| 1002.65 |
|
|
|
1002.b |
|
Col: 1002.66
Date: 13 februari 2010
Linguïstisch Miniatuurtje CXXX: Het is ook al 400 jaar hetzelfde (*)Vrienden, Nederlanders, taalliefhebbers, luister: ik sta hier om hun als onderwerp te ontmaskeren, niet om het goed te praten. De nadelen van taalvormen worden meestal breed uitgemeten, de voordelen gaan vaak in het geweld van de kritiek verloren. Zo gaat het ook met hun als onderwerp. De nobele Plasterk heeft gezegd dat hun als onderwerp fout is. Als dat zo is, dan is dat een ernstige zaak, en hun als onderwerp heeft terecht onder ernstige kritiek te lijden.Op deze plaats, als Plasterk en de andere taalliefhebbers mij dat toestaan -want Plasterk verdient respect, alle taalliefhebbers verdienen respect- wil ik de eigenschappen van het woordje hun voor jullie blootleggen. Ik hou van dat woordje, het heeft mij altijd goede diensten bewezen. Maar Plasterk zegt dat het fout is als onderwerp, en Plasterk verdient respect. Toen het woordje hun alleen nog een persoonlijk voornaamwoord was in de derde naamval heeft het gehoor gegeven aan de roep om een bezittelijk voornaamwoord in de derde persoon meervoud, en het heeft ook die functie vervuld, om het overbelaste haar te ontlasten. Wat dat fout? Het woordje hun heeft tranen vergoten toen de naamvallen in het Nederlands verdwenen, en nog steeds houdt het als enige voornaamwoord een oude naamvalsvorm in ere. Ik zou denken dat foute woorden de verloedering juist in de hand werken. Toch zegt Plasterk dat hun fout is als onderwerp; en Plasterk verdient ons respect. Jullie zijn allemaal getuige van het feit dat doorsnee taalgebruikers al een eeuw lang een beroep doen op het woordje hun om ook de onderwerpsfunctie te vervullen, maar uit bescheidenheid blijft het in de spreektaal opereren, en het eist zijn rechtmatige plaats in de cultuurtaal niet op, zoals andere woordjes wel gedaan hebben. Is dat zo fout? Toch zegt Plasterk dat hun fout is, en natuurlijk, hij verdient alle respect. Ik zeg dit niet om af te keuren wat Plasterk zegt, ik wil alleen maar zeggen wat ik weet. Jullie gebruiken allemaal veelvuldig het woordje hun, in allerlei functies, en naar volle tevredenheid. Wat weerhoudt jullie ervan om dit woordje op een normale manier te beoordelen? O, die redeloze ergernis! Waar moet het naartoe als taalgebruikers niet meer nadenken? Wacht even: ik lijd met hun mee onder die kritiek, ik moet er even van bijkomen. ["Er zit toch wel wat in, wat zij daar zegt." "Ho wacht even, maar het is toch gewoon fout?" "O ja? Er zijn anders wel ergere fouten." "Heb je niet gehoord wat zij zei? Hun heeft ook andere functies overgenomen, dat was ook niet fout." "Als dat zo is staat die taalliefhebbers nog wat te wachten." "Arme ziel! Kijk, ze is echt aangedaan." "Er is niemand met zoveel hart voor de taal." "Wacht, ze begint weer."] Een eeuw geleden genoot hun nog groot respect om de vele functies die het vervulde. Nu wordt het beschimpt en bespot, en niemand die zich zijn lot aantrekt. O taalgebruikers, als ik jullie harten en geesten tot weerstand en woede kon bewegen, dan zou ik Plasterk daarmee schaden, en ik zou de Taalunie schaden, die, zoals bekend, ons aller respect verdienen. Ik zou ze nooit willen schaden, ik zou nog liever het al afgeschreven hun als onderwerp schaden, ik zou nog liever mezelf schaden, dan dat ik zulke respectabele instanties zou schaden. Maar hier heb ik een corpus van taaluitingen van gewone Nederlanders. Ik heb het gevonden in het echte leven, op het werk en in de huiskamers. Als de gewone taalgebruikers horen wat daar in staat - maar ik ga het niet voorlezen - dan zullen ze het woordje