|
Col: 0603.11
Date: Mon, 13 Mar 2006 22:53:01 +0100
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.ru.nl>
Subject: Col: 0603.11: Linguïstisch Miniatuurtje CXI: Voetbal is grammatica
Linguïstisch Miniatuurtje CXI: Voetbal is grammatica
Wat is voetbal? Ja, een sport of een spelletje, maar wat is
het? Ik bedoel, kun je het aanwijzen, is het tastbaar, of is het
iets ongrijpbaars waarover we alleen maar in vage termen kunnen
praten?
Je kunt een wedstrijd op de televisie aanwijzen en zeggen: "Dat is
voetbal", maar dat is dan eigenlijk geen voetbal, daar wordt voetbal
gespeeld. Een voetbalwedstrijd is een soort instantie, een
verschijningsvorm van de hele sport. Je kunt ook tegen een bal
trappen en zeggen dat dát voetbal is, maar eigenlijk is dat
alleen maar een onderdeel van het voetbal. Tegen een bal trappen is
een van de dingen die je doet als je voetbalt, dat is ook niet het
voetbal zelf. En de spelregels van de FIFA dan? Hebben die niets te
maken met wat voetbal precies is? Maar de regels geven wel de
grenzen aan waarbinnen het voetbal zich moet afspelen, maar om nou
te zeggen dat die het hele voetbal zijn, dat lijkt toch ook niet
helemaal juist.
Wie bereid is om hier een beetje over te filosoferen, komt al gauw
tot de conclusie dat er drie dingen essentieel zijn voor de vraag
wat voetbal nu eigenlijk is. Ten eerste moet er iets zijn dat zich
in het hoofd en de spieren van iedere voetbalspeler bevindt. Wie kan
voetballen, heeft iets aangeleerd waardoor zijn hersenen weten welke
bewegingen er moeten worden aangestuurd in welke situaties. Er
bevindt zich een bal op die en die afstand, er loopt een aanvaller
op het randje van buitenspel, en er staat een harde wind die van
linksvoor komt. Dan moet je met je rechterbeen ongeveer zó
hard op die en die plaats de bal raken, en dan zal die bal daar en
daar terecht komen. Het is natuurlijk allemaal oneindig veel
ingewikkelder (je moet ook weten waar je moet staan, en "de
wedstrijd kunnen lezen", kortom, iedere voetballer is een genie in
zijn soort), maar het principe is eenvoudig: de voetballer heeft een
bepaald "voetballend vermogen" dat hard ingebakken is in zijn geest
en lichaam. Zonder dat individuele vermogen is er geen voetbal
mogelijk.
Bij de uitvoering van dat vermogen kan er wel eens wat mis gaan: je
kunt een bal verkeerd raken, of iets over het hoofd gezien hebben,
maar toch weet iedere voetballer in principe wat hij in welke
situatie zou moeten doen. Voetbal is een individuele vaardigheid.
In principe zou je dat individuele voetbalvermogen in een hersenscan
kunnen aanwijzen. Ongetwijfeld zullen er bij de uitvoering van
sommige spelmomenten bepaalde patronen van hersencellen actief
worden. Dat individuele voetbalvermogen is daarmee aanwijsbaar,
tastbaar, het "bestaat echt".
Een tweede ding dat je voetbal zou kunnen noemen is het feit dat een
team als geheel in staat is om een wedstrijd te spelen. Het geheel
is hier anders dan de som van de delen: het team is niet zomaar een
verzameling individuen, het heeft ook als collectief een voetballend
vermogen. Een team dat alleen maar uit sterren bestaat (bijvoorbeeld
Real Madrid) kan best verliezen van een sterk collectief. Het
voetbal, zo zou je kunnen zeggen, is dan het totale vermogen van een
team om een wedstrijd te spelen.
Ook daarbij gaat er wel eens wat mis. Een team kan wel het vermogen
hebben om een goede wedstrijd te spelen ("neer te zetten"), maar
toch af te toe een "off-day" hebben, of gedurende een korte periode
de wedstrijd uit handen geven. Ook hier is het ideale vermogen van
het collectief niet altijd (of misschien wel bijna nooit) gelijk aan
de praktijk.
