0604.25 Terug
Vooruit 0604.a

Col: 0604.26

Date: Sat, 15 Apr 2006 23:09:31 +0200
From: Willem Kuiper <wkuiper@xs4all.nl>
Subject: Col: 0604.26: Column Willem Kuiper, no. 70: Het evangelie van Judas

Column Willem Kuiper, no. 70:
Het evangelie van Judas

Nog maar net bekomen van de Ark van Johan wordt het Evangelie van Judas door National Geographic verkondigd. De aan deze publicatie gewijde website deelt ons mede dat het gaat om een:
      66-page codex, which contains a text called James (also known as First Apocalypse of James), the Letter of Peter to Philip, a fragment of a text that scholars are provisionally calling Book of Allogenes, and the only known surviving copy of the Gospel of Judas. [cursief van mij, W.K.]
Een codex? Geen boekrol!? Zou het niet kunnen zijn dat de (eenzijdig beschreven) blaadjes waaruit de boekrol was opgebouwd hebben losgelaten? Nee, de site is stellig en de TV-uitzending van afgelopen Goede Vrijdag-avond lijkt dit te bevastigen: het zou gaan om een 1700 jaar oude codex (gebonden boek) uit de derde of vierde eeuw van onze jaartelling, geschreven in het Koptisch, de taal van de Egyptische christenen. Het handschrift verkeerde in een onvoorstelbaar slechte conditie, maar dankzij een team van experts en de modernste technieken is men er na jaren werk in geslaagd de fragmenten tot een begrijpelijk verhaal te ordenen en te conserveren voor hen die na ons komen.
    De fragmenten zijn gevonden in de Egyptische woestijn. Niet door amateur- of beroepsarcheologen, maar door - als ik moet afgaan op wat ik op Radio 1 gehoord heb - schatgravers. Gewetenloze zandjutters die gis genoeg zijn om te weten dat wat zij vinden van onschatbare waarde kan zijn voor westerse kapitalisten. Natuurlijk moet elke archeologische vondst volgens de Egyptische wet aangemeld worden, maar op die manier kun je als goudeerlijke stroper nooit aan je zilverlingen komen. Als gevolg van de illegaliteit van de vondst moest deze onder erbarmelijke omstandigheden verborgen gehouden worden - waaronder het vriesvak van een koelkast - en vervolgens het land uit gesmokkeld. Nu de tekst is uitgegeven, vertaald en geconserveerd zal hij worden teruggegeven aan het land van herkomst. Een waarlijk groots gebaar!

De andere teksten in de codex worden genoemd maar ook niet meer dan dat. Alle aandacht gaat uit naar de tekst die - in de Engelse vertaling - eindigt met de woorden "The Gospel of Judas". Uit de tekst blijkt namelijk ondubbelzinnig dat het gaat om Judas Iscariot, de twaalfde apostel, die Jezus voor dertig zilverlingen verried, nota bene met een kus!
    In West-Europa heeft dit verraad van de Heer zo'n diepe indruk gemaakt dat de naam Judas besmet geraakt is. Geen vader hier die zijn zoon Judas noemt, anders dan om hem voor verrader uit te schelden. Hier is Judas dé Judas, en dé Judas is Judas Iscariot. In de Verenigde staten van Amerika ligt dat anders. Daar lieten de christenen die er vanaf de zeventiende eeuw hun toevlucht zochten zich niet zozeer inspireren door apostelen- en heiligennamen - zoals hier gebruikelijk vanaf ca. AD 1200 - maar door de wereld van het Oude Testament, met als gevolg daarvan een scala aan namen die je aan deze kant van de Atlantische Oceaan niet snel of vaak zult tegenkomen, waaronder Judas. Deze Judas is dus niet de door ons zo verachte Judas Iscariot en evenmin de volstrekt kleurloze apostel Judas Taddeus, maar de geweldenaar Judas de Makkabeeër, de held van het gelijknamige deuterocanonieke bijbelboek, dat iedereen zou moeten (her)lezen die een mening denkt te hebben over religieus fundamentalisme.

