| 0805.28 |
|
|
|
0805.b |
|
Col: 0805.29
Date: Wed, 21 May 2008 15:27:35 +0200 [21-05-08 15:27:35 CEST]
Linguïstisch Miniatuurtje CXXIV: Lezen als zintuig"Waar zit jij nou naar te kijken op je computer?""Nou, gewoon, DWDD." "Deeweedeedee?" "Dat ken je toch wel? DWDD, De wereld draait door." "Ik dacht dat die met vakantie waren." "Ja nee, dit is een oude aflevering. Staat gewoon op het internet." "O, uitzending gemist?" "Nee, ik had hem al eerder gezien." "Nee, ik bedoel ... eh, laat maar. Is dat niet allemaal verouderd?" "Hoe bedoel je?" "Het is toch een actualiteitenprogramma, waarom zou je daar oude afleveringen van bekijken?" "Nou, ik kon me een interessante taalkundige gebeurtenis herinneren." "Een taalkundige gebeurtenis?" "Bijna een verandering in de taal." "Bijna?" "Nou ja, het was een verspreking van de presentator, Matthijs van Nieuwkerk. Maar hij verbeterde het meteen." "O? Wat was dat dan?" "Hier, ik heb het net gevonden. Het was in een interview met Heleen Mees, op 4 maart 2008. Na precies 13 minuten en 16 seconden zegt Van Nieuwkerk dit: Ik heb je laatst lezen zeggen... en dan aarzelt hij, zich realiserend dat hij iets geks gezegd heeft, en hij herstelt het zo: ...althans, ik heb gelezen dat je zei..." "Hm. Noem je dat nou interessant? Dat is toch gewoon een vergissing?" "Ja, maar het is een interessante vergissing." "Nou ja zeg, hij herstelt het nota bene meteen! Wat zeur je nou?" "Maar waarom zegt hij nou net Ik heb je lezen zeggen...?" "Hij verwart het natuurlijk met Ik heb je horen zeggen, dat is toch duidelijk? Ik zie het probleem niet." "Maar waarom kun je wel zeggen Ik heb je horen zeggen en niet Ik heb je lezen zeggen?" "Tja, dat heb je toch ook bij andere werkwoorden? Zo kun je wel zeggen Ik liep een liedje te fluiten en niet Ik fietste een liedje te fluiten. Dat is toch gewoon toeval?" "Nee, wacht even, Ik liep een liedje te fluiten is iets anders dan Ik hoorde jou een liedje fluiten. Dat eerste is een hulpwerkwoord van aspect lopen, behorend tot de werkwoorden van lichaamshouding, de zogeheten posture verbs, en het laatste is een totaal andere syntactische constructie, de Accusativus cum Infinitivo." "Zo! Toe maar." "In zo'n zin als Ik hoor jou een liedje fluiten is jou tegelijkertijd het lijdend voorwerp bij horen én het onderwerp bij een liedje fluiten. Een onderwerp in een beknopte bijzin, dat komt nergens anders voor." "Nou goed, jij je zin, het is een accusativus cum infinidinges. Maar wat zou dat?" "Met die constructie is in het Nederlands iets vreemds aan de hand. Je hebt hem maar bij een paar werkwoorden. Afgezien van het verouderde achten (elk acht zijn uil een valk te zijn) komt hij alleen voor met werkwoorden die een zintuiglijke waarneming betekenen: ik zie jou lopen, ik hoor jou lopen, ik voel het water over mijn rug lopen, ik ruik het vlees aanbranden. Zien, horen, voelen, ruiken. De eerste twee zijn zeer productief, voelen is wat vreemder, en ruiken is ongebruikelijk. Alleen proeven ontbreekt in dit rijtje." "Maar daar heb je dan toch meteen de verklaring voor het feit dat Ik lees jou iets zeggen niet kan? Lezen is geen zintuig." "Hm, maar ik vroeg me af waarom Van Nieuwkerk het wél zei. Niet waarom hij het verbeterde." "Ja hoor es, mag iemand zich niet meer vergissen? Hij verbetert het toch meteen?" "Ja wacht nou even. Lees eens wat de Algemene Nederlandse Spraakkunst over die constructie zegt. Bijvoorbeeld over het verschil tussen Ik zag Jan in bad zitten en Ik zag dat Jan in bad zat." "Dat is toch hetzelfde?" "Nee, dat is het niet. De ANS signaleert dat je alleen kunt zeggen Ik zag Jan in bad zitten als je daadwerkelijk Jan ziet. Als je bijvoorbeeld ziet dat de badkamerdeur op slot zit, en je hebt redenen om aan te nemen dat Jan in bad zit, dan kun je wel zeggen Ik zag dat Jan in bad zat, maar niet Ik zag Jan in bad zitten." "Jaja. Subtiel, hoor. Maar wat heeft dat met lezen te maken?" "In die constructie met werkwoorden van zintuiglijke waarneming en accusativus cum infinitivo is er blijkbaar altijd sprake van een soort directe communicatie." "Directe communicatie?" "Als je zegt Ik hoor jou zingen, dan hoor ik dat jij zingt, en wel op het moment dat jij zingt. Ik kan wel zeggen Ik hoorde vandaag dat jij gisteren zong, maar niet *ik hoorde jou vandaag gisteren zingen. Die twee gebeurtenissen, het zingen en het horen, zitten als het ware in dezelfde zin. Dat is wat de taalkundige Arnold Evers dertig jaar geleden al Clause Union noemde." "Goed, dat wil ik allemaal best aannemen. Verdomd interessant, maar ik vraag nog eens: wat heeft dat met lezen te maken?" "Lezen en schrijven is van oudsher een indirecte manier van communicatie. In normale gevallen schrijft iemand iets op, wat vervolgens door iemand anders, op een andere tijd, op een andere plaats, gelezen wordt." "Jaja." "Alleen in het onderwijs wordt soms direct gelezen wat de leraar (op het bord) of de leerling (in een schrift) schrijft. Maar dat is geen normale communicatie. De normale schrijf-leescommunicatie is indirect." "Okee." "Daarom is Ik lees jou iets zeggen van oudsher onmogelijk." "Maar jij vroeg je af waarom Van Nieuwkerk het dus wél zei." "Precies! En ik denk dat ik dat weet." "Nou? Waarom dan?" "Dat komt omdat schrijven en lezen steeds meer een directe manier van communiceren wordt. Als je op een computer aan het chatten bent, dan schrijf jij iets op dat meteen door de ander gelezen wordt. Ook een SMS wordt vaak vrijwel meteen gelezen." "Aha." "Met andere woorden: Ik lees jou iets zeggen is een teken van de tijd. Een teken dat het gewoon is geworden dat de een lijfelijk waarneemt dat de ander iets schrijft. Van Nieuwkerk had meteen in de gaten dat deze implicatie in dit geval niet opging, omdat hij niet lijfelijk aanwezig was toen Mees iets schreef, maar zijn verspreking is wel een indicatie dat hij die communicatie als een directe communicatie aanvoelde. Het is nog extreem zeldzaam, ik vind maar een handjevol vindplaatsen op het internet, maar het komt eraan: lezen als zintuig. En je ziet het nu al in zo'n verspreking." Peter-Arno Coppen |