| 0603.33 |
|
|
|
0603.35 |
|
Lit: 0603.34
Date: 27 maart 2006
Pas verschenen
Dit 24e deel in de Zeven Provinciënreeks biedt een overzicht van de ontwikkeling en (internationale) doorwerking van de embleemfabel, met speciale aandacht voor de genrespecifieke vormen van imitatie en woord-beeld-relaties. Het boek bevat voor een groot deel reeds eerder door Smith (en Dirk Geirnaert) in artikelvorm gepubliceerd en nu geactualiseerd materiaal. Het eerste hoofdstuk geeft een historisch overzicht van het ontstaan van dit bimediale genre, waarvan de afbakening niet zonder problemen is, en gaat in op de Vlaamse grondleggers daarvan: Marcus Gheeraerts en Eduard de Dene. Hoofdstuk 2 behandelt in chronologische volgorde de fabelbundels die voor de Nederlandse situatie belangrijk zijn. Hoofdstuk 3 biedt een nader inzicht in de ontwikkeling van het genre via de titelprenten van de bundels. Hoofdstuk 4 en 5 gaan in op de vaak problematische woord-beeld-relaties, dit naar aanleiding van de ontwikkelingsgang van twee afzonderlijke fabels door de eeuwen heen: 'Het dronken Hert' en 'De Slang en de Vijl'. Hoofdstuk 6 is gewijd aan de pamflettaire vormen van de embleemfabel met speciale aandacht voor de politieke propagandastrijd omstreeks 1672. Hoofdstuk 7 bespreekt de doorwerking van het genre van de embleemfabel onder meer in de beeldende kunst. Smith besteedt nogal wat aandacht aan de boekhistorische aspecten van het genre: behalve het hoofdstuk over de titelprenten zijn er voortdurend opmerkingen over de omzwervingen van koperplaten, vooral die van Gheeraerts. De bibliografie bevat een chronologische lijst van de ruim dertig besproken fabelbundels en een indrukwekkend overzicht van secundaire literatuur, waarin zeker ook de vele publicaties over een lange reeks van jaren van de auteur van dit boek garant staan voor kwaliteit. Een namenindex ontsluit het geheel. Piet Verkruijsse |