Wie was Judas Iscariot en wat weten wij van hem?
    Gedurende de Middeleeuwen kon men zijn biografie lezen in de Legenda aurea, de Gouden Gids van apostelen, heiligen en kerkelijke feesten. In de legende van de apostel Mathias, de opvolger van Judas Iscariot, lezen wij dat er in Jeruzalem een man woonde die Ruben heette - ook wel Symeon genoemd - geboren uit de stam van Juda(s), de derde zoon van aartsvader Jacob. Deze Ruben had een vrouw Cyboria genaamd. Op zekere nacht bekent Ruben Cyboria op een volstrekt legitieme wijze. Eenmaal in slaap gevallen krijgt Cyboria een angstdroom, waarin zij een zoon baart die de ondergang van zijn volk zal bewerkstelligen. Ruben reageert geërgerd en zegt dat zij door een demon voor de gek gehouden is. Cyboria echter neemt de droom serieus: als zij deze nacht zwanger geworden is van een zoon dan is wat haar betreft de voorspelling waarachtig.
    Als er inderdaad een zoon geboren wordt, verkeert Ruben in dubio. Heeft zijn vrouw gelijk dan is het beter het kind te doden, maar welke vader doodt zijn (eerstgeboren?) zoon? De kleine Judas wordt in een mandje in zee gezet, en het wordt aan God zelf overgelaten dit kind ofwel te (laten) verdrinken dan wel in leven te laten. Mand en baby spoelen aan op het eiland Scariot en worden aan het strand gevonden door de kinderloze en dus doodongelukkige koningin. Zij vindt het kind dermate mooi dat zij besluit het te adopteren en als haar eigen zoon aan de koning te presenteren.
    Wat ook nu nog wel gebeurt na een adoptie: de koningin wordt zwanger en bevalt van een zoon. Vanaf dat moment wordt Judas verteerd door afgunst, het echte kind van de koningin is 'natuurlijk' in alles superieur. Uit nijd treitert en knoeit Judas zijn jongere broer voortdurend, waarvoor hij ferm op zijn lazer krijgt van de koningin. Als de echte zoon oud genoeg is om te begrijpen dat Judas niet zijn echte broer is, scheldt hij hem uit voor vondeling. Een grotere belediging is moeilijk denkbaar en dus doodt Judas de prins van Scariot, en maakt vervolgens dat hij weg komt. Als Judas Iscariot arriveert hij in Jeruzalem, waar hij een baan krijgt aan het hof van Pylatus. Daar bevalt hij zo goed - soort zoekt soort - dat hij benoemd wordt tot hoofd van de huishouding.
    In zijn functie als drossaard maakt Judas het mee dat Pylatus - als ware hij een zwangere vrouw - een onbedwingbare trek krijgt in de appelen die groeien in de boomgaard van de buurman. Judas klimt over de muur van de boomgaard en in de boom om wat appels te plukken. Als de buurman hem hierop aanspreekt, ontstaat een gevecht dat Judas in zijn voordeel beslecht door de man met een steen op het hoofd te slaan. De weduwe krijgt Judas Iscariot als echtgenoot toegeschoven.
    Op een nacht als Judas net in slaap gevallen is - men denke aan Enide in Chrétien de Troyes' Erec et Enide - barst zijn echtgenote in een jammerklacht uit: eerst heeft zij haar kind in zee moeten verdrinken, vervolgens heeft zij haar man verloren, en toen zij daarover bij Pylatus haar beklag deed, gaf deze haar, tegen haar zin, een nieuwe echtgenoot. Judas realiseert zich nu dat hij zijn vader gedood heeft en zijn moeder tot vrouw genomen...
    Bij wijze van zelf opgelegde taakstraf wendt Judas zich tot Jezus, die hem als twaalfde en laatste apostel opneemt en hem opdraagt de kas te beheren. Judas - een vos verliest wel zijn haren... - maakt van zijn functie misbruik door tien procent van alle aalmoezen die aan Jezus en zijn apostelen gegeven worden, achterover te drukken. Toen hij er getuige van was dat Maria Magdalena voor 300 zilverlingen balsem uitstortte over Jezus' voeten, vond hij dat een zinloze verspilling. Niet omdat die balsem verkocht had kunnen worden en het geld aan de armen uitgedeeld, maar omdat hij nu naar zijn 10 % kon fluiten. Uit nijd verkocht hij daarom Jezus voor dertig zilverlingen. Te laat kreeg hij hier spijt van, en in een staat van wanhoop verhing hij zich.

