DE ZEVENTIENDE EEUW Cultuur
in de Nederlanden in interdisciplinair perspectief Uitgeverij
Verloren Larenseweg 123 1221 CL Hilversum ISSN 0921-142X (voorheen: ISSN 0921-5867)
|
Ton Harmsen <a.j.e.harmsen@let.leidenuniv.nl> |
Jaargang 20, nummer 1, juli 2004
- Piter van Tuinen.
Een gakkende gans tussen Friese zwanen. Tobias Gutberleth, Simon
Gabbema en Gysbert Japix. Blz. 3-14.
(Tobias Gutberleth (1609-1662) was rector van de Latijnse school in
Leeuwarden. Zijn Neolatijnse gedichten zijn in 1667 uitgegeven door zijn
zoon Werner. Friese Neolatijnse dichters werden, met uitzondering van
Pier Winsemius, lange tijd niet gewaardeerd. Deze bundel van 8500 verzen
laat zich vergelijken met die van Henricus Neuhusius uit 1656. Het blijft
een raadsel wat Gysbert Japix bedoelt met Dy gouwe Kredinse van
Guthberlet, waar hij Gabbema voor bedankt.)
- Geert H. Janssen.
Leven als een graaf. Het hof van Willem Frederik (1613-1664) als
particuliere onderneming. Blz. 15-26.
(Er is een onderscheid tussen de ambtelijke omgeving van Willem
Frederikals stadhouder en kapitein-generaal en zijn particuliere
entourage als hoog edelman. Zijn aanwezigheid in Leeuwarden beperkte zich
tot de winter; de rest van het jaar was hij op campagne of in Den Haag,
waar hij huizen had aan de Poten, het Lange Voorhout en de Lange
Vijverberg; hij kwam niet of nauwelijks op zijn Duitse en Nederlandse
landgoederen. De ambitie om het hof internationale allure te geven,
vooral een ambitie van zijn echtgenote Albertine Agnes (1634-1696) was
financieel rampzalig. Aan hun relatief kleine hof waren veel militairen
verbonden; zij werden niet gerekruteerd uit de Friese adel, meer uit
Holland en Duitsland.)
- Annemarth Sterringa.
Philip Ernst Vegelin van Claerbergen (1613-1693), secretaris, raad en
hofmeester an het Friese stadhouderlijke hof. Blz. 27-37.
(Geboren in de Palts maar getrouwd met de Friese Fockje van Sminia.
Zij overleed in 1658; in 1660 hertrouwde Vegelin met de Utrechtse
burgemeestersdochter Josina Ruijsch. Vegelin was aanvankelijk in dienst
bij Paltsgraaf Karel Lodewijk; deze werd in Frankrijk gevangen genomen en
bevrijd door bemiddeling van Grotius. Terugkeer naar de Palts was
onmogelijk, en Vegelin werd van verschillende zijden aanbevolen aan
Huygens. Via deze kwam de benoeming tot stand, en daarmee begon hun
hartelijke relatie. Het huwelijksfeest van Willem Frederik en Albertine
Agnes leverde Vegelin een spannend avontuur op, toen hij de koets met de
juwelen van de bruid moest bewaken. Naast zijn ambtelijke geschriften
zijn van Vegelin talrijke persoonlijke documenten en brieven bewaard
gebleven. Naar een goed portret wordt nog gezocht.)
- Joke Spaans.
De lutherse lobby voor vrijheid van godsdienstoefening in Friesland.
Blz. 38-52.
(Vanuit de Lutherse consistorie in Amsterdam werd geleidelijkaan
steeds hoger in de hiërarchie bij de Friese Staten het verzoek
ingediend om in Leeuwarden een officiële gemeente te mogen stichten.
Op voorspraak van de Amsterdammer Floris Visscher wist de voorlopige
predikant Arnoldus Lenderich in 1668 toegang te krijgen tot burgemeester
Gerard Walrich. In 1671 werd Johannes van Ceulen predikant van
Leeuwarden, die niet in het openbaar kon optreden. Zijn opvolger Elias
Pomian Pesarovius kreeg het ook zwaar te verduren, maar in de jaren
tachtig, toen Zweedse politici en vervolgens stadhouder Hendrik Casimir
zich inspanden, kregen de Lutheranen toestemming een eigen huis als
kerkgebouw te gebruiken. Met de veelgeprezen discussiecultuur viel het
dus niet mee.)
- W.J. op 't Hof.
Nadere Reformatie in Friesland? Blz. 53-65.
(Hoewel Piëtisme en Nadere Reformatie in Friesland geen
spectaculaire successen hebben geoogst, waren deze stromingen wel
toonaangevend, met name onder de maatschappelijke elite en in
letterkundige kringen. Voor het onderzoek naar deze stromingen zijn 28
auteurs van belang: Paschasius Baers, Gellius Boëthius, Everhardus
Bornaeus, Theodorus à Brakel, Wilhelmus à Brakel, Sixtus
Brunsvelt, Theodorus Couperus, Henricus Domna, Abraham, Petrus en
Sibrandus Eilshemius, Franciscus Elgersma, Arnoldus Hachtingius, Adrianus
Hasius, Johannes van Holst, Focco Johannes, Martinus Johannis, Mattheus
Jorna, Philippus Koeller, Henricus Lautenbach, Paulus Mensonis, Theodorus
Paludanus, Daniël Reneman, Johannes Samplonius, Rippertus Sixti,
Adam Westerman, Bartholdus Wiarda en Herman Witsius.)
- Mirjam de Baar.
Godsdienstvrijheid voor de Labadisten in Wieuwerd (1675-1732). Blz.
66-82.
(De Labadisten, die zich in 1675 op Walta in Wieuwerd vestigden,
werden daar beschermd door hoge adel, ondanks de verzoeken om maatregelen
van kerkbesturen zoals de classis van Sneek. Het feit dat de eigenaars
van Walta, de familie Van Aerssen van Sommelsdijk, goede contacten had
met hoge personen, tot regentes Albertine Agnes toe, is daar
waarschijnlijk de oorzaak van.)
- Louis Peter Grijp.
Wobbelke en de strofische heuristigk Iets over Gysbert Japix en de
Friese zancultuur. Blz. 83-95.
(Van het lied Wobbelke was geen originele melodie bewaard; wat de
muziek betreft wordt Japix verre voorbijgestreefd door Jan Jansz.
Starter. Maar toen de Friese Beweging in de negentiende eeuw behoefte had
aan een grote zeventiende-eeuwse inspiratiebron, heeft men alsnog een
melodie gecomponeerd. In 1956 verscheen de studie van Jacob Jansen naar
de melodieën van Japix' liederen, maar van Wobbelken kon hij nog
geen melodie vinden. Nu geven de Liederenbank en de strofische heuristiek
nieuwe onderzoeksmogelijkheden; de strofevorm van Wobbelke komt overeen
met één lied, dat van Stalpart van der Wiele op Antonius
van Padua. De wijsaanduiding hierbij: Boerinnetje, als ghy gaet water
halen, verwijst naar een lied dat in de KB in handschrift is
overgeleverd. Daarmee zijn de muzikale en de inhoudelijke voorganger van
Wobbelke (een koosnaampje voor Japix' vrouw) getraceerd.)
- W. Bergsma.
Een geleerde en zijn tuin. Over de vriendschap tussen Lubbertus en
Vulcanius. Blz. 96-121.
(Lubbertus werd ca. 1555 geboren in het Oost-Friese Langwarden,
studeerde o.a. in Genève bij Theodorus Beza, en werd hoogleraar in
Franeker. Ondanks zijn streng-calvinistische opvattingen onderhoudt hij
een uiterst vriendelijke correspondentie met Vulcanius, die hij uitnodigt
om met Franciscus Junius en Franciscus Gomarus 'in zijn tuin' te komen
filosoferen. De tuin is meer dan een literair motief: Lubbertus beschikte
inderdaad over een boomgaard, en ander onroerend goed. Moeilijker is het,
de vriendschap tussen een Calvinist en een atheïst te verklaren; dit
kan men zien als een vorm van utilitaire of instrumentele tolerantie,
nodig in een tijd waarin wetenschappelijke discussies in de kleine wereld
der geletterden voornamelijk via persoonlijke correspondentie gevoerd
moest worden.)
- Frans R.E. Blom.
Constantijn Huygens en de Friese dichter Willem Staackmans. Blz.
122-132.
(Staackmans is geboren in Franeker, 1597; in de Martinikerk aldaar is
nog een grafschift van zijn hand op zijn moeder te zien. Hij overleed in
1640 en werd herdacht in een lijkrede van Winsemius, waarbij o.a. een
gedicht van Barlaeus gepubliceerd werd. Van zijn handschriften zijn er
maar weinig overgeleverd, een deel van zijn brieven is zoekgeraakt; in de
Leidse UB bevindt zich een verzameling van ca. twintig gedichten in
manuscript. Alleen zijn 'Panegyris academica' verscheen zelfstandig in
druk (Franeker 1626); daarnaast enig gelegenheidswerk in bundels van
Johan van Beverwijck, Johannes Cunaeus, Anna Maria van Schuerman e.a. Hij
was burgemeester van Franeker en later gedeputeerde van Friesland in de
Staten-Generaal. Hij bezorgde Hooft informatie over de beginjaren van de
Opstand. In zijn correspondentie met Huygens toont hij zich een
bewonderaar, wat hem echter niet in staat stelt goede poëzie te
maken. Een vers aan Caspar Barlaeus ondertekent hij met 'Dando petere
solitus' dat wil zeggen: hij schrijft poëzie in de hoop betere
verzen terug te krijgen.)
- Olga van Marion.
Gysbert Japix' 'Paris forlittende Enone.' Blz. 133-142.
(De bron van Japix' bewerking van Ovidius' Heldinnenbrieven werd tot
nu toe in de Franse literatuur gezocht. Op grond van soortgelijke teksten
in het 'Princesse Lietboec' (1605), het 'Nieu groot Amstelredams
Liedt-boeck' (verschillende edities begin zeventiende-eeuw) en 'Den pyl
der liefden' (1609) is aannemelijk, dat Japix bij een Nederlandse
traditie van heldinnenklachten in liedvorm aansluiting heeft gezocht. Al
eerder had Japix stof uit de Heroides gebruikt; de pastorale figuur van
Oenone zal hem bijzonder hebben aangesproken.)
- Nelleke Moser.
De kapitein in zijn labyrint. Het veelzijdige schrijverschap van
Haring van Harinxma (1604-1669). Blz. 143-159.
(Het kleine maar veelzijdige oeuvre van Haring van Harinxma thoe Heeg
omvat een vertaling van Quevedo's Sue-os onder de titel 'Seven
wonderlijcke gesichten' (Leeuwarden, 1641); een galante liefdesroman
onder de titel 'Doolhof van Socia' (Leeuwarden, 1643); een consolatio
voor zijn schoonouders onder de titel 'Vertroostinge door Capitain
Haringh van Harinxma over het afsterven van syn salghe huysvrou Geertruit
Quaedt. Op het Christelykst toegpast.' (Emden, 1645); en het
'Christelijck hand-boecxken' (1664). De consolatio, een combinatie van
Calvinistische en Ciceroniaanse argumenten, was tot nu toe door de
neerlandici onopgemerkt gebleven. Wat de bronnen ervan zijn, moet nog
vastgesteld worden.)
- Mededeling.
(Katrien Van Oost wint de Zeventiende Eeuw Scriptieprijs voor haar
Gentse sciptie: Owen Feltham's A brief character of the Low-Countries. A
multi-layered portrait of the Dutch.)
- Recensies:
- <Door: J. De Landtsheer, op p. 161-163:> I. Duerloo &
M. Wingens. Scherpenheuvel. Het Jeruzalem der Lage Landen. Davidsfonds,
Leuven, 2002. 192 p. ISBN 90-4526-182-4.
- <Door: J.J.V.M. de Vet, op p. 163-165:> R. Knoeff. Herman
Boerhaave (1668-1738). Calvinist chemist and physician. Edita Koninklijke
Akademie van Wetenschappen, Amsterdam, 2002. XVI, 237 p. ISBN
90-6984-342-0. (History of Science and Scholarship in the Netherlands,
deel 3).
- <Door: M. van Gelder, op p. 165-167:> N. de Roy van Zuydewijn.
Van koopman tot icoon. Johan van der Veken en de Zuid-Nederlandse
immigranten in Rotterdam tot 1800. Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam,
2002. 388 p. ISBN 90-351-2467-7.
- <Door: M.B. Smits-Veldt, op p. 167-169:> B. Noak. Politische
Auffassungen im niederlūndischen Drama des 17. Jahrnunderts. Waxmann
Verlag, Mūnster, enz., 2002. 318 p. ISBN 3-8309-1145-9.
(Niederlande-Studien, Band 29).
- <Door: I. de Haan, op p. 169-172:> M. Weis. Les Pays-Bas
Espagnols et les Etats du Saint Empire (1559-1579). Priorités et
enjeux de la diplomatie en temps de troubles. Editions de
l'Université de Bruxelles, Bruxelles, 2003. 388 p. ISBN
2-8004-1303-4. (Série Faculté de Philosophie et Lettres -
Histoire).
- <Door: D.K.W. van Miert, op p. 172-173:> A.H. Huussen jr.
(red.) Onderwijs en onderzoek: studie en wetenschap aan de academie van
Groningen in de 17e en 18e eeuw. Verloren, Hilversum, 2003. 350 p. ISBN
90-6550-735-3. (Studies over de Geschiedenis van de Groningse
Universiteit, 1).
- <Door: A.J.E. Harmsen, op p. 174-176:> J.W.H. Konst. Fortuna,
Fatum en Providentia Dei in de Nederlandse tragedie 1600-1720. Verloren,
Hilversum, 2003. 384 p. ISBN 90-6550-745-0.
- <Door: J. Bloemendal, op p. 176-177:> W. van Bunge, H. Krop, B.
Leeuwenbergh, H. van Ruler, P. Schuurman, & M. Wielema (eds.) The
dictionary of seventheenth and eighteenth century Dutch philosophers.
Thoemmes Press, Bristol, 2003. 2 vols. 1116 p. ISBN 1-85506-966-0.
- Signalementen:
- <Door: T. Van Houdt, op p. 178:> A. Grafton. Bring out your
dead. The past as revelation. Harvard University press, Cambridge, Mass.
/ London, 2002. 360 p. ISBN 0-674-00468-x.
- <Door: I.M. Veldman, op p. 178-179:> F. Scholten, E. van
Binnebeeke & F. Bewer. Willem van Tetrode, sculptor (c. 1525-1580).
Waanders, Zwolle, 2003. 160 p. ISBN 90-400-8781-4.
- <Door: E.E.P. Kolfin, op p. 179-180:> D. Kunzle. From criminal
to courtier. The soldier in Netherlandish art 1550-1672. Brill, Leiden /
Boston, 2002. XXXII, 664 p. ISBN 90-04-12369-5. (History of warfare, vol.
10).
- <Door: T. Van Houdt, op p. 180:> H. Van Goethem (ed.) Antwerpen
en de Jezuïeten, 1562-2002. UFSIA, Antwerpen, 2003. 192 p. ISBN
90-9016122-8.
- <Door: E.K. Grootes, op p. 180-181:> Jacob Cats. Verhalen uit
de trou-ringh. Met inleiding en aantekeningen door J. Koppenol. Amsterdam
University Press, Amsterdam, 2003. 135 p. ISBN 90-5356-611-2.
(Alfa-reeks)
- <Door: R. van Gelder, op p. 181-182:> V. Roeper & B.
