1004.31 Terug
Vooruit 1004.33

Sym: 1004.32

Date: Tue, 20 Apr 2010 11:42:01 +0200
From: Rob van de Schoor <r.schoor1@chello.nl>
Subject: Sym: 1004.32: Symposium 'Tussen beleving en verbeelding. Steden in een spanningsveld, 1800-1914', Nijmegen, do 10 - vr 11 maart 2011 (Call for Papers)

Symposium - Call for Papers
Tussen beleving en verbeelding. Steden in een spanningsveld, 1800-1914 do 10 - vr 11 maart 2011, Radboud Universiteit Nijmegen

Eigenlijk begrepen negentiende-eeuwers in Europa hun steden niet meer, zoveel wordt al snel duidelijk voor wie de zeer verschillende manieren bestudeert waarop over de stad werd geschreven. Associeerden sommigen de stad met vrijheid, rijkdom en artistieke inspiratie, anderen merkten er slechts de ongezondheid, de eenzaamheid, de zedeloosheid en de herrie van op. De oorzaak voor die verwarring valt niet ver te zoeken. Industrialisering, technologische vooruitgang en verhoogde mobiliteit veranderden de negentiende-eeuwse leefruimte in een onwaarschijnlijk tempo. Met name in de steden leidden deze processen tot bruuske perspectiefwijzigingen en werd de ruimte steeds opnieuw anders beleefd. Tussen beleving en verbeelding. Steden in een spanningsveld, 1800-1914, een vervolg op het congres Naties in een spanningsveld (2009), waarvan de proceedings in het voorjaar van 2010 bij uitgeverij Verloren zullen verschijnen, staat in het teken van die telkens hernieuwde stadsbeleving en de wisselende beeldvorming die zij met zich meebrengt. Centraal staat de vraag welke getuigenis literaire en andere teksten uit de lange negentiende eeuw (1800-1914) daarvan brengen.

In methodologisch opzicht wil dit congres ten eerste nadrukkelijk verschillende disciplines met elkaar confronteren. Er wordt meer bepaald bewust gezocht naar een kruisbestuiving van literatuurwetenschap en -geschiedenis met drie andere onderzoeksgebieden - te weten cultuur- en sociale geschiedenis, architectuur- en stedenbouwgeschiedenis en kunstgeschiedenis/visuele cultuur. Die kan van tweeërlei aard zijn: ze kan theoretisch van insteek zijn, door inzichten uit de ene discipline in te zetten om een nieuw licht te werpen op bronnenmateriaal uit de andere discipline, maar ook kunnen literaire discoursen geconfronteerd worden met niet-literaire discoursen. Ten tweede biedt dit congres zowel ruimte aan Nederlandstalige case studies als ook aan transnationale casussen van waaruit een link met de Lage Landen gelegd kan worden. Het is tevens de bedoeling dat zoveel mogelijk de sociale verschillen, inclusief die van gender, in de beleving van de stedelijke ruimte in rekening gebracht worden.

Concreet willen wij vier spanningsassen vooropstellen, waarrond wij de diverse onderzoeksvragen clusteren. De eerste heeft betrekking op de spanning tussen de stad als een plaats van arbeid en de stad als een plaats van ontspanning. Daarbij valt niet alleen te denken aan de beleving van winkelruimtes (passages, warenhuizen, winkelstraten) en van typische plaatsen van vertier zoals theaters, parken, cafés, dierentuinen of bordelen, maar ook aan kantoren, fabrieken, bouwplaatsen, havens en aan de werkplaatsen van de geest: academische ruimtes (studeerkamers, universiteitsbibliotheken). In de wereldtentoonstelling komen beide functies van de stad, werken en zich ontspannen, samen.
Onder de tweede spanningsas valt de representatie van ruimtes die de spanning tussen de publieke sfeer en de privésfeer impliceren. De verbeelding van interieurs behoort daartoe (van cafés, van wachtkamers, van schrijvershuizen,...), maar ook het motief van het uiterlijke vertoon, het naar buiten gekeerde interieur, zoals dat zichtbaar wordt in onder meer uitstalramen en gevels. Bijzondere aandacht verdienen in deze context ook ruimtes waarin geloof beleefd kan worden: kerken, kloosters, bedevaartsoorden en kapelletjes.
De derde as heeft betrekking op ruimtes waarin de tegenstelling tussen mobiliteit en stilstand een rol speelt. Concreet denken wij dan aan ruimtes die met toerisme te maken hebben (de oude stadskern, musea, wereldtentoonstellingen), met verkeer (stations, metro, tram) en met migratie en internationalisme. De negentiende-eeuwse stad profiteert van technologische ontsluiting, maar ondergaat ook allerlei vormen van musealisering.
Bij de vierde en laatste spanningsas wordt gekeken naar de oppositie tussen regulering en (ongecontroleerde) groei. Worden groene plaatsen in de stad beleefd als onderbreking van de voortwoekerende bebouwing, als stadse droom van een afwezige natuur (parken, periferie, stadsboerderijen), hoe werd stadsanering geïnterpreteerd (het vuil en het geld, gedempte grachten en leien, sloppenwijken) en welke visies op stadsuitleg spelen er zoal: wordt die bebouwing buiten het oude centrum, omsloten door singels en ringgrachten, in verband gebracht met een nieuwe burgerklasse of een nieuw standsbesef?

Tussen beleving en verbeelding. Steden in een spanningsveld, 1800-1914 zal op 10 en 11 maart 2011 plaatsvinden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. De voertalen van het congres zijn Engels en Nederlands. Voorstellen voor bijdragen kunnen worden ingediend tot 15 september 2010 en tellen 250 woorden. Inzenders krijgen voor 15 oktober bericht.

Contact

Stedenineenspanningsveld@gmail.com
Dr. T. Sintobin
Radboud Universiteit
Faculteit Letteren
Nederlandse taal- en cultuur
Postbus 9103
NL 6500 - HD
Nijmegen
0031-24 361 5491

Organiserend comité

Jan-Hein Furnée (Universiteit van Amsterdam; cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis na 1750)
Tom Sintobin (Radboud Universiteit; Nederlandse taal en cultuur)
Pieter Uyttenhove (Universiteit Gent; Architectuur en Stedenbouw)
Hans Vandevoorde (VUB; Taal- en letterkunde)
Rob van de Schoor (Radboud Universiteit, Nederlandse taal en cultuur)

Wetenschappelijk comité

Peter Altena (Dominicus College, Nijmegen)
Nele Bemong (Katholieke Universiteit Leuven; onderzoekseenheid Nederlandse literatuur)
Lotte Jensen (Radboud Universiteit; Nederlandse taal en cultuur)
Mary Kemperink (Universiteit Groningen, Nederlandse taal en cultuur)
Marita Mathijsen (Universiteit van Amsterdam, Moderne Nederlandse letterkunde)
Liedeke Plate (Radboud Universiteit; Algemene Cultuurwetenschappen en Genderstudies)
Jo Tollebeek (Katholieke Universiteit Leuven; onderzoekseenheid cultuurgeschiedenis vanaf 1750)


[Dit nummer][Agenda]