1003.21 Terug
Vooruit 1003.23

Sym: 1003.22

Date: Thu, 25 Feb 2010 17:07:52 +0100
From: Kevin Absillis <kevin.absillis@telenet.be>
Subject: Sym: 1003.22: Studie- en discussiedagen 'De manke Usurpator' over het Verkavelingsvlaams, Antwerpen, ma 18 - di 19 oktober 2010 (Call for Papers)

'De manke Usurpator'
Studie- en discussiedagen over het Verkavelingsvlaams
Universiteit Antwerpen - 18 en 19 oktober 2010

In 1989 constateerde Geert van Istendael in Het Belgisch labyrint of De schoonheid der wanstaltigheid dat er 'iets vuils' de taal in de zuidelijke Nederlanden 'aan het doodknijpen' was: 'Het is een manke usurpator in kale kleren, maar hij heeft de verwaandheid en de lompheid van een parvenu. Hij heet "Verkavelingsvlaams"' (p. 108). De naam van deze usurpator dook al snel op in de nieuwsmedia, drong links en rechts een schoolboek binnen en ging uiteindelijk deel uitmaken van de officiële woordenschat toen Van Dale 'Verkavelingsvlaams' definieerde als de 'informele spreektaal in Nederlandstalig België die geen dialect is maar ook geen Algemeen Nederlands' (1999, p. 3688).

Het Verkavelingsvlaams wordt gewoonlijk betreurd, verketterd en bestreden. Maar met onze kennis van de door Geert van Istendael zo vervloekte indringer liep het de voorbije twee decennia niet zo'n vaart. De meeste taalkundigen lijken in het begrip Verkavelingsvlaams een stout synoniem voor 'tussentaal' te hebben herkend, een term die in de laatste jaren opgeld maakt in het variatielinguïstisch onderzoek naar substandaardisering (zeg maar: de opkomst van een Vlaamse taal die niet de status van een standaard bezit, maar waarvan de functionaliteit veel groter blijkt dan die van dialecten). Maar of tussentaal en Verkavelingsvlaams precies hetzelfde zijn weten ook taalkundigen niet, en evenmin waarom net Verkavelingsvlaams als term zoveel bijval heeft geoogst. Het debat over Verkavelingsvlaams is daardoor goeddeels blijven hangen in de sfeer van ideologie, opinievorming en bovenal hoogoplaaiende emotie. In 2003 moest Roland Willemyns in Het verhaal van het Vlaams concluderen: 'Wat Verkavelingsvlaams precies is, daar heeft men eigenlijk [...] nog nooit een antwoord op gegeven' (p. 362).

Om de even gehate als succesvolle usurpator beter te leren kennen, organiseren we aan de Universiteit Antwerpen op 18 en 19 oktober twee studiedagen. We kijken uit naar taalkundige beschrijvingen en ontledingen van het Verkavelingsvlaams, maar willen de discussie verruimen en verwelkomen in het bijzonder onder meer ook sociologisch, cultuurhistorisch, literatuurwetenschappelijk, taalpedagogisch, (taal)politicologisch en communicatiewetenschappelijk onderzoek. Een kruisbestuiving van disciplines lijkt ons noodzakelijk om te kunnen achterhalen wat het Verkavelingsvlaams is, welke fenomenen ermee worden bedoeld, waar het vandaan komt, waarom het wordt verfoeid, op welke manieren erover wordt gesproken, wie het spreekt of schrijft en waarom.

Praktisch

De studiedagen hebben plaats op 18 en 19 oktober 2010 in het Hof van Liere (Stadscampus Universiteit Antwerpen, Prinsstraat 13, 2000 Antwerpen). Bijdragen kunnen maximum 20 minuten duren (exclusief discussietijd). Abstracts (250 à 400 woorden) voor 15 mei 2010 versturen naar demankeusurpator@ua.ac.be. Meer informatie, mogelijke invalshoeken en een voorschot op de discussie: http://www.demankeusurpator.wordpress.com.

