Nynke Borst, Jacqueline van Kruiningen & Marjolein van der
Werff.
Studenttutoren adviseren studentschrijvers. Ervaringen met
een Amerikaans systeem op een Nederlandse universiteit. Blz.
42-48.
(In Moer 2003-4 werd verslag gedaan van een experiment met
peer-tutoring in het voortgezet onderwijs. In dit artikel
worden de ervaringen met peer-tutoring volgens de aanpak van
de Amerikaanse Academic Writing Centers aan de RU Groningen
bij de opleiding Nederlands besproken. De tutoren worden
ingezet als schrijfadviseur. De resultaten zijn positief bij
zowel de studentschrijvers als de (student)tutoren.)
Jannemieke van de Gein.
Over de zinsgrens. De relatie tussen zinsopbouwonderwijs
en leren interpungeren. Blz. 49-57.
(Aan het leren van de interpunctie wordt in het onderwijs
meestal aandacht besteed in het kader van spellingslessen.
Volgens Jannemieke van de Gein ligt een benadering vanuit
zinsbouwperspectief meer voor de hand, want, wie zinnen leert
bouwen en beschouwen vraagt zich namelijk voortdurend af wat
woorden met elkaar te maken hebben. In het artikel wordt een
en ander gedemonstreerd aan de hand van schriftelijk materiaal
uit de groepen 5 en 8 van het basisonderwijs en met
voorbeelden uit de taalmethode voor het basisonderwijs Zin in
Taal.)
Corinne Sebregts.
Lees- en spellingsproblemen bij neveninstromers. Ligt het
aan de leerling of aan het onderwijs? Blz. 58-63.
(Hoe komt het dat ISK-leerlingen op een gegeven moment
geen progressie meer boeken bij het lezen en spellen? Ligt het
aan de 'moeilijk lerende' leerling of ligt het aan het
onderwijs? Vanuit haar ervaringen met NT2-leerlingen aan de
Internationale Schakelklas van het Stedelijk College te
Eindhoven komt Sebregts tot verrassende conclusies.)
Renata Bruineman & Esther van Dam.
Succesvolle inburgering met Nieuwe Buren 3? Een analyse
van een NT2-methode. Blz. 64-65.
(Steeds meer wordt duidelijk dat succesvolle inburgering
vraagt om een NT2-onderwijsprogramma op maat. Is de nieuwste
versie van Nieuwe Buren DE NT2-methode voor succesvolle
inburgering? Bruineman & Van Dam houden de methode
kritisch tegen het licht. In dit artikel wordt de opzet van
het onderzoek beschreven.)
Recensie, blz. 66-68.
<Door: Ina de Weert:> A.J. Gelderblom e.a.
(red.), Neerlandistiek de grenzen voorbij. Handelingen 15e
Colloquium Neerlandicum 2003 te Groningen. IVN, Woubrugge,
2004.
Column, blz. 69:
Joris Denoo zet alles op zijn kop over de 'stomme e' in
'Dof maar duidelijk'.
Leesvoer, blz. 72-73:
Aernoud Witteveen, Spiegels. Nederlands in 1001
zinnetjes. Het Spectrum, Utrecht, 2003.
Landkoffers. Een herinnering die in mij woont. De
Verbeelding, Amsterdam, 2004.
Jeanne Kurvers, Waar vrouwen vandaan komen. Oude verhalen
voor nieuwe lezers. Coutinho, Bussum, 2004.
Bas Hageman, Is dat helder voorzitter? Effectief
communiceren. L.J. Veen, Amsterdam, 2004.
Jaargang 36, nummer 1, 2004
Ria van Onna & Ton Vallen.
De kunst van het inschatten. Inschatting
taalvaardigheid leerling vergroot effectiviteit
NT2-onderwijs. Blz. 2-10.
(In de dagelijkse onderwijspraktijk dienen leerkrachten
voortdurend een inschatting te maken van de taalvaardigheid
van hun leerlingen, met name in meertalige klassen. Dit is
noodzakelijk, wil het taalaanbod aansluiten bij de
aanwezige kennis. Leerkrachten lijken dit niet altijd
voldoende te beseffen of hebben onvoldoende vaardigheden om
een juiste inschatting te maken. Uit een kleinschalig
diepte-onderzoek in het basisonderwijs, uitgevoerd door Van
Onna en Vallen, blijkt dat de taalvaardigheid van de
leerlingen structureel wordt overschat door hun
leerkrachten.)
Jeff Bezemer.
Omgaan met meertaligheid op de basisschool. Drie typen
reacties op meertaligheid in de klas van meneer Ed. Blz.
11-20.
(In het kader van een case study wordt geobserveerd hoe
meneer Ed, leerkracht op een basisschool, omgaat met
meertalige leerlingen. Er worden drie typen reacties
gesignaleerd, die begrepen kunnen worden tegen de
achtergrond van de onderwijservaring van meneer Ed. De
vanzelfsprekendheid van de eentalige klassituatie begint
langzaam af te nemen.)
Hans Wegman.
Fictie en organisatie. Verhalen schrijven met een
leidraad. Blz. 21-26.
(Tijdens een workshop op de conferentie Het Schoolvak
Nederlands (2003) kreeg Hans Wegman een idee: het
tienpuntenlijstje voor het schrijven van fictie. Hij
probeerde zijn idee uit op de lerarenopleiding Nederlands
in Nijmegen en laat de verrassende resultaten zien.)
Joyce Vermeeren.
De 17e conferentie Het Schoolvak Nederlands. Taal is
van iedereen. Blz. 27-30.
(Joyce Vermeeren geeft een impressie van deze druk
bezochte conferentie. Er werden vele interessante workshops
aangeboden.)
Recensie, blz. 31-32:
<Door: Piet Mooren:> Robert Rozett & Samuel
Spector, Encyclopedie van de Holocaust. Kok, Kampen, 2003.
Column, blz. 33:
Joris Denoo noteert dichterlijke uitspraken in
Kindermond.
Leesvoer, blz. 36-38:
Vonk, 33/2 2003 en 33/3 2004.
Christine van Baalen, Ludo Beheydt & Alice van
Kalsbeek, Cultuur in taal. Interculturele vaardigheden voor
docenten Nederlands aan anderstaligen. NCB, Utrecht, 2003.
B. Edens, R. Edens & R. Storm, Citaten &
aforismen. Het Spectrum, Utrecht, 2003.
Bart Ramakers (red.), Conformisten en rebellen.
Rederijkerscultuur in de Nederlanden (1400-1650). Amsterdam
University Press, Amsterdam, 2004.
W. van Anrooij, D. Hogenelst & G. Warnar, Der
vaderen boek. Beoefenaren van de studie der
Middelnederlandse letterkunde. Amsterdam University Press,
Amsterdam, 2003.
Jaargang 35, nummer 4, 2003
Jordan Martens, Suzanne Sallevelt, Suzanne Vrinte &
Piet-Hein van de Ven.
Een palet aan teksten. Peer tutoring op het Elzendaal College.
Blz. 110-127.
