| 0903.27 |
|
|
|
0903.a |
|
Col: 0903.28
Date: 8 maart 2009
Linguïstisch Miniatuurtje CXXIX: Als je ergernis maar goed zitHet weblog http://irritaal.web-log.nl is geheel gewijd aan taalergernissen. De auteur, Ben van Balen, legt uiteenlopende taalverschijnselen langs zijn persoonlijke maatstaf (de irrischaal) en kent er een getal van 1 tot 10 aan toe (de irriscore). Eind deze maand komt er een boekje van uit. Succes verzekerd, want niets is zo populair als taalergernis.Nou gun ik iedereen van harte een goed belegde boterham of een nieuwe keuken met de inkomsten van een populaire publicatie over taal, maar als professionele nadenker over het taalsysteem raak ik bij het lezen van al die taalergernissen heel vaak een beetje gefrustreerd. Want ergernis begint waar de analyse ophoudt. Ik ben natuurlijk linguïst genoeg om te erkennen dat taalergernis, net zo goed als ieder ander taalgevoel, een integraal onderdeel van de taalcultuur is, en als zodanig mede tot het onderzoeksobject van de taalkundige behoort. Maar het is een dooddoener in elke discussie. Je bekijkt een taalverschijnsel, denkt er in het beste geval over na, en op een gegeven moment trek je een streep en je zegt: "Hier houd ik op met nadenken. Alles wat voorbij deze streep ligt, daar ga ik mij aan ergeren." De laatste ergernis die op het weblog staat (en die dus niet in het boekje zal voorkomen) betreft het gebruik van het voegwoord als in zinnen als Ik zal nakijken als ik morgen om acht uur kan. De analyse van het verschijnsel beperkt zich tot het vervangen van als door indien en het ridiculiseren van de absurde betekenis die dat tot gevolg heeft. Vervolgens wordt er naar een officieel taaladvies verwezen op taaladvies.net, en dan wordt de irriscore op 7 gezet. Einde verhaal. Misschien moet ik het kort door de bocht noemen. Maar het is de taalergeraar niet eens te verwijten, want bij nadere inspectie is het taaladvies waarnaar verwezen wordt ook geen toonbeeld van zorgvuldige analyse. Dat advies gaat uit van de vraag "Wat is correct: Ik zal kijken als zij er is of Ik zal kijken of zij er is?" Het antwoord is dat alleen Ik zal kijken of zij er is correct is. Want? "Om bijzinnen in te leiden waarvan de inhoud onzeker wordt voorgesteld, gebruiken we het onderschikkend voegwoord of. Of heeft dan alleen een verbindende functie." De logica van deze uitweiding ontgaat me. De zin met of is correct omdat we in dit soort gevallen of gebruiken? Is dat wat er staat? En waarom is de zin met als dan fout? Dat staat ook in het advies: "Als wordt in bijzinnen onder andere gebruikt als onderschikkend voegwoord van tijd. Het betekent dan 'op het moment dat' en kan worden vervangen door het formelere voegwoord wanneer." Onder andere? Ja: "Als wordt ook gebruikt als onderschikkend voegwoord van voorwaarde. Het kan dan worden vervangen door de formele voegwoorden indien en ingeval." Jaja. Dat was het? Nee: "In sommige gevallen is ook een conditionele lijdendvoorwerpszin met als mogelijk. De lijdendvoorwerpszin wordt dan voorafgegaan door het voorlopig lijdend voorwerp het." Aha, die laatste opmerking is interessant. Blijkbaar is het gebruik van als in Ik zal kijken als zij er is niet correct omdat het hier wel een voorwerpszin betreft, maar niet een lijdendvoorwerpszin met voorlopig lijdend voorwerp het. Want er is natuurlijk niemand die als in Ik zal kijken als zij er is gebruikt met de intentie om een bijwoordelijke bijzin in te leiden. Nou krijg ik altijd een beetje een ongemakkelijk gevoel als er in een taaladvies woorden staan als soms of sommige. Want het gebruik van als bij lijdendvoorwerpszinnen is dus alleen in sommige gevallen mogelijk. Maar welke gevallen zijn dat dan? Zijn dat alle gevallen met voorlopig lijdend voorwerp? Lijkt me niet. Ik hoop het wel, dat ik er morgen bij kan zijn is prima, maar met als klinkt het nergens naar: *Ik hoop het wel, als ik er morgen bij kan zijn. Dus dat advies laat nogal wat vragen openstaan. Stel dat ik met een onduidelijk geval dit taaladvies raadpleeg. Stel, ik heb de zin Ik zou wel willen weten als je toch nog mocht besluiten om te komen. Is die correct? Hij lijkt een beetje op die zin die in het advies afgekeurd wordt, maar als ik als door of vervang staat er niet wat ik bedoel. Wat ik bedoel is dat ik graag van jouw besluit in kennis word gesteld, op het moment dat het zich eventueel voordoet. Met Ik zou wel willen weten of je toch nog mocht besluiten om te komen vraag ik op dit moment of dat besluit er komt. Dat is iets totaal