Hoewel Jacob van Viareggio dit verhaal onder voorbehoud doorvertelt - "Legitur enim in quadam hystoria licet apocrypha" - de Middelnederlandse vertaler versimpelt de waarheid tot: ô Men leest in een historie [...].
    Natuurlijk heeft elke geletterde middeleeuwer in dit Leven van Judas het Leven van Mozes alsook het Leven van Oedipous herkend. Ruben is de naam van de oudste zoon van aartsvader Jacob, maar omdat de evangelist Johannes ene Sym(e)on (Iscariot) als vader van Judas noemt, wordt ook die vermeld.
    Dat het verhaal volstrekt ongeloofwaardig is - het eiland Scariot bestaat niet - is tot daar aan toe. Kwalijker is de voorstelling van zaken als zou Judas zijn Heer niet om ideologische, religieuze, politieke of relationele redenen verraden hebben, en evenmin na rijp beraad, maar in een opwelling van nijd en enkel en alleen om geld. Dat Judas van nature nijdig was en impulsief is, lazen wij in zijn biografie. En daarmee is het bewijs geleverd.
    Maar waarom had men eigenlijk Judas als verrader nodig? Omdat Jezus als twee druppels water op de apostel Jacob(us de Mindere) leek. Hun uiterlijke gelijkenis was zo groot - eeneiïge tweeling? - dat men Jacob wel de broer van Jezus noemde. Dat was hij niet volgens het Leven van Anna, de oma van Jezus. Jacob was niet meer dan een volle neef, namelijk de zoon van Alpheus en Maria Jacobi, de laatste een (half)zuster van Maria, de moeder van Jezus. Jacob had drie jongere broers: Symon de Zeloot, Judas Thadeus en Jozef de Rechtvaardige.
    Toen koning Herodes de Grote op zoek was naar de kleine Jezus nam hij geen halve maatregelen. Hij liet in Bethlehem alle jongetjes tot en met twee jaar oud uitmoorden in de hoop dat de Jezus die hij zocht daartussen zat. Waarom werd Jezus niet samen met al zijn apostelen gearresteerd? Waarom moest Judas Hem met een kus verraden, zodat Jezus als enige gevangengenomen kon worden. Vanwaar die individualiteit en subtiliteit in een maatschappij waar het er in werkelijkheid ontiegelijk veel collectiever, ongenuanceerder en wreder aan toeging?

