| 0709.25 |
|
|
|
0709.a |
|
Col: 0709.26
Date: 1 september 2007
Linguïstisch Miniatuurtje CXIX: Wie weet mij te overtuigen?Af en toe bekruipt mij het gevoel dat ik overal al eens iets over geschreven heb. Dat zal wel niet, misschien heb ik zo langzamerhand alleen de mogelijkheden van mijn denkraam uitgeput, maar toch kom ik steeds vaker grammaticale eigenaardigheidjes tegen waarvan ik denk: hee, heb ik daar al niet eens een miniatuurtje over geschreven?Natuurlijk hoeft het feit dat ik al eens iets besproken heb niet te betekenen dat het laatste woord erover gezegd is. Ik werk immers onder het aan Karel Appel toegeschreven levensmotto "Als je tachtig schilderijen per dag in elkaar dondert heb je meer kans dat er iets bij zit dan wanneer je er twee per jaar maakt," dus zo af en toe sla ik ook de plank wel eens mis. Toen ik onlangs nadacht over de ontleding van de zin Wie weet mij te overtuigen? schoot mij een miniatuurtje van twaalf jaar geleden (!) te binnen, getiteld Zie dat maar eens uit te leggen (http://www.neder-l.nl/archieven/miniatuurtjes/950209.html). Als ik dat nu nog eens doorlees zie ik dat het volslagen onbegrijpelijk is, maar ik gooi wel een balletje op dat ik eigenlijk nooit heb opgevangen. Ik denk dat ik nu kans zie om dat wel te doen. Het probleem van de zin Zie dat maar eens uit te leggen is dat je eigenlijk niet goed weet hoe je hem moet ontleden. Het is een gebiedende wijs, en er is geen variant met een onderwerp (hij ziet dat maar eens uit te leggen of zo, dat kan niet). Is dat uit te leggen het lijdend voorwerp bij zie? Dat zou je wel zeggen, want in een parafrase krijg je Zie maar eens of je dat uit kunt leggen, met een lijdend voorwerp en een extra hulpwerkwoord kunnen. "Uiterst suggestief," noemde ik dat in 1995, en ik suggereerde dat Zie in de oorspronkelijke zin misschien een "abstract modaal hulpwerkwoord" is. Tja, denk ik nu, waarom eigenlijk niet? Zie in die constructie heeft alle kenmerken van een hulpwerkwoord, het heeft geen eigen zinsdelen, en het heeft zonder twijfel een modale betekenis, die ruwweg met "kunnen" kan worden omschreven. Als zien een hulpwerkwoord is, zijn we meteen af van dat gekke dat uit te leggen dat een lijdend voorwerp zou zijn. Waarom ben ik daar twaalf jaar geleden dan niet verder op ingegaan? Ik denk dat ik toen dacht: het is wel een heel erg geïsoleerd geval. Je kunt niet zomaar allerlei rare veronderstellingen maken voor één aparte constructie. Maar nu is daar ineens Wie weet mij te overtuigen. Bij Wie weet mij te overtuigen? zitten we met hetzelfde probleem: mij te overtuigen, is dat het lijdend voorwerp bij weten? Dat zou je wel zeggen, want in een parafrase krijg je bijvoorbeeld Wie weet hoe ze mij kan overtuigen? Kijk, daar heb je dat kunnen weer! Blijkbaar heeft weten te ook die modale betekenis. Maar nu hebben we een constructie die niet beperkt is tot de gebiedende wijs. Er bestaan allerlei varianten: Weet mij maar eens te overtuigen, Zij weet mij te overtuigen, Zij heeft mij weten te overtuigen. Een volwaardige constructie dus. Daar kunnen we wat mee. Wat zegt de ANS hiervan? De ANS noemt weten met te+infinitief een "verplicht groepsvormend werkwoord." Het krijgt in de voltooide tijd geen voltooid deelwoord maar een infinitief, en: Het staat in de werkwoordelijke eindgroep op dezelfde plaats als (onder andere) de "oneigenlijk gebruikte modale hulpwerkwoorden." De ANS doet niet zo aan hulpwerkwoorden, maar eigenlijk staat hier met zoveel woorden dat weten in deze constructie een modaal hulpwerkwoord is. Dat "oneigenlijk gebruikte" snap ik nooit zo goed, maar de ANS signaleert dat weten te dezelfde distributie heeft als modale hulpwerkwoorden. Waarom noemen we ze dan eigenlijk niet zo? Bij koppelwerkwoorden zien we hetzelfde verschijnsel: dat betekenisarme werkwoorden, zoals vallen (in dat valt mij zwaar) en komen in (dat komt goed) in feite de rol van koppelwerkwoorden kunnen vervullen. Die noemen we dan "vervangende koppelwerkwoorden." Waarom noemen we zien en weten in de genoemde constructies geen "vervangende modale hulpwerkwoorden"? Ja maar, hoor ik u denken, Zij weet mij te overtuigen betékent toch iets heel anders dan Zij kan mij overtuigen? Nou ja, "iets heel anders", zo groot is dat verschil nu ook weer niet. Er komt een beetje een "volitioneel aspect" bij, dat zij haar hersens gebruikt of zo, maar dat is toch allemaal uitermate minimaal. En ook Zie dat maar eens uit te leggen komt ruwweg overeen met een aansporing om dat te doen: je moet dat maar eens uitleggen. Het lijkt erop dat zie hier het modale hulwerkwoord moeten vervangt (niet kunnen, zoals je aanvankelijk zou denken). Een benoeming van weten en zien als vervangend modaal hulpwerkwoord levert in elk geval minder problemen op dan wanneer je beide woorden als zelfstandig werkwoorden beschouwt en vervolgens onwaarschijnlijke lijdende voorwerpen moet gaan zitten zoeken. Weten vervangt kunnen, en zien (in die gebiedende wijs dan) vervangt moeten. Ik vind dat eigenlijk een heel bevredigende analyse. Moet ik daar nou twaalf jaar over doen? Peter-Arno Coppen |