anders. Ik kan in die zin wel een voorlopig lijdend voorwerp erbij zetten: Ik wil het wel weten als je toch nog mocht besluiten om te komen. Betekent dit nu dat dit één van die sommige gevallen is, en dat je dan in sommige van die sommige gevallen dat voorlopig lijdend voorwerp mag weglaten? Tja, dan zitten we helemaal met een probleem. Want nu kan iedere lijdend voorwerpszin waar eventueel een voorlopig lijdend voorwerp bij kan tot de sommige gevallen behoren, en we hebben geen enkel idee hoe we dat moeten bepalen. Dat is dus geen goed advies. Daar komt bij dat het advies verzuimt te vermelden dat je als ook kunt gebruiken bij onderwerpszinnen (Het is leuk als je komt), en bij voorzetselvoorwerpszinnen (Ik stoor mij eraan als je steeds in je neus zit te peuteren). In sommige gevallen dan, dat spreekt vanzelf. Maar in welke gevallen is dat dan, dat je bij voorwerps- en onderwerpszinnen als kunt gebruiken? Voordat ik daarover ga speculeren, merk ik eerst even de bestaande variatie op. In de oorspronkelijke ergernis op http://irritaal.web-log.nl wordt al opgemerkt dat het gebruik van als in voorwerpszinnen regionaal en dialectisch niet ongebruikelijk is. Maar je kunt ook opmerken dat in het Engels het gebruik van if in zinnen als I wonder if she'll be there doodnormaal is, waar de Standaardnederlandse variant of voorschrijft. Tussen haakjes: daarmee wil ik natuurlijk niet suggereren dat het hier een anglicisme betreft, want de dialectische oorsprong dateert ongetwijfeld uit de tijd dat dialectsprekers geen Engels spraken. Nee, het gaat mij om de constatering dat als bij voorwerpszinnen niet zo vreemd is als het lijkt. Maar wanneer kun je dan in het Standaardnederlands als bij voorwerpszinnen gebruiken? Ik denk dat dat te maken heeft met de factiviteit van de voorwerpszin. Het klassieke voorbeeld om het verschil tussen factief en niet-factief te illustreren is de zin Ik weet dat het regent tegenover Ik denk dat het regent. De eerste zin is factief: je kunt alleen weten dat het regent als het ook inderdaad regent. Filosofisch gezegd: de waarheid van de zin Ik weet dat het regent is afhankelijk van de waarheid van de voorwerpszin het regent. Bij ik denk dat het regent is dat niet zo. In die zin is het onzeker of het regent, en je kunt best denken dat het regent, ook als het niet regent. Met andere woorden: de waarheid van de zin Ik denk dat het regent is onafhankelijk van de vraag of het regent. Bij een voorwerpszin met als, zoals Ik vind het vervelend als het regent, is er sprake van onzekerheid, want de waarheid van de zin lijkt onafhankelijk van de vraag of het regent. Maar er zit een addertje onder het gras. Want als je zegt Ik vind het vervelend als het regent voorspel je je eigen ergernis op het moment dat het een feit is dat het regent. In een parafrase betekent de zin Als het regent, vind ik het vervelend dat het regent. In die parafrase is de tweede bijzin (die met dat) wel degelijk factief. Dat betekent dat er bij voorwerpszinnen met als volgens mij sprake moet zijn van een voorwaardelijke factiviteit. Je kunt als nooit gebruiken bij werkwoorden die altijd non-factief zijn. *Ik hoop (het) als het regent is daarom onmogelijk. Bij factieve werkwoorden is meestal bijplaatsing van een voorlopig voorwerp noodzakelijk. *Ik weet als het regent kan niet zomaar, maar Ik wéét het, als het regent, en zeker in de volgorde Als het regent, wéét ik het is een stuk beter. Hoe komt dat? Ik denk omdat het voorlopig (of herhalend) voorwerp een soort retrospectieve bevestiging mogelijk maakt. Het verschil tussen Ik weet dat het regent en Ik wéét het, dat het regent is dat je in het tweede geval de constatering dat het regent bevestigt, niet zozeer de regen zelf. Daarmee zijn de sommige gevallen waarin je als bij voorwerpszinnen kunt gebruiken, volgens mij duidelijker gekarakteriseerd. Als je voorwerp iets is waar je achteraf van kunt zeggen wat je met het werkwoord uitdrukt (je wilt het weten, je stoort je eraan, je vindt het leuk), dan kun je dat voorwerp hypothetisch maken met als en bij voorkeur het feit apart uitdrukken met het (of voornaamwoordelijk bijwoord). Je krijgt dan een betekenis waarbij de bijzin én voorwaardelijk, én factief is. Het gebruik van als bij voorwerpszinnen is dus eigenlijk een efficiënte manier om twee dingen te doen: je speculeert op een gebeurtenis in de toekomst, en je vertelt hoe je daar vervolgens op zult reageren. Ik zou het toejuichen als meer taalergeraars zich dit zouden realiseren. Peter-Arno Coppen |