0903.56 Terug
Vooruit 0903.b

Col: 0903.57

Date: Fri, 27 Mar 2009 01:39:04 +0100 [27-03-09 01:39:04 CEST]
From: Willem Kuiper <wkuiper@xs4all.nl>
Subject: Col: 0903.57: Column Willem Kuiper, no. 72: Wiki-wijs

Column Willem Kuiper, no. 72: Wiki-wijs

Toen Geert Claassens, Peter van Heusden en Gerard Sonnemans in 1991 hun INGM (Index Nominum Generalis Medioneerlandicae) project lanceerden, waren zij (zonder dat te beseffen?) hun tijd ver vooruit. Het was hun bedoeling met behulp van collega’s in den lande een geannoteerde index samen te stellen van alle epische eigennamen - persoonsnamen (antroponiemen) en plaatsnamen (toponiemen) - uit de handschriftenperiode, voor zover beschikbaar in een handelseditie. In een prospectus werd op basis van materiaal dat deel zou gaan uit maken van Claassens’ proefschrift een voorbeeld gegeven van wat de redactie voor ogen stond. Het initiatief sloeg anders aan dan bedoeld, maar het is en blijft een van de vaders van het project dat uiteindelijk zou uitgroeien tot het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten (REMLT).
      Het REMLT ging in 1993 van start, en het was begroot op vijf jaar. Maar zoals wel vaker gebeurt met grote projecten, de bouwput ziet er in werkelijkheid heel anders uit dan op de tekentafel. In 2000 werd definitief de stekker uit het project getrokken, Mijn overgebleven medewerksters en ik werden elders binnen het Meertens Instituut tewerkgesteld.
      Dat elk nadeel zijn voordeel heeft, bleek maar weer eens overduidelijk toen ik in het kader van het Repertorium van het Nederlandse Lied tot 1600 kennis maakte met het album van Aefgen Claesdochter van Giblant en Ariadne de Gyselaere. Voor het Liederen-project waren alleen de Nederlandse liedteksten in de bundel interessant, maar er stonden meer teksten in het album van Aefgen. Aan de hand van die andere teksten en met behulp van het Rhetoricael Memoriael, kon ik als een rechercheur in een zedenzaak op zoek gaan naar vingerafdrukken en DNA van de contribuanten aan Aefgens album, wat mij uiteindelijk tot de conclusie bracht dat zij in Haarlem woonachtig was.
      Terwijl ik met dat Album Giblant bezig was, besefte ik dat albums à la Aefgen multimediaal en digitaal uitgegeven moeten worden. Ik zal u de martelgang besparen die ik als ‘kromme Lindert’ gegaan ben, maar het is mij niet gelukt Aefgens album te reanimeren in een digitale ‘viewer’.

Onderwijl had ik besloten - dankzij de doorslaggevende bereidheid van Hella Hendriks - om elke woensdagmiddag in eigen beheer verder te werken aan het REMLT. Wat bedoeld was als een typografisch boek werd een digitaal boek in pdf. Ik kreeg ruimte op de server van Geesteswetenschappen, een ftp-account en begon met het één voor één publiceren van de letters. Omdat ik wist hoeveel werk er nog verzet moest worden gebruikte ik de benaming beta-versie.
      Inmiddels nadert het corpus epiek zijn voltooiing en hoop ik eind van dit jaar of begin volgend jaar het REMLT op te waarderen naar alfa-versie. Het is mijn bedoeling het REMLT de komende jaren uit te breiden met epische helden in andere dan epische teksten. Welke romanhelden worden in de rederijkers refreinen aangehaald als exemplarisch voor wat dan ook? Heel verrassend soms! Lanseloet van Denemerken bijvoorbeeld is geen dader, maar een slachtoffer.

