|
Col: 1003.24
Date: Mon, 22 Mar 2010 10:00:17 +0100
From: Marc van Oostendorp <marc.vanoostendorp@gmail.com>
Subject: Col: 1003.24: Column 69 van Marc van Oostendorp: Verslaafd aan variatie
Column 69 van Marc van Oostendorp: Verslaafd aan variatie
Mijn e-boeklezer en ik, we zijn inmiddels meer dan drie maanden bij
elkaar. Geen dag heb ik hem uit het oog verloren, al is het maar
omdat ik inmiddels mijn abonnement op de papieren editie van NRC
Handelsblad heb opgezegd, en de krant alleen nog van mijn apparaatje
lees. Maar ik heb ook hoofdstukken uit taalkundeproefschriften,
dichtbundels, essays, korte verhalen en romans van het apparaat
gelezen. Er gaat bijna geen dag voorbij of ik leg iemand uit wat de
voordelen zijn van zo'n elektronisch apparaat, al moet ik toegeven
dat ik inmiddels ook wel twee zwarte vlekjes aan mijn grote liefde
heb ontdekt: hij is af en toe wat traag, en hij biedt wat weinig
variatie.
De traagheid doet zich vooral, of eigenlijk alleen, voor bij
e-boeken die ik gekocht heb, niet bij legaal (of zelfs illegaal)
gedownloade boeken. Ik denk dat het samenhangt met het feit dat
uitgevers grote zorg besteden aan de opmaak van hun boeken. Daardoor
worden de bestanden heel groot. Via Cappello 23 van
Christiaan Weijts, dat ik op de website van mijn lokale Leidse
boekwinkel kocht, telt bijvoorbeeld bijna 1,5 Mb. Ter vergelijking:
een door mij zelf in elkaar geknutselde versie van De Berg van
Licht heeft ongeveer een kwart van die omvang.
Vanwege die grootte heeft de uitgever het bestand in een aantal
deelbestanden geknipt, die ieder voor zich een 'deel' van Weijts
roman bevatten. Het kost mijn lezer soms bijna een minuut om van het
ene deel naar het andere te gaan.
In die minuut kun je natuurlijk even nadenken over het gebodene
-- beter dan tijdens het gedachteloos omslaan van een pagina. Maar
verwend als ik ben door decennialang razendsnel stukjes papier te
bedienen, geeft me dat wachten een ongemakkelijk gevoel.
Aan de snelheid kan misschien nog gewerkt worden, maar ik vraag me
af of dat ook gaat lukken met de variatie. Ik zit nu al drie maanden
met hetzelfde boek in mijn handen, van precies dezelfde omvang en
met precies hetzelfde zwartleren omslag. De boeken van uitgevers
hebben een eigen typografie gekregen, en hun schermen zien er daarom
wel allemaal een beetje anders uit. Maar het blijft een en hetzelfde
stuk plastic dat ik in mijn handen heb.
Onder andere om die reden, wijk ik af en toe nog wel uit naar
het papieren boek -- een andere reden is natuurlijk dat ik soms iets
moet of wil lezen dat eenvoudigweg nog niet in elektronische versie
bestaat. Misschien is het mijn trouweloze natuur, maar zo'n
uitstapje heb ik nodig. Om daarna trouwens weer met hernieuwd
enthousiasme terug te keren naar mijn e-boeklezer, waar ik de
lettergrootte zelf kan bepalen, en die voor me onthoudt op welke
bladzijde ik precies gebleven ben.
Ik weet niet zo goed wat er aan dit probleem te doen is. Misschien
loop ik over een jaar of twee wel rond met een aantal verschillende
e-boeklezers, een op A4-formaat voor tijdschriften en taalkundige
artikelen, een op pocketformaat om in de trein te lezen en een
waarvan de grootte tussen de andere twee inhangt voor in bed.
Misschien komen er e-boeklezers die jij of de uitgever ook aan de
buitenkant van vormgeving kan veranderen naar gelang je stemming of
de inhoud van het boek. Misschien is die behoefte aan variatie wel
in mij ingebakken door decennia van gewenning aan het feit dat bijna
ieder boek dat je in je handen neemt er weer net anders uitziet, net
iets anders voelt en ruikt dan elk ander boek dat je ooit hebt mogen
aanraken. Als dat zo is, zijn drie maanden gewoonweg nog niet genoeg
om af te raken van mijn verslaving aan variatie.
|