| 0604.25 |
|
|
|
0604.a |
|
Col: 0604.26
Date: Sat, 15 Apr 2006 23:09:31 +0200
Column Willem Kuiper, no. 70:
Nog maar net bekomen van de
Ark van Johan wordt het
Evangelie van Judas door National Geographic
verkondigd. De aan deze publicatie gewijde website deelt ons mede
dat het gaat om een:
|
| 66-page codex, which contains a text called James (also known as First Apocalypse of James), the Letter of Peter to Philip, a fragment of a text that scholars are provisionally calling Book of Allogenes, and the only known surviving copy of the Gospel of Judas. [cursief van mij, W.K.] |
De andere teksten in de codex worden genoemd maar ook niet meer dan
dat. Alle aandacht gaat uit naar de tekst die - in de Engelse
vertaling - eindigt met de woorden "The Gospel of Judas". Uit de
tekst blijkt namelijk ondubbelzinnig dat het gaat om Judas Iscariot,
de twaalfde apostel, die Jezus voor dertig zilverlingen verried,
nota bene met een kus!
In West-Europa heeft dit verraad van de
Heer zo'n diepe indruk gemaakt dat de naam Judas besmet geraakt is.
Geen vader hier die zijn zoon Judas noemt, anders dan om hem voor
verrader uit te schelden. Hier is Judas dé Judas, en
dé Judas is Judas Iscariot. In de Verenigde staten van
Amerika ligt dat anders. Daar lieten de christenen die er vanaf de
zeventiende eeuw hun toevlucht zochten zich niet zozeer inspireren
door apostelen- en heiligennamen - zoals hier gebruikelijk vanaf ca.
AD 1200 - maar door de wereld van het Oude Testament, met als gevolg
daarvan een scala aan namen die je aan deze kant van de Atlantische
Oceaan niet snel of vaak zult tegenkomen, waaronder Judas. Deze
Judas is dus niet de door ons zo verachte Judas Iscariot en evenmin
de volstrekt kleurloze apostel Judas Taddeus, maar de geweldenaar
Judas de Makkabeeër, de held van het gelijknamige
deuterocanonieke bijbelboek, dat iedereen zou moeten (her)lezen die
een mening denkt te hebben over religieus fundamentalisme.
Wie was Judas Iscariot en wat weten wij van hem?
Gedurende de Middeleeuwen kon men zijn
biografie lezen in de Legenda aurea, de Gouden Gids van
apostelen, heiligen en kerkelijke feesten. In de legende van de
apostel Mathias, de opvolger van Judas Iscariot, lezen wij dat er in
Jeruzalem een man woonde die Ruben heette - ook wel Symeon genoemd -
geboren uit de stam van Juda(s), de derde zoon van aartsvader Jacob.
Deze Ruben had een vrouw Cyboria genaamd. Op zekere nacht bekent
Ruben Cyboria op een volstrekt legitieme wijze. Eenmaal in slaap
gevallen krijgt Cyboria een angstdroom, waarin zij een zoon baart
die de ondergang van zijn volk zal bewerkstelligen. Ruben reageert
geërgerd en zegt dat zij door een demon voor de gek gehouden
is. Cyboria echter neemt de droom serieus: als zij deze nacht
zwanger geworden is van een zoon dan is wat haar betreft de
voorspelling waarachtig.
Als er inderdaad een zoon geboren wordt,
verkeert Ruben in dubio. Heeft zijn vrouw gelijk dan is het beter
het kind te doden, maar welke vader doodt zijn (eerstgeboren?) zoon?
De kleine Judas wordt in een mandje in zee gezet, en het wordt aan
God zelf overgelaten dit kind ofwel te (laten) verdrinken dan wel in
leven te laten. Mand en baby spoelen aan op het eiland Scariot en
worden aan het strand gevonden door de kinderloze en dus
doodongelukkige koningin. Zij vindt het kind dermate mooi dat zij
besluit het te adopteren en als haar eigen zoon aan de koning te
presenteren.
Wat ook nu nog wel gebeurt na een
adoptie: de koningin wordt zwanger en bevalt van een zoon. Vanaf dat
moment wordt Judas verteerd door afgunst, het echte kind van de
koningin is 'natuurlijk' in alles superieur. Uit nijd treitert en
knoeit Judas zijn jongere broer voortdurend, waarvoor hij ferm op
zijn lazer krijgt van de koningin. Als de echte zoon oud genoeg is
om te begrijpen dat Judas niet zijn echte broer is, scheldt hij hem
uit voor vondeling. Een grotere belediging is moeilijk denkbaar en
dus doodt Judas de prins van Scariot, en maakt vervolgens dat hij
weg komt. Als Judas Iscariot arriveert hij in Jeruzalem, waar hij
een baan krijgt aan het hof van Pylatus. Daar bevalt hij zo goed -
soort zoekt soort - dat hij benoemd wordt tot hoofd van de
huishouding.
