| 0810.34 |
|
|
|
0810.b |
|
Col: 0810.35
Date: 25 oktober 2008
Linguïstisch Miniatuurtje CXXV: Even nadenken hoe of watMet de bus van Nijmegen naar Druten is best te doen. Het is maar een half uurtje, je hoeft niet over te stappen, en er zitten genoeg mensen in de bus voor interessante taalobservaties. Afgelopen vrijdag was het vóór Ewijk al raak.Een meisje zat mobiel te telefoneren en sprak Dan bel ik je vanavond nog wel even terug hoe of wat. Waar het precies over ging weet ik niet meer, want ik maak er een punt van om in deze situaties nooit semantisch, maar alleen syntactisch te luisteren. Maar het gaat me natuurlijk om dat hoe of wat. Hoezo hoe of wat? Hoe zit dat syntactisch in elkaar? Is dat problematisch dan? Dat zou ik wel denken. Om maar eens klein te beginnen: wat is dat voor een rare nevenschikking, hoe of wat? Hoe is een vragend bijwoord en wat is hier een vragend voornaamwoord. Ik mag tenminste toch wel aannemen dat het hier niet om het bijwoord wat met als betekenis "een beetje" gaat, en ook niet om het onbepaald voornaamwoord dat als betekenis "iets" heeft. Een nevenschikking verbindt gelijke delen, maar deze twee woorden hebben zo te zien een verschillende woordsoort. Dat zou dus niet moeten kunnen. Gaat het hier soms om het gebruik van hoe en wat als zelfstandig naamwoord? Het hoe en het wat? Dat zou wel een theoretische mogelijkheid zijn om de nevenschikking recht te praten, maar dan zitten we met een ander probleem: een woordgroep met zelfstandig naamwoord kan op die plaats helemaal niet staan. Als je een extra hulpwerkwoord bij die zin zet, wat krijg je dan? Ik had je nog willen bellen hoe of wat, of Ik had je nog hoe of wat willen bellen? Het eerste, zou ik denken. Dat betekent dat hoe of wat hier achter de werkwoordelijke eindgroep staat. Daar kunnen geen zelfstandignaamwoordgroepen staan. Een andere mogelijkheid is, dat we hier te maken hebben met elliptische bijzinnen. Hoe staat dan voor een bijzin die met hoe begint, en wat staat voor een bijzin die met wat begint. Hoe die bijzinnen eruit moeten zien blijft enigszins in het vage, maar je kunt je wel iets voorstellen als Ik bel je vanavond nog hoe we dat doen of wat we gaan doen. Laten we aannemen dat die bijzinsanalyse correct is. Hoe of wat is dan een nevenschikking van twee bijzinnen. Dan rijst onmiddellijk de volgende vraag: wat zijn dat voor bijzinnen? Wat voor zinsdeelfunctie hebben ze? Lijdend voorwerp, zegt u? Maar het lijdend voorwerp van bellen is toch al jou? Als je de mogelijke voorwerpen van bellen bekijkt, dan zie je dat het eigenlijk alleen maar iemand kan zijn. Het is iemand bellen, en niet iets bellen, en al helemaal niet iemand iets bellen. Toch is het vrij eenvoudig aan te tonen dat zo'n bijzin zoals net verondersteld best bij bellen kan voorkomen: Ik bel je nog wel waar we naartoe gaan, ik bel je nog wel wie het geworden is, wat we gaan doen, hoe we dat gaan doen, enzovoorts. Dat is allemaal prima. Het kan ook zonder vraagwoorden: Ze belde me dat ze wat later zou zijn, of Ze belde me of ik een brood kon kopen. En het betreft zeker een voorwerpszin, want je kunt een vraagwoord vanuit die bijzin naar de hoofdzin halen: Wat belde ze nou ook alweer dat ik mee moest brengen? O ja, een brood. Uit bijwoordelijke bijzinnen is een dergelijke extractie onmogelijk. Je kunt nooit iets krijgen als *Welk brood was ze boos omdat ik gekocht had? En zelfs in die zeldzame gevallen dat een bijwoordelijke bijzin met dat begint, zoals bij de "motiverende dat-zin" heb je geen extractie: *Welke bus was het zeker spitsuur dat je genomen hebt? (afgeleid van Het was zeker spitsuur dat je die bus genomen hebt). We hebben bij bellen dus een lijdend voorwerp iemand, en een tweede voorwerpszin. Een tweede lijdend voorwerp? Zou kunnen, maar het is wel gek dat je dan niet de formule hebt iemand iets bellen. Ik denk dat het hier een voorzetselvoorwerpszin betreft. Volgens mij gaat het om iemand over iets bellen. Dat over iets zou ik in eerste instantie benoemd hebben als een bijwoordelijke bepaling ("omtrent iets"), maar die extractieverschijnselen wijzen erop dat het zich ontwikkeld heeft tot een voorzetselvoorwerp. Maar er staat toch geen voorzetsel bij? Inderdaad, maar je zou best een voorlopig voorzetselvoorwerp toe kunnen voegen: Dan bel ik je vanavond nog wel even erover, hoe we dat gaan doen. Dat lijkt me niet gek. Het weglaten van een voorlopig voorzetselvoorwerp is geen ongewoon verschijnsel. Ook extractie uit voorzetselvoorwerpszinnen lijkt op de een of andere manier te kunnen: in een geval als Waar ben je bang voor dat we terecht komen? hoort waar niet alleen bij de hoofdzin (waarvoor ben je bang?) maar ook bij de bijzin (waar komen we terecht?). Hm. Trouwens ook een interessante constructie. Iets voor het volgende miniatuurtje. Nu zijn we in Druten bij het theater aangekomen en kan de voorstelling beginnen. Peter-Arno Coppen |