Walraven (red.) m.m.v. J.-P. Buys. De wereld van Hendrik Hamel. Nederland
en Korea in de zeventiende eeuw. Sun, Amsterdam, 2003. 192 p. ISBN
90-5875-116-3. En: Het journaal van Hendrick Hamel. De verbazingwekkende
lotgevallen van Hendrick Hamel en ander schipbreukelingen om het
VOC-schip de Sperwer in Korea (1653-1666). Vertaald, ingeleid en van
toelichtingen voorzien door H. Savenije. Ad. Donker, Rotterdam, 2003. 168
p. ISBN 90-6100-541-8.
- <Door: K. Van der Stighelen, op p. 182-183:> F.K. Laarman.
Families in beeld. De ontwikkeling van het Noord-Nederlandse
familieportret in de eerste helft van de zeventiende eeuw. Verloren,
Hilversum, 2000. 103 p. ISSN 0925-7586. (Zeven Provinciënreeks, deel
20).
- <Door: L. Schlūter, op p. 183-184:> H.B. van der Weel. 'In die
kunst en wetenschap gebruyckt.' Gerrit Claeszoon Clinck (1646-1693),
meester kunstschilder van Delft en koopman in dienst van de Verenigde
Oostindische Compagnie. Verloren, Hilversum, 2002. 224 p. ISBN
90-6550-721-3.
- <Door: E.E.P. Kolfin, op p. 184:> P. Wardle. For our Royal
Person. Master of the Robes Bills of King-Stadholder Willam III.
Stichting Paleis Het Loo Nationaal Museum, Apeldoorn, 2002. 160 p. ISBN
90-805046-6-1.
- <Door: I.A.M. van Elferen, op p. 185:> A.J. Harper. German
secular song-books of the Mid-Seventheenth century. An examination of the
texts in collections of songs published in the Germen-language area
between 1624 and 1660. Ashgate, Aldershot Hamshire, 2003. 354 p. ISBN
0-7545-0642-2.
- <Door: M. van Groesen, op p. 185-186:> M. Barend-van Haeften en
B. Paasman. De Kaap: Goed Hoop halvenwege Indië. Bloemlezing van
Kaapteksten uit de Compagniestijd. Verloren, Hilversum, 2003. 192 p. ISBN
90-6550-688-8.
- <Door: C.A. Davids, op p. 186:> A. Wegener Sleeswijk. De Gouden
Eeuw van het fluitschip. Van Wijnen, Franeker, 2002. 206 p. ISBN
90-5194-259-1.
- <Door: P.E.L. Verkuijl, op p. 186-187:> G. van der Stroom.
'Eene onafgewerkte teekening' van P.C. Hooft: de drost en zijn slot.
Stichting Rijksmuseum Muiderslot, Muiden, 2002. 82 p.
- <Door: W.Th.M. Frijhoff, op p. 187-188:> G. van der Plaat.
Eendracht als opdracht. Lieuwe van Aitzema's bijdrage tot het publieke
debat in de zeventiende-eeuwse Republiek. Verloren, Hilversum, 2003. 264
p. ISBN 90-6550-759-0.
- <Door: E.K. Grootes, op p. 188:> Gysbert Japix. Een keuze uit
zijn werk. Toegelicht door Philipppus Breuker (red.) en vertaald door
Douwe A. Tamminga en Atze Bosch in het Nederlands en Klaas Bruinsma en
Jan Popkema in het Fries. It Gysbert Japixhés / Fryske Academy,
Bolsward / Leeuwarden 2003. 264 p. ISBN 90-804318-3-4.
- <Door:
E.E.P. Kolfin, op p. 188-189:> S. Dackerman (red.) Painted prints. The
revelation of color in northern Renaissance and Baroque engravings,
etchings and woodcuts. With essays by Susan Dackerman and Thomas Primeau.
The Baltimore Museum of Art / The Pennsylvania State University Press,
Baltimore, 2003. ISBN 0-271-02235-3.
- <Door: J.W. Spaans, op p. 189-190:> J. Exalto & J.-K.
Karels. Waakzame wachters en kleine vossen. Gereformeerden en
herrnhutters in de Nederlanden, 1734-1754. Groen, Heerenveen, 2001. 318
p. ISBN 90-5829-243-6.
- <Door: C. de Groot, op p. 190:> J. Albert-Balázsi &
A.A. Sneller (red.) Parallellen. Károli-studies II. Hongaarse
bijdragen tot de neerlandistiek. Károli Gáspár
Universiteit, Budapest, 2002. 237 p. ISBN 963-8392-541.
Jaargang 19, nummer 2, februari 2004
- Roeland Harms.
Tot lering, maar vooral ter vermaak. Een vergelijking tussen
de functie van het anekdotenboek en de zeventiende-eeuwse roman
De Labourlotten. Blz. 154-168.
(Kritische bespreking van de dissertatie van Inger Leemans
uit 2002: 'Het woord is aan de onderkant. Radicale ideeën in
Nederlandse pornografische romans 1670-1700.' Een analyse van de
roman 'Het koddig en voddig leven der hedendaagsche Labourlotten'
maakt aannemelijk, dat niet zozeer moralisatie als wel puur
vermaak de intentie van de auteur was. Ook in kluchtboeken speelt
moralisatie een steeds minder grote rol.)
- Wolter Seuntjes.
Damp, walm en rook: Luchtige hartstochten in de literatuur
van de zeventiende eeuw. Blz. 169-180.
(Vondel, Bredero en Tengnagel spreken over dampen en
dampjens, zuchten en geeuwen om de hartstochten uit te beelden.
Ook bij medische auteurs, zoals Johan van Beverwyck, komen deze
begrippen voor. Zij zijn ontstaan uit de moraalpathologie; reeds
bij Homerus wordt gesproken over wind en vuur in het menselijk
lichaam, corresponderend als microcosmos met de macrocosmos.
Geleidelijkaan is deze theorie in de zeventiende eeuw terzijde
geschoven, maar de metafoor van hartstochten als tochten van het
hart blijft tot laat in de achttiende eeuw bestaan.)
- Andrew Sawyer.
The Tyranny of Alva: the creation and development of a Dutch
patriotic image. Blz. 181-211.
(De prent van Jan Pietersz. van de Venne (1622): Afbeeldinghe
van den ellendighen staet der Nederlanden, onder de wreede
tijrannije van den Hertoghe van Alba, geeft de politieke situatie
weer zonder openlijk verzet te plegen en zonder aan te sporen tot
geweld. Dit sluit aan bij een lange traditie van talrijke prenten
(o.a. van Coornhert) en schilderijen (o.a. van Dirck van Delen.)
- Ingeborg De Cooman.
Van podium naar liedboek. Guilelmus Bolognino en de
toneelliederen in 'Dorothea Maeghet ende Marteleresse' (1641).
Blz. 212-225.
(Liederen in een toneelstuk, dat in 1641 werd opgevoerd door
jongens en meisjes van de Sint-Jorisparochie te Antwerpen, zijn
ook terug te vinden in het liedboek van Bolognino uit 1645: Den
gheestelycker leeuwercker. Hij, en niet Geeraard van den Brande,
blijk daarmee de auteur te zijn.)
- Recensies:
- <Door: E. van den Boogaart, op p. 226-230:> B.
Schmidt. Innocence abroad. The Dutch imagination and the New
World, 1570-1670. Cambridge University Press, Cambridge, 2001.
XXIX, 450 p. ISBN 0-521-80408-6.
- <Door: L.E.I.M. Jongen, op p. 231-232:> Ch. van
Leeuwen. Hemelse voorbeelden. De heiligenliederen van Johannes
Stalpart van der Wiele, 1579-1630. SUN, Nijmegen, 2001. 389 p.
ISBN 90-5875-009-4.
- <Door: M.R. Prak, op p. 233-234:> C. Lesger. Handel in
Amsterdam ten tijde van de Opstand. Kooplieden, commerciële
expansie en verandering in de ruimtelijke economie van de
Nederlanden ca. 1550-ca. 1630. (Amsterdamse historische reeks.
Grote serie, 27) 296 p. ISSN 0929-9769. ISBN 90-6650-686-1.
- <Door: J. van der Veen, op p. 234-239:> M.E.W.
Boers-Goosens. Schilders en de markt, Haarlem 1605-1635.
Proefschrift Leiden, z.pl., 2001. 517 p. ISBN 90-901-4214-2.
- <Door: H. Leeflang, op p. 239-240:> I.M. Veldman.
Crispijn de Passe and his progeny (1564-1670). A century of print
production. (Studies in Prints and Printmaking, vol. 3.) Sound
& Vision Publishers, Rotterdam, 2001. 505 p. ISBN
90-75607-57-1. En: I.M. Veldman. Profit and pleasure. Print books
by Crispijn de Passe. (Studies in Prints and Printmaking, vol.
4.) Sound & Vision Publishers, Rotterdam, 2001. 421 p. ISBN
90-75607-58-X.
- <Door: N. Moser, op p. 241-243:> F. de Bree, M. Spies
& R. Zemel (red.) 'Teeckenrijcke woorden' voor Henk Duits.
Opstellen over literatuur, toneel, kunst en religie, meest uit de
zestiende en zeventiende eeuw. Stichting Neerlandistiek, VU /
Nodus Publikationen, Amsterdam / Münster, 2002. 289 p. ISBN
90-72365-71-2, 3-89323-445-4.
- <Door: St. vanden Broecke, op p. 243-245:> G.
Wiesenfeldt. Leerer Raum in Minervas Haus. Experimentelle
Naturlehre an der Universität Leiden, 1675-1715. (History of
science and scholarship in the Netherlands, vol. 2). KNAW,
Amsterdan, 2002. 464 p. ISSN 1569-3481. ISBN 90-6984-339-0.
- <Door: M.R. Prak, op p. 245-247:> M. van Tielhof. The
'Mother of all trades'. The Baltic grain trade in Amsterdam from
the late 16th to the early 19th century. (The Northern World,
vol. III). Brill, Leiden, 2002. 370 p. ISBN 90-04-12546-9.
- <Door: G.A.C. van der Lem, op p. 247-249:> H. Daussy.
Les Huguenots et le roi: le combat politique de Philippe
Duplessis-Mornay (1572-1600). (Travaux d'Humanisme et
Renaissance, nr. 364.) Droz, Genève, 2002. 694 p. ISBN
2-600-00667-2.
- <Door: J.L. Price, op p. 249-250:> R. Po-Chia Hsia
& H.F.K. van Nierop (eds.) Calvinism and religious toleration
in the Dutch Golden Age. Cambridge University Press, Cambridge,
2002. 187 p. ISBN 0-521-80682-8.
- <Door: J. Becker, op p. 250-254:> H. Borggrefe, Th.
Fusenig & B. Kümmel (eds.) Ut pictura politeia oder der
gemalte Fürstenstaat: Moritz der Gelehrte und das
Bildprogramm in Eschwege. (Studien zur Kultur der Renaissance,
herausgegeben am Wederrenaissance-Museum Schloss Brake, Nr. 1).
Jonas Verlag, Marburg, 2000. ISBN 3-89445-280-3.
- Signalementen:
- <Door: F.J. Dijksterhuis, op p. 255:> A. Hoving
& C. Emke. De schepen van Abel Tasman / The ships of Abel
Tasman. Box met boek, tekeningen en CD-rom. Met een inleiding
door P. Sigmond. Verloren, Hilversum, 2000. 144 p. ISBN
90-6550-086-3.
- <Door: G. Vanpaemel, op p. 255-256:> F. Depuydt &
M. Goossens (red.) Van Mercator tot computerkaart. Een
geschiedenis van de cartografie. Brepols, Turnhout, 2001. 137 p.
ISBN 90-5622-040-3.
- <Door: P. Knevel, op p. 256-257:> J. Frieswijk, A.H.
Huussen, Y.B. Kuiper & J.A. Mol (red.) Fryslân, staat
en macht, 1450-1650. Bijdragen aan het historisch congres te
Leeuwarden van 3 tot 5 juni 1998. Verloren / Fryske Akademy,
Hilversum / Leeuwarden, 1999. 245 p. ISBN 90-6550-043-X.
- <Door: M.A.G. de Jong, op p. 257-258:> J. Francke.
Utiliteyt voor de gemeene saake. De Zeeuwse commissievaart en
haar achterban tijdens de Negenjarige oorlog, 1688-1697. (Werken,
deel 12). Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen,
Middelburg, 2001. 498 p. ISBN 90-70534-33-9.
- <Door: H.C. Dibbits, op p. 258-259:> M. Westerman (ed.)
Art & home. Dutch interiors in the age of Rembrandt. Denver
Art Museum, Denver, 2001. 240 p. ISBN 0-914738-46-1.
- <Door: P.E.L. Verkuyl, op p. 259-260:> H.F.J.
Horstmanshoff e.a. (red.) The four seasons of human life. Four
anonymous engravings from the Trent collection. Erasmus
Publishing / Trent Collection, Rotterdam / Durham, 2002. 109 p.
& CD-rom. ISBN 90-5235-13618.
- <Door: H. Miedema, op p. 260:> M.-C. Heck, F. Lemerle
& Y. Pauwels (eds.) Théorie des arts et
création artistique dans l'Europe du Nord du XVIe au
début du XVIIIe siècle. Actes du colloque
international organisé les 14 et 16 décembre
à l'Université Charles-de-Gaulle-Lille 3 par le
Centre de Recherches en Histoire de l'art. 2001. 370 p. ISBN
2-84467-035-0.
- <Door: G.A.C. van der Lem, op p. 261:> P. Williams.
Philips II. (European History in Perspective.) Palgraven
Basingstoke, 2001. 302 p. ISBN 0-333-69336-1.
- <Door: J.W. Spaans, op p. 261-262:> P. O'Brien (ed.)
Urban achievement in early modern Europe. Golden ages in Antwerp,
Amsterdam and London. Cambridge University Press, Cambridge,
2001. 361 p. ISBN 0-521-59408-1.
- <Door: C.L. Heesakkers, op p. 262-263:> T. Van Houdt,
J. Papy, G. Tournoy & C. Matheeussen (eds.)
Self-presentation and social identification. The rhetoric and
pragmatics of letter writing in early modern times. Supplementa
Humanistica Lovaniensia, 18. University Press, Leuven, 2002. vi,
478 p. ISSN 0775-1117; ISBN 90-5867-212-3.
- <Door: H. Miedema, op p. 263:> H. Leeflang, G. Luijten
e.a. (red.) Hendrick Goltzius (1558-1617). Tekeningen, prenten en
schilderijen. Waanders, Zwolle, 2003. 368 p. ISBN 90-400-8793-8.
- <Door: J.W.H. Konst, op p. 263-264:> J. Verberckmoes
(red.) Vreemden vertoond. Opstellen over exotisme en
spektakelcultuur in de Spaanse Nederlanden en de Nieuwe Wereld.
Peeters, Leuven, 2002. 239 p. ISBN 90-429-1247-2.
- <Door: C.M. Lesger, op p. 264-265:> J. Parmentier, C.A.
Davids & J. Everaert (eds). Peper, Plancius en porselein. De
reis van het schip 'Swarte Leeuw' naar Atjeh en Bantam,
1601-1603. (Werken uitgegeven door de Linschoten-Vereeniging,
101.) Walburg Pers, Zutphen, 2003. 237 p. ISSN 0168-7107; ISBN
90-5730-210-1.
- <Door: J. Bloemendal, op p. 265-266:> J.P.
Guépin. Drietaligheid. Uitgeverij Voltaire,
's-Hertogenbosch, 2003. 272 p. ISBN 90-5848-038-0.
- <Door: J.W. Spaans, op p. 266-267:> W. Frijhoff.
