0711.25 Terug
Vooruit 0711.a

Col: 0711.26

Date: 8 november 2007
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.ru.nl>
Subject: Col: 0711.26: Linguïstisch Miniatuurtje CXX: Ik ben niet gek

Linguïstisch Miniatuurtje CXX: Ik ben niet gek

Af en toe schrijf ik ook wel eens een stukje in de nieuwsbrief van onze studievereniging InTenS, de bloeiende vereniging van taalwetenschapstudenten in Nijmegen. Ja, ik moet nu eenmaal wat te schrijven hebben, anders word ik heel ongedurig. Enfin, de laatste keer ging het over die reclamecampagne van MediaMarkt, met de slogan MediaMarkt, ik ben toch niet gek? Ik had deze slogan net een aantal keren op de radio gehoord, en iedere keer dacht ik weer onwillekeurig aan de verkeerde betekenis: dat je wel gek zou zijn om bij MediaMarkt te kopen. Dat kon natuurlijk niet de bedoeling van de reclame zijn.

Nou is het niet mijn bedoeling om in dit miniatuurtje het opgewarmde kliekje van een reeds gepubliceerde analyse te serveren, maar het verhaal kreeg een aardige wending toen ik tot mijn verrassing van een collega kritische opmerkingen kreeg bij het stukje. Hij vond het allemaal te vergezocht. Ja, vergezocht is goed gevonden, denk ik dan, maar ik wil toch graag nog eens proberen om mijn argumentatie goed over het voetlicht te krijgen.

Mijn cruciale observatie was dat de frase Ik ben toch niet gek? een andere betekenis krijgt, afhankelijk van de intonatie van het gedeelte dat eraan voorafgaat. Als je dat eerste stuk uitspreekt met een dalende intonatie, dan betekent Ik ben toch niet gek? iets als "dat spreekt vanzelf". Spreek je het eerste stuk uit met een stijgende intonatie, dan gaat Ik ben toch niet gek? betekenen "nee dank je wel!" In de MediaMarkt-reclame wordt het woord MediaMarkt (je moet wel goed luisteren!) dalend uitgesproken.

Je kunt het goed zien met een voorbeeld dat qua semantiek beide kanten op kan. Neem een woord als Aardbeien. Zeg je Aardbeien? Ik ben toch niet gek?, dan bedoel je dat je wel gek zou zijn als je aardbeien zou willen hebben. Bijvoorbeeld, omdat ze niet bij dit seizoen horen, of omdat ze heel duur zijn, of bol staan van de bestrijdingsmiddelen. Zeg je echter Aardbeien! Ik ben toch niet gek?, dan geef je aan dat je juist gek zou zijn als je géén aardbeien zou willen hebben. Want veel vitamine C, heel goedkoop, het goede seizoen, noem maar op.

Die observatie klopt toch, niet? En je kunt hem ook uitbreiden: een vraag gevolgd door Ik ben toch niet gek? krijgt een negatief antwoord, en een uitroep gevolgd door Ik ben toch niet gek? wordt juist versterkt. Moet ik aardbeien eten? Ik ben toch niet gek? is negatief, Ik moet aardbeien eten! Ik ben toch niet gek? is positief. Ten opzichte van het eten van aardbeien, althans.

Tot zover niets aan de hand. Maar nou komt het. Ik vroeg me in het desbetreffende stukje af: hoe komt dat? Hoe kan het dat een frase voorafgegaan door een vraag een andere betekenis krijgt dan voorafgegaan door een uitroep? Het antwoord van mijn collega was: tja, dat is nu eenmaal pragmatiek. Betekenis verandert onder invloed van de context. Niks geks aan.

Ik zal niet ontkennen dat context iets met betekenis doet, maar in dit geval lijkt er me toch iets heel systematisch aan de hand. En los daarvan: ik vond mijn antwoord ook veel spannender. Dat antwoord luidde namelijk: het ís helemaal niet zo dat die frase een andere betekenis krijgt. Die betekenis is in beide gevallen hetzelfde!

De vraag Aardbeien? of Moet ik aardbeien eten? is namelijk een zogeheten "Ja/nee-vraag". Nou is er wel iets bijzonders met Ja/nee-vragen. Ik heb ooit een artikel van Wim Klooster gelezen in het tijdschrift Gramma/TTT, waarin hij opmerkte dat sommige negatief polaire items niet alleen in de context van negatie, maar ook in de context van ja/nee-vragen optreden. Bijvoorbeeld ook maar iets. Je kunt niet zeggen *Ik heb ook maar iets gehoord, maar wel Ik heb nergens ook maar iets gehoord. En hee, wat ook kan is Heb jij daar ook maar iets gehoord? Kloosters conclusie (een beetje kort door de bocht weergegeven): er zit een verborgen negatie in ja/nee-vragen.

Maar zo'n verborgen negatie in ja/nee-vragen is wel heel suggestief als je opmerkt dat in een bepaalde constructie de invulling van een ja/nee-vraag de betekenis in zijn negatie laat omslaan. Dan is het toch heel gek om daar géén gebruik van te maken in je semantische analyse, zou ik zeggen.

Dit was mijn analyse: de uiting X! Ik ben toch niet gek? betekent zoveel als "ik zou wel gek zijn om niet X te willen". Zeg je Aardbeien! Ik ben toch niet gek? dan betekent dat dus "ik zou wel gek zijn om niet aardbeien te willen". Door nu van X een ja/nee-vraag te maken, voeg je aan X zelf een negatie toe. Dat wordt dan iets als "niet X?". Dus X? Ik ben toch niet gek? impliceert: niet X? Ik ben toch niet gek? De betekenis van het totaal wordt daarmee "ik zou wel gek zijn om niet niet X te willen," met andere woorden: "ik zou wel gek zijn om X te willen." Zeg je dus Aardbeien? Ik ben toch niet gek? dan betekent dat "Ik zou wel gek zijn om aardbeien te willen." Omdat Ik ben toch niet gek? in beide gevallen hetzelfde betekent.

Een taalkundige die vasthoudt aan verschillende betekenissen, en deze uit de context wil afleiden (ironie, conventie, pragmatiek, wat dan ook) manoeuvreert zichzelf dus in een lastige positie. In mijn analyse is geen sprake van betekenisverschil in de frase Ik ben toch niet gek? Dat is in overeenstemming met het principe Occam's Razor, dat onnodige complicatie van de analyse verbiedt. Ten tweede wordt in mijn analyse gebruik gemaakt van het onafhankelijk gemotiveerde betekenisverschil tussen de uitroep en de ja/nee-vraag, een verschil dat gelegen is in de aanwezigheid van een verborgen negatie. Verder doet mijn analyse geen beroep op onduidelijke of ongrijpbare kenmerken van de uiting of de context.

Het ligt dus misschien wel voor de hand om te zeggen dat dit hele geval contextueel bepaald is, maar bij nader inzien is dat een veel te gecompliceerde opvatting. Het wordt dan totaal onduidelijk wat precies het vermeende betekenisverschil veroorzaakt. Zeker als je een beroep gaat doen op iets als "ironie" is het hek van de dam. Behalve dat je daar bijna alles mee kunt rechtpraten, is het ook nog eens niet falsifieerbaar. Dat zou dus echt je laatste verklaringsgrond moeten zijn.

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]