0510.41 Terug
Vooruit 0510.b

Col: 0510.42

Date: Sun, 30 Oct 2005 02:35:40 +0200
From: Willem Kuiper <wkuiper@xs4all.nl>
Subject: Col: 0510.42: Column Willem Kuiper, no. 65: De Bijbel10daagse

Column Willem Kuiper, no. 65:
De Bijbel10daagse

Afgelopen zaterdag is de Bijbel10daagse van start gegaan.
"Een nieuwe jaarlijkse manifestatie in Bijbel(vertaal)land: De Bijbel10daagse! Van zaterdag 22 oktober tot en met dinsdag 1 november organiseren het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) en de Katholieke Bijbelstichting (KBS) in samenwerking met diverse partners een Bijbel10daagse. Het doel van deze tiendaagse is om de aandacht voor de Bijbel, gewekt door de verschijning van De Nieuwe Bijbelvertaling in oktober van het vorig jaar, vast te houden, opnieuw te stimuleren en uit te breiden."
Waar de islamisering van de Nederlandse samenleving al niet goed voor is. De Roomse moederkerk en haar weggelopen kinderen houden een familiereünie, en vieren de eerste verjaardag van De Nieuwe Bijbelvertaling. Dat diezelfde vertaling een jaar geleden door orthodox Nederland met verontwaardiging ontvangen werd, is men (gelukkig) al weer vergeten. Er zijn dringender zaken: de Bijbel als bindmiddel. De Bijbel niet alleen als geloofsboek, maar ook als literair en cultureel document. Vandaar ook de samenwerking met allerlei maatschappelijke en Bijbelorganisaties en een comité van aanbeveling met hele grote namen. Het thema van dit jaar luidt 'Kleurrijk Leven'. Waarmee niet verwezen wordt naar de deze week 80 jaar geworden Jan Wolkers, maar wél naar "de veelkleurigheid van de Bijbel en van onze multiculturele samenleving."
     Op zich heb ik niets tegen een initiatief dat beoogt het lezen van de Bijbel aan te moedigen. Als historicus ben je ziende blind en horende doof als je niet vertrouwd bent met het Bijbels referentiekader van onze voorouders. Of je nu een roman leest, een schilderij bekijkt of naar een muziekstuk luistert, onze cultuur is door en door geïmpregneerd met (de taal van) het Oude en het Nieuwe Testament. Ook Jan Wolkers, die toch vooral met Turks fruit geassocieerd wordt, kun je niet goed lezen zonder kennis van de tale Kanaäns.

In 1482 drukte Geraert Leeu te Gouda Die destructie van Jherusalem. Van deze tekst bestaat verbazingwekkend genoeg geen moderne editie, maar er wordt aan gewerkt! Wel bestaat er een facsimile-editie in beperkte oplage van Die destructie van Jherusalem, omstreeks 1525 gedrukt te Antwerpen door Willem Vorsterman.
     Wie denkt: dezelfde titel dus dezelfde tekst, vergist zich. De Destructie van Willem Vorsterman is een vertaling van de Franse tekst La vengeance de nostre Seignor. Een eerdere Middelnederlandse vertaling van deze tekst bestond al ten tijde van Jacob van M(a)erlant als Ons Heren Wrake, getuige de proloog van Die Historie van den Grale. Hoewel de tekst "wyde becant" was, wil Jacob over de auteur niet meer kwijt dan dat hij "een pape in Vlaenderlant" was. Jacob veroordeelt deze tekst als volstrekt ongeloofwaardig. En dat is hij ook. In een notedop samengevat: Keizer Vespasianus lijdt aan lepra en kan volgens zijn hofmaarschalk alleen maar genezen worden door aanraking met iets dat aangeraakt is door de Joodse profeet die uit nijd door de Joden is omgebracht. De hofmaarschalk gaat naar Jherusalem, vindt daar Veronica en keert met haar en haar doek - waarin een afdruk van het gelaat van Jezus - terug naar Rome. Vespasianus geneest en wreekt de profeet, zoals hij beloofd had, door Jerusalem dat bestuurd wordt door de opstandige Pylatus in te nemen, te verwoesten en grotendeels uit te moorden. Pylatus wordt levend gevangen genomen en in Vienne (Frankrijk) op een gruwelijke manier ter dood gebracht.
     De Destructie die Geraert Leeu drukte, lijkt een ontrijmde versie van Jacobs Wrake van Jherusalem, een tekst die hij op verzoek van zijn opdrachtgever toevoegde aan zijn vertaling/bewerking van de Historia scolastica van Pierre le Mangeur alias Petrus Comestor. Jacobs Wrake van Jherusalem is een sterk bekorte vertaling van De bello judaeico van Flavius Josephus. Van die tekst bestaan twee Latijnse vertalingen: die van Pseudo-Hegesippus (4e eeuw), en die op naam van Rufinus van Aquileia (340/5-410). De eerste is de oudste, maar sterk bekort. Die van Rufinus - tegenwoordig zoekt men de vertaling in de kring rond Cassiodorus (484/90-ca. 585) - lijkt integraal. Lijkt, omdat er geen moderne editie van bestaat. Jacob kende de Hegesippus-versie uit het Speculum historiale van broeder Vincent. Voor zijn vertaling maakte hij gebruik van de lange versie.

