|
Col: 0602.30
Date: Mon, 20 Feb 2006 10:57:14 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.ru.nl>
Subject: Col: 0602.30: Linguïstisch Miniatuurtje CX: Taalfout onder tijdsdruk
Linguïstisch Miniatuurtje CX: Taalfout onder tijdsdruk
In de NRC van 6 februari 2006 (toch een kwaliteitskrant geheten)
staat een artikel dat ontsierd wordt door een aantal taalfouten. En
dan gaat het me nog niet eens zozeer over spelfouten, hoewel ik niet
gemakkelijk voorbij lees aan een regel [...] die een minister
verbiedt haar mond open te treken, maar om overduidelijke
bewerkingsfouten als in de volgende passage (een weergave van een
uitspraak van universitair docent Fleuren van de Radboud
Universiteit): Universitair docent Fleuren zegt dat "het evident
is "dat een minister een dossier niet zo grondig kent als de rechter
en dat zij bovendien ook niet op de zitting is geweest waar de
rechter over alle zaken onduidelijk waren door nog eens vragen zijn
gesteld."
Aan de slordig geplaatste aanhalingstekens (ik heb de tekst met
interpunctie letterlijk overgenomen) is al te zien dat deze tekst in
vliegende haast in elkaar is gezet, met desastreus resultaat. Ook is
duidelijk dat de ontsporing aan het einde van de zin niet zomaar een
grammaticale vergissing is die in de loop van de formulering van de
zin is gemaakt, maar dat hier een bewerkingsfout aan ten grondslag
ligt. Blijkbaar is de zin eerst anders geweest en daarna veranderd,
zonder dat alle consequenties van die verandering zijn doorgevoerd.
Dat is wel een interessant puzzeltje. Want wat is die zin dan
geweest? Het gaat natuurlijk om dat stukje waar de rechter over
alle zaken onduidelijk waren door nog eens vragen zijn gesteld.
Voor de hand ligt allereerst dat er tussen zaken en
onduidelijk het woordje die is weggelaten (alle
zaken die onduidelijk waren). Verder leiden dat losse
woordje door en de lijdende vorm zijn gesteld al snel
tot de gedachte dat de woordgroep de rechter oorspronkelijk
in een door-bepaling heeft gestaan. De vraag is dan: waar heeft die
bepaling gestaan? Is het geweest waar over alle zaken die
onduidelijk waren door de rechter nog eens vragen zijn
gesteld, of waar door de rechter over alle zaken
die onduidelijk waren nog eens vragen zijn gesteld?
De tweede variant lijkt me onwaarschijnlijk. In dat geval zou de
journaliste het woordje door moedwillig achter waren
moeten hebben gezet, en daar lijkt geen enkele reden voor.
Waarschijnlijker is de eerste variant. Ik zou denken dat de
bedoeling is geweest om de passiefconstructie (door de rechter
[zijn] nog eens vragen [...] gesteld) te veranderen in een
actiefconstructie, met de rechter als onderwerp. Die
woordgroep moet dan verplaatst worden naar een positie
vóór de bepaling over alle vragen die onduidelijk
waren, want je kunt moeilijk zeggen waar over alle vragen die
onduidelijk waren de rechter nog eens vragen heeft gesteld. Dat
klinkt op zijn minst wat stroef. Dat bij verandering van de
passiefconstructie het woordje door nu moet worden
weggestreept, en dat zijn gesteld dan ook nog heeft
gesteld moet worden, is blijkbaar in de haast over het hoofd
gezien.
Toch bevredigt deze analyse me niet helemaal. Dat zijn maar liefst
drie vergissingen (het weggelaten die, het niet weggelaten
door, en het niet veranderde zijn), die min of meer
onafhankelijk van elkaar zijn gemaakt. Waarom is dat die daar
bijvoorbeeld weggelaten? Is dat gewoon slordigheid? Heeft dat niets
te maken met die andere verandering? Ik vind het maar vreemd.
Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat dat die er nooit
gestaan heeft. Dat de zin een weergave is van een typische
spreektaalconstructie als: waar als er nog zaken onduidelijk
waren door de rechter nog eens vragen zijn gesteld. Kijk, dat is
nou eens een zin waarvoor je een duidelijke reden tot bewerking zou
hebben. Die zin is in spreektaal volkomen geloofwaardig. Dat die
vragen van de rechter over die onduidelijke zaken gaan is in de
context van een gesprek duidelijk, maar in geschreven vorm kan dat
zo niet. Dat moet bewerkt worden. Hoe zou die bewerking in zijn werk
kunnen zijn gegaan?
Het meest storend in de hypothetische variant moet zijn geweest die
ingebedde bijzin als er nog zaken onduidelijk waren. Dat los
je op door ervan te maken over alle zaken die onduidelijk
waren. Dat is een bewerking in twee stukken: als er nog
wordt over alle, én het woordje die moet worden
ingevoegd. Laten we zeggen dat dat laatste achterwege blijft. Ten
tweede valt die lijdende vorm op. Er staat vast in het stijlboek van
de NRC: niet teveel lijdende vorm! Weg ermee dus. Daartoe moet de
rechter naar voren, door moet weg, en zijn moet
heeft worden. De journaliste doet alleen het eerste, en laat
de rest achterwege.
Onder deze reconstructie is er nog steeds sprake van drie fouten,
maar er is tenminste een duidelijke oorzaak gegeven voor het
weglaten van die: ook dat zou het gevolg kunnen zijn van de
bewerking (en niet van een of andere rare vergeetachtigheid).
Bovendien wordt nu de hele bewerking gekoppeld aan een onwenselijke
spreektaalvorm, die in de context waarschijnlijk is (de zin is de
weergave van een gesproken citaat).
Aantrekkelijk aan deze analyse is dat voor de hele omwerking maar
twee bewerkingsoperaties nodig zijn. Stel dat de journaliste zich
een mentaal beeld heeft gevormd van wat ze wil veranderen (bijzin
vervangen, en passief naar actief), en die twee veranderingen
tegelijk wil doorvoeren. Dan vervangt ze als er nog door
voor alle, en de rechter verplaatst ze naar voren. Op
dat moment komt de hoofdredacteur binnen om te vragen waar het
stukje blijft.
Peter-Arno Coppen
|