio, kortweg IPP. In
het Duits heet hij natuurlijk anders. Daar spreekt men over de
Ersatzinfinitiv.
Blijkbaar spreekt Van Basten hier dus nog steeds Nederlands, omdat hij
een weerstand voelt tegen de participiumvorm gelassen. Hij
heeft net sehen gezegd en wil nu het werkwoord lassen
gebruiken, maar hij ziet zich gedwongen om nu ineens echt Duits te
spreken. Hoe zat dat ook al weer met die Ersatzinfinitiv.
In het Duits kunnen modale hulpwerkwoorden (zoals onder andere
wollen, müssen, können), en in ieder geval
ook lassen als Ersatzinfinitiv optreden, vergezeld van het
hulpwerkwoord haben, maar... de Ersatzinfinitiv moet achteraan
staan. Het werkwoord haben, dat daar eigenlijk thuishoort,
verschuift dan naar de eerste plaats van de werkwoordelijke groep. In
plaats van sehen gelassen hat zou je dus met Ersatzinfinitiv
sehen lassen hat verwachten, maar om lassen achteraan te
krijgen moet hat vooraan staan (hat sehen lassen), of in
ieder geval vóór lassen: sehen hat lassen
is minder gebruikelijk, maar komt ook voor.
Van Basten moet hier iets van beseft hebben. Hij heeft misschien op de
automatische piloot sehen vooraan gezet, en zich ineens
gerealiseerd dat lassen alleen IPP kan hebben als hat
helemaal vooraan staat. Toen moet hij hebben gedacht: verdomd, ik heb
al sehen gezegd, ik kán dus helemaal dat hat niet
vooraan zetten. Dus frommelt hij het tussen sehen en (de
Ersatzinfinitiv!) lassen, daarbij niet beseffend dat dit
eigenlijk goed is en daarom hat ten onrechte vervangend door
hätte.
Waarom hätte? Waarschijnlijk omdat hij zich ergens herinnert
dat die IPP-constructie vooral voorkomt bij een irrealis:
hätte sehen lassen betekent iets als zou hebben laten
zien. Dat toont en passant ook nog eens aan dat het hele voorval
met betekenis niets te maken heeft. Van Basten struikelt niet over de
semantiek, hij trapt in een syntactische schijnbeweging.
Peter-Arno Coppen
|