Contact

Kevin Absillis (kevin.absillis@ua.ac.be), departement letterkunde
Sarah Van Hoof (sarah.vanhoof@ua.ac.be), departement taalkunde
Jürgen Jaspers (jurgen.jaspers@ua.ac.be), departement taalkunde
Universiteit Antwerpen - CST, Prinsstraat 13, B-2000 Antwerpen

-------

Enkele mogelijke onderzoeksvragen en invalshoeken:

  1. Hoe 'nieuw' is het Verkavelingsvlaams? Van wanneer dateert het? Wordt deze taal gevoed door soaps (vgl. 'Soap-Vlaams') en andere programma's van de in 1989 opgerichte VTM in het bijzonder (vgl. 'VTM-Vlaams')? Heeft ze recent aan vitaliteit gewonnen door de opkomst van nieuwe communicatiemiddelen als internet en sms? Hoe verhoudt het Verkavelingsvlaams zich tot andere in de literatuur geïdentificeerde substandaardvariëteiten, zoals 'Schoon Vlaams', 'tussentaal', 'regionale omgangstaal', 'Vlederlands' en 'Belgisch Beschaafd'? Zijn deze termen louter synoniemen, of duiden ze onderscheidbare taalvariëteiten aan? Is of wordt dit alles empirisch onderzocht?
  2. Is het Verkavelingsvlaams meer dan een (informele) spreektaal? Bezit het een eigen grammatica of gaat het om een lexicaal en morfologisch afwijkende variant van het Standaardnederlands? Welke woorden en idiomen zijn typisch Verkavelingsvlaams? Is Verkavelingsvlaams iets voor/van jongeren? Of spreken ook ouderen het?
  3. Geert van Istendael identificeerde het Verkavelingsvlaams als de 'taal die gesproken wordt in de betere villa's op de verkavelde grond van onze verminkte dorpen' (van Istendael 1989: 108). Klopt die sociologische analyse? Wat is het effect van een term als Verkavelingsvlaams op de vermeende sprekers ervan?
  4. Is het Verkavelingsvlaams een symptoom van geestelijke armoede en luiheid? Of van een 'typisch Vlaamse' afkeer van officieel gezag (vgl. belastingontduiking)? Of heeft het tanen van het Algemeen Nederlands te maken met het wegkwijnen van standaardtalen in heel Europa? De populariteit van de Vlaamse tussentaal wordt vaak beschreven als een symptoom van een 'onvoltooid' standaardiseringsproces. Als die redenering steek houdt, waarom is dit proces in Vlaanderen dan na zo veel inspanningen in 'een overgangsfase' blijven vastzitten? Is de ver-noord-nederlandsing van Vlaanderen misschien even slecht gevallen als de door het Belgische establishment beoogde 'verfransing' in de 19de eeuw? En is de taalsituatie in Vlaanderen eigenlijk wel zo uitzonderlijk? Hoe verhoudt het Verkavelingsvlaams zich bijvoorbeeld tot het Poldernederlands, het Estuary English, de Umgangssprache?
  5. Als Verkavelingsvlaams een usurpator is, wiens macht of eigendom dreigt deze usurpator onrechtmatig af te nemen? En omgekeerd: wie bestrijdt het Verkavelingsvlaams, en op welke gronden? Spreken deze tegenstanders Algemeen Nederlands? Maar wie of wat bepaalt wat dat Algemeen Nederlands is, en op basis van welke criteria? Vanaf wanneer moeten wijdverspreide (maar eventueel ongewenste) taalveranderingen officieel worden geaccepteerd?
  6. Kent het Verkavelingsvlaams een interne usurpator, gezien het toenemende Antwerps-Brabantse karakter van wat in fictieseries wordt gesproken en voor gezellig informeel taalgebruik doorgaat in talkshows? Is de door Roland Willemyns bedachte term 'Verkavelingsbrabants' correcter?
  7. Waarom worden Vlaamse ministers van Cultuur zo vaak op hun 'gebrekkige' of 'slechte' taalgebruik gewezen? Waarom spreken zowel linkse (progressieve, sociaalvoelende, zelfverklaard moderne,...) als rechtse (behoudsgezinde, nationalistische, zelfverklaard traditionele,...) politici en opiniemakers zich zo schijnbaar eensgezind uit tegen de opkomst van het Verkavelingsvlaams? Welke achtergronden voeden deze afkeer? En welke positie bekleedt het Standaardnederlands vandaag op de Vlaamse arbeidsmarkt? Eisen werkgevers van werknemers een goede beheersing van het Standaardnederlands? Op welke gronden?
