0509.17 Terug
Vooruit 0509.a
Vorig Miniatuurtje Terug
Vooruit Volgend Miniatuurtje

Col: 0509.18

Date: Mon, 29 Aug 2005 15:38:41 +0200
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.ru.nl>
Subject: Col: 0509.18: Linguïstisch Miniatuurtje CIII: Het Grote Taboe

Linguïstisch Miniatuurtje CIII:
Het Grote Taboe

"Zeg, ik lees altijd die Miniatuurtjes van je..."
"O ben jij dat?"
"He?"
"Sorry, flauwe grap. Wat wou je zeggen?"
"Kun je niet eens een keer wat schrijven over gewoon hedendaags Nederlands?"
"Hoe bedoel je dat?"
"Nou, die stukjes gaan altijd over van die bijzondere verschijnselen die toch nooit voorkomen, en waar je in de dagelijkse praktijk niet echt mee te maken krijgt."
"Pardon?"
"Ja, en van die ingewikkelde wetenschappelijke analyses!"
"Ingewikkelde wetenschappelijke analyses."
"Precies! Dat je denkt, wat moet ik daar in hemelsnaam mee in de dagelijkse praktijk?"
"De dagelijkse praktijk."
"Ja, schrijf daar eens over, bijvoorbeeld op school, of als je een brief moet schrijven, of voor mijn part op het internet, ook altijd leuk, in een chatroom of zo."
"In een chatroom."
"Ja man, spreek je ook de jongeren aan. Of doe eens iets met SMS-taal, daar schrijft tegenwoordig ook iedereen over. Of straattaal. Iets Talpa-achtigs zal ik maar zeggen."
"Jaja. Moet ik er dan ook een reclameblokje instoppen?"
"Ja, haha. Maar zou dat niks zijn, iets over gewoon hedendaags Nederlands?"
"Ik dacht dat ik al schreef over gewoon hedendaags Nederlands."
"Ja, goed, daar begin je dan vaak mee en dan zit je toch al weer heel gauw in zo'n academische spitsvondigheid."
"Hm."
"Dan denk ik, waarom kan dat niet duidelijker?"
"Hoe bedoel je, duidelijker?"
"Nou ja, dat je gewoon zegt hoe het zit, en dat je dan een duidelijk advies geeft."
"Geef eens een voorbeeld, van zo'n duidelijk advies."
"Nou bijvoorbeeld dat je onder een brief bij dezen moet schrijven en niet bij deze."
"Ik wist niet dat dat moest."
"Ja natuurlijk moet dat! Het is toch een derde naamval? Je gaat me toch niet vertellen dat je dat niet wist?"
"Ik had geen idee. Maar luister eens."
"Ja?"
"Dat vind jij dus gewoon hedendaags Nederlands?"
"Jazeker! Dat komt in bijna iedere brief voor."
"Ik zou zeggen dat het hedendaagser is om geen derde naamvallen te schrijven."
"Maar het staat anders in elk taaladvieswerk zo, hoor. Kijk maar, hier bijvoorbeeld, op het Taalunieversum."
"O ja, natuurlijk, nou zie ik het. Ja, dan ben ik uitgepraat."
"Kijk!"
"Weet je waar ik eigenlijk wel eens een stukje over zou willen schrijven?"
"Nee?"
"Maar dat durf ik niet zo goed."
"Vertel op man!"
"Dat is over het Grote Taboe op taalgebied."
"Wat is dat dan?"
"Het taboe op grammaticale discussie."
"Wat bedoel je daar nou weer mee?"
"Heb je wel eens gemerkt dat geen enkel grammaticaal taaladvies ooit echt ter discussie staat?"
"Ga weg, dat geloof ik niet."
"Grammaticale adviezen zijn in steen gebeiteld. Daar verandert nooit iets aan. Hoogstens wordt het toelaatbaar geacht dat er de hand mee wordt gelicht, maar dan wordt er altijd bij gezegd: eigenlijk zit het zus, maar tegenwoordig doet iedereen het zo."
"Geef eens een voorbeeld dan."
"Ik heb het geprobeerd, weet je."
"Wat?"
"Om zo'n grammaticaal taaladvies ter discussie te stellen."
"Wanneer was dat dan?"
"Dat waren die stukjes over de reizigers worden verzocht."
"O ja, dat weet ik nog. Eigenlijk moest het zijn wordt verzocht, maar jij toonde aan dat je beter worden kon zeggen, althans in spreektaal, was het niet zo?"
"Kijk nou doe jij het ook. Nee, zo was het niet!"
"Hoe zat het dan?"
"Ik toonde aan, met een waterdichte grammaticale redenering, dat het eigenlijk worden verzocht moest zijn, en dat taalkundigen het daar in de negentiende eeuw al over eens waren, en dat die kwestie in de taaladviezen is ontspoord tot het tegengestelde advies."
"Jaja"
