0602.28 Terug
Vooruit 0602.30

Lit: 0602.29

Date: 23 februari 2006
From: Yves T'Sjoen <Yves.TSjoen@UGent.be>
Subject: Lit: 0602.29: Te verschijnen: D. van Hulle en Y. T'Sjoen. Denken op papier. (Antwerpen, 2006).

Te verschijnen

D. van Hulle en Y. T'Sjoen. Denken op papier. Antwerpen: AMVC-Letterenhuis, 2006 (AMVC-publicaties. Tekstgenetische studies, 8).
De bundel 'Denken op papier' (red. D. van Hulle en Y. T'Sjoen) brengt een selectie van de bijdragen die tijdens de studiedagen tekstgenese in 2003 en 2004 in het AMVC-Letterenhuis zijn gepresenteerd. Zowel het colloquium 'Geboorte van het vers' (2003) als 'Kopfarbeiter of Papierarbeiter' (2004) richtten de aandacht op de werkwijze van de schrijver. In de Duitse Editionswissenschaft wordt een onderscheid gemaakt tussen twee schrijverstypen: de 'Kopfarbeiter' en de 'Papierarbeiter'. Siegfried Scheibe definieert het onderscheid tussen beide typen, dat verdere methodologische consequenties blijkt te hebben (zoals voor de samenstelling van variantenapparaten). De 'papierschrijver' zou het literaire werk concipiëren op velerlei documentaire bronnen, met allerlei probeersels, varianten, directe correcties. De 'hoofdschrijver' daarentegen zou de tekst in zijn hoofd ontwerpen voor hij een quasi netafschrift aflevert.

Aan de hand van gevallenstudies over poëzie en proza, voornamelijk ontleend aan de Nederlandstalige literatuur, wordt deze problematiek op een veelzijdige, uitsluitend tekstgenetische manier benaderd, telkens weer uitgaande van het overgeleverde (handschriftelijke) werk van schrijvers, het ontstaansproces van de tekst, het creatieve werkproces van de schrijver.

De essaybundel biedt naast een verkennende, theoretische inleiding, met vooral ook inzichten over de werkwijze van de schrijver in de Franse critique génétique, bijdragen over zeer uiteenlopende denkers op papier: Paul Celan, Gaston Burssens, Herman Gorter, Jan Lauwereyns, Johan Daisne, Maurice Gillams, Raymond Brulez en Cyriel Buysse. Daarnaast zijn ook bijdragen van de schrijvers Paul Bogaert en Mark Insingel opgenomen. Een cd-rom met alle fasen in de tekstontwikkeling van het gedicht 'Iets refreinerigs' van Bogaert biedt een inkijk in de schrijverskeuken. Insingel reflecteert in expliciete bewoordingen over de eigen werkwijze.

Een groot gedeelte van de bijdragen rapporteert over het werk van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, het Huygens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen en de Universiteiten van Antwerpen en Gent. Voor het hier gepresenteerde tekstgenetische onderzoek is gebruik gemaakt van archivalia die in het AMVC-Letterenhuis en het Letterkundig Museum (Den Haag) worden bewaard.

Te bestellen bij het AMVC-Letterenhuis (verschijnt in maart 2006).


[Dit nummer]