hun omarmen, ze zullen treuren over de zware wonden die door de taalkritiek geslagen zijn. Ze zullen elkaars tranen drogen in de wind van de echo van het hulpeloze woordje hun als onderwerp, en later, als ze zelf hun taal verliezen, zullen ze met weemoed terugdenken aan dit nuttige woordje dat hun zoveel goede diensten bewezen heeft. ["We willen horen wat er in dat corpus staat, Helen." "Het corpus, het corpus! We willen weten wat er in het corpus staat!"] Geduld, lieve vrienden. Ik moet dat niet doen. Het is niet goed dat jullie weten hoe nuttig het woordje hun is. Jullie zijn niet van steen, jullie hebben geen plank voor je hoofd. En, omdat jullie betrokken mensen zijn zullen jullie, als je het nut van hun inziet, boos worden. Jullie zullen in opstand komen. Het is beter dat je niet weet dat hun als onderwerp een nuttige functie vervult, want ik houd mijn hart vast voor wat er dan gebeurt. ["Het corpus, het corpus, zeg nou wat er in het corpus staat. Zeg ons wat het corpus onthult over hun!"] Zullen jullie daar dan geduldig naar luisteren en mij niet onderbreken? Zullen jullie dan blijven tot ik klaar ben? Ik heb mijn mond al voorbijgepraat toen ik erover begon. Ik vrees dat ik die respectabele lieden schaad die het woordje hun zo schandelijk bejegend hebben, daar ben ik echt bang voor. ["Het zijn nietsnutten: respectabel, kom nou!" "Het corpus, het corpus!" "Het zijn taalverkrachters. Zeg nou wat er in dat corpus staat!"] Jullie dwingen mij dus om te zeggen wat er in het corpus staat? Kom dan om mij heen staan, rond het corpus met al die nuttige gebruikswijzen van het woordje hun, zodat wij het woordje ook in zijn volle eerlijkheid tussen ons in zien liggen. Zal ik tussen jullie in komen staan? Is dat goed? ["Kom" "Je hoort bij ons" "Maak plaats, zodat iedereen het woordje ziet" "Maak plaats voor Helen"] Niet zo dichtbij, ik krijg geen lucht. ["Terug, maak plaats. Een beetje achteruit."] Als je nog een kloppend hart hebt voor de taal, hou het nu vast. Kijk, hier heb je hun voor het eerst als onderwerp. Het was in 1911, in Haarlem waar, zoals jullie weten, het meest zuivere Nederlands gesproken wordt. En hier heb je de column in nrc.next, waar Plasterk tekeer gaat en met de vuist op tafel slaat. En hier schrijft iemand anders dat het dom is om hun als onderwerp te gebruiken, en dat het van gemakzucht en slordigheid getuigt. En hier zegt Plasterk weer dat hij niks te maken wil hebben met mooi of lelijk, het gaat hem niet om de schoonheid van de taal, alleen om het handhaven van de regels. En als hij dan nog eens extra zout in de wonde wil strooien heeft hij het erover dat hun gebruikt wordt als eerste persoon. Zien jullie hoe onterecht dat is? Want hun heeft als derde persoon ook voor Plasterk altijd klaargestaan. Het was zijn steun en toeverlaat in al zijn toespraken. Iedereen weet toch hoe nuttig dat woordje voor hem was? En dit was de meest harteloze opmerking van allemaal: hier wordt hun als onderwerp vergeleken met de spellingregels die onder Plasterks eigen respectabele verantwoordelijkheid vallen. Hier wordt het taalgebruik van de gewone Nederlander doodgedrukt door de verstikkende regels van een taaldictator. Met dit veroordeelde woordje hun als onderwerp wordt onze hele spreektaal onderdrukt, verkracht en vermoord, en het onderwijs en de wetenschap worden verraden door hun eigen minister. Ja, daar zijn jullie stil van. Dat is een weldadige stilte, lieve vrienden. Ziehier de voorbeelden van het woordje hun als onderwerp die er bespuugd en vertrapt door taalverkrachters bijliggen. ["O ik kan het niet aanzien!" "O edel woordje hun!" "In wat voor tijd leven