Marije Oudshoorn.
Het eerste Nederlands-Russische gespreksboek. Blz. 2-12.
(In de 16-de en 17-de eeuw zijn er zo'n vijftien
gespreksboekjes van verschillende talen bekend; de meeste zijn van
Duitse afkomst en er is één Nederlandse onder, die
in dit artikel besproken wordt.)
Petra Beij-Sutmuller.
Constantijn Calbet, een 'bijzondere Franse schoolmeester'.
Blz. 13-19.
(Het onderzoek naar de Franse scholen en schoolmeesters in
Nijmegen over de periode 1795-1857 leverde een interessante
schoolmeester op in de persoon van Constantijn Calbet, die van
1792 tot 1834 in Nijmegen woonde en werkte.)
L. van Driel.
Van Dale en het WNT. Blz. 20-26.
(Onze beroemde Van Dale werd, zo schat Van Driel in, te licht
bevonden voor het wetenschappelijke werk aan het WNT: een
onvermijdelijke conclusie uit de feiten op een rijtje.)
Verslag. Blz. 27-28.
<Door: E. Ruijsendaal:> Verslag van de bijeenkomst
van het PHG en het Werkverband op 27 oktober 2000.
Publicaties. Blz. 28-29.
Berichten en aankondigingen. Blz. 29-31.
Nummer 18, juli 2000
A. Feitsma.
Onderwijs in minderheidstalen. Blz. 2-11.
(Na een historisch overzicht van de positie van
minderheidstalen richt Feitsma zich op het Fries, dat gezet wordt
naast talen als Welsh, Catalaans, Nederduits, Occitaans en de
minderheidstalen in Oost-Europa. Conclusie: in poli-etnische
omgeving blijken minderheidstalen minder te zijn geïntegreerd
en kunnen nog een eigen rol vervullen.)
Marijke J. van der Wal.
De receptie van Lambert ten Kates ideeën in de achttiende
eeuw. Blz. 12-18.
(Hoeveel is er bekend over de receptie van Ten Kate in zijn
eigen tijd? Dat is de centrale vraag die Van der Wal systematisch
tracht te beantwoorden. De onderwerpen daarbij zijn: Ten Kates
ontdekking van de regelmaat bij sterke werkwoorden, zijn
stilistische driedeling en zijn onderscheid tussen twee soorten
spelling.)
Niels Helsloot.
Nietzsches toon. Antwoord van een filoloog op de opkomst van
de taalkunde. Blz. 19-24.
(Een schets van Nietzsches haat-liefdeverhouding tot de
taalkunde en haar beoefenaars, met als achtergrond de pasteltinten
van taal en muziek.)
Randy Bax.
Foolish, foolisher, foolishest: achttiende-eeuwse Engelse
grammatica's en comparatieven. Blz. 25-30.
(Bax onderzoekt de invloed van achttiende-eeuwse grammatica's
op het verdwijnen van bepaalde comparatieven en superlatieven in
het Engels. Conclusie: in overeenstemming met de gekende
ontwikkeling van synthetisch naar analytisch valt ook een volgorde
van benaderingswijzen te bespeuren die overeenstemt met de
veranderingen in het beoogde publiek.)
Boekbespreking, blz. 31-33:
<Door: L.F. van Driel:> De historische letterkunde
in het voortgezet onderwijs - van toen, nu en straks: Hubert
Slings, Toekomst voor de Middeleeuwen. Middelnederlandse
literatuur in het voortgezet onderwijs.
Verslag. Blz. 34-35.
<Door: E. Ruijsendaal:> Verslag van de bijeenkomst
van het PHG op 31 maart 2000.
Uit de tijdschriften. Blz. 34-35.
Nummer 17, februari 2000
Frans Wilhelm.
"eene meer dan gewoone kunde en bedrevenheid". Een schets van
het leven en werk van Rudolph van der Pijl (1790-1828). Blz.
2-14.
(Wilhelm schetst een beeld van Van der Pijl, de fabelachtig
productieve schoolhouder, die in zijn talige lesmateriaal de
grammatica-vertaalmethode verder ontwikkelde.)
Jan De Clercq.
La question des langues et la réorganisation de
l'enseignement secondaire dans les Pays-Bas autrichiens
(1773-1794). Blz. 15-27.