De manier waarop Jacob met Josephus omgaat is een verhaal apart. Een alles behalve vrolijk verhaal. Nu volsta ik met de mededeling dat zijn bewerking een homeopatische verdunning van het origineel is, waarbij doelbewust elke nuance terzijde geschoven werd, en de tekst een onverholen anti-Joodse teneur kreeg. Dat was het gevolg van de wijd verbreide en dus ook door Jacob aangehangen interpretatie van de val van Jeruzalem als de wraak van God voor de dood van Jezus. Vespasianus en Titus zijn proto-christenen met God aan hun zijde, Josephus is een bekeerling en de enige Jood die deugt.
     Voor wie Josephus nog niet gelezen heeft: Joseph, de zoon van Mattathias, was een telg uit het geslacht van de Machabeën, een militante priester, geboren in of omstreeks 37 te Jeruzalem. Joseph moet een hele goede opleiding genoten hebben, en zeer geïnteresseerd geweest zijn in de geschiedenis van zijn land en volk.
     Aan het begin van de opstand in het jaar 66 is hij legeraanvoerder in Galilea, waar hij onder andere verantwoordelijk is voor het versterken en provianderen van de Joodse steden, zodat die het te verwachten beleg door de Romeinen kunnen doorstaan. De manier waarop de vorige Romeinse procurator, Cestius Gallus, het hazenpad had moeten kiezen had de Joodse opstandelingen zoveel moed gegeven dat zij ervan overtuigd waren dat zij met Gods hulp wederom, en hopelijk nu voorgoed, zouden zegevieren.
     Keizer Nero nam geen risico en stuurde er zijn meest ervaren generaal Vespasianus op af, die zijn zoon Titus meenam alsook een door en door ervaren en loyaal leger. Hoe dapper en met de moed der wanhoop de Joodse opstandelingen ook vochten, zij bleken niet opgewassen tegen de routine, professionaliteit en de organisatie van de Romeinse legioenen.
     Joseph zelf verdedigde de stad Jotapata, en deed dat zo inventief, energiek en hardnekkig dat Vespasianus pas na een maandenlang beleg en met inzet van al zijn militaire macht de stad kon innemen, verwoesten en uitmoorden. Joseph vluchtte in een waterput, waar ook andere strijders een goed heenkomen gevonden hadden, en waar voldoende te eten en te drinken om het vertrek van de Romeinen af te wachten en daarna naar Jeruzalem te vluchten, om van daaruit de heilige oorlog voort te zetten.
     Zo ver kwam het echter niet, tijdens een nachtelijke verkenningstocht werd Joseph (door een vrouw) herkend en verraden. De Romeinse legerleiding wilde Joseph levend in handen krijgen, en nodigde hem uit zich over te geven. Hij zou goed behandeld worden... Joseph wilde op het aanbod ingaan, maar zag zich nu geconfronteerd met de verontwaardiging en woede van zijn lotgenoten, die overgave aan de ongelovigen als hoogverraad beschouwden. Zij opteerden voor collectieve zelfdoding. Om een lang verhaal kort te maken: Joseph stelde voor niet zichzelf maar elkaar door middel van loting te doden, waarbij hij het loten zo weet te manipuleren dat hij tot de laatste twee overlevenden behoorde.
     Joseph werd in de boeien geslagen, maar desondanks goed behandeld. Ook had hij contact met Romeinen - onder wie Titus - die hun bewondering en nieuwsgierigheid voor deze formidabele Joodse tegenstander niet konden onderdrukken. Joseph vroeg en kreeg audiëntie bij Vespasianus en vertelde hem dat hij in een droom gezien had dat de Joodse Profetie van de Ster - de geboorte van een Messias die over de hele wereld zou heersen - op hem van toepassing was! Toen Vespianus kort daarop inderdaad het keizerschap kreeg toegeschoven was hij overtuigd van Josephs bovennatuurlijke gaven. Titus maakte van Joseph een vrij man. En zo werd Joseph (Flavius) Josephus, en een steun en toeverlaat van Titus, aan wie de belegering van Jeruzalem werd toevertrouwd, nadat zijn vader naar Rome vertrokken was om daar orde op zaken te stellen.
     Josephus heeft al zijn invloed, macht en reputatie aangewend om de verdedigers van Jeruzalem - die onderling zeer verdeeld waren en elkaar naar het leven stonden - zo ver te krijgen dat zij zijn voorbeeld zouden volgen: zich overgeven aan de Romeinen om zodoende de stad en vooral de Tempel voor verwoesting te sparen. Wederom tevergeefs.

In Rome herschreef Josephus zijn oorlogsdagboek in een voor hemzelf, de Romeinen, Vespasianus en vooral Titus gunstige Geschiedenis van de Joodse Oorlog, waarin hij enerzijds de list, de moed en de onverzettelijkheid van de Joden prees, maar anderzijds hun 'blind' Godsvertrouwen, hun broederstrijd en hun gebrek aan realiteitszin en redelijkheid hekelde.
     Als vertrouwenspersoon en tolk van Titus had Josephus toegang tot elke gevangene die iets interessants te melden had. Dat in combinatie met zijn eruditie, intellect, retorisch talent en de wil om zijn 'verraad' goed te praten, leidde tot een bijzonder grondige en gedetailleerde weergave van de gebeurtenissen van zijn tijd en wat daarvan voorafging.
     En nu komt het: hoewel gedurende de Middeleeuwen De Joodse Oorlog als een historische getuige beschouwd werd van het bestaan van Jezus, en hoewel gedurende de Middeleeuwen iedereen wist dat de val van Jeruzalem en de verwoesting van de Tempel de wraak van God was voor de dood van Jezus, er staat niets in De Joodse Oorlog dat opgevat kan worden als een bewijs van de historiciteit van Jezus, en volgens Josephus zélf is de gewelddadige dood van Jacobus (de Mindere) in 62 de aanleiding en oorzaak van de val van de heilige stad.

Wie De Joodse Oorlog leest en het slot van De Oude Geschiedenis van de Joden wordt geconfronteerd met een zo nauwkeurig verslag van de gebeurtenissen van die tijd, dat het eigenlijk onbegrijpelijk is dat daar met geen woord gerept wordt over de Jezus zoals wij die kennen uit de evangeliën. Maar gek genoeg wel over Jan de Doper en Jacobus! Volgens Josephus moet het gewemeld hebben van profeten, die ofwel het Einde der Tijden predikten ofwel de komst van de Messias. Opmerkelijk in dit verband is de vermelding in II, 261-263 van een bijzonder charismatische profeet die Josephus aanduidt als 'de Egyptenaar' - in Josephus' ogen een bedrieger - die met 30.000 volgelingen vanuit de Hof van Olijven zijn intocht in Jeruzalem wil maken. Doet mij aan Palmzondag denken. En wat dat 'de Egyptenaar' betreft, in de nieuwtestamentische apocriefen lezen wij dat Jezus de eerste zeven jaren van zijn leven doorbracht in Egypte - en er is geen Kopt die daaraan twijfelt - waarheen de heilige familie gevlucht was om te ontkomen aan de moordlust van koning Herodes (de Grote). Lezing van Josephus' eerste boek van De Joodse Oorlog brengt aan het licht dat die hele kindermoord van Bethlehem wel eens een verzinsel zou kunnen zijn. De enige 'kinderen' van wie wij zeker weten dat Herodes hen heeft laten vermoorden waren zijn eigen volwassen zonen, maar dan alleen die zonen die geboren waren uit de Machabeuse prinsessen, die deze Arabier gehuwd had in de hoop zich als vorst acceptabeler te maken voor de Joden in het land, dat hem door Julius Caesar was toevertrouwd.
     Dat niet de dood van Jezus, maar die van Jacobus (de Mindere) de aanleiding en de oorzaak van de opstand en de ondergang van Jeruzalem was, wordt bevestigd door niemand minder dan de grote Hiëronymus (gest. 420) in diens De viris illustribus. Wanneer de wraakgedachte zijn intrede doet in het christelijk denken is mij (nog) niet bekend.

Hier aangekomen herinnerde ik mij een heel dik boek dat een vriend mij een paar jaar geleden cadeau gedaan had: James the brother of Jesus van Robert Eisenman. Om elk misverstand uit te sluiten, dit boek lijkt in niets op de The Da Vinci Code van Dan Brown en vergelijkbare boeken, die ik alleen maar ken uit boekbesprekingen. Ik moet niets hebben van die fantasie-boeken over Jezus, Julius Caesar en Maria Magdalena, en houd mij enkel en alleen bezig met apocriefe Bijbelboeken, omdat die zo belangrijk zijn voor kennis en begrip van middeleeuwse literatuur. Eisenman is geen fictie, maar pure wetenschap, en voor zover ik dat kan beoordelen van uitzonderlijk hoog niveau.
     Eisenman heeft zich eerst grondig verdiept in de Dode Zee Rollen, vooraleer hij als een patholoog-anatoom op de dood van Jacobus (de Mindere) inzoomde. Volgens onze Bijbel is Jacobus (de Mindere) één van de twaalf apostelen, en volgens de nieuwtestamentische apocriefen een volle neef van Jezus. Nadat Anna, de moeder van Maria weduwe geworden was, hertrouwde zij met Cleophas, een broer van Jozef, die haar een tweede Maria schonk, die de moeder werd van Jacobus de Mindere, Jozef de Rechtvaardige, Simon en Judas. Na de dood van Cleophas hertrouwde Anna met Salomon, die haar een derde Maria schonk, die de moeder werd van Jacobus de Meerdere en Johannes de Evangelist. Aldus Het Leven van de heilige Anna, waarvan ook geen moderne editie bestaat, maar er wordt aan gewerkt!