we!" "O verraders, lelijke taalverkrachters!" "Wat een drama!" "We zullen ons wreken!" "Wraak! Actie! Ingezonden brieven! Vragen in de Kamer! Aftreden die man!"] Nederlanders, wacht! ["Rustig, wacht! Luister wat Helen nog te zeggen heeft." "We zullen haar volgen. We gaan voor haar door het vuur."] Goede vrienden, lieve vrienden, laat me jullie niet zo ophitsen tot een vlammende woede. Zij die hun als onderwerp bekritiseren zijn respectabele taalliefhebbers. Wat er voor redeloze haat in hun gemoed schuilt, die hen hiertoe gebracht heeft, helaas, dat weet ik ook niet. Zij zijn verstandig en respectabel, en ze zullen jullie ongetwijfeld goede argumenten voorhouden. Ik sta hier niet om jullie van je taal te beroven, ik ben geen politicus zoals Plasterk. Jullie weten dat ik maar een eenvoudige taalkundige ben, die houdt van haar taal, en dat weten zij heel goed, die mij als wetenschapper subsidiëren. Want ik mis de doortraptheid, de misleidende woorden, de autoriteit, de macht, het uiterlijk of de taalvaardigheid om jullie bloed te laten koken. Ik spreek voor de vuist weg. Ik vertel alleen maar wat jullie zelf al weten. Ik laat jullie de onterechte kritiek zien op dat arme woordje hun als onderwerp, en ik laat die kritiek voor mij spreken. Als ik zoals Plasterk zou zijn, en Plasterk een redelijk iemand zoals ik nu, dan zou ik jullie nu ophitsen en het hele land zou optrekken naar het Malieveld. ["Wij zullen protesteren!" "Wij zullen Plasterk af laten treden" "Kom op dan, laten we die taalverkrachters aanpakken!"] Wacht nog heel even, taalgenoten. Luister nog heel even naar mij. ["Ho wacht. Luister nog even naar Helen!"] Jullie weten nog niet waarom je gaat doen wat je doet. Waarom je het woordje hun als onderwerp gaat verdedigen. Helaas, dat weet je nog niet. Jullie zijn het corpus vergeten. ["Dat is waar. Het corpus! Laten we even wachten en luisteren wat er in het corpus staat."] Hier is het corpus, met al die uitingen van gewone Nederlanders. Kijk, elke keer als hun als onderwerp gebruikt wordt verwijst het naar mensen. ["Geweldig! Kom, we zetten het op een spandoek!" "Wat een nuttig woord!"] Geduld, luister nog even. ["Ho wacht! Er komt nog meer!"] Hun als onderwerp verwijst dus naar mensen, en bij het politiek correcte ze en zij weet je het nooit. Die doen maar wat. Dan staat er Ze liggen op bed en dan weet je nog niet of het lakens of mensen zijn. Dat kan tot akelige misverstanden leiden. Hoe hebben we zonder hun als onderwerp kunnen leven? ["Nooit, dat kan niet. Kom, naar Den Haag! Naar Den Haag!" "We steken een pop van Plasterk in brand, en dan gooien we hem in de Hofvijver! Neem het corpus mee" "Wie heeft er lucifers?" "Hier, we maken een prop van die nrc.next." "Verscheur die kritieken, die ingezonden brieven, alles."] Laat het nu maar gebeuren. Volkswoede, ik heb je ontketend! Doe met de taal wat je wilt. Peter-Arno Coppen ----- (*) Half februari 2010 ontstond er nogal wat commotie rond een onderzoek van enkele Nijmeegse taalwetenschappers onder leiding van prof. dr. Helen de Hoop, dat een bepaalde regelmaat aantoonde in het gebruik van het woordje 'hun' als onderwerp (http://tinyurl.com/yfwj5fe). Op de discussie die naar aanleiding daarvan ontstond reageerde minister Plasterk in nrc.next (http://tinyurl.com/y9sovk8), en De Hoop en Plasterk kwamen tegenover elkaar te staan in het veelbekeken televisieprogramma De Wereld Draait Door (http://tinyurl.com/yeoruvq). Naar aanleiding van de hele discussie (waarin Plasterk onder andere opmerkte dat hij zo gemakkelijk Shakespeare kon lezen omdat het Engels al 400 jaar niet veranderd was) is deze pastiche geschreven. |