(Op het Elzendaal College te Boxmeer is een experiment aan de
gang met peer tutoring, in eerste instantie bij schrijven. Zowel de
begeleidende vakdidacticus Piet-Hein van de Ven, de docent Jordan
Martens als de scholieren die als tutoren hebben gefunctioneerd,
Suzanne Sallevelt en Suzanne Vrinte, geven ieder op hun eigen wijze
hun ervaringen weer. Het resultaat is een 'palet aan teksten'
waarin peer tutoring wordt belicht vanuit vier perspectieven.)
Joyce Vermeeren.
Werkwoordsspelling is eenvoudig. Krachtig Nederlands levert
betere resultaten op. Blz. 128-130.
(Uit frustratie met de slechte spellingsresultaten bij zijn
leerlingen ontwikkelde Jeroen Steenbakkers een geheel nieuwe
spellingsdidactiek. Zijn didactisch concept wordt samengevat onder
de noemer 'Krachtig Nederlands'. Eén van zijn uitgangspunten
is: de leerling weet het en hij kan het. De resultaten zijn tot nu
toe veelbelovend.)
Maaike Hajer.
Kleurrijke gesprekken. Het belang van interactie in een
multiculturele school. Blz. 131-139.
(In dit artikel geeft Maaike Hajer een specifieke
betekenis aan het begrip 'kleurrijke' gesprekken. Waarom zijn
kleurrijke gesprekken zo belangrijk met name op multiculturele
scholen? Hajer geeft concrete adviezen voor taalgericht
vakonderwijs waarin leerkrachten de kleurrijke gesprekken bij
hun leerlingen kunnen uitlokken.)
Eefje van der Zalm & Everdiene Geerling.
Analyse 'Ik en Ko' met betrekking tot woordenschat. Zonder
woordenschat geen mondelinge taalvaardigheid. Blz. 140-143.
(Eefje van der Zalm en Everdiene Geerling gaan uit van het
standpunt dat mondelinge taalvaardigheid alleen mogelijk is
bij voldoende woordenschat. In hoeverre wordt in 'Ik en Ko',
een methode voor kleuters, systematisch aandacht besteed aan
het verder ontwikkelen van de woordenschat?.)
Leesvoer, blz. 146-148:
Lise Broekaar, Wie dit leest is gek. Stichting Pandora,
Amsterdam, 2003.
Marilène Gathier & Dorine de Kruyf, Verder lezen.
Leesteksten voor anderstaligen. Coutinho, Bussum, 2003.
Harry Paus, Rita Rymenans & Koen van Gorp, Dertien doelen
in een dozijn. Een referentiekader voor taalcompetenties van
leraren in Nederland en Vlaanderen. Nederlandse Taalunie, Den Haag,
2003.
Vonk, nr. 33/1, sept.-okt. 2003.
Christine van Baalen, Taal in zaken. Zakelijk Nederlands voor
anderstaligen. NCB, Utrecht, 2003.
Rita Devos e.a., Go Dutch! A language course on CD-Rom.
Coutinho, Bussum, 2003.
Jaargang 35, nummer 3, 2003
Dorée de Kruijk.
Kijken en luisteren. Een complete leerlijn 'Kijken en luisteren'
op de Scholengemeenschap Lelystad. Blz. 83-84.
(Het eerste van vier artikelen in deze Moer die zijn geschreven
naar aanleiding van de studiedag Nederlands in Uitvoering van 20 maart
2003, een studiedag die geheel in het teken stond van Nederlands in het
vmbo. Dorée de Kruijk stelt dat in communicatief taalonderwijs
kijken en luisteren niet van elkaar te scheiden onderdelen zijn. Kijken
en luisteren gaan samen, vullen elkaar aan. Op de Scholengemeenschap
Lelystad wordt een complete leerlijn 'Kijken en Luisteren' gehanteerd
voor de eerste vier leerjaren. Het mediagebruik komt expliciet aan de
orde.)
Saskia Sluiter.
De nieuwe examens in het vmbo. De eindterm Luister- en
Kijkvaardigheid in het schoolexamen vmbo. Blz. 85-86.
(In aansluiting op het artikel van De Kruijk geeft Saskia Sluiter
toelichting op de eindterm Luister- en Kijkvaardigheid, zoals deze dit
jaar voor het eerst op alle vmbo-scholen getoetst is. Op welke wijze
is de eindterm in de toetsen praktisch uitgewerkt? Welke voordelen
bieden de kant-en-klare Citotoetsen?.)
Paula Bosch.
Taalgericht vakonderwijs. Taalgericht vakonderwijs biedt
efficiënt antwoord in de praktijk. Blz. 87-88.
(Door de sterk veranderende leerlingenpopulatie moeten docenten
tegenwoordig andere inspanningen leveren om effectief en efficiënt
onderwijs te bieden. Taalgericht vakonderwijs is een antwoord hierop.
Paula Bosch geeft aan hoe docenten taalgericht vakonderwijs in de
dagelijkse lessen kunnen inzetten.)
Eva Verstraete.
Intercultureel onderwijs in een moderne samenleving. Interactieve
werkvormen door Steunpunt Intercultureel Onderwijs. Blz. 89-91.
(Elke klas is multicultureel: er zijn overal verschillen te vinden
in onder andere levensstijl, waarden en normen. Deze verschillen spelen
een grote rol in de manier van omgaan met elkaar. Intercultureel
onderwijs wil leerlingen en leerkrachten vaardig maken in het omgaan
met die verschillen. Hoe is intercultureel onderwijs te verwezenlijken
in de dagelijkse onderwijspraktijk? Eva Verstraete geeft enkele
praktische handreikingen.)
Forum, blz. 92-93.
(Het Marnix College te Ede heeft zijn bedenkingen over de
samenvattingsopdracht in het centraal schriftelijk examen Nederlands
vwo/gymnasium. Volgens W. van der Veur krijgen aanstaande
wetenschappers de uitwerking op een presenteerblaadje aangereikt. Welke
mate van zelfstandigheid getoetst wordt, is hem een raadsel.)
Recensie, blz. 94-99:
Door: Jannemieke van de Gein & Carry van de Guchte:
Harry Paus (red.) e.a., Portaal. Praktische taaldidaktiek voor
het primair onderwijs. Coutinho, Bussum, 2002.
Leesvoer, blz. 102-103.
Dina Bouman-Noordermeer (red.), Beter Nederlands 2.
Grammaticaal hulpboek voor anderstaligen. Coutinho, Bussum, 2003.
Roland Willemyns & Wim Daniëls, Het verhaal van het
Vlaams. De geschiedenis van het Nederlands in de Zuidelijke
Nederlanden. Standaard Uitg./Het Spectrum, Antwerpen/Utrecht, 2003.
Piet Mooren, Jeanne Kurvers & Helma van Lierop-Debrauwer
(red.), Bijna klassiek. Spraakmakende teksten uit de Tilburgse
symposia. Biblion, Leidschendam, 2003.
Jaargang 35, nummer 2, 2003
Ed Elbers & Mariëtte de Haan.
Interculturele communicatie op de basisschool. Gesprekken
over woordbetekenissen in de rekenles. Blz. 54-62.
(Elbers en De Haan observeerden leerlingen op een
multiculturele basisschool in Utrecht tijdens een rekenles. Hoe
gaan allochtone en autochtone leerlingen om met woorden waarvan
de betekenis niet duidelijk is? Worden deze taalproblemen omzeild
en gaan de kinderen recht op het rekenkundige element van de
opgave af of wordt de woordbetekenis expliciet aan de orde
gesteld?)