Naarmate de jaren verstreken verdween het idee dat het REMLT ooit een heel dik gedrukt boek zou worden naar de achtergrond. Internet bood zoveel aanvullende informatie… Een doorbraak was de introductie van Google Earth. Het stelde ons in staat om elke stad een URL te geven, zodat je jezelf direct vanuit het REMLT naar de gezochte stad kon teleporten mits Google Earth op je PC geïnstalleerd was. Programma is gratis en de installatie duurt 30 seconden. Heel vaak was er aanvullende informatie over die stad in de vorm van foto’s en links naar Wikipedia. Ook de gedigitaliseerde Droysens is een godsgeschenk.
      Met in mijn achterhoofd de niet gemodereerde nieuwsgroepen uit de negentiger jaren op Internet, stond ik aanvankelijk nogal sceptisch tegenover het Wikipedia-concept. Eén rotte appel verpest een hele appeltaart. Wie modereert de onzin - al dan niet boosaardig - die wannabe redacteuren afscheiden?
      Nadat ik alle steden in het REMLT van een Google Earth markering had voorzien, besloot ik ook links naar Wikipedia te leggen. De informatie die daar te vinden was over personen uit de antieke wereld en de bijbelse wereld was zo rijk, en het leek zo’n kleine moeite daarnaar door te verwijzen… Totdat ik erachter kwam dat de Acrobat reader niet overweg kan met URL’s die eindigen op _(subcategorie), een zeer gebruikelijke manier binnen Wikipedia. Contact gezocht met Adobe, en nadat ik hen ervan overtuigd had dat ik een geldige licentie had als antwoord ontvangen: automatische URL-herkenning uitschakelen. Dit antwoord is even dom als je been laten amputeren als je een ingegroeide teennagel hebt. De automatische URL-herkenning - je ziet de pijlvormige cursor veranderen in een handje - wordt niet gedeclareerd door de maker van het pdf-bestand, maar door de man/vrouw achter zijn eigen PC. Die moet dat veranderen ergens diep in de instellingen van de Acrobat reader. Heel vervelend, want het probleem deed zich regelmatig voor, en er was niemand die in de gaten had dat de link die gevolgd werd niet de link was in het REMLT. Men ging er steevast vanuit dat de link in het REMLT fout was en zag niet dat de cursor van een handje in een pijltje veranderde zodra de _( bereikt werd. Wat na _( volgde, werd niet gelezen, met als gevolg dat men heel ergens anders uit kwam. Nadat ik tevergeefs hulp gezocht had bij mensen waarvan ik weet dat zij een bit van een byte kunnen onderscheiden, heb ik het probleem aangekaart in de Wikipedia Kroeg voor informatici, alwaar ene Michael mij binnen 24 uur een werkende oplossing aan de hand deed, waarvoor ik hem intens dankbaar ben.
      Terwijl ik die Wikipedia-links in het REMLT aanbracht, las ik het desbetreffende artikel door en vergeleek dat met Wikipedia Duits, Frans en Engels, soms ook met Italiaans, Portugees, Spaans en Grieks. Zo viel mij op dat de buitenlandse Wikipedia’s kwalitatief vele malen beter zijn dan de Nederlandse Wikipedia. Maar ook de Engelse (de beste) is niet ‘immaculate’. Neem nou dat artikel over de Roman de Fergus. Hadden Roel Zemels The Quest for Galiene nog niet opgemerkt.
      Geen woorden maar daden, dacht ik als oud Feyenoord fan. Ik heb een account aangemaakt voor zowel de Nederlandse als de Engelse Wikipedia, en als het zo uitkomt dan verbeter ik en voeg ik informatie toe.

Voordat het nieuwe literatuurgeschiedenis project van start ging werd er in het gebouw van de Eerste Kamer een hoorzitting voor vakgenoten gehouden. Bij die gelegenheid heb ik erop gewezen dat ‘journalisten’ voor wat betreft de Middelnederlandse letterkunde geen betrouwbare bron kunnen raadplegen waarin staat wat wij (menen te) weten over die literatuur. In die dagen werd nog stelselmatig teruggegrepen op Knuvelder, met groteske resultaten tot gevolg. Mijns inziens was - en is - er een grote behoefte aan een database waarin die Middelnederlandse literatuur beschreven wordt, en die database moet vertaald worden in de Europese talen. Ik heb geen enkel bezwaar tegen literatuurgeschiedenissen als Stemmen op Schrift en Het gevleugelde woord, omdat die boeken een doelgroep bereiken en enthousiasmeren zonder welke wij als historische wetenschap absoluut ten dode opgeschreven zijn. Dankzij die twee boeken van inmiddels zeer bekende Nederlanders tellen wij nog mee. Nog…
      Maar dat neemt niet weg dat de behoefte aan feitelijke Middelnederlandse informatie nog even groot is. In hoeveel (fragmenten van) handschriften is de Borchgrave van Couchy bewaard gebleven? Wanneer, waar, waarvoor en voor wie zijn die handschriften geschreven? Hoe verhoudt de Middelnederlandse tekst zich tot de Oudfranse brontekst? En wat is de relatie met de Florigout en de Hughe van Bordeeus? Want die relatie is er ondubbelzinnig.
      Er zal de komende jaren geen geld zijn om een dergelijk boek te maken, laat staan dat te vertalen. Als wij willen dat de middelbare scholen in Nederland en Vlaanderen over betrouwbare informatie kunnen beschikken over de Nederlandse literatuur van de Middeleeuwen dan zullen de specialisten zich moeten aanmelden bij Wikipedia en artikelen gaan schrijven. Dat zal niet altijd even gemakkelijk gaan, want de tekst is niet van ‘jou’. Iemand anders kan die tekst veranderen.
      Mijn ervaringen tot op heden zijn ronduit positief. Ik denk écht dat het mogelijk is om Wikipedia te gebruiken als een platform om academische kennis van de Middelnederlandse letterkunde aan te bieden, mede in de hoop dat die dan ‘automatisch’ vertaald wordt in andere Europese talen.

Aan het werk!

Links:


[Dit nummer][Archieven Kuiper]