Jos Joosten, Thomas Vaessens.
Postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse poëzie. Blz.
1-27.
(Aanzet tot een meer omvattende beschrijving van het
postmodernisme in de poëzie vanuit de botsing tussen
naoorlogse teksten en de nieuw-kritische manier waarop ze gelezen
zijn.)
Gert-Jan Johannes.
'Zoo is overdrijving de ziekte van elke eeuw': het beeld van
de 17de eeuw in 19de-eeuwse literatuurgeschiedenissen voor
schoolgebruik en zelfstudie. Blz. 28-60.
(Prettig artikel over hoe de 19de-eeuwse
literatuurgeschiedschrijvers met hangen, wurgen en wringen de
'Gouden eeuw' uitvonden: oordeel, vooroordeel, mythevorming en
geschiedvervalsing buitelen over elkaar heen en hebben tot op
heden nog hun ontregelende uitwerking.)
Hans Anten.
Bordewijk en de joden. Blz. 61-86.
(Aan de hand van de vele joodse personages in het werk van
Bordewijk toont Anten aan dat Bordewijk het 'jodenvraagstuk'
heeft weten te verwerken tot 'onverdachte literatuur van hoog
gehalte'.)
Kortaf. Blz. 87-94.
<Door: M.A. Schenkeveld-van der Dussen:> Jansen,
Jeroen. Decorum: observaties over de literaire gepastheid in de
renaissancistische poetica. Verloren, Hilversum, 2001.
<Door: Fabian Stolk:> Cornelissen, Micky. Poëzie
is niet een spel met woorden: de criticus Willem Kloos temidden
van zijn tijdgenoten. Vantilt, Nijmegen, 2001.
Periodiek: <Door: Bertram Mourits en Simone Veld:>
Overzicht van bijdragen in letterkundige, literaire,
algemeen-culturele, binnen- en buitenlandse tijdschriften. Blz.
95-98.
Mededelingen. Blz. 99-100.
Jaargang 6, nummer 4, oktober 2001
Essay.
(Speciaal nummer gewijd aan het essay als genre).
Maaike Meijer.
Denken over het essay: inleiding tot het thema. Blz.
279-288.
Bart Vervaeck.
Essay en vertelling in postmoderne tijden. Blz. 289-309.
(Over het spelen met de genreconventies in postmoderne
fictie en de postmoderne essayistiek.)
Maarten Doorman.
Het essay, een schimmig genre. Blz. 310-311.
(Visie van de essayist Doorman op het door hem beoefende
genre.)
Marianne Vogel.
Omtrekkende bewegingen: essayistiek als deel van het
moderne schrijverschap. Blz. 312-330.
(Vergelijkend onderzoek naar de essays van Anneke
Brassinga, Charlotte Mutsaers en Huub Beurskens, waar
Brassinga en Mutsaers de grenzen tussen fictioneel en
niet-fictioneel laten vervagen en Beurskens de meest klassieke
essayist is.)
Marjoleine de Vos.
Een essay moet betoveren. Blz. 331-332. (Visie van de
essayist De Vos op het door haar beoefende genre.)
Wiel Kusters.
Al die verdomde vakken: het denken en schrijven van D.
Hillenius. Blz. 333-349.
(Bioloog, dichter en essayist Dick Hillenius overschreed
in de door hem beoefende genres bewust de grenzen.)
Nicolaas Matsier.
Een gelijkzijdige driehoek. Blz. 350-351.
(Visie van de essayist Matsier op het door hem beoefende
genre.)
Léon Hanssen.
De vuurtest van de taal: Ter Braak als essayist. Blz.
352-367.
(Ter Braaks opvattingen over het essay, zoals door hem
verwoord en beoefend, zou bepalend zijn voor de naoorlogse
beoefening van het genre.)
Willem Jan Otten.
Het essay als duikplank. Blz. 368.
(Visie van de essayist Otten op het door hem beoefende
genre.)
Jaap Goedegebuure.