(Een hoofdstuk uit de geschiedenis van de ontwikkelingen in
het talenonderwijs in de Oostenrijkse periode van de Zuidelijke
Nederlanden.)
Martin Hietbrink.
In de luwte van de schoolstrijd: de stichting van het
Nederlands Lyceum (1909). Blz. 28-33.
(Een blik op de netwerkverbindingen rondom de oprichting van
het Nederlandsch Lyceum.)
Publicaties. Blz. 33-36.
(Een overzicht van artikelen op het gebied van de
geschiedenis van het talenonderwijs.)
Uitnodiging. Binnenzijde omslag.
(Uitnodiging voor het bijwonen van de bijeenkomst van het
Peeter Heynsgenootschap op vrijdag 31 maart 2000, met programma:
inleiding door prof. dr. D. Gorter en lezingen van prof. dr. A.
Feitsma en dr. Frank Vonk.)
Nummer 16, december 1999
Themanummer: "De Letterkunde in het talenonderwijs".
Piet-Hein van de Ven.
Een geschiedschrijving van het literatuuronderwijs Nederlands
in de twintigste eeuw. Blz. 2-13.
(Over de verschillende verschijningsvormen van het
literatuuronderwijs: de historische, de ergocentrische, de
sociologische en de lezersgerichte benadering. Omdat het doel van
geschiedschrijving voor Van de Ven het verhelderen van het verleden
is, vraagt hij af hoe deze vier benaderingen over het wat, hoe en
waarom van literatuuronderwijs oordelen. Er blijkt een kloof te
bestaan tussen wat hij noemt de retoriek en de praktijk van het
literatuuronderwijs. Hij betoogt dat onderwijstradities, die een
schoolvak in de praktijk vormgeven, eerder een weerspiegeling zijn
van algemene maatschappelijke denkbeelden dan van
vakwetenschappelijke paradigmata.)
Hubert Slings.
De opkomst van de Middelnederlandse letterkunde in het
voortgezet onderwijs. Blz. 14-18.
(Gedurende de eerste zestig jaren van het Nederlandse
literatuuronderwijs - de periode van ca. 1830-1890 - bestond er
weinig tot geen waardering voor de Middelnederlandse letterkunde;
de drie daaropvolgende decennia verwerft zij zich een vaste plaats
in het literatuuronderwijs. De auteur vermoedt dat het ontstaan van
de gymnasia aan het eind van de negentiende eeuw daarbij een
belangrijke rol heeft gespeeld.)
D.F. Koldijk.
De canon in het literatuuronderwijs Duits. Blz. 19-23.
(Wie of wat bepaalde de inhoud van een literatuurboek Duits en
waar haalden de samenstellers van die literatuurboeken hun canon
vandaan?. In de hoogte- en dieptepunten van de Duits-Nederlandse
betrekkingen blijft de canon zichzelf ongeveer gelijk, al
verschuiven er wel namen. In Nederland is bij alle vernieuwingen
kennelijk steeds de pedagogisch-didactische behoefte blijven
bestaan aan een canon als een bewust gehanteerd waardesysteem.)
Verslag, blz. 24-25:
<Door: Els Ruijsendaal:> W.A.M. de Moor. Impulsen voor de
vernieuwing van het literatuuronderwijs.
(Een schets van het doel en de inhoud van het
literatuuronderwijs in het studiehuis, de bovenbouw van havo en
vwo. Centraal daarin staat het begrip literaire competentie, d.w.z.
het vermogen om zelfstandig met behulp van leesstrategieën
literaire teksten te lezen om deel te kunnen nemen aan het
literaire leven. Dat Nederlands en de moderne vreemde talen daarbij
nauw samenwerken in wat geïntegreerd literatuuronderwijs wordt
genoemd, juicht De Moor toe. Een nadere uitwerking van deze
gedachten, alsmede vragen en opmerkingen die naar aanleiding van
deze voordracht zich aandienden, zijn verwerkt tot een kort
verslag.)
Nicoline van der Sijs.
Naar aanleiding van Noël van Berlaimont. Blz. 25-26.
(In een reactie op het artikel van Jan van der Putten uit
Meesterwerk 15 - over drie eeuwen Maleise taalgidsen - wijst de
schr. op de herkomst van enkele samenspraken uit Frederick de
Houtmans 'Het spraeck ende woord-boeck'.)
Publicaties, Blz. 26-28.
(Een overzicht van artikelen op het gebied van de geschiedenis
van het talenonderwijs.)
Nummer 14, januari 1999
Van de redactie. Blz. 1.
José de Bruijn-van der Helm.
'Godt geve u goeden dach' / 'Dio vi dia il buon giorno'
Italiaans leren door Nederlanders in de zestiende eeuw. Blz.
2-13. (De eerste sporen van het Italiaans als vreemde taal in de
Lage Landen zijn te vinden in een vijftalig woordenboek uit 1534,
waarin de woorden binnen zestig thema's behandeld worden.)
Henk de Groot.
Shizuko Tadao, innovator of Dutch language study in 19th
century Japan. Blz. 14-18.
(Zoals menigeen weet, stond de Japanse overheid enkele eeuwen
geen enkel contact met Europa toe, met één
uitzondering: Holland. En dat contact had ook gevolgen op
taalkundig terrein.)
Op de schoolbank ... Suzanne van den Nieuwendijk.
Inleiding tot de studie der letterkunde. J.L. Horsten en de
appel van het paradijs. Blz. 19-21.
(In de rubriek 'Op de schoolbank ...' wordt wederom een
opvallend schoolboek uit het begin van deze eeuw besproken.)
Els Ruijsendaal.
1598-1998: De grammaticus Peeter Heyns herdacht. Blz. 22-28.
(Tekst van de lezing op 23 oktober 1998 in Haarlem gehouden
ter gelegenheid van het feit dat Peeter Heyns, de naamgever van
ons genootschap, 400 jaar geleden in die stad gestorven is.)
(En verder op blz. 29-32:)
Publicaties.
Uit de tijdschriften.
Berichten en aankondigingen.
Nummer 13, september 1998
Van de redactie. Blz. 1.
M.C. van den Toorn.
De oude MO-opleiding en het taalkunde-onderwijs. Blz. 2-6.
(In zijn terugblik op de aloude MO-tijden haalt Maarten van
den Toorn herinneringen op aan de sfeer rond de massale MO-examens
van weleer.)
H. Jansen.
Een beknopte geschiedenis van het tijdschrift De (Drie) Talen.
Blz. 7-18.
(In zijn bijdrage geeft Hans Jansen een kwantitatief en
kwalitatief beeld van het vaktijdschrift De Drie Talen (gestart in
1885; vanaf 1988 gecontinueerd onder de naam De Talen, toen naast
Frans, Duits en Engels het Spaans erbij kwam.)
Minne G. de Boer.
Een Italiaanse syntaxis voor Coenraad van Beuningen. Blz.
19-29.
(Minne de Boer bespreekt een van de voorgangers van de
Italiaansche Spraakkonst van Lodewyk Meyer uit 1672: J.F. Roemers
Institutiones linguae Italicae uit 1649.)
J. Posthumus.
Nolst Trenité als onbekend auteur van een befaamd
gedicht. Blz. 30-39.
(In zijn bijdrage over Nolst Trenité/Charivarius, de
laatste uit een vierluik, gaat Jan Posthumus nader in op Nolst
Trenités wereldwijd bekende gedicht "The Chaos". De
definitieve versie van deze "struikelblokken van de Engelsche
uitspraak" op rijm, is door Posthumus integraal, met de nodige
tekstkritische opmerkingen en aanvullingen, afgedrukt in dit
nummer van Meesterwerk.)
P. Loonen & F. Wilhelm.
Bronnen voor de bestudering van de geschiedenis van de
MO-LO-opleidingen voor de moderne talen. Blz. 40.
P. Loonen.
Boekbespreking van Groenboers Koloniale taalpolitiek
(1997). Blz. 41-42.
Op de schoolbank ... Minne G. de Boer.
Jeroen leert Italiaans voor de Grand Tour: Over de Linguae
Italicae Compendiosa Institutio van Carolus Mulerius. Blz.
43-47.
(Minne de Boer bespreekt een bijzonder leerboek, dat op de
Idus van 1631 uitkwam en de bedoeling had iemand die de Latijnse
school had afgemaakt en zich opmaakte voor de 'Grand Tour' naar
Italië, als reisgezel te dienen.)
(En verder op blz. 47-52:)
Publicaties.
Verslag van de studiedag.
Berichten en aankondigingen.
Nummer 10, september 1997
Van de redactie. Blz. 1.
Günter Holtus.
Vorstellung des Projektes `Maîtres, manuels, méthodes'.
Französische Sprachlehre und Grammatikographie zwischen Maas und
Rhein am Beispiel der Städte Strassburg und Köln (1550-1650).
Blz. 2-6.
Angela Weisshaar.
Der Terminus Artikel in vier Kölner didaktischen Grammatiken des
16. Jahrhunderts. Blz. 7-13.
Nico Lioce & Pierre Swiggers.
Jan Vaermans Ontledingh der Fransche Spraeck-konst (1699). Blz.
14-22.
Pieter Loonen.
Marin als maat voor de Franse les: een verkenning. Blz. 23-28.
Jan De Clercq.
Gabriel Meurier, een XVIe-eeuws pedagoog en grammaticus in
Antwerpen. Blz. 29-46.
Boekbespreking.
Gerard de Vries,
Literatuuronderwijs als voldongen feit. Legitimeringen voor het
leren lezen van literatuur op school. Amsterdam, 1996. Amsterdamse
Historische Reeks, nr. 30.
Publicaties. Blz. 48.
(Beknopt overzicht van publicaties die betrekking hebben op of
relevant zijn voor de geschiedenis van het talenonderwijs.)
Nummer 9, april 1997
Van de redactie. Blz. 1.
N.L. Dodde.
Franse scholen van 1482 tot 1857. Blz. 2-7.
Suzanne van den Nieuwendijk. Woordkunst in het literatuuronderwijs. Blz. 8-16.
Frits Stuurman (m.m.v. Pieter Loonen en Jan Posthumus).
De Chaos van Charivarius, de Neef van Tante Betje. Blz. 17-29.
(Dit artikel vormt de eerste uit een reeks artikelen over Gerard
Nolst Trenite (1870-1946); deze artikelen worden geschreven door
Pieter Loonen, Jan Posthumus en Frits Stuurman.)
Pieter Loonen.
Onderzoek en talenonderwijs: een inventarisatie. Blz. 30-33.
(Een overzicht van de locaties waar het Peeter Heynsgenootschap
bijeenkomsten heeft gehouden; bij elke locatie wordt kort
aangegeven waaruit het daar aanwezige materiaal bestaat dat van
belang is voor het onderzoek naar de geschiedenis van het
talenonderwijs.)
Publicaties. Blz. 33-34.
Verslag van de bijeenkomst op 21 februari 1997. Blz. 35.
Aankondiging Bijeenkomst PHG op vrijdag 31 oktober in Rotterdam.
Blz. 35.
Nummer 8, januari 1997
Van de redactie. Blz. 1.
Ellen Sjoer.
Inleidinge tot de Lessen over de Uitwendige Welspreken[d]heid.
College van de Franeker hoogleraar Erwinus Wassenbergh
(1742-1826). Blz. 2-7.
Els Ruijsendaal.
De analyse van de vreemde-talengrammatica's in de 16de en 17de
eeuw. Blz. 8-13.
Pieter Loonen.
ïs die P. Marin onsterfelijk?" Het succes van een vergeten
taalmeester. Blz. 14-22.
Klein bericht. Blz. 22.
J.A.M. Komen.
Boekbespreking van G.R.W. Dibbets, De woordsoorten in de
Nederlandse triviumgrammatica. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek
VU; Muenster: Nodus, 1995. Blz. 23-26.
Publicaties. Blz. 27.
Berichten en aankondigingen. Blz. 28.
Nummer 7, september 1996
Van de redactie. Blz. 1.
Werner Huellen.
Who wrote the first German grammar in English? Blz. 2-10.
Friederike Klippel.
Zum Funktionswandel von Lehrmaterialien fuer den
Englischunterricht seit dem 18. Jahrhundert. Blz. 11-18.
George J. Vis.
Retorica op school. Blz. 19-25.
Roland de Bonth.
"Wanneer toch komt de Nederduitsche Spraakkunst van den Heer
Tollius te voorschijn?" Een onuitgegeven spraakkunst uit de
achttiende eeuw (II). Blz. 26-43.