"En bij dat foute advies hoort een onjuiste grammaticale redenering, namelijk dat de reizigers het meewerkend voorwerp zou zijn in de zin wij verzoeken de reizigers om over te stappen, hetgeen wordt "ondersteund" met de zin wij verzoeken AAN de reizigers om over te stappen, die volgens mij domweg ongrammaticaal is, maar die de taalgebruikers een eeuw lang door de strot is geduwd als "grammaticaal correct", terwijl niemand met een greintje taalgevoel zo'n zin spontaan zou uiten."
"Ik vind die zin anders heel goed kunnen."
"Ja, jij wel, want jij hebt schoolgegaan, zou Multatuli zeggen. Maar vind maar eens een tienjarig kind dat daar aan bij zet. Ga toch weg."
"Ik zie niet wat dat bewijst."
"Dat bewijst dat dat hele grammaticaliteitsoordeel van jou over die zin kunstmatig is. Beredeneerd. Omdat de grammaticale redenering niet ter discussie mag staan, moet die zin correct zijn."
"Jaja."
"En weet je wat het resultaat van die hele campagne van me was?"
"Nou?"
"Niets. Nada. Er is geen enkel taaladvies over deze kwestie wezenlijk veranderd. Ja, er worden wel braaf voetnoten toegevoegd van het type de taalkundige Coppen vindt dat er niets mis is met "worden verzocht", maar die toegeving stond al in vrijwel alle adviezen. Er is niemand die het lef heeft om te zeggen "Eigenlijk is wordt verzocht fout." Niemand. Niemand durft de grammaticale redenering die aan het foute advies ten grondslag ligt, ter discussie te stellen. Het is een taboe."
"Tja"
"Heel anders dan bij spelling trouwens."
"Hoezo dat dan?"
"Bij elke spellingverandering wordt er wel altijd flink gemopperd, maar al die "strenge taalmeesters" die voorheen pannenkoek afkeurden, zetten nu even zo vrolijk een rode streep door pannekoek. Zo'n omslag zie je bij een grammaticale kwestie nou nooit."
"Spelling daar zit anders wetgeving achter."
"Dat kan. Het zou kunnen dat Nederlanders een heilig ontzag hebben voor de wet. Niets is onmogelijk. Maar het blijft een feit dat radicale veranderingen door deskundigen onbekommerd worden voorgesteld."
"Dat is waar."
"En dat is nog het meest beangstigende van alles."
"Dat snap ik niet."
"Dat zijn dezelfde deskundigen voor wie een grammaticale redenering, hoe onjuist ook, eenmaal geaccepteerd, onaantastbaar is."
"Geef eens een voorbeeld."
"Zelfs Nicoline van der Sijs, die in haar veelgeprezen Taal als mensenwerk die hele worden-verzocht-kwestie nog eens in een historisch kader plaatst, citeert een artikel van mij met instemming, maar voegt er angstvallig aan toe: Hierbij kan wel worden opgemerkt dat het feit dat een bepaalde vorm oorspronkelijk is, deze nog niet correct maakt. En ze sluit af met het halfhartige Maar veel grond om 'de reizigers worden verzocht' fout te rekenen, is er in ieder geval niet."
"Wat is daar mis mee dan?"
"Nou, dat is toch gewoon hetzelfde als taaladviseurs al jaren zeggen? En let op hoe zij de grammaticale discussie vermijdt: het ging er mij immers niet om dat een bepaalde vorm oorspronkelijk was, maar een grammaticale analyse. In eerste instantie analyseert men de reizigers als lijdend voorwerp, en later heeft een of andere halve gare gezegd: moet dat geen meewerkend voorwerp zijn? En dan kun je blijkbaar als deskundige hoog of laag springen, de 'redenering' waarmee dat wordt 'onderbouwd' is niet meer vatbaar voor een rationele weerlegging. Niemand stelt die meewerkend-voorwerpanalyse serieus ter discussie."
"Maar waarom durf je daar niets over te schrijven dan?"
"Nou ja, blijkbaar maak ik me dan onmogelijk bij iedereen, zelfs bij mijn naaste collega's. Dat kan ik me natuurlijk niet permitteren."
"Jaja."
"Blijkbaar verwacht iedereen - ook gij, Brutus! - stukjes van mij waarin ik gevestigde grammaticale analyses nog eens onderstreep en voor het lekenvolk op amusante wijze toelicht. Nou, dat doe ik dan maar."
"Goed zo!"
"Al had ik graag dat stukje over het Grote Taboe geschreven. Maar dat kan nou eenmaal niet."

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]