Het essay in de Nederlandse literatuur van de twintigste
eeuw. Blz. 369-380.
(Literair-historische beschrijving van de literaire
essayistiek, voornamelijk aan de hand van de letterkundige
almanak Erts (1925-1930) en het tijdschrift
Forum. Voorproefje van de onder de hoede van de
Nederlandse Taalunie te verschijnen literatuurgeschiedenis
tussen 1895 en 1945.)
Xandra Schutte.
Waspoeder en metafysica. Blz. 381-382.
(Visie van de essayist Schutte op het door haar beoefende
genre.)
Dick van Halsema.
Het gelijk zit in de stijl: gesprek met Kees Fens over
essays, wetenschap, columns. Blz. 383-398.
(Over zijn visie op het genre en over zijn ontwikkeling
als essayist.)
Jaargang 6, nummer 3, augustus 2001
Grensverkeer.
(Drie recensieartikelen over de ijkpuntenreeks
'Nederlandse cultuur in Europese context'.)
Arie Jan Gelderblom.
Eendracht als voorbeeld. Blz. 193-196.
(Over: Frijhoff, Willem en Marijke Spies. 1650: Bevochten
eendracht. Sdu Uitgevers, Den Haag, 1999.)
Marita Mathijsen.
De losse lijn. Blz. 197-200.
(Over: Bank, Jan en Maarten van Buuren. 1900: Hoogtij van
burgerlijke cultuur. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2000.)
Ton Anbeek. Cultuurgeschiedenis nieuwe stijl. Blz. 200-203.
(Over: Schuyt, Kees en Ed Taverne. 1950: Welvaart in
zwart-wit. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2000.)
Maria-Theresia Leuker.
'Het een-en-het-ander': representaties van culturele
alteriteit in Maria Dermoûts roman De tienduizend
dingen. Blz. 204-218.
(Kernvraag van het artikel is: Is de roman een Indische of
een Europese roman, koloniaal of postkoloniaal?)
Lotte Jensen.
De Nederlandse vrouwenpers in een internationaal
perspectief. Blz. 219-239.
(Onderzoek naar nationale en internationale reële en
virtuele literaire vrouwennetwerken in negentiende-eeuwse
vrouwentijdschriften)
Anke van Herk.
Cephalus en Procris: Ovidiaanse stof in een
zestiende-eeuws toneelstuk. Blz. 240-259.
(Plaatsbepaling binnen de Ovidiaanse rederijkersspelen van
dit na 1552 geschreven nog niet eerder onderzochte spel, dat
aan Willem van Haecht kan worden toegeschreven.)
Kortaf. Blz. 260-271.
<Door:Yra van Dijk:> Neef, Sonja. Zur
Medialität einer Schrift: Anhand von Paul van Ostaijens
'De feesten van angst en pijn'. Asca Press, Amsterdam, 2000.
<Door: Fabian R.W. Stolk:> Mooren, P. Het
prentenboek als springplank: cultuurspreiding en
leesbevordering door prentenboeken. Sun, Nijmegen, 2000.
<Door: Mathijs Sanders:> Groeneveld, Gerard. Zwaard
van de geest: het bruine boek in Nederland 1921-1945. Vantilt,
Nijmegen, 2001.
<Door: Paul Wackers:> Mantingh, E. Een monnik met
een rol: Willem van Afflighem, het Kopenhaagse Leven van
Lutgart en de fictie van een meerdagse voorlezing. Verloren,
Hilversum, 2000.
<Door: Tigelaar, Jaap:> Avonds, P. Koning Artur in
Brabant (12de-14de eeuw): studies over riddercultuur en
vorstenideologie. Brussel, 1999 (Verhandelingen van de
Koninklijke Vlaamse Academie van België voor
Wetenschappen en Kunsten, Klasse der Letteren: 61 (1999),
167).
Periodiek: <Door: Bertram Mourits en Simone Veld:>
Overzicht van bijdragen in letterkundige, literaire,
algemeen-culturele, binnen- en buitenlandse tijdschriften.