Embodied belief. Ten essays on religious culture in Dutch
history. (Studies in Dutch Religious History, 1.) Verloren,
Hilversum, 2002. 300 p. ISBN 90-6550-723-X.
- <Door: H.L. Houtzager, op p. 267-268:> M.J. van
Lieburg. Nieuw licht op Hendrik van Deventer (1651-1724). Erasmus
Publishing, Rotterdam, 2002. 120 p. ISBN 90-5235-163-5.
- <Door: H.J. den Heijer, op p. 268:> Franois Valentijn.
Oud en Nieuw Oost-Indiën, vervattende een naaukeurige en
uitvoerige verhandelinge van Nederlands mogentheyd in die
gewesten, benevens eene wydlustige beschryvinge der Moluccos,
Amboina, Banda, Timor, en Solor, Java, en alle de eylanden onder
dezelve landbestieringen behoorende; het Nederlands comptoir op
Suratte, en de levens der groote Mogols; als ook een keurlyke
verhandeling van 't wezentlykste, dat men behoort te weten van
Choromandel, Pegu, Arracan, Bengale, Mocha, Persien, Malacca,
Sumatra, Ceylon, Malabar, Celebes of Macassar, China, Japan,
Tayouan of Formosa, Tonkin, Cambodia, Siam, Borneo, Bali, Kaap
der Goede Hoop en van Mauritius. Van Wijnen, Franeker, 2002. 316,
428 p. ISBN 90-5194-226-5.
- <Door: L. Kooijmans, op p. 268-269:> S. Groenveld, J.J.
Huizinga & Y. Kuiper (red.) Nassau uit de schaduw van
Oranje. Van Wijnen, Franeker, 2003. 160 p. ISBN 90-5194-261-3.
- <Door: C.M. Lesger, op p. 269:> A. Tännesen. 'Al
het Hollandse volk dat hier nu woont'. Nederlanders in Helsinger,
circa 1550-1600. Vert. J. Roding. (Zeven Provinciën Reeks
XXI) Verloren, Hilversum, 2003. 102 p. ISBN 90-6550-197-5.
- <Door: L. Noordegraaf, op p. 269-270:> Z. van
Ruyven-Zeman, X. van Eck & H. van Dolder-de Wit. Het geheim
van Gouda, de cartons van de Goudse Glazen. Walburg Pers,
Zutphen, 2002. 157 p. ISBN 90-5730-167-9.
- <Door: E.E.P. Kolfin, op p. 270-271:> A.K. Wheelock Jr.
(Ed.) Aelbert Cuyp. Thames & Hudson, New York, 2001. 320 p.
ISBN 0-500-51057-1.
Jaargang 19, nummer 1, mei 2003
- Van de redactie. Blz 1.
(De Congrescommissie, Wouter Kloek, Huigen Leeflang, Henk
van Nierop en René van Stipriaan, heeft een verslag
opgesteld van het congres over verbeelding of popularisering
van de zeventiende-eeuwse cultuur.)
- Congrescommissie.
De toekomst van de zeventiende eeuw. Verslag van het op 23
augustus 2002 gehouden colloquium in het Rijksmuseum te
Amsterdam, georganiseerd door de Werkgroep Zeventiende Eeuw,
het Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden eeuw en
het Rijksmuseum, Amsterdam. Blz. 3-12.
(Het tentoonstellen, voordragen, uitvoeren en spelen van
allerlei soorten zeventiende-eeuwse kunst is nog wel degelijk
mogelijk, alsletterkundigen, kunsthistorici, musea en theaters
maar elkaar weten te vinden en te stimuleren, en de oude
objecten inzichtelijk weten te presenteren.)
- Karel Bostoen.
Aan de literatuur ligt het niet. Naar een nieuwe
editiecultuur. Blz. 13-24.
(Pleidooi voor het uitgeven van teksten die in hun eigen
tijd ook al populair waren. Deze teksten moeten geschikt
gemaakt worden voor een breed publiek, en de editeurs moeten
zich bewust zijn van de enorme productie van literair werk in
de zestiende tot achttiende eeuw.)
- Ann Diels.
Van opdracht tot veiling. Kunstaanbestedingen naar
aanleiding van de Blijde Intrede van aartshertog Ernest van
Oostenrijk te Antwerpen in 1594. Blz. 25-54.
(Om geld te besparen werden de opdrachten voor de
feestconstructies in 1594 gegund aan de laagstbiedende.
Ambrosius Francken en Maarten de Vos hebben een minder
belangrijke rol gespeeld bij het vervaardigen van de
triomfbogen etc. dan totnutoe werd aangenomen: het
stadsbestuur hield nauwlettend toezicht op de gehele
organisatie. Voor de kunstenaars pakte dit niet altijd nadelig
uit.)
- E.K. Grootes.
Eergevoel in Bredero's Spaanschen Brabander. Blz. 55-66.
(Analyse van eer en reputatie van de verschillende
personages van de Spaanschen Brabander. Bredero houdt zijn
publiek een ongevaarlijke lachspiegel voor, niet alleen door
zijn stuk in het verleden te laten spelen, maar ook door
erekwesties in de onderkant van de samenleving te behandelen.)
- Dirk van Miert.
Retoriek in de Republiek. Vormen en functies van
academische oraties in Amsterdam in de zeventiende eeuw. Blz.
67-89.
(Dirk van Miert onderscheidt en karakteriseert zeven
soorten oraties: de Latijnse schooloratie; de oefenoratie voor
studenten; de openbare redeneringen of disputaties; de
inaugurele redes; de inleidende oraties; de gewone colleges en
de academische en politieke lofredes. De talrijke teksten van
deze redes zijn indertijd gedrukt, maar slecht overgeleverd.)
- Els Kloek.
De gezeefde werkelijkheid van Lysbeth Philips de Bisschop
(1566-1652). Sporen van een remonstrantse koopmansvrouw uit
Amsterdam. Blz. 90-115.
(De koopmansvrouw Lysbeth Philips, getrouwd met Rem
Bisschop en schoonzuster van de arminiaanse voorman Simon
Episcopius, wordt door Geerardt Brand geprezen om haar
krachtig optreden tijdens plunderingen en vervolgingen. Latere
historici wantrouwden dit beeld, maar door vruchtbaar
literatuur- en archiefonderzoek weet Els Kloek het goed te
onderbouwen.)
- Juryrapport.
Roeland Harms wint de Zeventiende Eeuw Scriptieprijs 2002
voor zijn scriptie: Lering of vermaak? Een onderzoek naat de
functie van twee zeventiende-eeuwse romans.
- Recensies:
- <Door: A. van Diepen, op p. 117-119:> H. van
Harten-Boers & Z. van Ruyven-Zeman. The stained-glass
windows of the Sint Janskerk at Gouda. Vol. I: The glazing of
the clerestory of the choir and of the former monastic church
of the Regulars. Edita KNAW, Amsterdam, 1997. 184 p. ISBN
90-6984-197-5.
En: X. van Eck, C.E. Coebergh-Surie & A.C. Gasten.
The stained-glass windows of the Sint Janskerk at Gouda. Vol.
II: The works of Dirck and Wouter Crabeth. Edita KNAW,
Amsterdam, 2002. 232 p. ISBN 90-6984-270-X.
En: Z. van Ruyven-Zeman. The stained-glass windows of the
Sint Janskerk at Gouda. Vol. III: The pre- and
post-Reformation windows. Edita KNAW, Amsterdam, 2000. 366 p.
ISBN 90-6984-269-6.
- <Door: N. Veldhorst, op p. 119-121:> J.S. Powell.
Music and theatre in France 1600-1680. Oxford University
Press, Oxford, 2000. 582 p. ISBN 90-19-816599-4.
- <Door: Chr. Coppens, op p. 121-123:> H.-J. van Dam
(ed.) Hugo Grotius. De imperio summarum potestatum circa
sacra. 2 dln. Brill, Leiden, 2001. 1103 p. ISBN 90-04-12027-0.
- <Door: L.J. Wagenaar, op p. 123-125:> M. Prak.
Gouden eeuw. Het raadsel van de Republiek. SUN, Nijmegen,
2002. 341 p. ISBN 90-5875-048-5.
- <Door: P.E.L Verkuyl, op p. 125-127:> R. Vermij. The
Calvinist Copernicans. The reception of the new astronomy in
the Dutch Republic, 1575-1750. (History of Science and
Scholarship in the Netherlands, deel 1). Edita KNAW,
Amsterdam, 2002. 433 p. ISBN 90-6984-340-4.
- <Door: M.C.A.E. Engels, op p. 127-129:> M. Bulut.
Ottoman-Dutch economic relations in the early modern period
1571-1699. Verloren, Hilversum, 2001. 240 p. ISBN
90-6550-655-1.
- <Door: M. van Otegem, op p. 129-131:> P. Arents. De
bibliotheek van Pieter Pauwel Rubens: een reconstructie.
Bewerking F. Baudouin e.a. Eindred. A.K.L. Thijs. Vereniging
der Antwerpse Bibliofielen, Antwerpen, 2001. 387 p. ISSN
0777-5067.
- <Door: S. Langereis, op p. 131-133:> K.
Skovgaard-Petersen. Historiography at the court of Christian
IV (1588-1648). Studies in the Latin histories of Denmark by
Johannes Pontanus and Johannes Meursius. Museum Tusculanum
Press, Kopenhagen, 2002. 454 p. ISBN 87-7289-703-1.
- <Door: H. Miedema, op p. 134-136:> P. Moree (ed.)
Dodo's en galjoenen. De reis van het schip 'Gelderland' naar
Oost-Indië, 1601-1603. Walburg Pers, Zutphen, 2001.
(Werken uitgegeven door de Linschoten-Vereniging). 348 p. ISBN
90-5730-171-7.
- Signalementen:
- <Door: Chr. Coppens, op p. 137:> P.M. Daly, J.
Manning & M. van Vaeck (eds.) Emblems from Alciato to the
Tattoo. Selected papers of the Leuven International Conference
18-23 August 1996. (Imago Figurata dl. 1c). Brepols, Turnhout,
2001. 319 p. ISBN 2-503-50971-1.
- <Door: J. Kerkhoven, op p. 137-138:> J.I. Israel.
Locke, Spinoza and the philosophical debate concerning
toleration in the Early Enlightenment (c. 1670-c. 1750).
(Mededelingen van de Afdeling Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel
62, no. 6). Edita KNAW, Amsterdam, 1999. 19 p. ISBN
90-6984-245-9.
- <Door: B. Timmermans, op p. 138:> H. Vlieghe, A.
Balis, C. Van de Velde (eds.) Concept, design and execution in
Flemish painting (1550 - 1700). (Museums at the Crossroads MAC
5). Brepols, Turnhout, 2000. 288 p. ISBN 2-503-50731-X.
- <Door: B. Timmermans, op p. 138-139:> E.S.
Gordenker. Anthony van Dyck (1599-1641) and the representation
of dress in Seventeenth-century portraiture. (Pictura Nova.
Studies in 16th and 17th century Flemish painting and drawing,
VIII). Brepols, Turnhout, 2001. IX, 297 p. ISBN 2-503-50880-4.
- <Door: G.A.C. van der Lem, op p. 139-140:> G. Darby
(ed.) The origins and development of the Dutch Revolt.
Routledge, Londen, 2001. 175 p. ISBN 0-415-25379-9.
- <Door: J. Jansen, op p. 140-141:> Th. Borgstedt
& W. Schmitz (eds.) Martin Opitz (1597-1639).
Nachahmungspoetik und Lebenswelt. (Frühe Neuzeit, Band
63). Max Niemeyer Verlag, Tübingen, 2002. 279 p. ISBN
3-484-36563-3.
- <Door: J. Jansen, op p. 141:> M. Disselkamp.
Barockheroismus. Konzeptionen 'politischer' Grūsse in
Literatur unt Traktatistik des 17. Jahrhunderts. (Frühe
Neuzeit, Band 65). Max Niemeyer Verlag, Tübingen, 2002.
470 p. ISBN 3-484-36565-X.
- <Door: J. Verberckmoes, op p. 141-142:> J.A.
Gonsalves de Mello. Nederlanders in Brazilië (1624-1654).
De invloed van de Hollandse bezetting op het leven en de
cultuur in Noord-Brazilië. Vert. G.N. Visser. Walburg
Pers, Zutphen, 2001. 288 p. ISBN 90-5730-174-1.
- <Door: G.A.C. van der Lem, op p. 142:> R. Vermeir.
In staat van oorlog. Filips IV en de Zuidelijke Nederlanden,
1629-1648. Shaker Publishing, Maastricht, 2001. XXIX, 341 p.
ISBN 90-423-0149.
- <Door: R. Schillemans, op p. 143:> P. Huys Janssen.
Caesar van Everdingen (1616/17-1678). Monograph and catalogue
raisonné. (Aetas Aurea, Monographs on Dutch &
Flemish Painting, XVII.) Davaco Publishers, Doornspijk, 2002.
225 p. ISBN 90-70288-47-8.
- <Door: A.S. de Haas, op p. 143-144:> M.A.
Schenkeveld-van der Dussen. De geheimen van het vrouwelijk
hart. Nederlandse vrouwelijke auteurs over de liefde in lyriek
en roman (1600-1840). (Mededelingen van de Afdeling
Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel 64, nr. 3). Edita KNAW,
Amsterdam, 2001. 36 p. ISBN 90-6984-324-2.
- <Door: K. Van der Stighelen, op p. 144-145:> J.R.
Judson. Rubens, the Passion of Christ. (Corpus Rubenianum
Ludwig Burchard, dl. VI.) Brepols / Harvey Miller, Turnhout,
2001. 472 p. ISBN 0-905203-61-5.
- <Door: B. Timmermans, op p. 145:> H. Vlieghe (ed.)
Sir Antony Van Dyck, 1599-1999. Conjectures and refutations.
(Museums at the Crossroads MAC 8). Brepols, Turnhout, 2001.
312 p. ISBN 2-503-51144-9.
- <Door: Chr. Coppens, op p. 145-146:> K. van
Cleempoel. A catalogue raisonné of scientific
instruments from the Louvain School, 1530 to 1600. (De
Diversis Artibus, 65.) Brepols, Turnhout, 2002. 284 p. ISBN
2-503-51218-6.
- <Door: K. Van der Stighelen, op p. 146-147:> E. Put
& C. Harline. Verloren schapen, schurftige herders. De
helse dagen van bisschop Matthias Hovius 1542-1620. SUN,
Nijmegen, 2002. 287 p. ISBN 90-5875-063-9.
- <Door: E.E.P. Kolfin, op p. 147:> M. Sitt, P.
Biesboer & K. Muller (red.) Jacob van Ruisdael. De
revolutie van het Hollandse landschap. Frans Halsmuseum &
Waanders, Haarlem & Zwolle, 2002. 168 p. ISBN
90-400-9605-8.
- <Door: R. Schillemans, op p. 148:> De beschilderde
orgelluiken in Europa. Stichting Organa Historica, Rotterdam,
2002. 720 p. ISBN 804439-1-3.
- <Door: C.A. Davids, op p. 148-149:> W. Dobber &
C. Paul. Cornelis Cornelisz. van Uitgeest. Uitvinder aan de
basis van de Gouden Eeuw. Walburg Pers, Zutphen, 2002. 208 p.
ISBN 90-5730-189-X.
- <Door: V.D. Roeper, op p. 149-150:> A. van der Moer.
De Luitenant-Admirael-Generael. Een beknopte
levensbeschrijving van Michiel Adriaenszoon de Ruyter. Van
Wijnen, Franeker, 2000. 94 p. ISBN 90-5194-201-X.