In zijn functie als drossaard maakt
Judas het mee dat Pylatus - als ware hij een zwangere vrouw - een
onbedwingbare trek krijgt in de appelen die groeien in de boomgaard
van de buurman. Judas klimt over de muur van de boomgaard en in de
boom om wat appels te plukken. Als de buurman hem hierop aanspreekt,
ontstaat een gevecht dat Judas in zijn voordeel beslecht door de man
met een steen op het hoofd te slaan. De weduwe krijgt Judas Iscariot
als echtgenoot toegeschoven.
Op een nacht als Judas net in slaap
gevallen is - men denke aan Enide in Chrétien de Troyes'
Erec et Enide - barst zijn echtgenote in een jammerklacht
uit: eerst heeft zij haar kind in zee moeten verdrinken, vervolgens
heeft zij haar man verloren, en toen zij daarover bij Pylatus haar
beklag deed, gaf deze haar, tegen haar zin, een nieuwe echtgenoot.
Judas realiseert zich nu dat hij zijn vader gedood heeft en zijn
moeder tot vrouw genomen...
Bij wijze van zelf opgelegde taakstraf
wendt Judas zich tot Jezus, die hem als twaalfde en laatste apostel
opneemt en hem opdraagt de kas te beheren. Judas - een vos verliest
wel zijn haren... - maakt van zijn functie misbruik door tien
procent van alle aalmoezen die aan Jezus en zijn apostelen gegeven
worden, achterover te drukken. Toen hij er getuige van was dat Maria
Magdalena voor 300 zilverlingen balsem uitstortte over Jezus'
voeten, vond hij dat een zinloze verspilling. Niet omdat die balsem
verkocht had kunnen worden en het geld aan de armen uitgedeeld, maar
omdat hij nu naar zijn 10 % kon fluiten. Uit nijd verkocht hij
daarom Jezus voor dertig zilverlingen. Te laat kreeg hij hier spijt
van, en in een staat van wanhoop verhing hij zich.
Hoewel Jacob van Viareggio dit verhaal onder voorbehoud doorvertelt
- "Legitur enim in quadam hystoria licet apocrypha" - de
Middelnederlandse vertaler versimpelt de waarheid tot: ô Men leest
in een historie [...].
Natuurlijk heeft elke geletterde
middeleeuwer in dit Leven van Judas het Leven van
Mozes alsook het Leven van Oedipous herkend. Ruben is de
naam van de oudste zoon van aartsvader Jacob, maar omdat de
evangelist Johannes ene Sym(e)on (Iscariot) als vader van Judas
noemt, wordt ook die vermeld.
Dat het verhaal volstrekt
ongeloofwaardig is - het eiland Scariot bestaat niet - is tot daar
aan toe. Kwalijker is de voorstelling van zaken als zou Judas zijn
Heer niet om ideologische, religieuze, politieke of relationele
redenen verraden hebben, en evenmin na rijp beraad, maar in een
opwelling van nijd en enkel en alleen om geld. Dat Judas van nature
nijdig was en impulsief is, lazen wij in zijn biografie. En daarmee
is het bewijs geleverd.
Maar waarom had men eigenlijk Judas als
verrader nodig? Omdat Jezus als twee druppels water op de apostel
Jacob(us de Mindere) leek. Hun uiterlijke gelijkenis was zo groot -
eeneiïge tweeling? - dat men Jacob wel de broer van Jezus
noemde. Dat was hij niet volgens het Leven van Anna, de oma
van Jezus. Jacob was niet meer dan een volle neef, namelijk de zoon
van Alpheus en Maria Jacobi, de laatste een (half)zuster van Maria,
de moeder van Jezus. Jacob had drie jongere broers: Symon de Zeloot,
Judas Thadeus en Jozef de Rechtvaardige.
Toen koning Herodes de Grote op zoek was
naar de kleine Jezus nam hij geen halve maatregelen. Hij liet in
Bethlehem alle jongetjes tot en met twee jaar oud uitmoorden in de
hoop dat de Jezus die hij zocht daartussen zat. Waarom werd Jezus
niet samen met al zijn apostelen gearresteerd? Waarom moest Judas
Hem met een kus verraden, zodat Jezus als enige gevangengenomen kon
worden. Vanwaar die individualiteit en subtiliteit in een
maatschappij waar het er in werkelijkheid ontiegelijk veel
collectiever, ongenuanceerder en wreder aan toeging?
Wie de moeite neemt het Leven van Judas de Makkabeeër te
lezen gevolgd door de corresponderende hoofdstukken van de Joodse
Oudheden en de Joodse Oorlog van (Flavius) Josephus gaat
nog veel meer verhalen ongeloofwaardig vinden. En wie de moeite
neemt James the brother of Jesus van Robert Eisenman te
lezen, gelooft niets meer van wat er in de canonieke en
deuterocanonieke evangeliën - het Evangelie van Judas
incluis - over Judas Iscariot geschreven en verteld wordt.