Blz. 272-274.
Mededelingen. Blz. 275-276.
Jaargang 6, nummer 2, mei 2001
M.A. Schenkeveld-van der Dussen.
De paragone tussen dicht- en schilderkunst bij Jan Vos en
Jan Six van Chandelier. Blz. 101-112.
(Jan Vos' standpunt binnen de strijd tussen de kunsten,
i.c. de schilderkunst en de dichtkunst, maakte hij
ondergeschikt aan zijn streven om door middel van de kunst
orde te scheppen in de chaos. Hij doet dit met de middelen die
hem ten dienste staan: woord en beeld, met name op het toneel.
Als contrast wordt Six van Chandelier bij het onderzoek
betrokken, die noch de schilderkunst, noch de dichtkunst
eeuwigheidswaarde toedicht. )
Raymond Harper.
Intimidatie, list en bedrog in de Bere Wisselau. Blz.
113-123.
(Eerherstel voor de Bere Wisselau. In tegenstelling
tot zijn interpreterende voorgangers, J. de Vries en N.
Voorwinden, lost Harper de 'ongerijmdheden' in het verhaal op
door aan te tonen dat de beer voor een reus werd aangezien.)
A.M.J. van Buuren.
Die werelt hielt my in haer gewout: Suster Bertken, haar
biografie en haar vijfde lied. Blz. 124-137.
(Van Buuren zet zijn Suster Bertkenstudie voor met een
analyse van haar vijfde lied.)
Ralf Grüttemeier.
Is Max Havelaar een historische roman? Blz.
138-149.
(Niet alleen in de zin van de historische romans van door
Multatuli bewonderde Walter Scott kan Max Havelaar
beschouwd worden als historische roman, ook is de roman in de
loop der tijd door de lezers als zodanig opgevat.)
Mathijs Sanders.
Gerard Knuvelder op oorlogspad, of de metamorfose van een
criticus. Blz. 150-167.
(Schets van het katholieke literaire leven tijdens het
interbellum, toegespitst op de denkbeelden van de toentertijd
rechts-radicale criticus Gerard Knuvelder, van wie na de
oorlog de laatste éénmansliteratuurgeschiedenis
verscheen.)
Stand van zaken:
Gerard de Vriend.
De kinderschoenen ontgroeid: over jeugdliteratuurstudie in
Nederland. Blz. 168-177. (Overzicht van de bestudering van de
Nederlandse jeugdliteratuur.
Kortaf. Blz. 178-185
<Door: Paul Wackers:> Medioneerlandistiek: een
inleiding tot de Middelnederlandse letterkunde; onder red. van
R. Jansen-Sieben, J. Janssens en F. Willaert. Verloren,
Hilversum, 2000.
<Door: Annelies de Jeu:> Veltman-van den Bos, Ans J.
Petronella Moens (1762-1843): 'De Vriendin van 't Vaderland'.
Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2000.
<Door: Hans Anten:> Hanssen, Léon. Want alle
verlies is winst: Menno ter Braak 1902-1940. Dl 1: 1902-1930.
Balans, Amsterdam, 2000.
Periodiek: <Door: Bertram Mourits en Simone Veld:>
Overzicht van bijdragen in letterkundige, literaire,
algemeen-culturele, binnen- en buitenlandse tijdschriften.
Blz. 186-190.
Mededelingen. Blz. 191-192.
Jaargang 6, nummer 1, januari 2001
Ton Anbeek.
De betekenis van Merlyn. Blz. 1-12.
(Dat het tijdschrift Merlyn en de daarin
gepropageerde ergocentrische methode in de Nederlandse
literatuurwetenschap niet uit de lucht kwam vallen wordt door
Anbeek aangetoond aan de hand van de wetenschapsbeoefening
tussen 1918 en 1963 in het destijds toonaangevende
vaktijdschrift De Nieuwe Taalgids. De grote verdienste
van de Merlynisten was echter gelegen in de popularisering van
de tekstgerichte methode als alternatief voor de op de auteur
gerichte literaire kritiek.)
