1004.34 Terug
Vooruit 1004.36

Sym: 1004.35

Date: Mon, 29 Mar 2010 09:02:25 +0200
From: "L.Jensen" <lotte.jensen@wxs.nl>
Subject: Sym: 1004.35: Symposium Werkgroep Negentiende Eeuw: 'Wereldburger in een eeuw van nationalisme', Amsterdam, vr 10 december 2010 (Call for Papers)

Call fot Papers
voor het symposium van de Werkgroep Negentiende Eeuw
op vrijdag 10 december 2010, met als thema:

Wereldburger in een eeuw van nationalisme

'Ubi bene ibi patria' - overal waar ik mij prettig voel, is mijn vaderland, dit zijn de bekende woorden waarmee Erasmus aangaf een wereldburger te willen zijn. Voor humanisten was die prettige omgeving de niet aan een territorium gebonden gemeenschap van de Republiek der Letteren, een supra-nationaal netwerk. Eigenlijk heeft het begrip wereldburger altijd die sociale connotatie behouden; wereldburgerschap is een keuze en een manier van zijn die alleen is weggelegd voor een geletterde elite.

Natuurlijk wijzigde met de sociaal-historische omstandigheden ook de invulling van het begrip en de zijnswijze van wereldburgerschap. Zo koesterden de verlichte achttiende-eeuwse philosophes uitgesproken progressieve idealistische ideeën over wereldburgerschap: de bevordering van het geluk van de mensheid door verspreiding van over de hele wereld vergaarde kennis. In het revolutionaire Frankrijk werd deze culte cosmopolite aanvankelijk aanvaard als een cultuur-politiek ideaal, maar onder de Jacobijnen kwam daar de klad in. Het vaderland werd de imperatief en het eerder al door Rousseau in het leven geroepen negatieve beeld van de wereldburger voerde nu de boventoon: 'ces cosmopolites qui vont chercher au loin dans leurs livres les devoirs qu'ils dédaignent de remplir autour d'eux.' Het feit dat de wereldburger behoorde tot de elite die voor intellectuele vorming, zaken of plezier veel in het buitenland vertoefde, droeg uiteraard bij aan de veroordeling. Vaderlandsliefde en wereldburgerschap sloten elkaar op dat moment uit.

De vraag is nu: hoe werd in de nationalistische negentiende eeuw de deur weer opengezet voor de wereldburger? Dit onderwerp is voor Nederland nog niet systematisch onderzocht, maar enkele kleine steekproeven geven al verrassende resultaten te zien. Zo ziet de vaderlandslievende dichter J.F. Helmers uit pacifistische overwegingen geen heil in fel nationalisme - 'breek, scheur den slagboom weg, die volk van volken scheidt.' (De Wereldburger, 1805) Vaker te horen is de pragmatische gematigdheid zoals van J.A. Bakker in zijn artikel 'Over het verband tusschen vaderlandsliefde en wereldburgerschap.' (De Fakkel 1830) Bakker verzet zich tegen het negatieve idee dat wereldburgerschap niets anders is dan een dekmantel van 'koele onverschilligheid voor Vaderland en Staat.' Hij bepleit een wereldburgerschap, 'vooral bij den beschaafden stand,' dat in harmonie staat met vaderlandsliefde, om deze zodanig te 'veredelen' dat het goede bij andere volken wordt opgemerkt en tot heil van het vaderland aangewend.

Met andere woorden: het vaderland heeft een wereldburgerlijke elite nodig om mee te gaan in de vaart der volkeren. Opmerkelijk genoeg geldt dat ook andersom. Want is het niet zo dat het de natiestaten zijn geweest die internationale manifestaties als wereldtentoonstellingen, vredescongressen en olympische spelen mogelijk hebben gemaakt, bij uitstek faciliteiten om een wereldburgerlijke geest te vormen?

De congrescommissie nodigt potentiële sprekers uit om vanuit de hier geschetste context na te denken over de ontwikkeling van het begrip wereldburger in Nederland in de negentiende eeuw, liefst in wisselwerking met de sociale praktijk. Het kan gaan om de politieke, economische, culturele of sociale wereldburger. Allerlei invalshoeken en bronnen zijn denkbaar: de waardering voor supra-nationale helden, de representaties van wereldburger(schap) in woord en in beeld (romans, gedichten, reisverhalen schilderijen, prenten en foto's), de opvoeding tot wereldburger (d.m.v. talenkennis, etiquette, internationale goede smaak), de verruiming van zijn habitat, de Republiek der Letteren, en de wereldburgerlijke kunstenaar en wetenschapper. Ook voorwaarden als mobiliteit en internationale gastvrijheid, zaken waarover (auto)biografieën, congresverslagen en reisverslagen wellicht informatie, kunnen aan de orde komen. Uiteraard is er ook ruimte voor de negatieve opvattingen van wereldburgerschap die de negentiende eeuw heeft gekend.

Abstracts van max. 500 woorden dienen vóór 30 mei 2010 te worden ingediend bij de secretaris, Jenny Reynaerts: j.reynaerts@rijksmuseum.nl


[Dit nummer][Agenda]