  8. Waarom wordt het taalgebruik van Vlaamse acteurs, op het theater en op de televisie, zo vaak bekritiseerd? Hoe rijmen we deze kritiek met het succes, in Vlaanderen én soms zelfs in Nederland, van typische Verkavelingsvlaamssprekers als Wim Helsen, of van fictieseries als Van vlees en bloed, Het eiland, Katarakt en De smaak van De Keyser?
  9. Op welke wijze worden teksten geredigeerd in Vlaamse en Nederlandse uitgeverijen? Worden Vlaamse auteurs (nog altijd) geacht om hun teksten zoveel mogelijk te conformeren aan de Nederlandse standaardtaal? In welke mate doen met name Vlaamse uitgeverijen nog een beroep op de diensten van Noordnederlandse correctoren? Is het nog altijd de gewoonte literair proza te 'vernederlandsen', zoals Jeroen Brouwers in de jaren 1970 onthulde? Of kunnen schrijvers, zoals Tom Lanoye al in de jaren 1980 en recenter bijvoorbeeld Dimitri Verhulst of Tom Naegels, vandaag gemakkelijker een Vlaams idioom (een Verkavelingsvlaams?) hanteren dan pakweg in de jaren 1950 en 1960? En hoe zit het met non-fictie? Zijn (sommige) Vlaamse teksten voor Nederlandse lezers moeilijk verstaanbaar? Wat is onder meer in de literaire kritiek de relatie tussen 'verstaanbaarheid' en (esthetische) appreciatie?
  10. Is de waardering voor de Nederlandse standaardtaal én voor 'authentieke' volkse dialecten enerzijds, en de afkeer van 'tussentaal' anderzijds een typisch Vlaamse (Belgische?) reflex, of kan dit denkpatroon worden begrepen in het licht van de moderne West-Europese mentaliteitsgeschiedenis? Is het Verkavelingsvlaams te verbinden met het aanbreken van een 'laat-moderne' periode, die gekenmerkt wordt door een grensvervaging tussen publieke en private ruimtes?
  11. Hoe sterk staat de Vlaamse openbare omroep onder druk van nieuwe, niet standaardtalige rolmodellen? Wat is de invloed van de verdere 'commercialisering' van de media en de onstuitbare opmars van 'infotainment'? Of raakt deze discussie snel achterhaald door de toenemende 'creolisering' (term van Benno Barnard) van het Nederlands die de Vlaamse jeugd treft, onder invloed van de globalisering, migratieprocessen, onvoldoende en ondermaatse scholing, enzovoort?
  12. Waar eindigt het verlangen naar verstaanbaarheid en begint het recht op een talige identiteit? Voorstanders van talige eenheid tussen Vlaanderen en Nederland pleiten voor het behoud van één norm om de onderlinge verstaanbaarheid te waarborgen. Anderzijds zijn velen onder hen het eens dat Vlaanderen recht heeft op een eigen uitspraaknorm en een beperkt eigen lexicon. Waarom kan of mag het recht op talige eigenheid niet uitgebreid worden naar andere domeinen dan uitspraak en lexicon? Waarom is een Belgisch-Nederlands accent voor nieuwslezers acceptabel, maar een 'Genks' of 'Gents' niet meer? Hoe (on)verstaanbaar zijn Vlaamse taalvariëteiten benoorden Wuustwezel?
  13. Als Vlaamse leerlingen en studenten een Verkavelingsvlaams steeds meer als omgangstaal beschouwen, hoe moeten hun leerkrachten en docenten hiermee omspringen? Flink wat studenten komen immers later zelf weer in het onderwijs terecht. Hoe valt het succes van het Verkavelingsvlaams te rijmen met de promotie door de overheid van het Algemeen Nederlands als een soort waarborg voor 'gelijke kansen' in het onderwijs? Werken nieuwe participatiebevorderende en leerlinggerichte lesmethodes het gebruik van de standaardtaal tegen? Zijn leerkrachten huiverig geworden om standaardtaal af te dwingen vanwege een door sommige sociolinguïsten gepredikte tolerantie? Of spreken leerkrachten liever Verkavelingsvlaams met hun leerlingen en hun collega's? Wat beschouwen leerkrachten als goed taalgebruik?
  14. Hoe kijken Vlamingen zelf aan tegen hun taalgebruik en dat van anderen? Gaat de opkomst van Verkavelingsvlaams gepaard met een veranderende attitude tegenover dialect en standaardtaal? Wat beschouwen Vlamingen als (hun) standaardtaal en/of 'moedertaal'? Wat vinden jongeren van ouders, leerkrachten en anderen die zich zorgen maken over hun sms-, msn-, chat- of ander elektronisch taalgebruik? Moeten of kunnen beleidsinitiatieven (van de Taalunie, de Vlaamse overheid...) rekening houden met taalattitudes?


[Dit nummer][Agenda]