|
Col: 0812.30
Date:
From: Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.ru.nl>
Subject: Col: 0812.30: Linguïstisch Miniatuurtje CXXVII: Hoger Onderwijs
Linguïstisch Miniatuurtje CXXVII: Hoger Onderwijs
Geachte heer van het octrooibureau,
Uw vraag naar een grammaticaal advies ten aanzien van een
formulering uit een octrooiaanvraag van uw cliënt brengt mij in
een lastig parket. U legt mij een bepaalde formulering voor (Het
eerste vlak is hoger dan het tweede vlak), en vraagt mij wat de
meest waarschijnlijke bedoeling van uw cliënt is geweest.
Welnu, geachte heer van het octrooibureau, de beste manier om de
bedoeling van een taalgebruiker te bepalen is domweg te vragen wat
hij of zij bedoeld heeft. Taalkundig gezien heeft de taalgebruiker
een bedoeling verpakt in een talige code, die vervolgens door de
lezer weer wordt geïnterpreteerd tot -hopelijk- dezelfde
bedoeling.
Ik begrijp natuurlijk wel dat er een juridisch conflict kan ontstaan
als de lezer een andere bedoeling uit de tekst haalt dan de
schrijver beweert erin gestop te hebben, maar in de taalfilosofie is
het nog maar de vraag of de tekst een objectieve betekenis heeft die
onafhankelijk is van beide taalgebruikers.
Ik zal proberen mij uit deze netelige kwestie te redden door uw
probleem filologisch te benaderen. Ook de filoloog immers
bestudeert teksten waarvan de oorspronkelijke lezers en schrijvers
in het algemeen niet meer geconsulteerd kunnen worden.
Centraal in de aangehaalde passage staat de constructie hoger
zijn dan. Deze constructie kan een aantal kwalitatieve
betekenissen hebben, die in de specifieke context van de tekst niet
van belang zijn. Zo kan hoger verwijzen naar een waarde
(wij schatten deze vaas hoger in dan die andere) of een
plaats in een rangorde (een generaal is hoger dan een
kolonel).
Het is evident dat in de context van twee vlakken waarvan er een
hoger is dan het ander, de ruimtelijke betekenissen van hoger
voor de hand liggen. Dat zijn er twee: hoger dan kan
betrekking hebben op een verticale afmeting, dan wel op een positie
in de ruimte. Echter, het moet worden opgemerkt dat in de context
van deze tekst, in beide betekenissen de verbinding met het
werkwoord zijn ongebruikelijk is.
Wanneer van twee objecten gezegd wordt dat het een hoger is dan het
ander, dan wordt gewoonlijk de verticale afmeting bedoeld, gemeten
vanaf een gezamenlijk basisniveau. Zo kan van twee gebouwen
gemakkelijk worden gezegd dat het een hoger is dan het ander, en
hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld bergen of meubelstukken. Een tafel
kan hoger zijn dan een andere tafel, maar daarvoor dienen ze wel
(eventueel in gedachten) naast elkaar te worden neergezet.
Dat komt omdat hoog niet zomaar een lengtemaat is, maar een
doelgerichte oriëntatie heeft. Hoogte is een eigenschap die
betrekking heeft op een zekere uitgestrektheid vanuit een
basisniveau in opwaartse richting. Daarmee is hoog de
tegenhanger van diep. Wie van iets zegt dat het hoog is,
rekent doorgaans vanaf een al dan niet impliciet basisniveau (vaak
het niveau waarop de spreker zich zelf bevindt).
In de voorliggende tekst is er sprake van twee vlakken die juist
niet hetzelfde basisniveau hebben (het ene vlak begint lager dan het
tweede vlak, meer precies: ze liggen aangrenzend boven elkaar). Om
toch van die twee vlakken te zeggen dat het een hoger is dan het
ander, zou je ze in gedachten naast elkaar moeten projecteren. Dat
vereist een ongebruikelijke semantische abstractie.
Het woord hoog kan ook verwijzen naar een absolute positie
van een object, maar dan gaat het niet meer om een eigenschap, maar
om een plaatsbepaling. Dat is het verschil tussen het predicatieve
gebruik (als eigenschap) en het bijwoordelijke gebruik (als
plaatsbepaling). Predicaten kunnen worden gecombineerd met
koppelwerkwoorden, bijwoordelijke bepalingen alleen met zelfstandige
werkwoorden. Als je van een object wilt zeggen dat het een hoge
positie inneemt, dan zul je niet zo gauw zeggen dat het hoog
is, maar eerder dat het hoog zit, hoog staat,
hoog ligt, of uitgebreidere omschrijvingen gebruiken zoals
zich hoog bevindt, hoog gelegen is, hoog geplaatst
is, en dergelijke. Ook hier is dan hoog gemeten vanaf een
basisniveau.
Ook in een vergelijking hoger dan is de bijwoordelijke lezing
in combinatie met het werkwoord zijn zeer ongebruikelijk. Het
werkwoord zijn kan wel in de betekenis "zich bevinden"
zelfstandig gebruikt worden (ik ben in het park), maar in
combinatie met hoog of hoger is dit onwaarschijnlijk.
Wellicht kan de ene alpinist tegen de andere zeggen Ik ben al
hoger dan jij, maar dan kan volgehouden worden dat hij het heeft
over de afgelegde verticale afstand, gemeten vanaf een gezamenlijk
basisniveau, waardoor het toch eerder afmeting dan positie betreft.
Hoewel dus de combinatie van hoger dan met het werkwoord
zijn in beide betekenissen ongebruikelijk is, is de
predicatieve lezing (zijn als koppelwerkwoord en hoger
als eigenschap) in het algemeen waarschijnlijker dan de
bijwoordelijke lezing (zijn als zelfstandig werkwoord en
hoger als bijwoordelijke bepaling).
In de context van uw octrooiaanvraag zijn er alleen maar
aanwijzingen die deze uitspraak bevestigen, en geen aanwijzingen die
daartegen pleiten. De betreffende passage het eerste vlak is
hoger dan het tweede vlak verwijst naar een figuur waarin de
afmetingen van de vlakken weergegeven zijn met dubbele pijlen, die
nader zijn toegelicht in de volgende passage: ...waarvan de
hoogte in de tekening met de pijlen I en II is aangegeven. Uit
de pijlen I en II blijkt dat de auteur de term hoogte gebruikt om te
verwijzen naar de verticale afmeting van beide vlakken. Waar in de
tekst wordt gesproken over hoger zijn dan worden dus
kennelijk beide hoogtes (=verticale afmetingen) met elkaar
vergeleken, ook al is dit op grond van het ontbreken van een
gezamenlijk basisniveau ongebruikelijk.
Er staan ook passages in de tekst die de uitspraak bevestigen dat
het bijwoordelijke hoger dan gewoonlijk met andere
werkwoorden dan zijn wordt gebruikt. Zo staat elders in de
tekst de formulering waarbij het eerste vlak zich boven het
tweede vlak bevindt. De auteur gebruikt hier niet de formulering
waarbij het eerste vlak hoger is dan het tweede vlak.
Deze overwegingen leiden dus duidelijk tot één
conclusie: met de formulering hoger zijn dan wordt in deze
tekst kennelijk op verticale afmeting gedoeld. Dat is mijn
uitspraak, en daar zult u het mee moeten doen.
Met vriendelijke groet,
Peter-Arno Coppen
---
Noot redactie Neder-L:
Dit Miniatuurtje is een bewerking door P.A. Coppen van een echt
advies van zijn hand; het is dus geen fake zoals u misschien zou
verwachten. De belanghebbende heeft geen bezwaar tegen publicatie op
deze manier.
|