Ruth Rijks.
Slash 21. Nederlands als 'schering en inslag'-vak. Blz.
63-67.
(Slash 21 is een nieuwe onderwijsvorm die geheel voldoet aan
de nieuwe normen van deze tijd. Ruth Rijks, studente pabo,
schreef een wervend artikel over de slash 21-school in het kader
van 'schrijven in stappen'. Ivar Gierveld, docent Nederlands op
Slash 21, geeft zijn commentaar.)
Linda Scheeres & Karel Stokking.
Schoolexamen schrijfvaardigheid Nederlands in de maak.
Bestaat de eindtoets schrijven nog? Blz. 68-70.
(Scheeres en Stokking hebben onderzoek gedaan naar de wijze
waarop het schrijfonderwijs en het aansluitende examen momenteel
in het voortgezet onderwijs zijn ingericht. De indruk heerst dat
het schrijfonderwijs op veel verschillende manieren wordt
vormgegeven. Klopt dit in de praktijk of heerst er toch enige
consensus?)
Leesvoer, op blz. 45-46:
Vonk 32/3 (jan.-febr. 2003) en Vonk 32/4 (maart-april
2003).
Jacques Vos, Het huis lijkt wel een schip. Handleiding voor
het poëzieonderwijs op de basisschool. HBuitgevers, Baarn,
2002.
Henk Hansma & Monique Hansma, Taaleducatie met versjes en
gedichten. Praktijkboek Kansrijke Taal. HBuitgevers, Baarn, 2002.
Dorothee van Kammen, Werken met portfolio in de onderbouw.
Praktijkboek Kansrijke Taal. HBuitgevers, Baarn, 2002.
F.W. Korsten, Lessen in literatuur. Vantilt, Nijmegen, 2002.
Berna de Boer & Birgit Lijmbach, De spijker op de kop.
Nederlandse uitdrukkingen voor anderstaligen. Coutinho, Bussum,
2002.
Johan Kerstens & Arie Sturm, Beknopte grammatica van het
Nederlands (met CD-rom). Coutinho, Bussum, 2002.
Guus Extra e.a., De andere talen van Nederland: thuis en op
school. Coutinho, Bussum, 2002.
D.A. Qant, Spellen is tellen, Aruba, 2002.
Jaargang 35, nummer 1, 2003
Anne-Marie van de Wiel & Piet-Hein van de Ven.
Schrijven in het studiehuis. Samen teksten ontwerpen en
bespreken op het Montessori College, Nijmegen. Blz. 3-11.
(Was vroeger het schrijven op school een handeling die
gekenmerkt werd door 'linksboven beginnen en rechtsonder
eindigen', tegenwoordig is het schrijven een gestructureerd
stappenplan. Op het Nijmeegse Montessoricollege wordt
geëxperimenteerd met een lessenserie waarvan het idee
door een leerling is gegeven. Aan de hand van een bouwplan
worden samen teksten geschreven, besproken, herschreven en
gelezen. De resultaten zijn veelbelovend.)
Piet-Hein van de Ven.
"Oh jee"- Zes leerlingen vwo over schrijven. Blz. 12-18.
(Nog steeds schrikken leerlingen als hen gevraagd wordt
een tekst te schrijven. Vanwaar die angst? Met zes
vwo-leerlingen werden interviews gehouden over het schrijven.
Hoe kijken zij tegen schrijven aan? Wat vinden ze moeilijk of
makkelijk? De leerlingen werden gevolgd vanaf de vierde klas
tot kort voor het eindexamen in de zesde klas. Er was een
groeiend bewustzijn waar te nemen over het schrijven als
proces en over hun eigen aanpak.)
Hans Wegman.
Schrijven in rondes. Leren schrijven door sleutelen aan je
eigen tekst. Blz. 19-23.
(In het eerste jaar van de lerarenopleiding van de
Hogeschool Arnhem en Nijmegen moeten studenten Nederlands
ondermeer een artikel schrijven. Om het
uitstel-en-voor-zich-uitschuivenprobleem te voorkomen wordt
het artikel in drie schrijfrondes vervaardigd. Wie het dan nog
niet af heeft, moet het volgend jaar overdoen. We volgen een
student in zijn worsteling om de verkregen informatie over de
wereldklimaatconferentie in drie rondes tot een geschikt
artikel om te bouwen voor het populair-wetenschappelijk
jongerenblad Kijk.)
Mieke Smits & Marieke Willemen.
Schrijfonderwijs en ICT. Hoe ziet dat er uit op een
basisschool? Blz. 24-32.
(Schrijven neemt een centrale plaats in op de
Regenboogschool te Malden. Schrijven wordt gezien als een
belangrijke ontwikkelingsgerichte en sociale activiteit. ICT
wordt op verschillende manieren zinvol ingezet tijdens het
schrijven. Vooral in de fasen van het informatie verzamelen,
het verzorgen en publiceren heeft de computer een vaste plek
verworven. Mieke Smits en Marieke Willemen geven een
gedetailleerd en boeiend verslag van de schrijfactiviteiten op
de Regenboogschool en laten vele voorbeelden zien.)
Ad van der Logt.
Webquests bij het vak Nederlands: een stapje verder.
Actief leren door internet. Blz. 33-39.
(Een Webquest is meer dan een zoektocht op internet naar
bepaalde informatie. Er zit een taak aan vast die moet
eindigen in een concreet product. Het is een vorm van actief
leren waarbij een nieuwe, onbekende situatie essentieel is
voor de leeractiviteit. In dit artikel worden twee
interessante voorbeelden van Webquests gegeven, die direct
toepasbaar zijn in de klas en aansluiting bieden voor verdere
leeractiviteiten.)
Recensie, blz. 40-41.
<Door: Jeanne Kurvers:> Marilene Gathier &
Dorine de Kruyf, Verder lezen. Leesteksten voor anderstaligen.
Coutinho, Bussum, 2000.
Signalement, blz. 43-45.
M. Hoogeveen, M. Seelen & A. Wijnbergh, Taal in
beeld. Een onderwijsaanbod voor het taalonderwijs, en in het
bijzonder het schrijfonderwijs, in de vrijeschool voor
kinderen 4-12. SLO, Enschede, 2002.
M. Hoogeveen (red.), Beeld van taal en ICT. SLO, Enschede,
2002.
Leesvoer, blz. 45-46:
Henk Donkers & Jaap Willems, Journalistiek
schrijven voor krant en vakblad. Coutinho, Bussum, 2002.
Wilma van der Westen, Goed geschreven. Zakelijk schrijven
binnen opleiding en beroep. Coutinho, Bussum, 2002.
Harry Paus (red.), Portaal. Praktische taaldidaktiek voor
het primair onderwijs. Coutinho, Bussum, 2002.
Wim Daniëls, Schrijven voor kinderen. L.J. Veen,
Amsterdam, 2002.
Jaargang 34, nummer 4, 2002
Corinne Sebregts.
De kracht van rolwisselend leren. Leerlingen leren beter
begrijpend lezen als ze zelf ook eens docent zijn. Blz. 104-
111.
(Voor veel leerlingen in het vmbo is het begrijpend lezen
van zaakvakteksten vaak een struikelblok. Ze missen de
vaardigheden om de teksten te doorgronden en hebben bovendien
een gebrekkige voorkennis en woordenschat om grip te krijgen op
de inhoud die gepresenteerd wordt. Voor deze leerlingen biedt
de methode Begrijpend lezen door rolwisselend leren uitkomst.
In dit nummer van Moer wordt verslag gedaan van het werken met
deze methode op twee scholen.)
Corinne Sebregts.
Woordkennis in voortgezet onderwijs vaak nog onvoldoende.
GeSiWo spoort lacunes in woordenschatbeheersing op. Blz. 112-
117.
(Op de meeste scholen wordt in het brugjaar de woordenschat
van de leerlingen gemeten om te kunnen bepalen welke leerlingen
extra woordenschatlessen nodig hebben. De GeSiWo is een
testmethode waarbij het algemeen niveau van de
woordenschatbeheersing gemeten wordt. Daarbij wordt in kaart
gebracht welk soort woorden de leerling onvoldoende beheerst.
Met name voor het vmbo blijkt GeSiWo een goed instrument te
zijn om leerlingen met een zwakke woordenschatbeheersing tijdig
op te sporen.)
Cristel van de Hoef & Robbert Roosenboom.
Forum.
Een verwerpelijk prutswerk. Blz. 118-120.
(Cristel van de Hoef en Robbert Roosenboom geven hun mening
over de roman Alles moet Anders van Marcel Reijmerink. Ze laten
er geen spaan van heel en sterker nog: ze vinden dat zo'n boek
verwijderd moet worden uit een schoolbibliotheek.)
Recensie. Blz. 120-123.
<Door: Herman Giesbers:> Mylène Hanson,
Klassengesprekken. Een interactieve benadering van onderwijs in
multiculturele klassen. Uitg. deGraaff, Utrecht, 2002.
Leesvoer. Blz. 126.
Projectgroep Nederlands V.O., Nederlands in de tweede
fase. Een praktische didactiek. Coutinho, Bussum, 2002.
Jaargang 34, nummer 3, 2002
Mieke Smits.
Mini-methodes met maximale resultaten. Leren construeren en
reflecteren in een pabo-praktijk, deel 2. Blz. 72-81.
(In Moer 2002-1 deed Mieke Smits verslag van haar ervaringen met
een experimentele aanpak op de pabo, waarbij reflecteren en
construeren centraal staan om zo te voldoen aan nieuwe denkbeelden
over leren en onderwijzen. Zij moest toen concluderen dat haar opzet
niet tot de gewenste doelen had geleid. In dit artikel pakt Smits het
anders aan en introduceert zij de 'mini-methodes' bij haar studenten.
Met maximale resultaten.)
Henk van Faassen.
Kinderen en visuele poëzie. Opvattingen over de relatie
tussen taal en beeld en de toepassingen ervan in de taalmethodes voor
het basisonderwijs. Blz. 82-88.
(Zijn beeld- en taalcommunicatie gelijk? Is het zinvol om met
visuele poëzie het taalonderwijs leuker te maken? Zijn kinderen
in staat om deze koppeling te begrijpen? Henk van Faassen bespreekt
dit onderwerp, dat momenteel sterk in de belangstelling staat. Zijn
conclusie is duidelijk: onbegrepen techniekjes uit een taaldrukkist
maken saaie taallesjes beslist niet leuker en zijn een inhoudsloze
activiteit.)
Joyce Vermeeren.
Donna Alvermann bepleit zelfvertrouwen en leerlingbetrokkenheid.
Al rappend naar geletterdheid. Blz. 89-92.
(Tijdens het congres over leesgedrag en leesbevordering op 23 en
24 mei j.l. in Utrecht hield de Amerikaanse professor Donna Alvermann
een pleidooi voor het vergroten van het zelfvertrouwen in eigen
leesvaardigheid bij jongeren. Zij observeerde Ned, een 14-jarige
Afro-Amerikaanse tiener met een zeer lage leesscore, in zijn
zoektocht naar de achtergronden van zijn favoriete rapgroep. De
uitkomsten waren zowel voor Ned als voor Alvermann verrassend en
onthullend.)
Joyce Vermeeren.
Geletterdheid: van enkelvoud naar meervoud. Digitalisering geeft
verrijking. Blz. 93-94.
(Ook de Vlaamse professor Ronald Soetaert was aanwezig op het
hierboven genoemde congres over leesgedrag en leesbevordering.
Volgens Soetaert is de uitvinding van de computer even revolutionair
als de uitvinding van de boekdrukkunst. De computer is niet alleen
een aanbieder van kennis, maar zal ook ons denken en handelen
transformeren. Door de digitalisering verschuift het enkelvoudige
concept van geletterdheid naar een meervoudig concept. Geletterdheid
wordt dan een construct, iets dat pas betekenis krijgt in een
bepaalde context.)
Recensie, blz. 95-96.
<Door: Hans Meijer:> Dirkje van den Nulft & Marianne
Verhallen, Met woorden in de weer. Praktijkboek voor het basisonderwijs.
Coutinho, Bussum, 2001.
Jaargang 34, nummer 2, 2002
Eva Tol-Verkuyl.
Youp van 't Hek taalkundig bekeken. Een taalkundige
motivering voor taalbeschouwingsonderwijs. Blz. 50-60.
(Taalkundige kennis is van wezenlijk belang voor goed en
juist taalgebruik, maar het is niet altijd even duidelijk hoe
we taalkundige kennis, vanuit het taalgebruik bezien, moeten
interpreteren. Volgens Eva Tol-Verkuyl geeft het concept van
de taalgebruiksgrammatica aanwijzingen voor een
taalbeschouwingscurriculum dat kan voorzien in deze behoefte.
Aan de hand van de column 'Supporter' van Youp van 't Hek
toont zij overtuigend aan hoe vanuit een taalkundige
invalshoek de samenhang tussen uitingen kan worden
verantwoord.)
Carry van de Guchte.
Trucs om taal te leren. Taalleerstrategieën in 'Zin
in Taal'. Blz. 61-69.
(Mensen gebruiken allerlei trucs om taal te leren. Op
vakantie in Italië bijvoorbeeld raden ze dat het woord
ristorante op een ruimte met tafeltjes en een bar wel
restaurant zal betekenen. Eenmaal daar gezeten vragen ze aan
de ober wat voor gerecht er met een bepaald woord op de
menukaart wordt bedoeld of raadplegen ze hun
reiswoordenboekje. Vaak onbewust wordt zo gebruik gemaakt van
taalleerstrategieën: de betekenis van een woord raden uit
de vorm van het woord of uit de context, hulp vragen om achter
de betekenis van een woord te komen of het woord opzoeken in
het woordenboek. In 'Zin in taal', een taalmethode voor de
basisschool, hebben taalleerstrategieën een plaats
gekregen in de leerlijn woordenschat. Carry van de Guchte
beschrijft de speelse wijze waarop kinderen bewust gebruik
kunnen maken van deze strategieën om hun woordenschat uit
te breiden.)
Joyce Vermeeren.
Doelbewust inburgeren. Verslag van de presentatie van de
'Visietekst inburgering NT2'. Blz. 70-72.
(De resultaten van de inburgercursus voor nieuwkomers zijn
zorgwekkend. Ondanks 500 lesuren Nederlands beheerst 60 %
van de cursisten amper de Nederlandse taal. In de onlangs
gepresenteerde 'Visietekst inburgering NT2' wordt de conclusie
getrokken dat het roer drastisch om moet. De inburgercursus
dient onderdeel te zijn van een individueel gericht
loopbaantraject. Het leren van de taal moet in de maatschappij
plaatsvinden. Het onderwijs dient slechts ter ondersteuning
van praktijksituaties. Joyce Vermeeren geeft een verslag van
de presentatie.)
Joyce Vermeeren.
Het huis van mijn grootmoeder. Ontmoet langs de digitale
snelweg 18.000 grootmoeders ... Blz. 73-75.
(Wie 'Het huis van mijn grootmoeder' bezoekt, ziet eeuwen,
landen, culturen aan zich voorbij trekken. Generatiekloven
worden moeiteloos overbrugd. 'Het huis van mijn grootmoeder'
is een gigantisch intercultureel uitwisselingsproject langs de
digitale snelweg. Naast de interculturele insteek blijken alle
taalvaardigheden multimediaal aan bod te komen.)
Recensie, blz. 76-79.
<Door: Charles Kalkhoven:> M. Verhallen & R. Walst,
Taalontwikkeling op school. Handboek voor interactief
taalonderwijs. Coutinho, Bussum, 2001.
Leesvoer, blz. 40-42:
Michel C. Vrisekoop, Grammaticale termen. Het
gereedschap voor elke taal. Coutinho, Bussum, 2001.
Ton den Boon, Stijlfiguren. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2001.
Genootschap Onze Taal, Pierewaaien. Wat weet u van de
herkomst van onze woorden? Sdu Uitgevers, Den Haag, 2001.
Peter van der Geer, De kunst van het debat. Sdu Uitgevers,
Den Haag, 2001.
Jaargang 34, nummer 1, 2002
Cedric Stalpers.
Het belang van plezier in lezen. De relatie tussen
leesattitude, leesgedrag en bibliotheekgebruik. Blz. 2-13.
(Uit internationaal onderzoek blijkt steeds weer dat
leesplezier een noodzakelijke voorwaarde is voor een goede
leesgewoonte oftewel frequent lezen. Het is daarom opmerkelijk dat
er in Nederland nauwelijks gegevens beschikbaar zijn over de mate
waarin leesplezier het feitelijk leesgedrag bepaalt. Cedric
Stalpers heeft om dit gemis te compenseren een schaal ontwikkeld
die leesattitude meet. Dit instrument heeft tevens een
voorspellende waarde voor leesgedrag en bibliotheekgebruik.)
Joop Dirksen.
Over kloven over-bruggen. Literatuuronderwijs tussen
wetenschap en de werkelijkheid van alledag. Blz. 14-19.
(Zijn er nog steeds vele kloven en weinig vlonders tussen de
literatuurwetenschap en het literatuuronderwijs van alledag, zoals
Wam de Moor ruim 20 jaar geleden in Moer moest concluderen? Joop
Dirksen geeft hierop een bemoedigend antwoord. De
literatuurwetenschap is heden ten dage uit haar ivoren toren
afgedaald, er is flink wat beweging in het literatuuronderwijs en
er zijn inmiddels vele bruggen gebouwd. Nu nog de docent. Gaan we
de brug over of blijven we staan?)
Hans Wegman.
Schrijven over schrijven. Het begon allemaal met Van der
Karbargenbok. Blz. 20-25.
(Hoe leer je (aankomende) leraren de didactiek van het
schrijfvaardigheidsonderwijs in de bovenbouw? Hans Wegman kreeg
tijdens een conferentie een lumineus idee: laat ze zelf een
verhaal schrijven! Alle verhalen beginnen met de komst van de
mysterieuze Van der Karbargenbok op het Van den Boomcollege. Haar
entree zorgt voor de nodige opwinding onder de docenten
Nederlands. Hoe het verder afloopt? In zeven verschillende
verhalen wordt dit gegeven tot een verrassend eind gebracht
waarbij en passant het schrijfonderwijs zelf ook nog aan bod
komt.)
Mieke Smits.
Reflecteren en construeren in een pabopraktijk. Ervaringen van
een opleidingsdocent Nederlands. Blz. 26-34.
(Opleiders zouden vaker inzicht moeten geven in hun eigen
onderwijspraktijk. Mieke Smits opent de discussie door eerlijk
verslag uit te brengen van haar ervaringen met een experimentele
aanpak op de pabo waarbij reflecteren en construeren centraal
staan.)
Recensie, blz. 35-37.
<Door: Herman Giesbers:> Dick Schram, Anne-Mariken Raukema
& Jèmeljan Hakemulder (red.), Lezen en leesbevordering
in een multiculturele samenleving. Eburon, Delft, 2000.
Leesvoer, blz. 40-42:
Eva Tol-Verkuyl, Fundamenten voor taalbeschouwing. Een
synthese van opvattingen over het gebruik van taalkundige kennis in
het taalonderwijs. Coutinho, Bussum, 2001.
Puck Tazelaar, Siel van der Ree, e.a., Woordkompas Nederlands,
voor NT2 en NVT, Katern 1: A t/m D. SSALTO, Voorburg, 2001.
Wim Klooster, Grammatica van het hedendaags Nederlands. Een
volledig overzicht. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2001.
Nathalie Beex, Rob Doeve & Eric Tiggeler, De magische
mediamix. Email brieven faxen. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2001.
Momentopname 2000 (ervaringen met CKV). Cultuurnetwerk
Nederland.
Jaargang 33, nummer 3, 2001
Voorwoord. Ellen Fernhout, Erna van Koeven, Anne-Mariken
Raukema & Harry Paus. Blz. 69.
(Introductie door de gastredactie op het themanummer
'Lezen, waarom zou je?', een speciaal nummer van Moer,
gericht op lezen en leesbevordering.)
Joyce Vermeeren.
Is leesbevordering nodig? Blz. 70-74.
(Helma van Lierop, Rita Ghesquière en Dick Schram,
specialisten op het gebied van jeugdliteratuur en leesgedrag,
geven hun visie op de stand van zaken rond het lezen. Is
leesbevordering echt nodig en zo ja, hoe moeten opvoeders en
leerkrachten hiermee omgaan?)
Erna van Koeven.
Leesbevordering en (moeizaam) leren lezen, gaat dat
samen? Blz. 75-78.
(Leesbevorderingsprogramma's richten zich vaak op
leerlingen die de leestechniek al onder de knie hebben of -
bij jonge kinderen - op voorlezen. Maar hoe zit het eigenlijk
met leerlingen die nog bezig zijn zich het lezen eigen te
maken? Speelt leesbevordering ook daar een rol?)
Anne-Mariken Raukema.
Leesbevordering voor basis- en voortgezet onderwijs. Blz.
79-83.
(Stichting Lezen ondersteunt met name projecten om het
leesplezier in de leeftijdsgroep van 0-18 jaar te bevorderen.
Anne-Mariken Raukema geeft in dit artikel een overzicht van
inspirerende projecten die in de loop der tijd zijn
ontwikkeld voor het basis- en voortgezet onderwijs.)
Anne-Mariken Raukema.
Bazar. Een leesbevorderingspakket voor het vmbo. Blz.
84-90.
(Stichting Lezen heeft door Sardes een
leesbevorderingspakket laten realiseren voor alle vier
leerjaren van het vmbo. Het pakket sluit aan op de
belevingswereld van de leerling en bevat allerlei
doe-opdrachten.)
Erna van Koeven.
Leesbevordering op de pabo. Blz. 91-95.
(Een enthousiaste pabo-docent heeft een grotere kans dat
zijn studenten zelf gaan lezen en op de basisschool met
boeken werken. Erna van Koeven pleit voor leesbevordering op
de pabo.)
VON-info. Blz. 99.
(Informatie over de 'startersconferentie' die de VON in
2002 wil organiseren. De startersconferentie is bedoeld voor
docenten die één tot vijf jaar in het onderwijs
werkzaam zijn.)
Jaargang 33, nummer 2, 2001
Redactioneel. Harry Paus.
Sociaal doen. Blz. 33-34.
(Harry Paus laat de lezer op speelse wijze stilstaan bij
de voors en tegens van aan de ene kant het hedendaagse
zappend en fragmentarisch lezen, luisteren en denken, en aan
de andere kant het geconcentreerd 'ouderwets' bezig zijn met
één tekst of betoog.)
Henk van Faassen.
Taalvorming in een museum. Een andere kijk op
schrijflessen in het basisonderwijs. Blz. 35-43.
(Als kinderen met beeldende kunst in musea kennismaken,
zijn ze tegelijkertijd met de vorming van taal bezig. Henk
van Faassen beschrijft de aanpak van taallessen in een
museum. Hij laat zien dat niet alleen de taal ontwikkeld
wordt. Ook het affectieve vermogen en de sociale ontwikkeling
worden bevorderd.)
Henk van Faassen.
De praktijk van de Taal-Museumlessen. Blz. 44-48.
(Een complete lesbrief voor leerkrachten die 'Taalvorming
in een museum' - zie het vorige artikel - in praktijk willen
brengen.)
Myra Nijhof & Ad van der Logt.
Faust en Mefistofeles. Een vakoverstijgend project in de
tweede fase. Blz. 49-59.
(Het thema Faust en Mefistofeles is bij uitstek geschikt
als onderwerp voor vakoverstijgende projecten. Het thema
wordt in vier verschillende kunstvormen aangeboden in
combinatie met vier taalgebieden: Engels (drama), Frans
(opera), Duits (film) en Nederlands (verhalend proza). De
leerlingen leren literatuur en kunstuitingen te observeren,
analyseren, erop te reflecteren en in een gemeenschappelijke
Europese context te plaatsen.)
Recensie. Blz. 60-63.
<Door: Ineke van de Craats:> Jelle de Vries, Onze
Nederlandse spreektaal. Sdu Uitgevers,Den Haag, 2001.
Leesvoer. Blz. 65.
Teleac/NOT, Lezen in het vmbo. Een vierdelige
schooltelevisieserie.
Eric Tiggeler, Vraagbaak Nederlands. Van spelling tot
stijl: snel een helder antwoord op praktijkvragen over taal.
Sdu Uitgevers, Den Haag, 2001.
Redactioneel.
Harry Paus.
Rondjes om de kerk. Blz. 1-2.
(Harry Paus gaat in op de vraag hoe veranderingen zo in te
voeren dat ze blijvend effect hebben. Hij meldt hoopvolle
ervaringen met veranderingen waarbij alle betrokkenen daadwerkelijk
en actief betrokken zijn.)
Jehannes Ytsma & Danny Beetsma.
Drietalig basisonderwijs in Fryslân. Blz. 3-10.
(Op enkele scholen in Friesland wordt drietalig basisonderwijs
gegeven: Nederlands, Fries en Engels. De auteurs geven een boeiend
verslag van dit unieke project. De resultaten worden vergeleken met
voorbeelden uit het buitenland.)
Corina Brink.
REVIPRO en de tweede fase in het havo/vwo. Blz. 11-20.
(Het computerprogramma REVIPRO is een hulp voor het
herschrijven en becommentariëren van teksten bij
schrijfvaardigheid in de tweede fase van het havo/vwo en sluit aan
bij het onlangs verschenen schoolboek Textuur. Corina Brink
beschrijft de eerste ervaringen met dit programma in twee
4-havo-klassen van het A. Roland Holst College in Hilversum.)
Recensie, blz. 21-24.
<Door: Tom Baudoin & Connie Raymakers:> Piet Mooren,
Het prentenboek als springplank. Cultuurspreiding en
leesbevordering door prentenboeken. SUN Uitg., Nijmegen, 2000.
Leesvoer. Blz. 26-28.
Folkert Kuiken & Ineke Vedder, Dictoglos. Samenwerkend
leren in het tweede- en vreemde-taalonderwijs. Coutinho, Bussum,
2000.
José Bakx & Ghislaine Giezenaar, Dixi! Cursus
spreekvaardigheid voor hoogopgeleide anderstaligen. Coutinho,
Bussum, 2000.
Mieke Pronk-Boerma, Logopedie voor onderwijsgevenden. Bulaaq,
Amsterdam, 2000.
Theo Stielstra, De Volkskrant Internetgids 2.0. Sdu Uitgevers,
Den Haag, 2000.
Jaargang 32, nummer 5-6, 2000
Redactioneel.
Jan Peter Houtman.
Taaltoren van Babel. Blz. 293-294.
(Jan Peter Houtman wijdt een kritische bespreking aan de
negatieve beeldvorming rond woorden als allochtoon, etnisch, en
multicultureel en de verkrampte reacties die daaruit voortvloeien.)
Marianne Verhallen & Ruud Walst.
Beter taalonderwijs op de basisschool. Blz. 295-304.
(Over wat goed taalonderwijs in het basisonderwijs is, kun je
het niet vaak genoeg hebben. De auteurs benadrukken dat
taalonderwijs taalontwikkelend in plaats van voornamelijk toetsend
moet zijn. Bovendien maken zij de rol van de leraar duidelijk.)
Dirkje Ebbers.
Inspiratie om te veranderen. Blz. 304-312.
(Dirkje Ebbers maakt zich sterk voor de kameleon in het
onderwijs, voor een plaatsje naast rupsje Nooitgenoeg, ofwel voor
verbetering van docentvaardigheden in het voortgezet (taal)onderwijs
naast alle handleidingen.)
Richard Vollenbroek.
Met MILE naar de praktijk, maar welke praktijk?
Gebruikerservaringen met MILE-Nederlands op de Pabo. Blz. 312-321.
(MILE-Nederlands is een complete multimediale leeromgeving
taaldidactiek voor Pabostudenten. Hoe integreer je zo'n programma in
de opleiding? Richard Vollenbroek beschrijft de praktijk op de pabo
Edith Stein in Hengelo.)
Resi Damhuis, Piet Litjens & Hanneke Schripsema.
Aan de praat ... Goede gesprekken in de basisschoolklas. Blz.
322-339.
(Op school is het aandeel van kinderen in gesprekken vaak
beperkt tot antwoord geven. Hoe kun je activiteiten met echt actieve
inbreng van kinderen realiseren? Welke leerkrachtvaardigheden zijn
nodig? Het project mondelinge communicatie van het Expertisecentrum
Nederlands ontwikkelt hiervoor materiaal.)
Jan Peter Houtman.
Multiculturele samenleving in impasse? Blz. 339-342.
(Een persoonlijk verslag van een conferentie over de
multiculturele samenleving aan de KUB in Tilburg op 11 november
2000.)
Cursief.
Harry Paus.
Hebben wij een vak dan? Blz. 343
Leesvoer. Blz. 347-349.
Anouk Endert, Mediagedrag van vmbo-leerlingen. Onderzoek
naar het gebruik van boeken, kranten, tijdschriften en internet.
Stichting Lezen, Amsterdam, 2000.
Yolanda Kaufmann, Voorlezen. Een onderzoek naar het
voorleesgedrag thuis bij leerlingen van groep zeven en acht van vijf
Amsterdamse basisscholen. Stichting Lezen, Amsterdam, 2000.
Hannie Humme, Vijftig wereldboeken voor peuters en kleuters.
Bulaaq, Amsterdam, 2000.
VON-info, blz. 353.
(Informatie over een nieuwe onderzoeksaanvraag van de VON. Het
gaat om een onderzoek naar de inrichting van het schoolexamen
Nederlands gedocumenteerd schrijven voor havo en vwo.)
Jaargang 32, nummer 4, oktober 2000
Marianne Verhallen.
Van de ontdekdoos naar de zaakvaktekst. Taalzaakvakonderwijs:
een win-winmodel voor het basisonderwijs. Blz. 126-134.
(Taal speelt een rol in alle vakken en in alle vakteksten in
het basisonderwijs. Dat is niet problematisch, het biedt juist
perspectieven, omdat taalontwikkeling voortdurend nieuwe impulsen
kan krijgen in authentieke, betekenisvolle situaties. Groepswerk
in de klas draagt bij aan taalontwikkelende interactie. Marianne
Verhallen beschrijft de principes en instrumenten van
geïntegreerd taalzaakvakonderwijs met voorbeelden uit de
praktijk van het vak natuuronderwijs.)
Koen van Gorp.
Geef uw leerlingen 'de ruimte'! Op zoek naar geïntegreerd
onderwijs in de bovenbouw van de basisschool. Blz. 135-146.
(Koen van Gorp gaat op zoek naar de ruimte waar taal- en
vakonderwijs elkaar vinden. Het is een zoektocht die vertrekt van
taakgericht taalonderwijs en voortgezet wordt in taakgericht
vakonderwijs, een zoektocht in de bovenbouw van de basisschool.
Het vak wereldoriëntatie biedt hierbij goede perspectieven.)
Gertrud Lemmens.
Experimenteren met taalgerichte vaklessen. Blz. 146-157.
(Op verschillende Utrechtse basisscholen merken docenten dat
het taalniveau van de leerlingen een andere werkwijze vereist in
het zaakvakonderwijs dan die in de bestaande methoden gehanteerd
wordt. Gertrud Lemmens beschrijft de ervaringen met experimenteel
lesmateriaal dat voor deze scholen ontwikkeld werd en waarin
vakdoelen en taaldoelen hand in hand gaan. Hierbij gaat zij ook in
op de verschillende knelpunten bij de ontwikkeling van dergelijk
materiaal.)
Yolande Timman.
Kijk en vergelijk, grijp en begrijp: beeldspraak als handvat.
Het gebruik van metaforen in taal- en zaakvaklessen in relatie tot
taalontwikkeling. Blz. 158-168.
(Metaforisch taalgebruik ('het schip der woestijn') wordt vaak
beschouwd als bijzonder en abstract taalgebruik. Kinderen zouden
er moeite mee hebben en geneigd zijn tot letterlijk interpreteren.
Maar niet alle metaforen zijn ingewikkeld. Om die reden juist
treft men in zaakvakteksten vaak zulke vergelijkingen aan. Sluit
het taalgebruik in zaakvakteksten op dit punt aan op het
taalbeheersingsniveau van de leerlingen? Yolande Timman geeft een
eerste antwoord op deze vraag. Daarbij schetst ze ook enkele
mogelijkheden die het werken met metaforen biedt voor zowel de
taal- als de zaakvaklessen.)
Angeliek van der Zanden.
Taalgericht vakonderwijs in de eerste opvang. Blz. 168-175.
(Binnen de eerste opvang voor nieuwkomers en het
leerwegondersteunend onderwijs (LWO) gebruiken vakdocenten
doorgaans de methoden voor het reguliere onderwijs. Nieuwkomers,
maar ook leerlingen in het LWO, hebben vaak niet het taalniveau en
de voorkennis die in deze methoden verondersteld worden. Angeliek
van der Zanden licht de werkwijze toe die in haar publicatie 'Taal
in vakonderwijs aan nieuwkomers' wordt beschreven. Deze werkwijze
kan door alle docenten binnen de eerste opvang gebruikt worden om
hun vakmethoden toegankelijker te maken voor hun leerlingen.)
Ankie Bakker.
Naar een taalgerichte vakles. Experimenten in het
leerwegondersteunend onderwijs. Blz. 176-184.
(Ankie Bakker beschrijft hoe docenten aan een Rotterdamse
school werken met de tips uit de publicatie 'Taal in vakonderwijs
aan nieuwkomers' -zie hierboven-, zodat ook leerlingen uit het
leerwegondersteunend onderwijs de lesstof begrijpen.)
Els van der Veer.
Monocultuur en klimaatbeheersing. Blz. 184-193.
(Op een aantal scholen voor voortgezet onderwijs in Rotterdam
werken vakdocenten aan een taalbewuste aanpak in hun eigen vak.
Aan de hand van programma's als 'Lezen in alle vakken' of
'Woordbreker' bekijken zij welke taalvaardigheden nodig zijn om de
vakinhoud voor leerlingen toegankelijk te maken. Vervolgens
wisselen de docenten ervaringen uit over de talige aspecten van
hun vakteksten en zoeken zij naar effectieve lesideeën. Els
van der Veer beschrijft ervaringen van docenten wiskunde,
geschiedenis, biologie en Frans die meer aandacht geven aan het
Nederlands als tweede taal in hun eigen vak.)
Simon Verhallen.
Taalbeleid in een V(S)O-school. Blz. 194-202.
(Ook aan het Voortgezet Speciaal Onderwijs -VSO- nemen steeds
meer allochtone leerlingen deel. In twee scholen in de regio
Arnhem-Nijmegen is een taalbeleidsproject uitgevoerd. Het gaat in
dit project om twee didactische verbeteringen: een andere manier
van omgaan met (vak)teksten en intensieve, systematische aandacht
voor woordenschatuitbreiding. Met behulp van een lesplanformulier
en daaraan gekoppelde scholing kregen de docenten een handvat voor
praktisch taalbeleid.)
Marieke Veen.
'Je leert heel snel met een spel'. Blz. 203-213.
(Kenmerken van gewervelde dieren leren via een
vier-op-een-rijspel, kan dat? In het Rotterdamse voortgezet
onderwijs wordt gewerkt met zogenaamde taalspellen om de leerstof
te introduceren of te verwerken. Principe achter zo'n (vakgericht)
taalspel is dat de leerlingen over de leerstof moeten praten en
daardoor actief bezig zijn met de inhoud, terwijl ze
tegelijkertijd werken aan hun taalvaardigheid. Marieke Veen ging
kijken en interviewde leerlingen en een docente over de
taalspellen.)
Regine Bots.
De pest komt in Kampen. Werken aan vakinhoudelijke en
taalvaardigheidsdoelen bij geschiedenis. Blz. 214-224.
(Regine Bots beschrijft een lessenserie geschiedenis waarin
zowel taal- als vakdoelen aan de orde komen. In de lessen wordt
o.a. gebruik gemaakt van schrijfkaders: schrijfopdrachten in de
vorm van werkbladen die leerlingen helpen bij het formuleren van
vakinhouden. Dergelijke schrijfkaders kunnen bij ieder vak
gebruikt worden. Ook de ervaringen van leerlingen en docent komen
aan de orde.)
Carla Diemont & Yvonne de Jager-Struik.
Taalgericht vakonderwijs op het Vader Rijncollege te Utrecht.
Blz. 224-232.
(De auteurs beschrijven hoe zij op hun school binnen het
taalgericht vakonderwijs-project leerlingen samenwerkend laten
leren en lezen. Carla Diemont geeft voorbeelden van taalgerichte
opdrachten en groepswerk bij biologie en verzorging. Yvonne de
Jager-Struik, taalcoördinator op het Vader Rijncollege, maakt
duidelijk onder welke omstandigheden taalgericht vakonderwijs op
een school kan slagen.)
Anne-Mieke Janssen-van Dieten.
Sleutelen aan de leerling of sleutelen aan de les? Twee
invalshoeken voor Content Based Language Instruction nader
bekeken. Blz. 232-240.
(Anne-Mieke Janssen-van Dieten bespreekt twee inhoudsgerichte
benaderingen, te omschrijven als taalgericht vakonderwijs en
inhoudgericht taalonderwijs. Het artikel is gebaseerd op materiaal
uit het scriptieonderzoek van Esther Steman.)
An Lanssens.
Nederlands op de werkvloer of de werkvloer in het Nederlands?
Blz. 240-246.
(In Nederland heeft men al heel wat ervaring met cursussen
Nederlands op de werkvloer. In Vlaanderen werd er de laatste jaren
hard aan gewerkt. An Lanssens gaat in op Nederlands-Vlaamse
gelijkenissen en verschillen. Daarbij staat één
vraag centraal: hoe verhouden taal- en vakdoelen zich ten opzichte
van elkaar in een cursus Nederlands op de werkvloer?)
Inge van Meelis & Ina den Hollander.
De beroepspraktijk als middel en doel van NT2-leren.
Effectieve korte leerwegen op een ROC. Blz. 247-252.
(De Taalschool van het ROC in Breda ontwikkelt een snelle weg
naar vier assistent-opleidingen. Het gaat om het gelijktijdig
laten plaatsvinden van drie componenten binnen een leertraject:
praktijkervaring, vakonderwijs en verbetering van de
taalvaardigheid. Inge van Meelis, adviseur, onderzoeker en trainer
bij het ITTA, en Ina den Hollander, docent aan het Baronie
College, beschrijven hoe geïntegreerde scholing een middel is
om de leerweg van volwassen anderstalige leerders binnen het ROC
te verkorten en meer op de praktijk toe te spitsen.)
Annet Berntsen.
Training 'taal en vaktaal' voor bedrijfsopleiders. Blz.
252-260.
(Hoe verbeteren we de vak- en praktijkinstructie voor
anderstalige werknemers? Deze vraag zette de technische
bedrijfsopleiders van een groot productiebedrijf aan om te gaan
schaven aan hun lesopbouw, taalgebruik en de uitleg van vaktaal in
hun cursussen, dit alles in samenwerking met Annet Berntsen,
docente NT2/Nederlands op de werkvloer, van het ITTA. Zo is een
begin gemaakt met taalbeleid in het bedrijf: samenhang in
activiteiten die het mogelijk moeten maken dat alle werknemers,
ook degenen die tekortschieten in taalvaardigheid Nederlands,
maximaal van de aangeboden bedrijfscursussen kunnen profiteren.)
Anne-Mieke Janssen-van Dieten.
Ontdek je plekje. Werkstages en taalondersteuning. Blz.
260-267.
(Anne-Mieke Janssen-van Dieten toog naar het oosten van het
land om daar met drie begeleiders te spreken over het
'Leerwerkplaatsenproject Hardenberg'. De sleutelwoorden voor het
succes van dit project zijn: korte lijnen tussen en flexibiliteit
bij alle partijen die zich om een volwassen anderstalige
werkzoekende hebben verzameld. Over het werk van pioniers dat
inmiddels landelijke navolging heeft gekregen.)
Annet Berntsen & Geert van de Ven.
Toren van Babel of doos van Pandora? Het beoordelen van
(talige) performance op de werkvloer. Blz. 268-276.
(De woorden performance, competence en port folio zijn
inmiddels bekenden in opleidingsland en voor de zoekmachines op
internet. Maar er gaat wel degelijk een probleem verscholen achter
deze modewoorden: hoe maak je een juiste inschatting van de
werkelijke (taal)vermogens van iemand in opleiding of op de
werkvloer? Het maakt veel uit of je daar een leidinggevende, een
vakopleider of een taaltrainer over spreekt. In dit artikel geven
Annet Berntsen en Geert van de Ven, taaltrainers op de werkvloer,
een verkenning vanuit de praktijk, op en over de grenzen van het
vak.)
Uitleiding, door: Maaike Hajer.
Kringen in de vijver. De reikwijdte van taalgericht
vakonderwijs. Blz. 277-282.
(De paraplu 'taalgericht vakonderwijs' omvat een variatie aan
initiatieven, gericht op een effectievere didactiek in meertalige
klassen. Zowel in de didactiek, in de externe ondersteuning van
het ontwikkelproces als in de schoolorganisatie blijkt zich de
focus op deze kwestie te verruimen. Ging het eerst om een
beperkte, overzichtelijke aanpak van enkele didactische aspecten,
nu ontvouwt de paraplu zich over ingrijpender veranderingen van
het onderwijs. Het is alsof er een steen in de vijver is gegooid
waardoor het onderwijswater in steeds wijdere kringen in beweging
raakt. Maaike Hajer schetst die cirkels, zoals ze in de artikelen
in dit themanummer van Moer naar voren zijn gekomen.)
VON-info, blz. 288-290.
(Corinne Sebregts bespreekt de stand van zaken rond de
leerplanaanvraag van het VON-bestuur met betrekking tot moeilijk
lerenden in het NT2-onderwijs. Onder andere komen kort de
resultaten van een rapport van M. Meestringa & M. Miedema aan
de orde: 'Moeilijk lerenden in de ISK. Een literatuurstudie en
twee casestudies'. Enschede, SLO, 2000.)