- <Door: K. Van der Stighelen, op p. 150:> E. Kloek.
Kenau. De heldhaftige zakenvrouw uit Haarlem (1526-1588).
(Verloren Verleden, dl. 15.) Verloren, Hilversum, 2001. 92 p.
ISBN 90-6550-456-7.
Jaargang 18, nummer 2, januari 2003
- Annelies Vogels.
Nemo Artifex Nascitur. Het zeventiende-eeuwse receptenboek van
Jacoba van Veen (1635-na 1687). Blz. 99-114.
(Handschrift in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag, waarin
deze Haagse amateurkunstenares, in de traditie van het
secreetboek, aanwijzingen geeft voor de productie van artistieke
materialen.)
- Jan Muylle.
Tronies toegeschreven aan Pieter Bruegel. Fysionomie en
expressie (2). Blz. 115-148.
(Over de tronies, veelal ovale, paarsgewijs aangeboden
fysionomische portretten, die in heel Europa tot in de achttiende
eeuw te vinden zijn. Ze werden onder vele anderen gemaakt door
Hendrick Goltzius, Adriaen Brouwer, David Teniers; nog in de
achttiende eeuw werden dergelijke tronies gegraveerd voor het
liedboek 'Het Vermaaklyk Buitenleven' (Haarlem 1716). Als bijlage
de 72 zesregelige verzen in het 'Toonneel des wereldts ontdeckende
de ongestuymigheden en ydelheden in woorden ende wercken deser
verdorvene eeuwe, op-gepronckt met aerdige en zin-rijcke versen,
benevens twee-en-tseventigh snaeckse tronjen, getekent door den
konstigen schilder P. Breugel.' Weesp, Albert Elias van Panhuysen,
1658.)
- Joke Spaans.
Violent dreams, peaceful coexistence. On the absence of
religious violence in the Dutch Republic. Blz. 149-166.
(In de Republiek was minder religieus geweld dan in de
omliggende landen. Dat is niet alleen het gevolg van religieuze
tolarantie, maar ook van de numerieke overmacht van de
andersdenkenden, de sterke traditie en de organisatie van het
maatschappelijk leven en het gezinsleven.)
- Leonore Stapel.
Haarlems welvaart: 'de konst van bier te brouwen' of
'excellente stucken lijnwaets'? Blz. 167-183.
(De Haarlemse burgers presenteren de bierbrouwerij als de
belangrijkste industrie van Haarlem, maar de inwoners van andere
steden weten wel dat de linnennijverheid van de Vlaamse
immigranten belangrijker is. Na verloop van tijd zijn de
linnenwevers geïntegreerd, en dan wordt deze industrie ook
door de Haarlemmers als de grootste erkend.)
- Thijs Wetsteijn.
Schilderkunst als 'zuster van de bespiegelende wijsgeerte'. De
theoretische status van het afbeelden van de zichtbare wereld in
Samuel van Hoogstratens Inleyding tot de Hooge Schoole der
Schilderkonst. Blz. 184-207.
(De zichtbare wereld, het boek der natuur, is een filosofisch
en deugdzaam onderwerp, dat beantwoordt aan de Calvinistische
onderzoeksopdracht. Door dit als uitgangspunt te nemen levert
Samuel van Hoogstraten goede argumenten voor de theorie dat de
Nederlandse zeventiende-eeuwse schilderkunst voornamelijk een
beschrijvend karakter heeft.)
- Matthijs van Otegem.
Geschiedenis is een daad. Blz. 208-217.
(Niet alleen de begrippen Europa en Nederland, ook dat van de
discussiecultuur en de religieuze discussie zijn meer
problematisch dan in '1650: Bevochten eendracht' wordt
uitgewerkt.)
- Willem Frijhoff & Marijke Spies.
Antwoord aan Matthijs van Otegem. Blz. 218-225.
(De auteurs van het door Matthijs van Otegem besproken boek
ontkennen een te modernistische visie op de geschiedenis te
hebben, en zij vinden dat zij de religieuze problematiek niet
hebben onderschat.)
- Recensies:
- <Door: A.J.E. Harmsen, op p. 226-228:> Constantijn
Huygens. Nederlandse gedichten, 1614-1625. Historisch-kritische
uitgave, verzorgd door A. Leerintveld. (Monumenta Literaria
Neerlandica XII). Deel 1: Teksten; Deel 2: Apparaat en commentaar.
KNAW & Constantijn Huygens Instituut, Den Haag, 2001. 1235 p.
ISBN 90-76832-03-X.
- <Door: E.E.P. Kolfin, op p. 228-230:> A. van Suchtelen, met
bijdragen van F.J. Duparc & P. van der Ploeg & E. Runia.
Winters van weleer. Het Hollandse landschap in de Gouden Eeuw.
Waanders & Maurtitshuis, Zwolle & Den Haag, 2001. 176 p.
ISBN 90-400-9574-4.
- <Door: G. Schwartz, op p. 230-232:> H.J. Horn. The Golden Age
revisited: Arnold Houbraken's Great Theatre of Netherlandish
painters and paintresses. With the assistance of David de Witt. 2
dln. Davaco Publishers, Doornspijk, 2000. XXI+985 p. ISBN
90-70288-66-4. - Signalementen:
- <Door: P.J. Schuffel, op p. 233:> T. van Strien & E.
Stronks (red.) 'Het hart naar boven.' Religieuze po'zie uit de
zeventiende eeuw. (Delta Reeks). AUP, Amsterdam, 1999. 447 p. ISBN
90-263-1543-0.
- <Door: R. van Gelder, op p. 233-234:> K. Schmuki (ed.) Der
'Indianer' im Kloster St. Gallen. Georg Franz Mūller (1646-1723),
ein Weltreisender des 17. Jahrhunderts. Verlag am Kloster, Sankt
Gallen, 2001. 82 p. ISBN 3-906616-46-0.
- <Door: H. Vlieghe, op p. 234:> R. Baarsen. 17de-eeuwse
kabinetten. (Rijksmuseumdossiers). Rijksmuseum & Waanders,
Amsterdam & Zwolle, 2000. 64 p. ISBN 90-400-9450-0.
- <Door: M.C. 't Hart, op p. 234-235:> H. Schipper. Macht in de
zeventiende eeuw. Engeland en Nederland kwantitatief vergeleken.
Walburg Pers, Zutphen, 2001. 160 p. ISBN 90-6011-623-2.
- <Door: K. van der Stighelen, op p. 235-236:> R. Baer. Gerrit
Dou 1613-1675. Master painter in the age of Rembrandt. Met
bijdragen van A.K. Wheelock Jr. & A. Boersma.
Tentoonstellingscatalogus National Gallery of Art Washington.
Dulwich Picture Gallery & Mauritshuis, Den Haag &
Londen, 2000. 159 p. ISBN 0-89468-248-2.
- <Door: M.C. 't Hart, op p. 236-237:> L. van der Ent & V.
Enthoven. Gewestelijke financi'n ten tijde van de Republiek der
Verenigde Nederlanden. Deel 3: Groningen (1595-1795). (Rijks
Geschiedkundige Publicatiën, Kleine Serie 94). Instituut voor
Nederlandse Geschiedenis, Den Haag, 2001. 428 p. ISBN
90-5216-117-8. ISSN 0921-9064.
- <Door: A.M.Th. Leerintveld, op p. 237:> R. Höffner (ed.)
Philologie und Erkenntnis. Beiträge zu Begriff und Problem
frūhneuzeitlicher 'Philologie'. Frühe Neuzeit, Band 61. Max
Niemeyer Verlag, Tūbingen, 2001. 392 p. ISBN 3-484-36561-7.
- <Door: K. van der Stighelen, op p. 237-238:> W.E. Franits
(ed.) The Cambridge companion to Vermeer. Cambridge University
Press, Cambridge, 2001. 241 p. ISBN 0-521-65331-2.
- <Door: J. Jansen, op p. 238-239:> Daniel Heinsius. De
constitutione tragoediae. La constitution de la trag_die dite La
Poetique d'Heinsius. Edition, traduction et notes par Anne Duprat.
(Travaux de Grand Si_cle XXI). Librairie Droz, Genève,
2001. ISBN 2-600-00621-4.
- <Door: Chr. Coppens, op p. 239-240:> E.M. van Meerkerk. Achter
de schermen van het boekbedrijf: Henri Du Sauzet (1687-1754) in de
wereld van de uitgeverij en boekhandel in de Republiek. (Studies
van het Instituut Pierre Bayle voor Intellectuele Betrekkingen
tussen de West-Europese Landen in de Nieuwe Tijd, Nijmegen (SIB),
31). APA-Holland University Press, Amsterdam & Utrecht, 2001.
XII, 469 p. ISBN 90-302-1041-9.
- <Door: J.J.V.M. de Vet, op p. 240-241:> H.H.M. van Lieshout.
The making of Pierre Bayle's 'Dictionaire Historique et Critique',
with a cd-rom containing the Dictionaire's library and references
between articles. APA-Holland University Press, Amsterdam &
Utrecht, 2001. XXIV, 339 p. ISBN 90-302-1040-0.
- <Door: O. van Nimwegen, op p. 241-242:> W Troost.
Stadhouder-koning Willem III. Een politieke biografie. Verloren,
Hilversum, 2001. 331 p. ISBN 90-6550-639-x.
- <Door: A.J.E. Harmsen, op p. 242:> J. Jansen. Decorum.
Observaties over de literaire gepastheid in de renaissancistische
poëtica. Verloren, Hilversum, 2001. 439 p. ISBN
90-6550-671-3.
- <Door: G.M.E. Dorren, op p. 243:> J.C. Streng. Vrijheid,
gelijkheid, broederschap en gezelligheid. Het Zwolse Sint
Nicolaasgilde tijdens het ancien régime. Verloren,
Hilversum, 2001. 214 p. ISBN 90-6550-666-8.
- <Door: J.M. Koppenol, op p. 243-244:> H. Gramberg. De
overwintering op Nova Zembla. Verloren, Hilversum, 2001. 93 p.
ISBN 90-6550-457-5.
Bijlage:
Tweelinge eener dracht. Woord en beeld in de Nederlanden
(1500-1700). Extra nummer van het tijdschrift De Zeventiende Eeuw.
Verschenen als Jaargang 17, nummer 3, 2001. Themanummer over de
relatie tussen dichtkunst en beeldende kunst in de zestiende- en
zeventiende-eeuwse Nederlanden. Onder redactie van K. Bostoen, E.
Kolfin en P.J. Smith.
- Paul J. Smith.
Het dronken Hert. Een emblematische fabel bij De Dene en
Vondel. Blz. 13-40.
- Karel Bostoen & Daniel Horst.
De wolf onder de schapen. Afbeeldingen van Broer Cornelis.
Blz. 41-74.
- Eric Jan Sluijter en Nicole Spaans.
Door liefde verstandig of door lust verteerd? Relaties tussen
tekst en beeld in voorstellingen van Cimon en Efigenia. Blz.
75-103.
- Hanneke de Bruin.
De duivel is zo zwart als men hem schildert. Over de
uitbeelding van donkere mensen in vroege Nederlandse drukken. Blz.
104-132.
- Eddy Verbaan.
Jan Janszoon Orlers schetst Leiden. Illustraties in de vroege
stadsbeschrijvingen. Blz. 133-168.
- E. Kolfin.
'Drincken ende klincken kunje sien ter naaste plaet'. De
boekillustraties van Adriaen van de Venne in Quintijns De
Hollandsche-Liis met de Brabandsche-Bely (1629). Blz. 169-198.
- Malgorzata Sarnowiec.
De zeven zonden van het dienstmeisje: een moralistische en
libertijnse versie beschreven en verbeeld. Blz. 199-222.
- Dawn Odell.
The Soul of Transactions. Illustrations and Johan Nieuhof's
Travels in China. Blz. 223-242.
- Nelke Bartelings.
'Hier toont voor 't oog het tijtelblad den inhout in het boek
vervat'. De rol van de titelprent en in Frans van Mieris' Histori
der Nederlandsche Vorsten. Blz. 243-262.
- Boukje Thijs.
'Ghevoestert uyt een borst': woord en beeld in Den
Nederduytschen Helicon (1610). Blz. 263-274. - Juliette Roding.
Tekst en beeld in het trompe-l'oeil van Cornelis Norbertus
Gijsbrechts: de 'perspectiefkamer' van Frederik III en Christiaan
V van Denemarken uit de periode 1668-1672. Blz. 275-297.
Jaargang 18, nummer 1, mei 2002
- Jochen Becker.
Aan een gouden keten: eerbewijzen voor kunstenaars. Blz.
51-64.
(Grote machthebbers namen kunstenaars in dienst, maar zij
waren ook van die kunstenaars afhankelijk. Eerbewijzen werden
dan ook niet uitgekeerd in geld, maar in de vorm van een gouden
keten. Christina van Zweden, die zichzelf in de traditie
plaatste van Alexander de Grote, de mecenas van Apelles, eerde
op die manier verschillende kunstenaars, zoals David Beck die
zich op zelfgenoegzame wijze afbeeldde met zijn keten. Een ander
voorbeeld van wederzijdse afhankelijkheid wordt geleverd door
Michelangelo, die als hofschilder gevraagd is door Karel V,
François I, zeven pausen en een sultan. Een bijzondere plaats is
voor Michelangelo ingeruimd in de Florentijnse triomfboog die in
1549 in Antwerpen werd opgericht. Naast Dante, Boccaccio,
Petrarca en Giotto is hij daar, nog tijdens zijn leven, aanwezig
in de vorm van een verzilverd beeld.)
- Bettina Noak.
De 'Sinryke Fabulen' (1685) van Pieter de la Court:
verhulling en onthulling in een 'verlicht' genre. Blz. 65-78.
(Deze fabelbundel is uitgegeven als een fraai embleemboek.
De la Court laat zich leiden door het rationalisme van
Descartes; dit zal leiden tot inzicht in de natuurlijke oorzaak
van zaken die nu aan de Fortuin worden toegedicht. Verschillende
politieke vergelijkingen in de fabels en in de theoretische
inleiding tot het boek leiden tot een beschrijving van de ideale
maatschappijvorm: de republikeinse 'ware vrijheid'.)
- Recensies:
- <Door: L.F. Groenendijk, op p. 79-81:> H. van 't
Veld. Beminde broeder die ik vand op 's werelts pelgrims wegen.
Jan Luyken (1649 - 1712) als illustrator en medereiziger van
John Bunyan (1628 - 1688). De Banier, Utrecht, 2000. 559 p. ISBN
90-336-0479-5.
- <Door: J. Kerkhoven, op p. 81-83:> J.I. Israel.
Radical enlightenment. Philosophy and the Making of Modernity,
1650 - 1750. Oxford University Press, Oxford, 2001. XVI, 810 p.
ISBN 0-19-820608-9.
- <Door: J. Pollmann, op p. 83-85:> S. Langereis.
Geschiedenis als ambacht. Oudheidkunde in de Gouden Eeuw:
Arnoldus Buchelius en Petrus Scriverius. Historische Vereniging
Holland / Verloren, Haarlem / Hilversum, 2001. 368 p. ISBN
90-70403-48-X.
- <Door: A.M.Th. Leerintveld, op p. 86-88:> Constantijn
Huygens. Dingen. Uitgegeven door J.P.G. Heersche & H.M.
Hermkens m.m.v. F.J. Claessens e.a. Stichting Nederlandistiek
VU, Amsterdam, 2001. 308 p. ISBN 90-72365-66-6.
- Mededeling: Zeventiende Eeuw Scriptieprijs 2001 voor Annelies
Vogels. Blz. 89.
(Voor de doctoraalscriptie over het receptenboek van Jacoba
van Veen. De prijs is uitgereikt tijdens het congres van de
Werkgroep Zeventiende Eeuw in Amsterdam, op 30 augustus 2002.)
- Signalementen:
- <Door: J. Jansen, op p. 90-91:> G.P. Norton (ed.)
The Cambridge history of literary criticism. Vol. III: The
Renaissance. Cambridge University Press, Cambridge, 1999. XXIV,
758 p. ISBN 0-521-30008-8.
- <Door: Th. Stevens, op p. 91:> K.I. Muller (red.)
Elisabeth van der Woude. Memorije van 't geen bij mijn tijt is
voorgevallen. Terra Incognita, Amsterdam, 2001. 152 p. ISBN
90-73893-1303.
- <Door: M.L. Barend - van Haeften, op p. 91-92:> R.H.
Hesselink. De gevangenen uit Nambu. Een waar geschied verhaal
over de VOC in Japan. Nederlandse vertaling en bewerking J.
Meerman & R.H. Hesselink. Walburg Pers, Zutphen, 2000. 256
p. ISBN 90-5730-130-X.
- <Door: J. Bloemendal, op p. 92:> L. Stapel.
Perspectieven van de stad. Over bronnen, populariteit en functie
van het zeventiende-eeuwse stadsgezicht. Verloren, Hilversum,
2000. 85 p. ISBN 90-6550-170-3.
- <Door: A. Maljaars, op p. 93:> H. Duits & T. van
Strien (red.) Een intellectuele activist. Studies over leven en
werk van Philips van Marnix van Sint Aldegonde. Verloren,
Hilversum, 2001. 126 p. ISBN 90-6550-669-1.
- <Door: M.L. Barend - van Haeften, op p. 93-94:> W. de
Visser. Piet Hein en de Zilvervloot. Oorlog en handel in de
West. Verloren, Hilversum, 2001. Verloren verleden deel 13. 88
p. ISBN 90-6550-454-0.
- <Door: F.P. Wagenaar, op p. 94:> G.H. Janssen. Het
stokje van Oldenbarnevelt. Verloren, Hilversum, 2001. Verloren
verleden deel 14. 95 p. ISBN 90-6550-455-9.
- <Door: H. Miedema, op p. 94:> Karel van Mander. Le
livre des peintres. Vies des plus illustres peintres des
Pays-Bas et d'Allemagne. [Vertaald door Henri Hymans]. Inleiding
en aant. door V. Gerard-Powell. Les Belles Lettres, Parijs,
2001. 285 p. ISBN 2-251-44186-7.
Jaargang 17, nummer 2, november 2001
- Ed Romein.
Knollen en citroenen op de Leidse kunstmarkt: over de rol
van kwaliteit in de opkomst van de Leidse fijnschilderstijl.
Blz. 75-94.
(Na een inzinking in de periode 1630-1650 komt Leiden
sterk terug met de fijnschilderij van Gerard Dou e.a. Dit
verval is te verklaren door het veranderen van de markt
vanwege het slechte aanbod van buiten de stad. Door het
optreden van het St.-Lucasgilde en door verschillende
publicaties, zoals De lof der schilder-konst van Philips Angel
en de stadsbeschrijving van Jan Jansz. Orlers met zijn
schildersbiografieën, wordt nieuwe informatie over de
kunst verspreid, en daarmee verdwijnt de kwaliteitsonzekerheid
bij het publiek. Dit is een voorwaarde voor het herstel van de
kunstmarkt. Bewerking van de met de 'Zeventiende Eeuw
Scriptieprijs 2000' bekroonde doctoraalscriptie.)
- Peter Carpeau.
Rembrandt boven Rubens. Een analyse van de
prijsverschillen tussen zeventiende-eeuwse Noord- en
Zuid-Nederlandse schilderijen op de huidige kunstmarkt. Blz.
95-107.
(Noord-Nederlandse schilderkunst is een beter
beleggingsobject dan Zuid-Nederlandse. In het Noorden werkten
beroemde meesters aan ezelschilderijen voor de gegoede
burgerij, in het Zuiden werd het grote werk voor kerken en
openbare gebouwen vaak in ateliers gedaan. Het Noorden
produceerde meer stillevens en portretten, het Zuiden meer
religieuze en historische onderwerpen. Voor de huidige
kunstmarkt is de belangrijkste prijsopdrijvende factor echter
de naamsbekendheid van de kunstenaar.)
- Robert Schillemans.
Wandelen met de Drie-eenheid. Blz. 108-120.
(De compositie van de Heilige Familie-schilderijen, waar
naast de trits Josef-Maria-Jezus ook Vader-Zoon-Heilige Geest
en Anna-Maria-Jezus een rol speelt. Ook Joachim-Anna-Maria
wordt afgebeeld. Door de Heilige Familie te combineren met de
Heilige Drie-eenheid kan men illustreren dat Jezus mens en God
tegelijk is. Josef wordt meestal als een oude man afgebeeld,
omdat hij aan de conceptie van Jezus geen deel heeft gehad; er
zijn echter ook afbeeldingen van een Jozef in de kracht van
zijn leven, als timmerman of Jezus opdragend aan God.)
- Elmer Kolfin.
Portretten van liefde en lust. Portretten en portretteren
in illustraties uit Noord- en Zuid-Nederlandse boekjes over
liefde c. 1600-1635. Blz. 121-137.
(Gravures van Adriaen van de Venne en Crispijn de Passe
tonen aan dat het portretteren van jonge meisjes in de vroege
zeventiende eeuw niet probleemloos was. In de Leidse
embleemtraditie ontstond een beeld van de schilderende Cupido,
die een kuise herinnering aan de geliefde moet produceren.
Deze herinnering kan ook te veel worden: de ovidaanse heldin
Laodamia, die zich troostte met het wassen beeld van haar
geliefde, pleegde later zelfmoord. Laodamia wordt afgebeeld op
een gravure van Pieter Serwouters naar David Vinckboons.)
- A. Maljaars.
'Niet min godvruchtelijk als dapper.' Gijsbrecht van
Aemstel verdedigd tegen zijn critici. Blz. 138-164.
(De laatste jaren is men Gysbreght gaan zien als een held
met vele gebreken: hij zou hoogmoedig zijn, slecht oordelen en
niet luisteren naar redelijke argumenten. Vanuit christelijke
optiek worden deze moderne Gysbreghtinterpretaties ontzenuwd;
de voor de hand liggende vergelijking met Aeneas heeft
Maljaars daar niet eens bij nodig. De Gysbreght is een drama
van goed en kwaad; in de scènes het de Heer van Vooren
en met Badeloch komt Gysbreght naar voren als een standvastige
held.)
- Mark van Vaeck.
Adriaen van de Vennes bedelaarsvoorstellingen in
grisaille: geschilderde paradoxale encomia? Blz. 165-173.
(Het schilderen in zwart (of bruin) en wit werd tijdens
Van de Venne's leven al minder gewaardeerd. Het onderwerp,
bedelaarsportretten omringd door spreukbanden, is wel in
verband gebracht met het literaire genre van het paradoxale
encomium, waarbij vooral gedacht werd aan de theorie'n van
Erasmus en aan diens Lof der zotheid en Adagia. Er is ook een
heel ander verband aan te wijzen, namelijk met de antieke
schilders van triviale onderwerpen, die door Plinius
riparografen werden genoemd; deze term rhypariographia duikt
op bij Hadrianus Junius, in zijn Batavia (1588). Ook later
werd deze term gebruikt, tot in de achttiende eeuw toe: men
vindt hem bij Arnold Houbraken en bij Jacob Campo Weyerman.
Dit alles maakt het noodzakelijk onderzoek te doen naar de
waardering van de grisaillekunst in de zeventiende eeuw.)
- Jan Muylle.
Tronies toegeschreven aan Pieter Breugel. Fysionomie en
expressie (I). Blz. 174-204.
(Eerste deel van een studie over de bedoelingen van de
zestiende- en zeventiende-eeuwse tronieschilderingen. De
technieken van de schilders, namelijk het schilderen naar
modellen en voor de spiegel, en hun doelstellingen, namelijk
het uitbeelden van menselijke hartstochten, worden hier
beschreven. Het geven van karikaturen is dus geen doel van dit
soort schilderijen. Pieter Breughel, Philips Wouwerman en Jan
Steen bereikten met deze technieken gelaatsuitdrukkingen met
sprekende gelijkenis.)
- Signalementen:
- <Door: C.M. Ridderikhoff, op p. 205:> Hugo
Grotius. The Antiquity of the Batavian Republic, with the
Notes by Petrus Scriverius. Edited and translated by Jan
Waszink and others. Van Gorcum, Assen, 2000. VIII + 185 pp.
Bibliotheca Latinitatis Novae. ISBN 90-232-358788.
- <Door: H.L. Houtzager, op p. 205-206:> M.J. van
Lieburg. De geschiedenis van de kindergeneeskunde in Nederland
I: De periode tot 1700. Erasmus Publishing, Rotterdam, 1997.
352 pp. ISBN 90-5235-041-8.
- <Door: A.A. Sneller, op p. 206-207:> A. de Jeu. ''t
Spoor der dichteressen.' Netwerken en publicatiemogelijkheden
van schrijvende vrouwen in de Republiek (1600-1750). Verloren,
Hilversum, 2000. 374 pp. ISBN 90-6550-612-8.
- <Door: V. Enthoven, op p. 207-209:> O. Gelderblom.
Zuid-Nederlandse kooplieden en de opkomst van de Amsterdamse
stapelmarkt, 1578-1630. Verloren, Hilversum, 2000. 350 pp.
ISBN 90-6550-620-9.
- <Door: F. van Lieburg, op p. 209-210:> S. Zijlstra.
Om de ware gemeente en de oude gronden. Geschiedenis van de
dopersen in de Nederlanden, 1531-1675. Verloren / Fryske
Akademy, Hilversum / Leeuwarden, 2000. 544 pp. ISBN
90-6650-631-4.
- <Door: M. van der Meij, op p. 210-211:> P. Dirkse.
Begijnen, pastoors en predikanten. Religie en kunst in de
Gouden eeuw. Primavera Pers, Leiden, 2001. 272 pp. ISBN
90-74310-72-9.
- <Door: M. Snijders, op p. 211-212:> Arnout Hellemans
Hooft. Een naekt beeldt op een marmore matras seer schoon. Het
dagboek van een 'grand tour' (1649-1651). Bezorgd door E.M.
Grabowsky & P.J. Verkruijsse. Verloren, Hilversum, 2001.
231 pp. Egodocumenten, dl. 23. ISBN 90-6550-181-9.
- <Door: E. Stronks, op p. 212:> G.R.W. Dibbets (ed.)
Predikant en toerist. Het dagboek van Joannes Vollenhove,
Engeland 17 mei - 30 oktober 1674. Verloren, Hilversum, 2001.
224 pp. ISBN 90-6550-636-5.
- <Door: P. van Beek, op p. 212-213:> Anna Maria van
Schuurman. Verhandeling over de aanleg van vrouwen voor de
wetenschap. Ingeleid door A.C.M. Roothaan en vertaald door R.
ter Haar. Xeno, Groningen, 1996. 98 pp. ISBN 90-6208-123-1.
- <Door: H. Miedema, op p. 213:> Karel van Mander. Le
vite degli illustri pittori fiamminghi, olandesi e tedeschi.
Introduzione, traduzione e apparato critico di Ricardo de
Mambro Santos. Apeiron Editori, Sant'Oreste (Roma), 2000. 390
pp. ISBN 88-85978-30-4.
- <Door: A.J.A.M. Schuurman, op p. 213-215:> H.
Dibbits. Vertrouwd bezit. Materiële cultuur in Doesburg
en Maassluis, 1650-1800. SUN, Nijmegen, 2001. 399 pp. ISBN
90-6168-591-5.
- <Door: J. Konst, op p. 215:> Davit Baute. Cort
relaas sedert den jare 1609. De avonturen van een Zeeuws
koopman in Spanje tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Uitgegeven
door R. Kuiper. M.m.v. H. Kluiver & J. Vermeulen.
Verloren, Hilversum, 2000. Egodocumenten, dl. 20. 96 pp. ISBN
90-6550-171-1.
- <Door: D.K.W. van Miert, op p. 215-216:> J.A.H. Bots
e.a. (red.) Het Gelders Athene. Bijdragen tot de geschiedenis
van de Gelderse Universiteit in Harderwijk (1648-1811).
Verloren, Hilversum, 2000. 251 pp. ISBN 90-6550-092-8.
- <Door: M.J. Bok, op p. 216-217:> J. Loughman &
J.M. Montias. Public and private spaces. Work of art in
Seventheenth-Century Dutch houses. Waanders, Zwolle, 2000.
Studies in Netherlandish Art and Cultural History, dl. 3). 196
pp. ISBN 90-400-9444-6.
- <Door: J.J.V.M. de Vet, op p. 217-218:> N. Golvers.
François de Rougemont, S.J., missionary in Ch'ang-Shu
(Chiang-Nan). A study of the account-book (16747-1676) and the
Elogium. Leuven University Press / Ferdinand Verbiest
Foundation, Leuven, 1999. 794 pp. Louvain Chinese Studies, dl.
VII. ISBN 90-5867-001-05.
- <Door: G.A.C. van der Lem, op p. 218-219:> E.
Postma. Viglius van Aytta. De jaren met Granvelle, 1549-1564.
Walburg Pers, Zutphen, 2000. 360 pp. ISBN 90-5730-097-4.
- <Door: A.M.Th. Leerintveld, op p. 219-220:> B.P.M.
Dongelmans, P.G. Hoftijzer & O.S. Lankhorst (red.)
Boekverkopers van Europa. Het 17de-eeuwse Nederlandse
uitgevershuis Elzevier. Walburg Pers, Zutphen, 2000. 352 pp.
Bijdragen tot de geschiedenis van de Nederlandse Boekhandel,
Nieuwe Reeks, V. ISBN 90-5730-116-4.
- <Door: J.H. Waszink, op p. 220-221:> Justus Lipsius.
Lovanium: Leuven. Beschrijving van de stad en haar
universiteit. Latijnse tekst met inleiding, vertaling en
aantekeningen door Jan Papy. Universitaire Pers Leuven,
Leuven, 2000. 373 pp. ISBN 90-5867-055-4.
- <Door: G.A.C. van der Lem, op p. 221:> K. de Jonge
& G. Janssens (red.) Les Granvelles et les anciens
Pays-Bas. Liber doctori Mauricio Van Durme dedicatus.
Universitaire Pers Leuven, Leuven, 2000. 409 pp. Symbolae
Facultatis Litterarum Lovaniensis, series B, vol 17. ISBN
90-5867-049-X.
- <Door: E.O.G. Haitsma Mulier, op p. 222-223:> K.
Enenkel, J. de Jong & J. de Landtsheer (eds.) Recreating
ancient history. Episodes from the Greek and European past in
the arts and literature of the early modern period. Brill,
Leiden / Londen / Keulen, 2001 375 pp. Intersections, I. ISBN
90-04-12051-3.
- <Door: C.A.M. Maarleveld, op p. 223:> K. Ratelband.
Nederlanders in West-Afrika 1600-1650. Walburg Pers, Zutphen,
2000. 320 pp. ISBN 90-5730-096-6.
- <Door: L. Kooijmans, op p. 223:> H. Hendrix &
M. Meijer Drees (red.) Beschaafde burgers. Burgerlijkheid in
de vroegmoderne tijd. Amsterdam University Press, Amsterdam,
2001. 129 pp. ISBN 90-5356-511-6.
- <Door: H. Meeus, op p. 224:> E. de Jongh. Dankzij de
tiende muze. 33 Opstellen uit Kunstschrift. Primavera Pers,
Leiden, 2000. 232 pp. ISBN 90-74310-65-6.
- <Door: L. Kooijmans, op p. 224:> Y. Kuiper & K.
Thomassen. Banden van vriendschap. De collectie alba amicorum
Van Harinxma thoe Slooten. Van Wijnen, Franeker, 2001. 160 pp.
ISBN 90-5194-219-2.
- <Door: A.J.E. Harmsen, op p. 224-225:> Chr.
Berkvens-Stevelinck. Magna commoditas.
Vierhonderdvijfentwintig jaar geschiedenis van de Leidse
Universiteitsbibliotheek, 1575 - 2000. Primavera Pers /
Universitaire Pers, Leiden, 2001. 264 pp. ISBN
90-74310-71-0.
Jaargang 17, nummer 1, mei 2001
- Jeroen Salman.
Troebelen en tijdsordening. De actualiteit in
zeventiende-eeuwse almanakken. Blz. 3-17.
De arminiaanse predikant Daniel Wittius bracht velen in
moeilijkheden door gedetailleerde informatie te noteren in zijn
almanak, waarin actuele en politieke informatie was voorgedrukt.
Dergelijke informatie verdween na 1650 goeddeels uit de
almanakken, waarmee ook de notities van de gebruikers minder
politiek werden.)
- E.K. Grootes.
Toekomstbeelden in Nederlandse historiespelen uit de
zeventiende eeuw. Blz. 18-28.
De aartsengel Rafael (Gysbreght), de stroomgod van de vecht
(Geeraerdt van Velsen), vertoningen zoals de triomf van Caesar
(Aegyptica), geestverschijningen (Baeto, De nederlaagh van
Hannibal) en droomverhalen (Wilhem of gequetste vryheit) vormen
een rijk arsenaal aan voorspellende scènes in
historiespelen, gericht op het lokale chauvinisme van het
publiek.)
- Hessel Miedema.
Karel van Manders tijd. Blz. 29-39.
In navolging van Vasari onderscheidt Karel van Mander
verschillende soorten tijd, die hij in zijn
schildersbiografieën tot uitdrukking brengt: hij is zich
bewust van de historische opeenvolging, en de geleidelijke
ontwikkeling van de schilderkunst, maar ook van de specifieke
tijdsomstandigheden die tot het schilderen geleid hebben.)
- H.L. Houtzager.
Het tijdgebonden experiment van Reinier de Graaf in de
ontwikkeling van het voortplantingsonderzoek. Een beknopt
overzicht. Blz. 40-49.
(Door de inwendige geslachtsorganen van konijnen te
prepareren, en dat in een serie van konijnen die nog maar net
zwanger zijn tot vlak voor de bevalling, kreeg Reynerus de Graaf
inzicht in het belang van de vrouwelijke geslachtsorganen voor de
voortplanting, daarmee een stap vooruit naar de emancipatie uit
het aristotelische denken der medici. De spermacel is pas na hem,
door Antoni van Leeuwenhoek, waargenomen; pas daarna kon men
juiste inzichten verwerven in het ontstaan van het embryo.)
- Matthijs van Otegem.
Tijd, snelheid, afstand: de mechanica van het pamflet. Blz.
50-61.
Productie en distributie bepalen de snelheid waarmee een
pamflet zijn publiek bereikt. Maar dit beeld wordt genuanceerd
door de rol van de predikanten in de pamfletproductie te
betrekken: niet alleen zijn zij actieve producenten, maar vooral
door de inhoud van pamfletten via de kansel uit te dragen spelen
zij een belangrijke rol.)
- Mededeling.
Zeventiende Eeuw Scriptieprijs 2000 voor Ed Romein. Blz. 62.
Voor de doctoraalscriptie over het St.-Lucasgilde en Philips
Angel. De prijs wordt uitgereikt tijdens het congres van de
Werkgroep Zeventiende Eeuw in Leuven, op 31 augustus 2001.)
- Signalementen:
- <Door: Th. Stevens, op p. 63:> Johan Talens. Een
feodale samenleving in koloniaal vaarwater. Staatsvorming,
koloniale expansie en economische onderontwikkeling in Banten,
West-Java (1600-1750). Verloren, Hilversum, 1999. Bewerking van
proefschrift Universiteit Utrecht, 1997. 253 p. ISBN
90-6550-067-7.
- <Door: J. van Sluis, op p. 63:> L.F. Groenendijk, W.J.
op 't Hof & W. Heijting (red.) J. van der Haar tachtig jaar.
Stichting Studie der Nadere Reformatie, Zoetermeer, 1999.
Themanummer Documentatieblad Nadere Reformatie 23 (1999), p.
73-183. ISSN 0165-4349.
- <Door: Th. Stevens, op p. 64:> Jan de Jongste, Juliette
Roding & Boukje Thijs (red.) Vermaak van de elite in de
vroegmoderne tijd. Verloren, Hilversum, 1999. 313 p. ISBN
90-6550-072-3.
- <Door: A.J.E. Harmsen, op p. 64-65:> Idalina (Ike) van
Hardeveld-Kooi. Lodewijk Meijer (1629-1681) als lexicograaf. (In
eigen beheer), Goirle, 2000. Proefschrift Universiteit Leiden.
ISBN 90-5434-072-X.
- <Door: H. Leeflang, op p. 65:> Reindert Falkenburg [et
al.] (red.) Kunst voor de markt / Art for the market, 1500-1700.
Waanders, Zwolle, 2000. 280 p. (Nederlands kunsthistorisch
jaarboek, ISSN 0169-6726 ; dl. 50 (1999)) Uitg. van: Stichting
Nederlandse Kunsthistorische Publicaties. ISBN 90-400-9420-9 geb.
- <Door: J. Quast, op p. 66:> Bibi Sara Panhuysen.
Maatwerk. Kleermakers, naaisters, oudkleerkopers en de gilden
(1500-1800). Stichting Beheer IISG, Amsterdam, 2000. 338 p.
Proefschrift Universiteit Utrecht. ISBN 90-6861-190-9.
- <Door: C.L. Heesakkers, op p. 66:> Antonius a Burgundia.
Linguae vitia et remedia (Antwerp, 1631) [Reprint] with an introd.
by Toon van Houdt. Brepols, Turnhout, 1999. 166 p. (Imago
figurata. Editions, vol. 1). ISBN 2-503-50774-3.
- <Door: A.M.Th. Leerintveld, op p. 67:> John Manning
& Marc van Vaeck (eds.) The Jesuits and the emblem tradition.
Selected papers of the Leuven International Emblem Conference,
18-23 August, 1996. Brepols, Turnhout, 1999. VIII, 367 p. (Imago
figurata, Studies, vol. 1a). ISBN 2-503-50798-0.
- <Door: A.J. Gelderblom, op p. 67-68:> Hans J. Böker
& Peter M. Daly. The emblem and architecture. Studies in
applied emblematics from the sixteenth to the eighteenth
centuries. Brepols, Turnhout, 1999. XXII, 311 p. (Imago figurata,
Studies, vol. 2) ISBN 2-503-50776-X.
- <Door: T. van Houdt, op p. 68:> M.E.H.N. Mout, H.
Smolinsky & J. Trapman (eds.) Erasmianism. Idea and reality.
Edita KNAW, Amsterdam, 1997. 202 p. ISBN 0-444-85291-0.
- <Door: F.J. Dijksterhuis, op p. 69:> L. van den Heuvel
(red.) Tijd voor klokken. Verhalen rond een verzameling. Walburg
Pers, Zutphen, 1999. 120 p. ISBN 90-5730-086-9.
- <Door: E.O.G. Haitsma Mulier, op p. 69:> Craig
Kallendorf. Virgil and the myth of Venice. Books and readers in
the Italian Renaissance. Clarendon Press, Oxford, 1999. VI, 251 p.
ISBN 0-19-815254-X.
- <Door: E.O.G. Haitsma Mulier, op p. 69-70:> E.H.
Kossmann. Political thought in the Dutch Republic. Three studies.
KNAW, Amsterdam, 2000. 197 p. ISBN 90-6984-281-5.
- <Door: P.C. van der Eerden, op p. 70-71:> G.W.C. van
Wezel. Het paleis van Hendrik III, Graaf van Nassau te Breda.
Waanders, Zwolle, 1999. 445 p. ISBN 90-400-9257-5.
- <Door: H. Vlieghe, op p. 71-72:> E.J. Sluijter.
Seductress of sight. (Studies in Dutch art of the Golden Age, deel
2). Waanders, Zwolle, 2000. ISBN 90-400-944-3.
Jaargang 16, nummer 2, november 2000
- Bert Timmermans.
Barokke vroomheid en familiaal prestige. Beeldvorming, mecenaat en
het commemoratieve monument in het zeventiende-eeuwse Antwerpen. Blz.
89-99.
(Om te laten zien dat zij belangrijke burgers waren en vanuit hun
barokke vroomheid gaven de Antwerpse wethouders handenvol geld uit aan
zielenmissen en grafmonumenten, soms zelfs tot ergernis van de
geestelijke autoriteiten, maar sculpteursateliers en kerken voeren er wel
bij. Auteurs als L. Beyerlink, C. de Bie, J. Le Roy, F. Sweertius en J.
Van der Sanden hebben dit in hun geschriften vastgelegd.)
- Benjamin J. Kaplan.
A clash of values: the survival of Utrecht's confraternities after
the Reformation and the debate over their dissolution. Blz. 100-117.
(De geestelijke broederschappen die overal elders in de Republiek
spoedig na de reformatie werden opgeheven en geconfiskeerd wisten in
Utrecht wonderbaarlijk lang te overleven. Het argument voor hun
voortbestaan was, dat zij rust, vrede en welvaart brachten. Adolf de
Wael, heer van Moersbergen verzette zich in de jaren tien van de
zeventiende eeuw met succes tegen bedreiging van deze broederschappen,
maar kort daarna werd hun geld ingenomen met als argument dat het nodig
was voor de stichting van een tuchthuis.)
- Wim Klever.
Spinozisme in het geding tussen Hulsius, Braunius en Bernoullius. Een
Gronings debat anno 1702. Blz. 118-135.
(Twee geleerde Duitsers, G. Stolle en F. Hallmann, bezochten in 1703
de Republiek voor een inventaris van spinozisten. In Groningen stuitten
zij op een debat tussen Bernoulli en Hulsius, die in verband met de vraag
in welke vorm het menselijk lichaam - dat volgens Bernoulli's Disputatio
medico-phisica de nutritione geregeld vernieuwd werd - zou verrijzen.
Deze discussie ging ook over het verband tussen lichaam en ziel, zodat
de wederzijdse beschuldiging van spinozisme voor de hand lag.)
- Jeroen Jansen.
Een Latijnse vertaling van P.C. Hoofts Nederlandsche Historiën?
Huydecoper en de la Rue over Abrahamus Bocstadius. Blz. 136-155.
(Briefwisseling tussen Balthazar Huydecoper, Jacob Elias en Pieter
de la Rue over een citaat van Olaus Borrichius, dat ingevoegd is in de
editie van de brieven van Hooft (1738); in dit citaat wordt onder de
Nederlandse dichters ten onrechte Abraham Bochstadius (ca. 1603 - na
1653) genoemd, die overigens zijn sporen wel verdiend heeft door een
Latijnse vertaling te maken van werk van Heinsius en Bogermannus en van
het eerste boek van de Nederlandsche Histoorien, een vertaling waarvan
echter maar een pagina is overgeleverd.)
- Signalementen:
- <Door: J.W.H. Konst, op p. 156:> W.D. Hooft & J.
Noozeman. Door-trapte Meelis en Lichte Klaartje. Uitgeg. door A. van
Leuvensteijn en J. Stuart. Stichting Neerlandistiek VU / Nodus, Amsterdam
/ Münster, 1999. (Uitgaven Stichting Neerlandistiek VU, 28). 169 pp.
ISBN 90-72365-58-5 en 3-89323-433-0.
- <Door: W. Abrahamse, op p. 156-157:> Els Stronks. Stichten of
schitteren? De poëzie van zeventiende-eeuwse gereformeerde
predikanten. Den Hertog, Houten, 1996. 347 p. ISBN 90-331-1150-2.
- <Door: M.P.A. de Baar, op p. 157-158:> J. Pollmann. Religious
choice in the Dutch Republic. The reformation of Arnoldus Buchelius
(1565-1641). Manchester University Press, 1999. (Studies in early modern
European history). [Bew. van proefschrift Amsterdam 1998: Another road
to God. The religious development of Arnoldus Buchelius (1565-1641).]
XII, 288 p. ISBN 0-7190-5680-2.
- <Door: J.J.V.M. de Vet, op p. 158-159:> Erycius Puteanus
(Honorius van den Born) Sedigh leven, daghelycks broodt (1639) Ingeleid,
uitgegeven en toegelicht door Hugo Dehennin. Koninklijke Academie voor
Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent, 1999. (Literaire tekstedities en
bibliografieën, no. 1) 278 p. ISBN 90-72474-25-2.
- <Door: P.C. van der Eerden, op p. 159:> Johannes Smetius.
Nijmegen, stad der Bataven. SUN & Museum Het Valkhof, Nijmegen,
1999. Dl. I: Inleiding door Sandra Langereis. Dl. II: Vertaling door
A.A.R. Bastiaensen, S. Langereis en L.G.J.M. Nellissen. Vert. van:
Oppidum Batavorum, seu Noviomagum. Amstelodami, ex typographeio Johannis
Blaeu, 1644. 141, 256 p. ISBN 90-6168-660-1.
- <Door: M.-Th. Leuker, op p. 160:> H. Bots & L. van Gemert
(red.) Schelmen en prekers Genres en de transmissie van cultuur in
vroegmodern Europa. Vantilt, Nijmegen, 1999. 236 p. ISBN 90-75697-27-9.
- <Door: J. Bloemendal, op p. 160-161:> C.S.M. Rademaker. Leven en
werk van Gerardus Joannes Vossius (1577-1649). Verloren, Hilversum, 1999.
384 p. ISBN 90-6550-058-8.
- <Door: G.P. van de Ven, op p. 161:> C.G.D. de Wilt, G.J.
Klapwijk, J.D. van Tul & A.D. Ruseler. Delflands kaarten belicht.
Hoogheemraadschap van Delfland & Verloren, [Delft], Hilversum, 2000.
179 p. ISBN 90-6550-094-4.
- <Door: P.J. Schuffel, op p. 161-162:> W. Frijhoff & M.
Spies, m.m.v. W. van Bunge & N. Veldhorst. 1650. Bedwongen
eendracht. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1999. 704 pp. ISBN 90-12-08721-3.
- <Door: M. van der Meij, op p. 162:> J.R.J. van Asperen de Boer
& L.M. Helmus. The paintings of Pieter Jansz. Saenredam (1597-1665).
Conservation and technique. Centraal Museum, Utrecht, 2000. 128 p. ISBN
90-73285-68-2.
- <Door: A.J. Harper, op p. 162-163:> J. Kreihing. Emblemata
ethico-politica (Antwerp, 1661). With an introduction by G. Richard
Dimler S.J. Brepols, Turnhout, 1999. 227 p. (Imago figurata. Editions,
vol. 2). ISBN 2-503-50775-1.
- <Door: H. Luijten, op p. 163:> Hieronymus Ammon. Imitatio
Crameriana (Nuremberg 1649). With an introduction by Sabine
Mödersheim. Brepols, Turnhout, 1999. 227 p. (Imago figurata.
Editions, vol. 3). ISBN 2-503-50780-8.
- <Door: H. Meeus, op p. 163-164:> J. Manning, K. Porteman &
M. van Vaeck (eds.) The emblem tradition and the Low Countries. Selected
papers of the Leuven International emblem conference, 18-23 August, 1996.
Brepols, Turnhout, 1999. X, 425 p. (Imago figurata. Studies, vol. 1b).
ISBN 2-503-50946-0.
- <Door: E. Horlings, op p. 164-165:> L. van der Ent & W.
Fritschy. Gewestelijke financiën ten tijde van de Republiek der
Verenigde Nederlanden. Deel 1: Overijssel (1604-1795). Rijks
Geschiedkundige Publicatiën (Kleine Serie nr. 86), Den Haag, 1996.
368 p. ISBN 90-5216-088-0. Deel 2: Drenthe (1602-1795). Rijks
Geschiedkundige Publicatiën (Kleine Serie nr. 91), Den Haag, 1998.
309 p. ISBN 90-5216-105-4.
- <Door: J. Jansen, op p. 165:> Th. Neukirchen. Inscriptio.
Rhetorik und Poetik der scharfsinningen Inschrift im Zeitalter des
Barock. Max Niemeyer Verlag, Tübingen, 1999. VI, 298 p. (Studien zur
deutschen Literatur, ISSN 0081-7236; Bd. 152) ISBN 3-484-18152-4.
- <Door: K. van der Stighelen, op p. 166-167:> S. Koslow. Frans
Snijders. Stilleven- en dierenschilder 1579-1657. Vertaald uit het Engels
door H. Devisscher. Amsterdam University Press, Amsterdam, 1999. ISBN
90-6153-344-9.
- <Door: H. Vlieghe, op p. 167:> J. Briels. Vlaamse schilders en
de dageraad van Hollands Gouden Eeuw, 1585-1630. Met biografieën als
bijlage. Mercatorfonds, Antwerpen, 1997. 429 p. ISBN 90-6153-399-6.
- <Door: J. van Eijnatten, op p. 167-168:> J.J. Schillings. Het
tolerantiedebat in de Franstalige geleerdentijdschriften uitgegeven in
de Republiek der Verenigde Provinciën in de periode 1684-1753.
APA-Holland, Maarssen, 1997. xxii + 352 p. ISBN 90-302-1037-0.
- <Door: A.C.G. Fleurkens, op p. 168-169:> Marijke Spies. Rhetoric,
rhetoricians and poets. Studies in Renaissance poetry and poetics. Eds.
H. Duits & T. van Strien. Amsterdam University Press, Amsterdam,
1999. 169 p. ISBN 90-5356-400-4.
- <Door: B. Schmidt, op p. 169:> Vibeke Roeper & Diederick
Wildeman, eds. Om de wereld. De eerste Nederlandse omzeiling van de
wereld onder leiding van Olivier van Noort, 1598-1601. Beschryvinghe
vande Voyagie om den geheelen Werelt Cloot, ghedaen door Olivier van
Noort van Utrecht. SUN, Nijmegen, 1999. 198 p. ISBN 90-6168-683-0.
- <Door: A. van der Lem, op p. 169-170:> Anthonis Duyck. De slag
bij Nieuwpoort. Journaal van de tocht naar Vlaanderen in 1600. Vertaald
door Vibeke Roeper, met inl. en annotatie door Wilfried Uitterhoeve. SUN,
Nijmegen, 2000. 103 p. ISBN 90-6168-965-1.
- <Door: A. van der Lem, op p. 170:> Leen Dorsman. 1600: Slag bij
Nieuwpoort. Verloren, Hilversum, 2000. 88 p. (Verloren verleden; dl. 10).
ISBN 90-6550-451-6.
- <Door: M.C. 't Hart, op p. 170-171:> W.A. van Ham. Macht en gezag
in het Markiezaat. Een politiek-institutionele studie over stad en land
van Bergen op Zoom (1477-1583). Verloren, Hilversum, 2000. 479 p. Ook
verschenen als proefschrift Katholieke Universiteit Nijmegen, 2000. ISBN
90-6550-081-2.
- <Door: B. Van den Bossche, op p. 171:> Frans van Dooren.
Geschiedenis van de klassieke Italiaanse literatuur. Athenaeum - Polak
& Van Gennep, / Querido, Amsterdam, 1999. 420 p. ISBN 90-253-0868-6.
- <Door: P. Begheyn, op p. 172:> N. Golvers (ed.) The Christian
Mission in China in the Verbiest era. Some aspects of the missionary
approach. Louvain Chinese studies. Ferdinand Verbiest Foundation, Leuven,
1999. 114 p. ISBN 90-6168-996-X.
- <Door: J. Bloemendal, op p. 172:> J.P. Guépin (ed.) De
rozen welken snel... of straks krijg je stoppels. Liefdespoëzie voor
knapen en meisjes. Van Gennep, Amsterdam, 2000. 158 p. ISBN
90-5515-247-1.
- <Door: J. Jansen, op p. 172-173:> Marc van Vaeck & Johan
Verberckmoes. Trap op trap af. Zeventiende-eeuwse presentaties van feest
en vermaak in en rond het kasteel. Peeters, Leuven, 1998. Uitg. i.s.m.
Stichting Vlaams Erfgoed, n.a.v. de gelijknamige tentoonstelling in het
Kasteel van Horst in Holsbeek (12-23 september 1998). 126 p. ISBN
90-429-0695-2.
Jaargang 16, nummer 1, mei 2000
Dit nummer bevat de lezingen van het congres van de Werkgroep
Zeventiende eeuw, dat op 27 augustus 1999 in Tilburg plaatsvond in
samenwerking met het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en de
Leerstoel Cultuur in Brabant. Het onderwerp was 'Regionale culturen in
de zeventiende-eeuwse Nederlandse Republiek'.
- Luc Duerloo.
Verbeelde gewesten. Zelfbeeld en zelfrepresentatie in de
Zuidelijke Nederlanden. Blz. 3-13.
(Mariaverering, wapenkaarten en portretgalerijen in dienst van
de nationale identiteit, dynastieke continuïteit en
vertolking van de band met het eigen gewest.)
- Otto.S. Knottnerus.
Vroegmoderne cultuurgebieden in Nederland en
Noordwest-Duitsland: gedachten over behoudzucht en dynamiek. Blz.
14-28.
(Cultuurfixering in het gebied rond de Waddenzee. De
historische sociografie moet een brug slaan tussen de feitelijke
verbreiding van cultuurelementen en het veranderde ruimtebesef.)
- Nelleke Moser.
Naam en Faam. De plaatsgebonden naamgeving van
rederijkerskamers als uiting van lokaal chauvinisme. Blz. 29-41.
(Ruim de helft van de 187 Nederlandse rederijkerskamers draagt
een plantennaam, verwijzing naar de flores retorici. Vaak worden
ook religieuze of regionale aspecten in de naam verwerkt; de kamer
van 's-Hertogenbosch, Mozes' Bosch, slaagt erin de drie elementen
in een naam te combineren. Behalve in rederijkersbundels was
dergelijke naamgeving ook populair in prentkunst en in
liedboekjes. De paradoxale spanning tussen rivaliteit op lokaal
niveau en de groeiende nationale eenheid.)
- F.C. van Boheemen & Th.C.J. van der Heijden.
Rederijkers en politiek in de regio Delfland (1675-1678). Blz.
42-54.
(In de rijke productie van de Hollandse rederijkers tijdens de
eerste regeringsjaren van Stadhouder Willem III valt een groot
aantal politieke verzen op. Net als gedurende de Tachtjarige
Oorlog worden populistisch-orangistische gedachten verpakt in
bijbelse en mythologische beelden.)
- B.C.M. Jacobs.
Rechtsculturen in Brabant en Brabantse rechtscultuur. Blz.
55-65.
(Naast de grote regionale diversiteit zijn er ook veel
verschillen in het Brabantse recht die men kan verklaren uit het
traditionele costumenrecht, dat pas laat, en zonder veel succes,
werd vervangen door het Bourgondische en Habsburgse wettenrecht.
Toch heeft het Brabantse recht zijn sporen nagelaten in de
Rechts-geleerdheid van Grotius. Ook de Antwerpse kooplieden namen
in 1585 hun juridische inzichten mee naar het Noorden. Van meer
invloed was de door de overheden (de Staten-Generaal in
Noord-Brabant, de Spaanse en kerkelijke overheid in het zuiden)
opgedrongen rechtsmacht.)
- H. de Schepper.
Mededeling over De Nederlands-Spaanse Historische colloquia.
Blz. 67-68.
(Oproep om de tweejaarlijkse historische colloquia te
continueren.)
- Signalementen:
- <Door: J. Spaans, op p. 69:> Gisbertus Voetius. De
praktijk der Godzaligheid (Ta asketika sive exercitia pietatis -
1664). Tekstuitgave met inleiding, vertaling en commentaar door
C.A. de Niet (2 dln.) De Banier, Utrecht, 1996. 714 pp. ISBN
90-336-0399-3.
- <Door: H. de Schepper, op p. 70:> J. Lechner & H.
de Boer. Espa¤a y Holanda. Ponencias leídas durante el
Quinto Coloquio Hispanoholandés de Historiadores. Rodopi,
Amsterdam/Atlanta Georgia, 1995. 278 p. ISBN 90-5183-868-9.
- <Door: A. van der Lem, op p. 71:> F. Duquenne.
L'entreprise du duc d'Anjou aux Pays-Bas de 1580 à 1584.
Les responsabilités d'un échec à partager.
Presses Universitaires du Septentrion, Villeneuve d'Asq, 1998. 289
p. ISBN 2-85939-518-0.
- <Door: G.A. Wiegers, op p. 71-72:> J. van Amersfoort
& W.J. van Asselt. Liever Turks dan Paaps? De visies van
Johannes Coccejus, Gisbertus Voetius en Adrianus Relandus op de
Islam. Boekencentrum, Zoetermeer, 1997. 165 p. ISBN 90-239-0560-1
- <Door: A. van der Lem, op p. 72:> Caspar Ens. Princeps
Auriacus, sive Libertas defensa (1599). De prins van Oranje of de
verdediging van de vrijheid. Uitgegeven, vertaald en ingeleid door
J. Bloemendal & J.W. Steenbeek. Florivallis, Voorthuizen,
1998. 99 p. ISBN 90-75540-07-8.
- <Door: J.P. Venema, op p. 72-73:> H. Baudis e.a.
Sinnbild und Realität. Niederländische Druckgraphik im
16. und 17. Jahrhundert. Staatliches Museum, Schwerin, 1998. 235
pp. ISBN 3-86106-034-5.
- <Door: J. Jansen, op p. 73:> B. Guthmüller &
W. Kuehlman (Hrsg.) Renaissancekultur und antike Mythologie. Max
Niemeyer, Tübingen, 1999. 13+306 pp. ISBN 3-484-36550-I.
- <Door: E.O.G. Haitsma Mulier, op p. 73-74:> J.A.H. Bots
(éd.) Critique, savoir et érudition a la veille des
Lumières. Le 'Dictionaire historique et critique' de Pierre
Bayle (1647-1706). APA - Holland University Press, Amsterdam -
Maarssen, 1998. 10+420 pp. ISBN 90-302-1038-9.
- <Door: A. van der Lem, op p. 74-75:> Ph. Benedict, G.
Marnef, H. van Nierop & M. Venard (ed.) Reformation, Revolt
and Civil War in France and the Netherlands 1555-1585. Koninklijke
Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Amsterdam, 1999.
(Verhandelingen, Afdeling Letterkunde, Nieuwe Reeks, deel 176.)
298 pp. ISBN 90-6984-234-3.
- <Door: J. Jansen, op p. 75:> H.T.M. van Vliet. (Hrsg.)
Produktion und Kontext. Beiträge der Internationalen
Fachtagung der Arbeitsgemeinschaft für germanischen Edition
im Constantijn Huygens Institut, Den Haag, 4 bis 7 März 1998.
Max Niemeyer Verlag, Tübingen, 1999. ISBN 3-484-29513-9.
- <Door: A. van der Lem, op p. 76:> N. Scott Amos, A.
Pettegree, H. van Nierop (eds.) The Education of a Christian
Society: Humanism and the Reformation in Britain and the
Netherlands. Papers delivered to the Thirteenth Anglo-Dutch
Historical Conference, 1997. Ashgate, Aldershot, etc., 1999. 274.
ISBN 0-7546-0001-7.
- <Door: E.O.G. Haitsma Mulier, op p. 76-77:> A.J.
Gelderblom & H. Hendrix (red.) De grenzen van het lichaam.
Innerlijk en uiterlijk in de Renaissance. Amsterdam University
Press, Amsterdam, 1999. 122 pp. ISBN 90-5356-344-X.
- <Door: Th. Stevens, op p. 77:> H. Bonke. De zeven reizen
van de Jonge Lieve. De biografie van een VOC-schip, 1760-1781.
SUN, Nijmegen, 1999. 228 pp. ISBN 90-6168-659-9.
- <Door: M. Spies, op p. 77-78:> F.F. Blok. Isaac Vossius
en zijn kring. Zijn leven tot zijn afscheid van koningin Christina
van Zweden, 1618-1655. Forsten Publishing, Groningen, 1999. 534
pp. ISBN 90-6980-117-5.
- <Door: M.B. Smits-Veldt, op p. 78-79:> W.B. de Vries.
Wandeling en verhandeling. De ontwikkeling van het Nederlandse
hofdicht in de zeventiende eeuw (1613-1710). Verloren, Hilversum,
1998. 319 pp. ISBN 90-6550-598-9.
- <Door: Y. Bleyerveld, op p. 79:> A. Jensen Adams (ed.)
Rembrandt's 'Bathseba reading King David's letter'. Cambridge
University Press, Cambridge, 1998. 214 pp. ISBN 0-521-45986-9.
- <Door: A.J. Gelderblom, op p. 79-80:> E. Ibsch, A.
Kunne, C. Pumplun (eds.) De literaire dood. Van Gorcum, Assen,
1998. 9+213 pp. ISBN 90-232-3359-X.
- <Door: M.L. Barend-van Haeften, op p. 80:> Hermanus
Verbeeck. Memoriaal ofte mijn levensraijsinghe. Uitgave verzorgd
door J. Blaak. Verloren, Hilversum, 1999. (Egodocumenten, deel
16.) 232 pp. ISBN 90-6550-163-0.
- <Door: M.L. Barend-van Haeften, op p. 80-81:> J. Jacobs.
Een zegenrijk gewest. Nieuw-Nederland in de zeventiende eeuw.
Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam 1999. 557 p.
(Cultuurgeschiedenis van de Republiek in de 17de eeuw, ISSN
1389-2657; 2) Oorspr. proefschrift Universiteit Leiden, 1999. 560
p. ISBN 90-5333-803-9.
- <Door: P.C. van der Eerden, op p. 81-82:> T. van Houdt.
Leonardus Lessius over lening, intrest en woeker. De iustitia et
iure, lib. 2, cap. 20. Editie, vertaling en commentaar.
(Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone
Kunsten van België jrg. 60, nr. 162.) Brepols, Turnhout,
1998. XLVII+266 pp. ISBN 90-6569-672-5.
- <Door: E.J. Dijksterhuis, op p. 82:> Eric Jorink.
Wetenschap en wereldbeeld in de Gouden Eeuw. Verloren, Hilversum,
1999. (Zeven Provinciënreeks, ISSN 0925-7586 ; dl. 17.) 119
p. ISBN 90-6550-166-5.
- <Door: R.A. Rasch, op p. 82-83:> G. Spiessens & I.