Dat collectief is trouwens wel wat moeilijker aan te wijzen dan het
individuele vermogen. Je kunt het niet met een of andere scan
zichtbaar maken, het blijft een beetje een kwestie van
interpretatie. Je moet een deskundige zijn om het te kunnen zien. En
je kunt je afvragen of het wel "echt bestaat".
Ten derde heb je verschillende theorieën over hoe je voetbal
moet spelen. Je hebt het reglementenboek van de FIFA, de UEFA en de
diverse nationale bonden, maar je hebt ook trainershandleidingen en
allerlei goedbedoelende deskundigen, die haarfijn het verschil
tussen het 3-3-4-systeem en het 4-2-4-systeem kunnen uitleggen.
Afhankelijk van de trainer zal iedere ploeg, binnen de grenzen van
de reglementen, een keuze maken uit de gangbare theorieën en
strategieën, en zich zo goed mogelijk daaraan proberen te
houden. Dat zal vaak niet lukken, maar iedereen heeft wel de
overtuiging dat dat het beste zou zijn.
Dat zijn dus drie dingen die je voetbal zou kunnen noemen: het
individuele vermogen, het collectieve vermogen, en de regels en
normen. Wie voetbalt, moet het individuele vermogen hebben om dat te
doen, moet dat in een team kunnen doen, hij zal zich aan de regels
moeten houden, en aan de normen proberen te voldoen. Dit ligt
allemaal erg voor de hand, en het is niet echt moeilijk te
begrijpen.
Het verbazende is, dat voor het begrip "grammatica" vrijwel
hetzelfde geldt als voor voetbal. Ook voor grammatica zijn er drie
dingen die je als wezenlijk zou kunnen beschouwen. Iedere
taalgebruiker heeft in zijn hoofd en spraakorganen het vermogen
opgeslagen om taal te gebruiken. Daarbij zal er best wel eens iets
misgaan, maar in principe kan iedereen alles zeggen en begrijpen. En
zoals sommige voetballers meer bewegingen in huis hebben, of
handiger zijn in de uitvoering, zo hebben sommige taalgebruikers ook
een groter arsenaal aan woorden en uitdrukkingen tot hun
beschikking. De beroemde taalkundige Noam Chomsky noemde dit
individuele taalvermogen competence, en de individuele
praktijk de performance.
Taal gebruik je echter ook altijd in een taalgemeenschap, en de
taalgemeenschap als collectief heeft ook een bepaald vermogen
ontwikkeld, dat in ieder geval anders is dan de som der delen. Een
taalgemeenschap is niet zomaar een verzameling taalgebruikers, het
is ook een collectief. Dat is de tweede betekenis van het woord
grammatica. Die andere beroemde taalkundige, Ferdinand de Saussure,
noemde dat collectieve systeem de langue en de collectieve
praktijk de parole (dit is misschien niet precies zoals De
Saussure het zag, maar het komt er dicht bij).
Ook bij grammatica kun je de individuele variant in hersenscans
zichtbaar maken, en de collectieve grammatica is een stuk moeilijker
aan te wijzen. Je zou je, net als bij voetbal, zelfs kunnen afvragen
of zo'n collectieve grammatica wel "echt bestaat".
En dan ten derde: er zijn allerlei taalbeschrijvingen en
goedbedoelde taaladviezen op schrift gesteld, waar veel mensen zich
zo goed mogelijk aan proberen te houden. Voor een deel
noodgedwongen, omdat ze dwingend voorgeschreven zijn (bijvoorbeeld
op scholen, of in officiële publicaties), maar ook omdat
iedereen het idee heeft dat het zo hoort. Ook dat onsamenhangende
geheel van regels en normen noemen we gewoonlijk "de grammatica".
Voetbal en grammatica lijken dus wel heel erg op elkaar. Zijn er dan
geen verschillen? Jazeker wel: voetballen kan niet iedereen.
Peter-Arno Coppen
|