|
Rub: 0701.31
Date: 15 januari 2007
From: Paul Dijstelberge <P.Dijstelberge@uva.nl>
Subject: Rub: 0701.31: Rubriek Uit de STCN, no. 12: Het orgeltje van Yesterday
Rubriek Uit de STCN, no. 12: Het orgeltje van Yesterday
"Let me confess thee on a winter's day..." Ik ben een slecht en
ijdel mens: niet alleen begin ik dit stuk met 'ik' en herhaal ik dat
'ik' wel vier, vijf - nee zes maal in deze enkele zin, ik doe ook
nog eens niets liever dan mijn eigen stukken herlezen. Uit
zelfbescherming bewaar ik dan ook niets. Tijdschriften gaan bij het
oud papier, de digitale versies worden ver weg gestopt en eindigen
uiteindelijk via een afgedankte computer bij het chemisch afval. En
ik ben niet zo productief natuurlijk zodat ik gelukkig tijd genoeg
heb om Proust te herlezen.
Bij toeval vond ik wat stukjes terug die ik ooit heb geschreven voor
Neder-L omdat daar na al die (acht!) jaren nog steeds het rubriekje
'Uit de STCN' in het archief op de beginpagina wordt genoemd. En zo
kon ik wat oude stukken herlezen. Niet alles, want het begint met
nummer vijf. Wat stond er in de vier anderen? Ik herinner me een
woorden- (of gedachten)wisseling met Andre Hanou die ik zelf zeer
vermakelijk vond en de rest van de wereld terecht niet. Nu zijn we
allebei lid van een exclusief genootschap waarvan ik de naam zal
verzwijgen, maar het is niet genoemd naar een groot Nederlands
schrijver uit de achttiende eeuw. We zijn ook kleine uitgevers al is
Andre flink wat groter dan ik. Ik maak wel veel mooiere boeken.
Met interesse las ik mijn stukken over pamfletten: ik leg op het
moment (hopelijk) zelfs de laatste hand aan een proefschrift dat
hoofdzakelijk over pamfletten gaat. In dat stuk uit 1998 had ik het
al over vliegtuigspotters - "er zijn meer vliegtuigspotters in
Nederland dan historisch letterkundigen." Als ik ooit oud word en
flink seniel, dan zit ik in een verveloze inrichting en zegt mijn
kleindochter: opa heeft het steeds over Papoea's die vliegtuig
spotten, wat is dat oma? De verschillende bezigheden der Papoea's
vormen het andere hoofdthema in mijn overpeinzingen.
Ik herlas een passage over tolerantie en intolerantie tijdens het
twaalf-jarig bestand en wat we daaruit konden leren. Die conclusie
heb ik, iets anders verwoord, recent opnieuw getrokken en ik vond
het een belangwekkende vondst. Maar ik had hem dus al eens gedaan en
als een soort geinverteerde mini-Reve, mooier verwoord, in Neder-L
opgeschreven. Wat ik schrijf wordt wel eentoniger maar niet beter.
Een idee bedenken, het vergeten en het dan opnieuw bedenken. Zo vind
ik ook wel eens dingen uit die iemand mij eerder heeft verteld.
Veel interessanter vond ik het stuk over het digitaliseren van
boeken. Ik had alweer in 1998 in een maand tijd een boek van wel 100
bladzijden gefotografeerd met een Olympus 1400-L die 2700 gulden had
gekost. Daar ging een geheugenkaartje in van 25 mb en om dat snel te
kunnen inlezen in een computer was een adapter nodig. Die kostte 250
gulden. 250 gulden! Nu bedraagt de prijs van zo'n ding een tientje
en ik heb net een prachtige digitale spiegelreflexcamera gekocht
voor 800 euro. Daar gaan kaartjes in van 1 gigabyte die een euro of
30 kosten. Ik geloof dat een kaartje van 64 mb indertijd 1000 gulden
moest opbrengen. De hard-disk van mijn computer was, geloof ik,
veertig mb.
Had Zalm heeft dan toch gelijk toen hij zei dat het leven helemaal
niet duurder is geworden sinds de invoer van de euro? Niet helemaal:
in Amsterdam is door mijn collega-neerlandicus drs cum laude K. de
Blaffer een jaar of vier na 1998 een digitaal productiecentrum
opgericht dat een monopolie op digitale foto's heeft verworven en
dus woekerprijzen vraagt voor simpele plaatjes en astronomische
bedragen voor toch niet al te ingewikkelde datastructuren. Vooral
goedgelovige christenen zijn daar het slachtoffer van waaruit blijkt
dat God wel degelijk bestaat.
Bezoekers van de Amsterdamse UB mogen wel weer van alles zelf
fotograferen, zo lang ze het niet publiceren. In de KB is dat ook
zo, zodat alleen de Universiteitsbibliotheek van Leiden nog
achterloopt. Daar hebben ze een systeem dat me doet denken aan lang
vervlogen tijden. Een daartoe bevoegd ambtenaar - in wie ik de
fotograaf herkende - houd een boekje vast zodat de wetenschapper
daar een foto van kan maken. Die mag dertig keer de sluiterknop
indrukken, dan is de koek op. Tja. Wie vroeger een Spyker had, werd
binnen de bebouwde kom voorafgegaan door een vergelijkbare beambte
die een niet socialistisch bedoelde rode vlag omhoog hield zodat
kinderen en kleinvee zich uit de voeten konden maken. De snelheid
bedroeg vijf kilometer.
Maar het gaat vooruit. Ik ben nog altijd een overtuigde fan van
digitale facsimiles. De DBNL is prachtig, maar iedere tekst uit
ieder tijdperk wordt in een uniforme opmaak gepresenteerd. Die is
mooi maar niettemin een uniform, terwijl al die teksten natuurlijk
in klederdracht of mooie historische pakjes horen te paraderen in de
ziel van de lezer. Zelf geef ik geen zier om doorzoekbaarheid van
teksten - ik heb er begrip voor dat men daar anders over denkt. Het
uiterlijk van teksten vind ik juist weer heel belangrijk en dat het
de meeste van mijn collega-neerlandici totaal niet interesseert,
vind ik een stuk moeilijker te accepteren.
Ik maak nog steeds facsimiles. Tegenwoordig gaat dat een stuk
sneller en beter zodat ik samen met mijn broeder in het kwaad Ton
Harmsen inmiddels ruim 300 stukken heb gedigitaliseerd en op het net
gepubliceerd. Er zit weinig systeem in tot dusverre of het moest een
vergeten adagium van Marx zijn: in de heilstaat doe je waar je zin
in hebt: 's ochtends jagen, 's avonds vissen. Ogenschijnlijk doen we
maar wat en dat heeft te maken met onze uiteindelijke ambitie die we
in een jaar of drie, vier gaan realiseren: ALLE Nederlandse
letterkunde in facsimile op het net. Om te beginnen die van de
zeventiende eeuw.
Paul Dijstelberge
|