|
|
|
Col: 0511.31
Date: Thu, 17 Nov 2005 11:30:09 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.ru.nl>
Subject: Col: 0511.31: Linguïstisch Miniatuurtje CVII: Vaag
Linguïstisch Miniatuurtje CVII: Vaag
"Hee, zag ik jou niet op het Onze Taalcongres?"
"Dat zou best kunnen."
"Wat vond jij van die discussie op het eind?"
"Je bedoelt die tussen Marc van Oostendorp en René Appel?"
"Ja precies."
"Marc als voorvechter van de totale vrijheid..."
"Zeg maar anarchie."
"En René als de pleitbezorger van de zero
tolerance."
"Dat zou hij zelf anders formuleren."
"En wat ik daarvan vond?"
"Ja, daar ben ik wel benieuwd naar."
"Het was eigenlijk dezelfde discussie als laatst in Rondom
Tien, over taalverloedering."
"Ja."
"Het had wel wat scherper gekund, dacht ik onmiddellijk na
afloop."
"Het ging er anders behoorlijk fel aan toe."
"Ja, maar het ging een beetje over bijzaken."
"Ik vond anders dat Appel wel een punt had, met die voorbeelden
van hem."
"Welke voorbeelden bedoel je?"
"Nou, dat mensen tegenwoordig overal het werkwoord
neerzetten gebruiken, een prestatie neerzetten, een
tijd neerzetten, iets goeds neerzetten. En dan dat
vreselijke naartoe! Mijn boosheid naar jou toe, een
gevoel naar jou toe."
"Wat is daar mis mee dan?"
"Nou ja! In plaats van de precieze bewoordingen gebruiken de
mensen steeds hetzelfde vage woord. Dat is toch taalverarming! Me
dunkt dat daar geen speld tussen te krijgen is. Dat werd in het debat
dan ook wijselijk vermeden."
"Weet je dat ik daar nou de hele tijd een ongemakkelijk gevoel
over had?"
"Hoezo?"
"Ik dacht eerst: wat is er mis met overkoepelende termen? Ondanks
het feit dat je meer dan driehonderd precieze woorden hebt voor
water (slootwater, regenwater,
mineraalwater), is die rijkdom geen reden om de overkoepelende
term water te veroordelen. En kijk eens naar een voorzetsel
als van. Dat wordt toch ook te pas en te onpas, in allerlei
betekenissen gebruikt? Een boek van mij, een boek van
Appel, een kistje van hout, een verslag van de
wedstrijd."
"Maar dit is toch iets anders?"
"Ik dacht aanvankelijk van niet. Maar nu zie ik wel dat het
anders ligt."
"Dus je bent het met René Appel eens?"
"Nee."
"Dat snap ik niet."
"Ik was in de veronderstelling dat René als taalkundige
hier goed over had nagedacht, maar daar lijkt het niet op."
"Hij heeft dus niet nagedacht?"
"Niet goed in ieder geval."
"Hoezo?"
"Wat betekent volgens jou leveren in een prestatie
leveren?"
"Ehh, dat iemand eh, eh, zijn best doet, zeg maar, en dan, eh,
nou ja, die prestatie levert, het woord zegt het al! Maar hoor
eens, het ís toch ook een prestatie leveren? Zo zit het
nu eenmaal!"
"Ja, dat snap ik wel, maar het betékent niets. Je zegt wel
een prestatie leveren, maar het woord leveren is daarin
wat taalkundigen noemen een 'semantische dummy': een soort opvulwoord
met een arme betekenis, omdat je nou eenmaal een werkwoord nodig hebt
om een zin te maken. Een prestatie leveren betekent niets meer
dan presteren. De huidige betekenis van leveren heeft
zich meer ontwikkeld tot het verkeer van goederen of diensten in een
economische transactie."
"Jaja."