Wie de moeite neemt het Leven van Judas de Makkabeeër te lezen gevolgd door de corresponderende hoofdstukken van de Joodse Oudheden en de Joodse Oorlog van (Flavius) Josephus gaat nog veel meer verhalen ongeloofwaardig vinden. En wie de moeite neemt James the brother of Jesus van Robert Eisenman te lezen, gelooft niets meer van wat er in de canonieke en deuterocanonieke evangeliën - het Evangelie van Judas incluis - over Judas Iscariot geschreven en verteld wordt.
    Zijn complex betoog samenvatten valt niet mee, maar het komt er volgens Eisenman op neer dat er een hooglopend conflict ontstond tussen enerzijds de orthodox Joodse familie van Jezus en anderzijds Paulus, een bekeerling met een ronduit dubieuze reputatie: tot zijn bekering had hij als Saulus met het Romeinse gezag gecollaboreerd. Volgens Jezus' familie was Jacob(us de Mindere) de ware opvolger, maar diens geestelijk leiderschap werd aangevochten door degeen die wij kennen als de apostel Paulus. Deze Paulus - die Jezus nooit gezien of gespoken had - claimde door goddelijke ingeving te weten wat Jezus werkelijk bedoeld had, en dat was heel wat anders dan een strikte naleving van de Oude Wet. Terwijl Jacob en zijn volgelingen het leven lieten door moord en zelfmoord kon Paulus met instemming en goedvinden - en volgens Thijs Voskuilen zelfs in opdracht - van de Romeinse autoriteit de nieuwe leer verkondigen.
    Die nieuwe leer was even pro-Romeins als anti-Joods: de volgelingen hoefden zich niet te laten besnijden, de boodschap van Jezus Christus was superieur aan de Wet van Mozes en de Romeinse overheid moest gehoorzaamd worden, aangezien zij heerste bij de gratie Gods. Voor de kruisdood van Jezus mocht het Romeins gezag in de persoon van Pylatus zich de handen in onschuld wassen. Jezus was immers verraden door een Jood, die ook nog eens de exemplarische Joodse naam Judas droeg, zoals ook theoloog Bert Aalbers opmerkte in de aan het Judas-evangelie gewijde TV-uitzending van de NCRV, afgelopen Goede Vrijdag-avond. Daarmee werd kwaadaardig gesuggereerd dat het niet om de daad van een enkeling ging als wel van een heel volk. Niet de Romeinen maar de Joden hadden Jezus in staat van beschuldiging gesteld, Zijn kruisdood geëist en afgedwongen, ondanks matigend optreden van de Romeinse overheid. Tenslotte hadden de Joden en masse de bloedwraak voor deze justitiële moord over zichzelf afgeroepen!
    Aan de juistheid van deze voorstelling van zaken kan men zelfs op basis van de canonieke evangeliën twijfelen, maar daar gaat het nu niet om. Het gaat nu om Judas Iscariot.
    Judas Iscariot heeft nooit bestaan. De toenaam Iscariot is volgens Eisenman een verbastering van Sicariër. De Sicariërs - letterlijk messetrekkers - vormden de militante vleugel van de Zeloten, waarover men in de Joodse Oorlog van (Flavius) Josephus kan lezen. Sim(e)on Iscariot was niet zijn vader, maar geënt op Simon de Zeloot, zoals Judas zelf geënt was op Judas de broer van Simon de Zeloot, de broer van Jacob(us de Mindere) en Jezus zelf...
    Wie geïnteresseerd is in de 'ware wereld' van het Nieuwe Testament zal teleurgesteld zijn na lezing van het Evangelie van Judas. Het bevat geen 'hoor en wederhoor' en nauwelijks extra informatie. Wat het wel doet, is expliciet het bestaan van Judas Iscariot en diens 'overlevering' van de Heer erkennen. Hoewel de canonieke vertaling 'verraden' onjuist is - 'overgedragen aan' schijnt accurater te zijn - is er dit keer geen sprake van zilverlingen. Het lijkt er zelfs op alsof Judas Jezus' helper was: hij gaf Hem het laatte zetje om zijn goddellijke missie te volbrengen.
    Deze redenering kom je ook tegen in middeleeuwse debatten tussen Joden en christenen, geschreven door christenen. De Joden verdedigen zich tegen de dood van Jezus door te zeggen dat Hij gedood moest worden om de mensheid te kunnen verlossen. Met andere woorden: Judas was een werktuig in de hand Gods. Nee, zeggen de christenen dan: Judas verried Jezus niet om wille van de Verlossing, maar uit ordinaire geldzucht! Een voorstelling van zaken die wonderwel overeenstemde met het beeld van de Joodse geldhandelaar, een van de pijlers van het historische en hedendaagse antisemitisme.

Volgens Eisenman zijn de nieuwtestamentische brieven (van Paulus) de oudste documenten van het christendom. Maar het beeld dat daarin van Jezus en van Zijn leer en levenswandel wordt geschetst is een karikatuur van de historische werkelijkheid. Niet voor niets luidt in de Dode Zee-rollen de taboenaam van de voormalige christen-vervolger Saulus, de latere Paulus: de Leugenaar. Op instigatie van Paulus werd - volgens Eisenman en ik geloof hem - het boek Handelingen der apostelen ingrijpend herschreven om de rol en het belang van Jacob te kleineren en te marginaliseren. Daarna pas - op zijn vroegst na de inname van Jeruzalem in AD 70 maar m.i. (veel) later, want de chronologie in de evangeliën klopt van geen kant - werden de evangeliën geschreven. Tegen die tijd kon Paulus c.q. zijn factie als overwinnaar zijn beeld van de door hem vergoddelijkte Jezus Christus canoniseren. Jezus is niet verraden door Judas, maar door Paulus!

------

Literatuuropgave:

  • Robert Eisenman, James the Brother of Jesus. Volume I: The Cup of the Lord. London 1997.
  • Thijs Voskuilen, Alias Paulus. De grondlegger van het Christendom als geheim agent van Rome. Amsterdam 2002.
Links:


[Dit nummer][Archieven Kuiper]