|
Col: 0803.34
Date: 21 maart 2008
From: Marc van Oostendorp <marc.van.oostendorp@meertens.knaw.nl>
Subject: Col: 0803.34: Column 62 van Marc van Oostendorp: Het volk, de koningin en ik
Column 62 van Marc van Oostendorp: Het volk, de koningin en ik
De mensen - u weet wel, de man in de straat, lieden zoals u
en ik, de doorsnee taalgebruiker, Jan met de pet, onze achterban,
degenen voor wie wij het allemaal doen, de geïnteresseerde
leek, het gewone volk, de belastingbetaler, de zwijgende
meerderheid, onze informanten, de representatieve steekproef, mijn
spreekwoordelijke oma, degenen op wie Rita Verdonk zich richt, en de
kijkers thuis - interesseren die zich eigenlijk voor taal? Ik durf
er niets over te zeggen. Zeker niet sinds 14 februari van dit jaar.
In november vierde het Genootschap Onze Taal zijn 75-jarig bestaan,
en ze vroegen mij om iets te vertellen over uitspraakveranderingen.
Ik besloot me te laten inspireren door het werk van Jonathan
Harrington, een foneticus die uitspraakveranderingen in de
kersttoespraken van Koningin Elisabeth heeft onderzocht. Die
kersttoespraken zijn prachtig materiaal als je wilt laten zien hoe
de spraak van een individu zich in de loop van de tijd ontwikkelt.
Het is heel moeilijk om op een andere manier een individu bereid te
vinden om decennia lang ieder jaar op hetzelfde moment min of meer
dezelfde tekst uit te spreken. Dat had Harrington in zijn onderzoek
heel mooi laten zien, en zoiets leek me ook wel uitvoerbaar voor
koningin Beatrix.
Het blijkt nog niet gemakkelijk te zijn om alle opnames bij elkaar
te krijgen. Beeld en Geluid, de afdeling die het archief van
de publieke omroep beheert, is een onneembare vesting, waar iedereen
voortdurend ziek is, of met vakantie, of net ontslag heeft genomen.
Maar toen ik na vele maanden eindelijk de opnamen bij elkaar
geschraapt had, hoorde ik dat er in ieder geval met de r in
coda-positie duidelijk waarneembaar iets gebeurd is. Waar je
Beatrix' uitspraak in 1982 nog kon uitschrijven als waarde en
geboorte, zegt ze de laatste jaren iets wat je beter kunt
weergeven als waahde, geboohte. De r is geworden tot
een sjwa-achtige klank, die bovendien in de loop van de jaren korter
wordt.
Dat vertelde ik tijdens dat congres, en ik schreef het vervolgens
ook op, zodat Onze Taal het kon afdrukken in het congresnummer van
het tijdschrift.De redactie stuurde op 14 februari een persbericht
uit, en vervolgens werd ik anderhalve dag lang het middelpunt van
een storm van aandacht. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt, zelfs
toen ik hoogleraar Esperanto werd niet. Geen moment stond de
telefoon stil.
Hoe werkt zoiets? Als ik niet de koningin had genomen, maar
zevenentwintig jaar lang mijn moeder had opgenomen, was dat veel
edeler werk geweest, maar was al die aandacht niet gekomen, dat is
duidelijk. Belangrijk was in ieder geval dat het ANP en NOS
Teletekst het bericht allebei snel overnamen. De eerste telefoontjes
kwamen binnen een paar minuten binnen - waarbij dan nog moet worden
gezegd dat de meeste journalisten een omweg moesten maken, omdat ze
eerst naar de redactie van Onze Taal moesten bellen om mijn
telefoonnummer te krijgen.
De redacties van RTL Nieuws en RTL Boulevard meldden zich als
eersten, en stuurden allebei een filmploeg om me in de leeszaal van
het Meertens Instituut te filmen terwijl ik zogenaamd in het WNT
opzocht wat griesmeelpap betekent, want dat is nu eenmaal het
dagelijks werk van de taalwetenschapper. Maar ondertussen meldden
zich ook alle landelijke kranten. De royalty-verslaggever van
De Telegraaf schreef een stukje voor 'de drie' over hoe raar de
koningin eigenlijk praat, een verslaggever van de Volkskrant vroeg
me of dit eigenlijk wel nieuws was, en de redactie van de TROS
Nieuwsshow wilde me wel op zaterdagochtend in de studio hebben, op
voorwaarde dat ik geen andere grote interviews deed voor Radio 1.
Tamelijk bizar blijkt ook het systeem van 'quotes' te werken van het
radionieuwsbulletin. In de grotere radiojournaals van de publieke
omroep hoor je af en toe iemand - een deskundige of een betrokkene -
een zin zeggen als onderbreking van de nieuwslezer. Ik weet nu hoe
dat werkt. Je wordt opgebeld door iemand die zegt dat ze voor het
radionieuws werkt, dat ze het persbericht gezien heeft, en dat ze nu
een quote wil opnemen. Als je zegt dat dit goed is, zegt ze dat ze
je nu in de computer doet, en daarna hoor je een halve minuut alleen
gekraak. Opeens roept de dame van heel ver weg snauwen dat je nu
iets mag zeggen. Wat je dan in verwarring roept, wordt als quote in
het nieuws gemonteerd. Je naam wordt er niet bij genoemd, je wordt
alleen aangeduid als 'De Onderzoeker', ongeveer zoals men in de
middeleeuwen naar Aristoteles verwees als Philosophus.
En na anderhalve dag is het allemaal voorbij, de nieuwswaarde van de
rare r van de koningin is kennelijk zo groot dat de
berichtgeving niet een dag kan wachten. De enige redactie die me een
week later nog wilden interviewen, was de Nederlandstalige afdeling
van een commerciële zender in Australië.
Wat kunnen we hier nu uit leren? De bedoeling van zo'n actie is
natuurlijk om de taalkunde onder de aandacht te brengen van de
mensen. Maar lukt dat ook? Ik weet het niet helemaal zeker. Er zijn
in ieder geval een paar heel slechte stukken verschenen: het bericht
over de rare uitspraak van Beatrix in De Telegraaf heeft
waarschijnlijk geen enkel positief effect gehad, en die journalist
had ik achteraf beter niet te woord kunnen staan. Maar het rare is
dat je zulke dingen nauwelijks vantevoren kunt voorspellen. Heel
moeizame gesprekken leveren soms heel inzichtelijke stukjes in de
krant op, terwijl heel begripvolle interviewers achteraf
alleen naar de sensatie bleken te vissen. Er zijn in ieder geval een
paar interviews geweest waarover ik tevreden was, waar ik iets
serieus kon vertellen, terwijl de interviewer het ook even over de
koningin mocht hebben. Of Beatrix er ook zo over denkt, weet ik
niet, maar als ik op deze manier één scholier aan de
radio ervan heb overtuigd dat je in het leven ook taalkundige kunt
worden, ben ik tevreden.
Marc van Oostendorp
|