| 0804.20 |
|
|
|
0804.a |
|
Col: 0804.21
Date: 10 april 2008
Linguïstisch Miniatuurtje CXXIII: De lijdzame persoonEr wordt wat afgediscussieerd op het internet. Bijvoorbeeld op http://www.taalkundeforum.nl, onderdeel van http://www.wetenschapsforum.nl. Op 7 april 2008 stelde een lezer een vraag over twee zinnetjes die de gebeurtenis beschrijven dat iemand jou slaat. Je zou dan kunnen zeggen Ik onderga het slaan, maar kun je ook zeggen Ik onderga het geslagen worden? De lezer had hierover een discussie tijdens de afwas met zijn broer, die beide zinnen prima vond. De lezer zelf vond iets raars aan de zin Ik onderga het geslagen worden, maar kon er niet precies de vinger opleggen wat er nou vreemd was.De wetenschappers van http://www.wetenschapsforum.nl kwamen al snel op de proppen met de term "dubbel passief". Geslagen worden is een lijdende vorm, en met ik onderga iets druk je eigenlijk hetzelfde uit. Daarom is ik onderga het geslagen worden vreemd. Het is dubbelop. Dat klinkt aannemelijk, en de bijval was dan ook algemeen. Maar is dat wel terecht? Het is in ieder geval duidelijk dat de constructie Ik onderga iets, met op de plaats van iets een nominalisatie, geen alternatieve vorm van het passief is. Die gedachte is eenvoudig te weerleggen met de observatie dat je bijvoorbeeld op de plaats van iets de nominalisatie van een naamwoordelijk gezegde kunt hebben: ik onderga het ziek zijn, ik onderga het oud worden. Naamwoordelijke gezegdes kunnen niet gepassiviseerd worden, dus de constructie met ondergaan is zeker geen syntactisch passief. Ook de hypothese dat ik onderga iets strijdig zou zijn met de nominalisatie van een lijdende vorm kan onmiddellijk gefalsifieerd worden. Ervaringswerkwoorden als storen en amuseren kunnen best voorkomen in de constructie, maar alléén met een passief hulpwerkwoord. Je kunt niet zeggen ik onderga het storen of ik onderga het amuseren, maar wel ik onderga het gestoord worden en ik onderga het geamuseerd worden. Dat roept de vraag op: wat kan er dan in vredesnaam fout zijn aan Ik onderga het geslagen worden? Ik vrees: helemaal niets. Maar wat is hier dan aan de hand? Iedereen was het toch met elkaar eens? Ik vermoed dat in deze discussie vrij snel sprake is geweest van een gerationaliseerd taalgevoel. Er wordt onmiddellijk een aannemelijke redenering opgezet, en die versterkt de indruk dat een van de zinnetjes "eigenlijk fout" is. In de oorspronkelijke discussie (tijdens de afwas) was er in elk geval sprake van één moedertaalspreker die geen moeite had met de gewraakte zin, dus het is zeker niet het geval dat alle moedertaalsprekers hem als onacceptabel beschouwen. Als je probeert om andere nominalisaties in te vullen in de zin Ik onderga... , dan valt op dat bij sommige werkwoorden de actieve vorm, en bij andere de passieve vorm de voorkeur heeft. Wat is beter: Ik onderga het waarderen, of Ik onderga het gewaardeerd worden? Ik onderga het beledigen of Ik onderga het beledigd worden? Beide zinnen lijken mij in de passieve vorm het beste. Moet het zijn Ik onderga het toejuichen of Ik onderga het toegejuicht worden? Beide goed, zou ik zeggen. Ik onderga het aanbieden van een prijs of Ik onderga het aangeboden worden van een prijs? Alleen de eerste. Ook valt op dat sommige niet-passieve handelingswerkwoorden heel moeilijk in de constructie passen: ik onderga het lachen, ik onderga het zwemmen. Wat onderga je eigenlijk? Een handeling, zeggen de wetenschappers van http://www.wetenschapsforum.nl. Maar je kunt veel meer ondergaan dan alleen maar een handeling. Een ervaring, zou je zeggen, maar ook dat lijkt me niet helemaal juist. Het ervaringsaspect zit al in het werkwoord ondergaan, dus wat je ondergaat is eerder een gebeurtenis. Je ondergaat een onweer, je ondergaat een serenade, je ondergaat een feest, of kou. Alles wat je invult in de zin Ik onderga iets is dus de beschrijving van een gebeurtenis. Als je een handeling slaan invult, beschouw je dus slaan niet als handeling, maar als gebeurtenis. Een gebeurtenis waarvan jij een lijdzaam participant bent. Dat zie je bijvoorbeeld in Ik onderga het lachen, die misschien in eerste instantie vreemd klinkt, maar die je bij nader inzien heel goed kunt interpreteren als de beschrijving van de gebeurtenis dat er gelachen wordt, waarvan ik op de een of andere manier het slachtoffer van ben (ze lachen om mij). De vraag is dus hoe je de gebeurtenis waarvan je de lijdzame participant bent, het beste beschrijft: met een actieve vorm, dan wel met een passieve vorm. De gebeurtenis dat iemand jou slaat, kun je volgens mij op twee manieren beschrijven: met slaan en met geslagen worden. De tweede vorm is zelfs beter als er sprake is van een habituele gebeurtenis, een gebeurtenis die zich herhaalt. Het lijkt me beter om te zeggen Ik onderga het telkens maar weer geslagen worden dan Ik onderga het telkens maar weer slaan. Dat habituele aspect verklaart waarom Ik onderga het toejuichen net zo goed lijkt als Ik onderga het toegejuicht worden. Het ondergaan van toejuichingen kan heel goed iets incidenteels zijn, maar ook een terugkerende gebeurtenis. Bij Ik onderga het aanbieden van een prijs tegenover Ik onderga het aangeboden worden van een prijs ligt het wat dat betreft wezenlijk anders. Het ontvangen van een prijs is bij uitstek een incidentele gebeurtenis. Daarom is de habituele lezing erg onwaarschijnlijk. Forceer je die door een bepaling, dan wordt het meteen een stuk beter: Ik onderga het telkens maar weer aangeboden worden van prijzen met een zekere gelatenheid. Bij nadere beschouwing lijkt me dus weinig mis met ik onderga het geslagen worden. Maar misschien pleit het wel voor je als je dit een slechte zin vindt. Dat geeft namelijk aan dat je je niet goed kunt voorstellen dat het een habituele gebeurtenis is. En dat zou het natuurlijk ook niet moeten zijn, maar nu hebben we het niet meer over taalkunde. Peter-Arno Coppen |