Cornelis (red.) Zuid-Nederlandse klavecimbelmuziek / Harpsichord
music of the Southern Low contries: Drie handschriften uit het
Rijksafchief Antwerpen / Arendonk, Dimpna Isabella en Maria
Therese Reijnders / Three manuscripts from the National Archives
in Antwerp / Arendonk, Dimpna Isabelle en Maria Terese Reijnders,
17de eeuw / 17th century. Alamire, Leuven / Peer, 1998 Monumenta
Flandrica Musica, deel 4. LVII+111 pp. ISBN 90-6853-121-2.
- <Door: H.M. Borst, op p. 83:> Jan en Casper Luyken te
boek gesteld. Catalogus van de boekencollectie Van Eeghen in het
Amsterdams Historisch Museum. Samengesteld door Nel Klaversma
& Kiki Hannema. Verloren, Hilversum, 1999. 576 p. ISBN
90-6550-581-4.
- <Door: J. Bloemendal, op p. 83-84:> Henricus Chastelain.
On the study of eloquence. De studio oratorio (1703). Edited,
introduced and translated by Ch.L. Heesakkers & Jeroen
Jansen; with the co-operation of W.G. Kamerbeek. AD&L publishers,
Amsterdam , 1999. 32 pp.
- <Door: G.J. Schutte, op p. 84:> P. de Vries. Die mij
heeft liefgehad. De betekenis van de gemeenschap met Christus in
de theologie van John Owen (1616-1683). Diss. Theologische
Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken, Apeldoorn.
Groen, Heerenveen, 1999. 464 pp. ISBN 90-5829-012-3.
- <Door: M. Westermann, op p. 84-85:> E. Hermens, A.
Ouwerkerk & N. Costaras (eds.) Looking through paintings. The
study of painting techniques and materials in support of art
historical research. Baarn, De Prom, 1998. (Leids kunsthistorisch
jaarboek, ISSN 0169-4855; 11). 519 pp. ISBN 90-6801-575-3.
- <Door: M. Westermann, op p. 85-86:> N. Middelkoop. The
golden age of Dutch art. Seventeenth century paintings from the
Rijksmuseum and Australian collections. Perth, Art Gallery of
Western Australia in samenwerking met het Rijksmuseum. 120 pp.
ISBN 0-7309-3616-3.
- <Door: Chr. Tuempel, op p. 86-87:> A. Blankert.
Rembrandt: a genius and his impact. Melbourne, National Gallery of
Victoria; Sydney, Art Exhibitions Australia limited; Waanders,
Zwolle, 1997. 462 p. ISBN 90-400-9981-2.
- <Door: M. van der Meij-Tolsma, op p. 87:> F.R.E. Blom,
H.G. Bruin & K.A. Ottenheym. Domus, het huis van Constantijn
Huygens in Den Haag. Walburg Pers, Zutphen, 1999. 119 p. ISBN
90-5730-057-5.
- <Door: H. Hendrix, op p. 87:> J. Giltaij: Ruffo en
Rembrandt. Over een Siciliaans verzamelaar in de zeventiende eeuw
die drie schiderijen bij Rembrandt bestelde. Walburg Pers,
Zutphen, 1999. 192 pp. ISBN 90-5730-083-4.
Jaargang 15, nummer 2, januari 2000
- René Veenman.
Van schoolvoorbeeld tot atheïst: Lucianus in de
Nederlanden tot 1700. Blz. 175-196.
(Hoewel hij tegenwoordig niet populair meer is, was Lucianus in
de zestiende eeuw de meest gedrukte Griekse auteur, wiens werk in
dialogen, toneelstukken en satires geïmiteerd werd. Erasmus
ziet hem nog als voorbeeld. Toen hij als bespotter van de goden
gekarakteriseerd werd, was het met zijn populariteit snel
afgelopen.)
- Jan Raeymaekers.
De herkenning van Philopoemen: Rubens en Justus Lipius. Blz.
197-203.
(Plutarchus' verhaal van Philopoemen, de laatste Griek, wordt
door Lipsius naverteld in de Monita et exempla politica. In deze
versie van het verhaal ligt meer nadruk op het feestmaalmotief; dat
verklaart de stofkeuze van Rubens en Snyders, die op het schilderij
- thans in het Museo del Prado - een stilleven van gevogelte en
vruchten weergeven.)
- Robert Schillemans.
Zeventiende- en vroegachttiende-eeuwse wisselaltaarstukken in
de Amsterdamse Begijnhofkerk. Blz. 204-221.
(Dankzij particuliere bijdragen kon de door Philip Vingboons in
1671 gebouwde Johannes en Ursulakerk beschikken over een vijftal
schilderijen, die afwisselend boven en naast het altaar gehangen
werden. Dit past in de tradities van de door de Jezuïeten
aangevoerde contrareformatie. Het werk van de pastoors Sybrandus
Sixtius, Leonardus Marius en Van der Mije. Katholieke schilders:
Claes Moyaert, Nicolaes Roosendael, Jan Weenix en Johannes
Voorhout. Drie van de altaarstukken zijn bewaard gebleven; een
ervan is in 1998 door de Begijnhofkerk weer aangeschaft.)
- Donald Haks.
Nederlanders over Engelsen. Een natiebeeld in de aantekeningen
van Lodewijk van der Saan (1695-1699). Blz. 222-238.
(Deze nuchtere Hollander, werkzaam als secretaris op de
ambassade te Londen tijdens het koningschap van Willem III,
gebruikt voor een deel het reeds lang bestaande Engelse natiebeeld,
waarvan de clichés al in 1599 door Emanuel van Meeteren
waren opgetekend. De sfeer in Londen was echter eind zeventiende
eeuw heel wat grimmiger, omdat de Engelsen de Nederlanders als een
bedreiging van hun welvaart zagen.)
- Signalementen:
- <Door: J. van Eijnatten, op blz. 239:> W.J. van
Asselt. Johannes Coccejus. Portret van een zeventiende-eeuws
theoloog op oude en nieuwe wegen. J.J. Groen, Heerenveen, 1997. 300
pp. ISBN 90-5030-546-6.
- <Door: J. Jansen, op blz. 239-240:> J.J. Berns & W.
Neuber (eds.). Das enzyklopädische Gedächtnis der
Frühen Neuzeit. Enzyklopädie- und Lexikonartikel zur
Mnemonik. Niemeyer Verlag, Tübingen, 1998. (Documenta
Mnemonica. Text- und Bildzeugnisse zu Gedächtnislehren und
Gedächntiskünsten von der Antike bis zum Ende der
Frühen Neuzeit. Band II: Frühe Neuzeit Band 43). IX, 504
pp. ISBN 3-484-36543-9.
- <Door: P. Knevel, op blz. 240-241:> J.P. Puype & A.A.
Wiekart. Van Maurits naar Munster. Tactiek en triomf van het
Staatse leger. Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum, Delft,
1998. 228 pp. ISBN 90-6116-009-X.
- <Door: E. Horlings, op blz. 241:> J. de Vries & A.
van der Woude: Nederland 1500-1815. De eerste ronde van moderne
economische groei. Balans, Amsterdam, 1995. 896 pp. ISBN
90-518-281-X. En: J. de Vries & A. van der Woude: The first
modern economy. Success, failure, and perseverance of the Dutch
economy, 1500-1815. Cambridge University Press, Cambridge, 1997.
767 pp. ISBN 0-512-57825-6.
- <Door: J. Koppenol, op blz. 241-242:> Dien langen Duyvel
van Nieukoop. Twee pamfletten uit 1651 over de baljuw Jan van
Sevenhoven. Uitgegeven en van commentaar voorzien door een
Werkgroep van Amsterdamse neerlandici. Post, Noorden, 1998. 136 pp.
ISBN 90-70376-19-9.
- <Door: Th. Stevens, op blz. 242:> R. van Gelder & J.
Parmentier & V. Roeper (red.) Souffrir pour parvenir. De wereld
van Jan Huygen van Linschoten. Arcadia, Haarlem, 1998. 208 pp. ISBN
90-6613-006-7.
- <Door: H. Vlieghe, op blz. 242-243:> Q. Buvelot & M.
Hilaire & O. Zeder (eds.) Tableaux Flamands et Hollandais du
Musee Fabre de Montpellier. Waanders / Fondation Custodia, Zwolle /
Parijs, 1998. 348 pp. ISBN 90-400-9234-6.
- <Door: R.C.H. Lesaffer, op blz. 243-244:> M. van der
Heijden. Huwelijk in Holland. Stedelijke rechtspraak en kerkelijke
tucht 1550-1700. Bert Bakker, Amsterdam, 1998. 361 pp. ISBN
90-351-2005-1.
- <Door: E. Stronks, op blz. 244:> H. Duits e.a. (red.) Een
lezer aan het woord. Studies van L. Strengholt over
zeventiende-eeuwse Nederlandse letterkunde. Stichting
Neerlandistiek VU, Amsterdam, 1998. 339 pp. ISBN 90-72365-55-0.
- <Door: A.J. Hoenselaars, op blz. 244-245:> K. van Strien:
Touring the Low Countries: accounts of British travellers,
1600-1720. Amsterdam University Press, Amsterdam, 1998. 428 pp.
ISBN 90-5356-305-9.
- <Door: A.J. Hoenselaars, op blz. 245:> K. Enenkel &
P. van Heck & B. Westerweel (red.) Reizen en reizigers in de
Renaissance. Eigen en vreemd in oude en nieuwe werelden. Amsterdam
University Press, Amsterdam, 1998. 234 pp. ISBN 90-5356-301-6.
- <Door: F.J. Dijksterhuis, op blz. 246:> F. Egmond &
E. Jorink & R. Vermij (red.) Kometen, monsters en muilezels.
Het veranderende natuurbeeld en de natuurwetenschap in de
zeventiende eeuw. Arcadia, Haarlem, 1999. 192 pp. ISBN
90-6613-008-3.
- <Door: M.C. 't Hart, op blz. 246-247:> W.M. Gijsbers.
Kapitale ossen. De internationale handel in slachtvee in
Noordwest-Europa (1300-1750). 661 pp. Verloren, Hilversum, 1999.
ISBN 90-6550-056-1.
- <Door: R. Parthesius, op blz. 247:> J.P. Sigmond &
L.H. Zuiderbaan. Nederlanders ontdekken Australië.
Scheepsarcheologische vondsten op het Zuidland. Bataafsche Leeuw,
Amsterdam, 1993. 172 pp. ISBN 90-6707-315-6.
- <Door: G. Vanpaemel, op blz. 247-248:> P. de Clerq. At
the sign of the Oriental Lamp. The Musschenbroek workshop in
Leiden, 1660-1750. 326 pp. ISBN 90-5235-104-X.
- <Door: H. Hendrix, op blz. 248:> K. Enenkel & Chr.
Heesakkers (eds.) Lipsius in Leiden. Studies in the life and works
of a great humanist on the occasion of his 450th anniversary.
Florivallis, Voorthuizen, 1997. 183 p. ISBN 90-75540-05-1.
- <Door: M. van der Meij-Tolsma, op blz. 248-249:> P.
Dreiskamper. 'Redeloos, radeloos, reddeloos.' De geschiedenis van
het rampjaar 1672. Verloren, Hilversum, 1998. Verloren Verleden 3.
90 pp. ISBN 90-6550-443-5.
- <Door: C.S.M. Rademaker, op blz. 249:> Ch. de Mooij.
Geloof kan bergen verzetten. Reformatie en katholieke herleving te
Bergen op Zoom 1577-1795. Verloren, Hilversum, 1998. 704 pp. ISBN
90-6550-579-2.
- Door H. Meeus, op blz. 249-250:> J. Koppenol. Leids heelal.
Het Loterijspel (1596) van Jan van Hout. Verloren, Hilversum, 1998.
511 p. ISBN 90-6550-032-4.
- <Door: E.O.G. Haitsma Mulier, op blz. 250:> W.Th.M.
Frijhoff, H.P.H. Nusteling en M. Spies (red.) Geschiedenis van
Dordrecht van 1572 tot 1813. Deel II. Stadsarchief Dordrecht /
Verloren, Dordrecht / Hilversum 1998. 436 pp. ISBN 90-6550-601-2.
- <Door: G.J. Schutte, op blz. 250-251:> N. Worden & E.
van Heyningen & V. Bickford-Smith. Cape Town: the making of a
city. An illustrated social history. Verloren, Hilversum, 1998. 283
pp. ISBN 90-6550-161-4.
- <Door: J. Koppenol, op blz. 251-252:> J. Kloek & I.
Leemans & W. Mijnhardt (eds.) D'Openhertige juffrouw of
D'Ontdekte Geveindsheid (1680). Astraea, Leiden, 1998.
Duivelshoekreeks 10. 194 pp. ISBN 90-75179-16-2.
- <Door: A.J.E. Harmsen, op blz. 252:> Jacob Revius. Licht
op Deventer. De geschiedenis van Overijssel en met name de stad
Deventer. Boek 6 (1619-1640). Uit het Latijn vert. en toegel. door
A.W.A.M. Bude, G.T. Hartong en C.L. Heesakkers. Verloren,
Hilversum, 1998. 175 pp. ISBN 90-6550-597-0.
- <Door: F.A. van Lieburg, op blz. 252-253:> A.Th. van
Deursen. Bavianen en slijkgeuzen. Kerk en kerkvolk ten tijde van
Maurits en Oldenbarnevelt. Van Wijnen, Franeker, 1998. 472 pp. ISBN
90-5194-067-X.
- <Door: J. Bloemendal, op blz. 253:> Het album J. Rotarii.
Tekstuitgave van het werk van Johan Radermacher de Oude (1538-1617)
in het Album J. Rotarii, Handschrift 2465 van de Centrale
Bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Gent. Ed. K. Bostoen,
m.m.v. C.A. Binnerts-Kluyver & C.J.E.J. Hattink & A.M. van
Lynden-de Bruine. Verloren, Hilversum, 1998. 118 pp. ISBN
90-6550-047-2.
- <Door: H.M. Borst, op blz. 253-254:> P.G. Hoftijzer.
Pieter van der Aa (1659-1733), Leids drukker en boekverkoper.
Verloren, Hilversum, 1998. Zeven Provinciënreeks, deel 16. 96
p. ISBN 90-6550-158-4.
- <Door: W.J. op 't Hof, op blz. 254-255:> K. van der
Zwaag. Onverkort of gekortwiekt? Artikel 36 van de Nederlandse
Geloofsbelijdenis en de spanning tussen overheid en religie. Een
systematisch-historische interpretatie van een 'omstreden'
geloofsartikel. Groen, Heerenveen, 1999. 619 pp. ISBN
90-5030-965-8.
- <Door: Chr. Kooi, op blz. 255-256:> W. Bergsma. Tussen
Gideonsbende en publieke kerk. Een studie over het gereformeerd
protestantisme in Friesland, 1580-1650. Verloren, Hilversum, 1999.
652 p. ISBN 90-6550-044-8.
- <Door: H. Miedema, op blz. 256:> R. de Mambro Santos
(ed.) La civil conversazione pittoresca. Riflessione estetica e
produzione artistica nel trattato di Karel van Mander. Apeiron,
Roma-Sant'Oreste, 1998. 282 pp. ISBN 88-85978-19-3.
- <Door: H. Miedema, op blz. 256-257:> M. Leesberg. The new
Hollstein Dutch & Flemish etchings, engravings and woodcuts
1450-1700: Karel van Mander. Red. H. Leeflang & Chr. Schuckman.
Sound and Vision, Rotterdam, 1999. CXXIV+206 p. ISBN
90-75607-35-0.
Archief met oudere nummers van dit tijdschrift
[Tijdschriftenoverzicht]