| 0912.36 |
|
|
|
0912.38 |
|
Med: 0912.37
Date: 2 december 2009
Prijsvraag 2009 Teylers Tweede Genootschap Te HaarlemIn het kader van de ruim 200-jarige traditie van Teylers Stichting om wetenschappelijk onderzoek te bevorderen, hebben Directeuren van Teylers Stichting en de leden van Teylers Tweede Genootschap besloten voor het jaar 2009 een prijsvraag uit te schrijven over een onderwerp uit de letterkunde.ONDERWERP Gevraagd wordt: een oorspronkelijke studie over Middelnederlandse spreuken of spreukencollecties, waarin het grote belang voor de cultuurgeschiedenis van de studie van deze tekstsoort wordt gedemonstreerd. TOELICHTING Binnen de literaire neerlandistiek is sedert ongeveer drie decennia sprake van een toenemende belangstelling voor de historische context van literatuur. Daarbij gaat het zowel om de context van ontstaan van teksten als om de context van functioneren. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw komt aanvankelijk de publieksvraag centraal te staan. Voor wie schreef een auteur (geïntendeerd publiek)? Wie waren de feitelijke recipiënten van literaire teksten, vanaf het moment dat een tekst in circulatie kwam (primaire receptie) tot aan de dag van vandaag (secundaire receptie)? In de jaren negentig komt daar de vraag bij naar de materiële context van de overlevering van literatuur. Uit de middeleeuwse periode kennen we circa 13.000 handgeschreven bronnen met Middelnederlandse teksten. Vaak bevatten die handgeschreven boeken meer dan één tekst, vaak gaat het om omvangrijke tekstcollecties. Met de groeiende aandacht voor de materiële kant van de literaire overlevering verschuift de aandacht grotendeels naar de secundaire receptie van literatuur, maar de wordingsgeschiedenis van middeleeuwse boeken en de teksten die erin zijn overgeleverd vertellen ons wel veel over de manier waarop middeleeuwers tegen de betreffende teksten en combinaties van teksten aankeken. Met deze wending van de tekst zélf naar de historische context van literatuur - waarbij naast het publiek en de handschriftelijke overlevering, de auteur als producent vanzelfsprekend niet werd vergeten - deed zich parallel een belangrijke verschuiving voor. Was het vóór 1980 gebruikelijk om onderzoek te doen naar bekende literaire werken, vanaf die tijd komen ook minder belangrijke teksten in de belangstelling te staan. Dit hele corpus wordt wel aangeduid als 'niet-literaire literatuur'. Als 'natuurlijke reactie' ontstaan in de jaren tachtig en negentig tal van repertoria waarin al die minder bekende tekstsoorten ordelijk bijeen wordt geplaatst: sproken, berijmde gebeden, liederen, preken, verhalende historische bronnen enz. Eén genre heeft zich tot op de dag van vandaag aan repertoriëring onttrokken: spreuken. Daartoe rekenen we tweeregelige (rijm)spreuken, maar onderzoek heeft uitgewezen dat het aanbevelenswaardig is de bovengrens bij twintig versregels te leggen. De overlevering is gigantisch en bovendien is het meeste materiaal niet goed ontsloten. Toch bieden spreuken een belangrijke toegang tot de middeleeuwse cultuur. Het blijkt bovendien dat in de Lage Landen relatief vroeg in Europa spreukencollecties ontstaan. Juist in onze streken lijkt onderzoek dus geboden. De prijs kan worden toegekend aan een oorspronkelijke literairhistorische studie naar één of meer Middelnederlandse spreuken(verzamelingen), waarin aan de hand van één of enkele casus de rijkdom en het grote belang voor de cultuurgeschiedenis van de studie van deze efemere tekstsoort wordt gedemonstreerd. In een te bekronen studie kan desgewenst de (aard van de) overlevering een rol spelen (in handschriften, maar ook als opschriften op muren of op gebruiksvoorwerpen), maar ook is het denkbaar dat een brug wordt geslagen naar gedrukte spreekwoordenverzamelingen, de Nederlandse letterkunde van de vroegmoderne periode of naar andere disciplines, zoals geschiedenis of kunstgeschiedenis. BEANTWOORDINGSVORM Het antwoord kan bestaan uit een langere studie in de vorm van een voor publicatie gereed geschrift of uit een aantal publicaties (die merendeels zijn verschenen gedurende de laatste drie jaren vóór 1 januari 2012 en waarvan de indiener de auteur of één der hoofdauteurs is), vergezeld van een voor de gelegenheid van de prijsvraag geschreven stuk dat nog niet is gepubliceerd en dat de eerdere publicaties in een ruimer wetenschappelijk kader plaatst. PROCEDURE
Om voor beoordeling in aanmerking te komen, moeten de antwoorden
vóór 1 januari 2012 in viervoud in het bezit zijn van
Directeuren van Teylers
Stichting (Spaarne 16, 2011 CH Haarlem). Inzendingen die na dat
tijdstip binnen komen, zullen niet in behandeling worden genomen.
BEOORDELING De beoordeling vindt plaats door Teylers Tweede Genootschap, dat binnen vier maanden na de uiterste inleverdatum een voorstel omtrent bekroning zal doen aan Directeuren van Teylers Stichting. Dezen beslissen daarover binnen een maand; hun beslissing is onherroepelijk. Alle deelnemers aan de prijsvraag zullen direct daarna van de beslissing op de hoogte worden gebracht. PRIJS De prijs bestaat uit een gouden erepenning, geslagen op de stempels van het Tweede Genootschap. Deze penning zal tijdens een bijzondere bijeenkomst in Teylers Museum aan de bekroonde inzender(s) worden uitgereikt. Van deze gelegenheid zullen vakbladen en pers, eventueel ook andere belanghebbende personen en instanties, tijdig worden verwittigd. PUBLICATIE De bekroonde inzending zal door de auteur zelf worden gepubliceerd, onder vermelding van de bekroning door Teylers Stichting. Stichting en Genootschap kunnen overwegen hierbij behulpzaam te zijn. INLICHTINGEN Nadere inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij de secretaris van het Genootschap (zie onder). Redacties van tijdschriften en andere instanties die de aandacht van hun lezers willen vestigen op deze prijsvraag (maar het bovenstaande niet integraal afdrukken), wordt dringend verzocht in hun berichtgeving met nadruk te wijzen op de wenselijkheid dat potentië le inzenders het prijsvraag-programma consulteren, opdat zij kennis nemen van alle bovenvermelde bepalingen. Daartoe kan een exemplaar van het formulier worden aangevraagd bij de secretaris. Over erflater Pieter Teyler van der Hulst, over Teylers Stichting en de daarbij behorende instellingen als de beide genootschappen, het museum en het hofje leze men 'Teyler' 1778-1978 (Haarlem 1978) en 'De idealen van Pieter Teyler. Een erfenis uit de Verlichting' (Haarlem 2006). LOPENDE PRIJSVRAGEN
SECRETARIS VAN TEYLERS TWEEDE GENOOTSCHAP a.pol@geldmuseum.nl INZENDINGEN
Inzendingen dienen voor 1 januari 2012 in bezit te zijn van:
|
[Dit nummer][Agenda]