Zijn complex betoog samenvatten valt
niet mee, maar het komt er volgens Eisenman op neer dat er een
hooglopend conflict ontstond tussen enerzijds de orthodox Joodse
familie van Jezus en anderzijds Paulus, een bekeerling met een
ronduit dubieuze reputatie: tot zijn bekering had hij als Saulus met
het Romeinse gezag gecollaboreerd. Volgens Jezus' familie was
Jacob(us de Mindere) de ware opvolger, maar diens geestelijk
leiderschap werd aangevochten door degeen die wij kennen als de
apostel Paulus. Deze Paulus - die Jezus nooit gezien of gespoken had
- claimde door goddelijke ingeving te weten wat Jezus werkelijk
bedoeld had, en dat was heel wat anders dan een strikte naleving van
de Oude Wet. Terwijl Jacob en zijn volgelingen het leven lieten door
moord en zelfmoord kon Paulus met instemming en goedvinden - en
volgens Thijs Voskuilen zelfs in opdracht - van de Romeinse
autoriteit de nieuwe leer verkondigen.
Die nieuwe leer was even pro-Romeins als
anti-Joods: de volgelingen hoefden zich niet te laten besnijden, de
boodschap van Jezus Christus was superieur aan de Wet van Mozes en
de Romeinse overheid moest gehoorzaamd worden, aangezien zij heerste
bij de gratie Gods. Voor de kruisdood van Jezus mocht het Romeins
gezag in de persoon van Pylatus zich de handen in onschuld wassen.
Jezus was immers verraden door een Jood, die ook nog eens de
exemplarische Joodse naam Judas droeg, zoals ook theoloog Bert
Aalbers opmerkte in de aan het Judas-evangelie gewijde TV-uitzending
van de NCRV, afgelopen Goede Vrijdag-avond. Daarmee werd kwaadaardig
gesuggereerd dat het niet om de daad van een enkeling ging als wel
van een heel volk. Niet de Romeinen maar de Joden hadden Jezus in
staat van beschuldiging gesteld, Zijn kruisdood geëist en
afgedwongen, ondanks matigend optreden van de Romeinse overheid.
Tenslotte hadden de Joden en masse de bloedwraak voor deze
justitiële moord over zichzelf afgeroepen!
Aan de juistheid van deze voorstelling
van zaken kan men zelfs op basis van de canonieke evangeliën
twijfelen, maar daar gaat het nu niet om. Het gaat nu om Judas
Iscariot.
Judas Iscariot heeft nooit bestaan. De
toenaam Iscariot is volgens Eisenman een verbastering van
Sicariër. De Sicariërs - letterlijk messetrekkers -
vormden de militante vleugel van de Zeloten, waarover men in de
Joodse Oorlog van (Flavius) Josephus kan lezen. Sim(e)on
Iscariot was niet zijn vader, maar geënt op Simon de Zeloot,
zoals Judas zelf geënt was op Judas de broer van Simon de
Zeloot, de broer van Jacob(us de Mindere) en Jezus zelf...
Wie geïnteresseerd is in de 'ware
wereld' van het Nieuwe Testament zal teleurgesteld zijn na lezing
van het Evangelie van Judas. Het bevat geen 'hoor en
wederhoor' en nauwelijks extra informatie. Wat het wel doet, is
expliciet het bestaan van Judas Iscariot en diens 'overlevering' van
de Heer erkennen. Hoewel de canonieke vertaling 'verraden' onjuist
is - 'overgedragen aan' schijnt accurater te zijn - is er dit keer
geen sprake van zilverlingen. Het lijkt er zelfs op alsof Judas
Jezus' helper was: hij gaf Hem het laatte zetje om zijn goddellijke
missie te volbrengen.
Deze redenering kom je ook tegen in
middeleeuwse debatten tussen Joden en christenen, geschreven door
christenen. De Joden verdedigen zich tegen de dood van Jezus door te
zeggen dat Hij gedood moest worden om de mensheid te kunnen
verlossen. Met andere woorden: Judas was een werktuig in de hand
Gods. Nee, zeggen de christenen dan: Judas verried Jezus niet om
wille van de Verlossing, maar uit ordinaire geldzucht! Een
voorstelling van zaken die wonderwel overeenstemde met het beeld van
de Joodse geldhandelaar, een van de pijlers van het historische en
hedendaagse antisemitisme.
Volgens Eisenman zijn de nieuwtestamentische brieven (van Paulus) de oudste documenten van het christendom. Maar het beeld dat daarin van Jezus en van Zijn leer en levenswandel wordt geschetst is een karikatuur van de historische werkelijkheid. Niet voor niets luidt in de Dode Zee-rollen de taboenaam van de voormalige christen-vervolger Saulus, de latere Paulus: de Leugenaar. Op instigatie van Paulus werd - volgens Eisenman en ik geloof hem - het boek Handelingen der apostelen ingrijpend herschreven om de rol en het belang van Jacob te kleineren en te marginaliseren. Daarna pas - op zijn vroegst na de inname van Jeruzalem in AD 70 maar m.i. (veel) later, want de chronologie in de evangeliën klopt van geen kant - werden de evangeliën geschreven. Tegen die tijd kon Paulus c.q. zijn factie als overwinnaar zijn beeld van de door hem vergoddelijkte Jezus Christus canoniseren. Jezus is niet verraden door Judas, maar door Paulus!
------
Literatuuropgave:
Links: