0811.24 Terug
Vooruit 0811.26

Col: 0811.25

Date: 10 november 2008
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.ru.nl>
Subject: Col: 0811.25: Linguïstisch Miniatuurtje CXXVI: Ja we kunnen!

Linguïstisch Miniatuurtje CXXVI: Ja we kunnen!

De aanstaande Amerikaanse president Obama heeft goede speechschrijvers. Elk woord uit de campagne is zorgvuldig afgewogen, en met name de slogans zijn op alle mogelijke manieren gecheckt op gewenste en ongewenste effecten. Toch lijkt het campagneteam bij de belangrijkste Obama-kreet Yes we can! één aspect over het hoofd te hebben gezien: de vertaling in het Nederlands.

Je kunt het Engelse Yes we can! niet woord voor woord vertalen in het Nederlandse Ja we kunnen! Die zin kan wel, maar hij betekent iets anders. Ja we kunnen! krijgt een betekenis "we kunnen beginnen," en die betekenis is in het Engelse origineel afwezig.

In de bedoelde betekenis is Yes we can! een radicale ontkenning van de bewering in de voorgaande passage (We've been told [...] that we can't), dus een goede vertaling zou zoiets moeten worden als Dat kunnen we wél, of (om in het ritme te blijven) Dat kan wél (op het internet wordt gediscussieerd of het Spaanse Si se puede "Jawel dat kan" een goede vertaling van de slogan is, en het antwoord is voorlopig "ja en nee," want bij een goede vertaling komt meer kijken dan alleen betekenis of woordvertaling). De interessante vraag is echter: waarom kun je Yes we can niet gewoon vertalen in het Nederlandse Ja we kunnen?

Dat can in het Engels is net als het Nederlandse kunnen een hulpwerkwoord (van modaliteit, om precies te zijn). Een hulpwerkwoord is altijd een toevoeging bij een kernwerkwoord (We kunnen veranderen, we kunnen wel inpakken, we kunnen winnen). Dat is in beide talen het geval. Toch is er een verschil.

In het Engels kun je in het algemeen vaak het kernwerkwoord achterwege laten: Yes we can, Yes I have, Oh you will, I was going to, enzovoorts. Als uit de context duidelijk is wat de inhoud van dat kernwerkwoord (ongeveer) inhoudt, en als het onderwerp een persoon is (*Yes it can is dan weer gek), dan kan het worden weggelaten.

In het Nederlands is dat in het algemeen niet mogelijk: *Ja we kunnen, *Ja ik heb,* O je zult,*Ik zou, dat kan allemaal niet zomaar. Soms kan het, maar lang niet altijd. Stel dat iemand tegen je zegt Je moet nog huiswerk maken, dan kun je niet antwoorden Ja ik moet, maar eventueel wel Ik wil niet, en dan kan de ander weer zeggen Ja je móét! Het betekenisaspect "radicale ontkenning" zorgt hier voor een stevige klemtoon op het hulpwerkwoord, en dan kan het kernwerkwoord eventueel wegblijven.

Weglating van het kernwerkwoord bij hulpwerkwoorden van modaliteit is in het Nederlands alleen in sommige constructies mogelijk. Zo heb je weglating van taboewerkwoorden bij het hulpwerkwoord moeten: ik moet heel erg. En weglating van het voltooid deelwoord (en hulpwerkwoord van de lijdende vorm) in constructies met modaal hulpwerkwoord en een richtingsbepaling: Dit papier kan wel weg (gegooid worden).

Hier hebben we een soortgelijk geval. Neem een zin met hulpwerkwoord van modaliteit en zelfstandig werkwoord, zorg ervoor dat er het betekenisaspect "begin" in zit, en dat de betekenis van het zelfstandig werkwoord in de context duidelijk (of onbelangrijk) is, en je kunt het zelfstandig werkwoord weglaten: Heb je al examen gedaan? Nee ik moet nog.

De Obamaslogan voldoet niet aan die voorwaarden. Er zit geen betekenisaspect "begin" in, en dus kun je in het Nederlands niet zomaar het kernwerkwoord weglaten. Je moet een voornaamwoord toevoegen. Maar waarom klinkt Dat kunnen we wél! in het Nederlands beter dan We kunnen het wél?

Je zou zeggen dat in Dat kunnen we wél! en We kunnen het wél! het werkwoord kunnen veranderd is in een zelfstandig werkwoord, en dat dat en het lijdend voorwerp zijn. In de traditionele ontleedmethodes zal dit ongetwijfeld aanbevolen worden, en ik zou me daar niet tegen durven verzetten. Maar ik merk toch even iets interessants op.

In het Nederlands kun je dan wel niet het kernwerkwoord weglaten bij hulpwerkwoorden, je kunt kernwerkwoorden wel vaak vervangen door dat op de eerste zinsplaats. Zelfs bij de voltooide tijd kan dat: Heb je je huiswerk al gemaakt? Ja, dat heb ik. Hoe zou je Dat heb ik moeten ontleden? Dat als lijdend voorwerp van het zelfstandige werkwoord hebben? Dat is wel een beetje gek, want het zelfstandige werkwoord hebben kan allerlei betekenissen hebben, maar niet deze. Ja dat heb ik lijkt geen geval van Ik heb iets.

Alle elementen van die constructie zijn trouwens verplicht. Zonder dat kan het niet (*Heb je je huiswerk gemaakt? Ja dit heb ik), met dat op de verkeerde plaats klinkt het belabberd (*Heb je je huiswerk gemaakt? Ja ik heb dat), en met het al helemaal (*Heb je je huiswerk gemaakt? Ja ik heb het).

In het Engels heb je deze constructie ook wel, maar niet zo algemeen. Ook daar is het wel mogelijk om te zeggen That we can, maar niet *We can it. Wel natuurlijk We can do it, maar dan is het kernwerkwoord niet echt weggelaten, omdat do die functie vervult.

Misschien hebben we hier te maken met het volgende: je kunt een zinsdeel zo ver vooraan de zin plaatsen dat het als het ware "buiten de zin" staat. Dan verschijnt er een steunwoordje op de eerste zinsplaats. Bijvoorbeeld, van de zin Ik vind dat boek leuk kun je maken Dat boek vind ik leuk, en dan kun je dat boek nog verder naar voren halen door te zeggen Dat boek, dát vind ik leuk. "Linksdislocatie" heet dat, en het kan ook met werkwoorden: Gamen dat doe je maar thuis, of Gewerkt dat heb ik wel. Het steunwoordje dat geeft bij vooropgeplaatste werkwoorden de linksdislocatie aan.

Verder kun je in de context van een gesprek vaak het eerste deel van een zin weghalen: Heb ik gedaan, Wil ik niet weten, Ben even weg. Dat heet, met een internationale term, topic drop. Het eerste deel van de zin is het topic, en drop slaat op het laten wegvallen van het topic.

Als je die twee verschijnselen (linksdislocatie en topic drop) combineert, dan krijg je een verklaring voor het feit dat het woordje dat alleen op de eerste zinsplaats het werkwoord kan vervangen. De zin Ja, ik heb mijn huiswerk gemaakt wordt dan via linksdislocatie Ja, mijn huiswerk gemaakt, dat heb ik, en door topic drop Ja, dat heb ik. Het woordje dat is dus in die laatste zin het overgebleven steunwoordje van de linksdislocatie.

Dat is waarschijnlijk de reden dat Dat kunnen we wél! beter klinkt dan We kunnen het wél! In die laatste zin namelijk is niet alleen een voornaamwoord toegevoegd, maar het werkwoord kunnen lijkt ook anders van karakter. In de linksdislocatieconstructie is dat alleen maar het steunwoordje, maar het lijkt een volwaardig, referentieel voornaamwoord. Daardoor krijgt kunnen ook meer het karakter van een zelfstandig naamwoord en het van het lijdend voorwerp.

Gelukkig spreken de meeste Amerikanen geen Nederlands (of Duits), en heeft deze problematiek geen merkbare effecten op de campagne gehad. Dat zou niet alleen de politieke analisten, maar ook de linguïsten van beide talen nog lelijk in verlegenheid hebben kunnen brengen.

Peter-Arno Coppen


[Dit nummer][Alle Miniatuurtjes]