Bent u in deze materie geïnteresseerd, lees of herlees dan eerst het Bijbelboek Machabeën om de sfeer te proeven en kennis te maken met de mentaliteit van deze Joodse jihadi's.
     Lees vervolgens Josephus voor wat er in die tijd gebeurde en hoe klein de wereld ook toen al was. Toegegeven, De Joodse Oorlog is ook door Josephus geschreven om zichzelf te verdedigen tegen de beschuldiging als zou hij een landverrader zijn. Zijn pleidooi is dat hij zich heeft overgegeven om zijn land te redden! Terzijde, na de uitroeping van de staat Israël in 1948 werd Josephus postuum ter dood veroordeeld wegens landverraad, wat toch ook wel weer iets zegt over de onverzettelijkheid van het andere kamp.
     En lees daarna Eisenmans studie over de Joodse religieuze wereld, zoals die gedistilleerd kan worden uit de Dode Zee Rollen, en over de rol die Jacobus, de (jongere) broer en opvolger van Jezus, in het Jeruzalem van de jaren '50 speelde. Wat voor een man hij was, welk gedachtengoed hij voor stond, waarvan hij droomde, wat hij afwees. U zult kennis maken met een 'fundamentalist' die door en door Joods was, en in alles getrouw aan de Wet van Mozes.
     Het beeld dat wij van Jezus hebben - omdat het zo in dé Bijbel is overgeleverd - is de projectie van Paulus, een Hellenist die Jezus nooit gehoord, gesproken of gezien heeft, en die met zijn ideologie aan de haal gegaan is, met goedvinden en steun van Herodes Antipas en de Romeinse autoriteit. Terwijl de Joodse Ebionieten, Essenen, Nazareërs, Sicariërs, Zeloten en hoe ze ook mogen heten, zich doodvochten tegen de Romeinse bezetter kon Paulus een allegorische Jezus prediken, wiens rijk niet van deze wereld was, die hij tot Gods Zoon verheven had en de Christus noemde, en met wie hij dankzij de Heilige Geest communiceerde.
     De historische Jezus - die dus niet uit Nazareth kwam - zal een onverzoenlijke vrijheidstrijder geweest zijn, die door de Romeinen gevangengenomen en gekruisigd werd. Zeker niet iemand die de andere wang toekeerde...
     Met de inname van Masada in 73 en de collectieve zelfdoding van de Zeloten was Paulus' interpretatie van de Messias 'canoniek' geworden. De Handelingen werden waar nodig herschreven om de rol, de functie en het belang van Jacobus te verdoezelen, en op basis van de herschreven Handelingen werden achteraf de evangeliën geschreven: Jezus was vermoord door Paulus' tegenstanders: de conservatieve, fundamentalistische en wetsgetrouwe Joden. Waarmee bewust en weloverwogen niet zo zeer de kiem als wel de kiel van het antisemitisme gelegd werd. De Romeinen mochten hun handen in onschuld wassen, en waren slechts uitvoerders van de wil - en de wraak - van God.
     Niet alleen de apocriefe evangeliën zijn pseudo-biografieën, volgens Eisenman - en ik volg hem hierin - ook de canonieke evangeliën.

In het Nieuwe Testament wordt heel veel goeds gezegd. Natuurlijk ben ook ik van mening dat men zijn naaste moet liefhebben gelijk zichzelf, en dat het beter is om te huwen dan te branden, en die van de balk en de splinter vind ik ook een hele goede. Maar het wordt tijd dat Rome, Heidelberg, Genève, Canterbury, Dordrecht enz. publiekelijk afstand nemen van de evangeliën als 'historische documenten' en daarmee het lezen van de Bijbel een nieuwe dimensie geven.


links:

  • http://www.bijbel10daagse.nl
  • http://www.statenvertaling.net

    literatuur:

  • Robert Eisenman, James the brother of Jesus. Volume I: The cup of the Lord. London 1977.
  • Flavius Josephus, De Joodse Oorlog & Uit mijn leven. Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door F.J.A.M. Meijer en M.A. Wes. Baarn 1992.
  • Flavius Josephus, De Oude Geschiedenis van de Joden. Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door F.J.A.M. Meijer en M.A. Wes. Amsterdam enz. 1997-1998.

    P.S. Op de valreep werd ik door mijn mederedacteur P.A. Coppen gewezen op:

  • Thijs Voskuilen, Alias Paulus: de grondlegger van het christendom als geheim agent van Rome. Amsterdam 2002.

  • [Dit nummer][Archieven Kuiper]