"In dat licht bezien is de vervanging van leveren in
een prestatie leveren door neerzetten eerder een
precisering dan een vervaging van betekenis. Leveren in zijn
huidige betekenis is ongeschikt geworden, neerzetten drukt
beter uit wat je bedoelt."
"O?"
"Wat je neerzet, dat staat. Neerzetten benadrukt de
persoonlijke activiteit los van juridische verbintenissen, en de
onafhankelijke status van het neergezette product." "Hm, hm.
Ik blijf het toch een verarming vinden." "Dat
mag je ook best vinden, maar het is dan eerder een
culturele verarming dan een betekenisverarming."
"Een culturele verarming."
"Ik snap best dat je gehecht bent aan een bonte verzameling
verschillende werkwoorden die allemaal niets betekenen en die zich
alleen op historische gronden nog handhaven in de levende taal. Best,
maar draai het dan niet om. Zeg niet dat je tegen vage betekenis
bent, maar dat je dat juist wel wilt. Beschuldig mensen die
semantisch zorgvuldiger spreken niet ten onrechte van slordigheid."
"En hoe zit het dan met naartoe?"
"Daar heb ik al eens eerder iets over geschreven. Wat moet het
volgens jou zijn in plaats van boosheid naar jou toe?"
"Ehh, boosheid op jou?"
"En wat betekent dat op dan precies?"
"Ehh..."
"Niets! Dat betekent helemaal niets! Voorzetsels bij
complementen, zoals voorzetselvoorwerpen, hebben geen enkele, of een
totaal gedegenereerde betekenis. De zogeheten 'thematische rol' van
jou wordt geheel bepaald door boos, daar draagt
op niets aan bij."
"Maar is het dan niet gericht op?"
"Dat zal het ongetwijfeld aanvankelijk geweest zijn, maar daarmee
raak je precies de kern: als op dan al een rudimentaire
betekenis heeft, dan is het een richtingsbetekenis. Welnu, dat wordt
veel preciezer uitgedrukt door het voorzetsel naartoe."
"Wat is er dan mis met jegens?"
"Daar is niets mis mee. Maar wat betekent jegens?"
"Ehh, van de ene persoon naar de andere persoon?"
"Kijk, nou gebruik je zelf naar!"
"Maar jegens is dan toch preciezer, omdat het ook aangeeft
dat het om personen gaat."
"Dat wil ik graag toegeven, en van mij mag iedereen hier
jegens zeggen. Boosheid jegens jou, een gevoel jegens
jou. Ik vrees echter dat mensen jegens een te formeel
woord vinden. Als het gaat om de vervanging van het woordje op
door het meer gebruikelijke naartoe, dan zeg ik: dat is geen
kwestie van betekenisvervaging, maar eerder van
betekenisverscherping."
"Hm."
"En zo gaat het nou vaak met die kritiek."
"Wat bedoel je?"
"Mensen die andere taalgebruikers beschuldigen van slordigheid,
denken meestal zelf niet na. Ze grijpen de eerste de beste
"verklaring" aan voor hun eigen taalergernis, en weigeren zich te
verdiepen in wat er werkelijk aan de hand is."
"Dus jij vindt al die taalkritiek onterecht?"
"Niet per se! Mensen mogen best taalkritiek hebben, dat is ieders
goed recht. Waarom zouden mensen niet mogen hechten aan wat ze mooi
vinden, of niets meer lelijk mogen vinden? Het zou geen levende taal
meer zijn als iedereen alles maar leuk en aardig vond!"
"Maar waar heb je dan bezwaar tegen?"
"Zeg dan gewoon dat je dingen mooi of lelijk vindt. Noem ze voor
mijn part culturele verrijking of verarming, maar bazel niet al die
onzin na over betekenis."
"Jaja."
"De taal heeft geen baat bij algehele betekenisvervagingen. Er is
nog nooit een taal verdwenen of een maatschappij ten onder gegaan
omdat haar woorden niets meer betekenden."
Peter-Arno Coppen
|
|
|