Jaap Goedegebuure.
Postmoderne modernisten en modernistische postmodernen:
Nederlandstalige schrijvers van de twintigste eeuw herlezen.
Blz. 13-32.
(Goedegebuure houdt een pleidooi voor een ruimer gebruik
van het begrip modernisme door het niet als beperkt tot
romans, noch als periodiseringsconcept, en ook niet beperkt
tot enkele auteurs te hanteren. De titel geeft de conclusie
weer.)
A.M. Duinhoven.
De bron van Walewein. Blz. 33-70.
(Duinhoven valt meteen met de deur in huis in de eerste
alinea van dit omvangrijke artikel: "de Walewein is op
de Floris ende Blancefloer gebaseerd". Op basis van
vergelijking van beide teksten werkt hij vervolgens naar de
bewijsvoering toe.)
Johan H. Winkelman.
Commentaar bij A.M. Duinhoven: 'De bron van Walewein'.
Blz. 71 76. Gevolgd door: A.M Duinhoven. Repliek op blz. 76-77
en Johan H. Winkelman. Dupliek op blz. 77.
(Winkelman tracht in kort bestek de gewaagde stelling van
Duinhoven te ontkrachten. De knorrige repliek van Duinhoven
vermag Winkelman niet te overtuigen. De redactie sluit dan ook
de discussie.)
Stand van zaken:
Nico Laan.
De rol van de wetenschapsfilosofie in de studie van de
Nederlandse letterkunde. Blz. 78-87.
(In dit artikel wordt de geringe invloed (op een korte
periode in de jaren '60 en'70 na) van de wetenschapsfilosofie
op de neerlandistiek beschreven. Aan het nu weer aanwezige
gebrek aan kennis op dit gebied wordt nu in Utrecht en
Amsterdam iets gedaan.)
Kortaf. Blz. 88-95.
<Door: A. Agnes Sneller:> Anna Roemersdochter
Visscher. Gedichten; een bloemlezing met inleiding en
commentaar door Riet Schenkeveld-van der Dussen &
Annelies de Jeu. Amsterdam University Press, Amsterdam, 1999.
<Door: Fabian R.W. Stolk:> Stijn Streuvels. De
teleurgang van den Waterhoek. 14e dr.; tekstkritische editie
door M. de Smedt en E. Vanhoutte. Antwerpen, 1999.
<Door: Hans Anten:> Liesbeth Feikema, Roman Koot en Edwin
Lucas (red.). Op gezang en vlees belust: over leven, werk en
stad van Jan Engelman. Kwadraat, Utrecht, 2000.
Periodiek: (Door: Bertram Mourits en Simone Veld:)
Overzicht van bijdragen in letterkundige, literaire,
algemeen-culturele, binnen- en buitenlandse tijdschriften. Blz.
96-100.
Jaargang 5, nummer 4, november 2000
Nico Laan.
Freud en Marx verenigd?: Henriëtte Roland Holst als
biografe. Blz. 305-322.
(Analyse van Holst's verschuivende inzichten aan de hand van
de door haar geschreven biografieën.)
Gerard Sonnemans.
Het lineaire schrijfproces bij middeleeuwse teksten. Blz.
323-332.
(De middeleeuwse auteur begon bij het begin en schreef dan
door tot de tekst af was (of niet). Dit heeft consequenties voor
de bestudering van deze teksten.)
Jos Joosten.
Speurwerk vanaf het ziekbed of: waarom Willem Termeer zijn
vrouw niet vermoordde: een nieuwe hypothese over Emants' "Een
nagelaten bekentenis". Blz. 333-341.
(De neerlandicus als speurneus: Joosten toont aan dat Termeer
een overbodige moord pleegde op zijn reeds aan zelfmoord
stervende vrouw, met als toegift: deze roman uit 1894 is niet
alleen Freudiaans avant la lettre (Oversteegen), maar ook
existentialistisch avant la lettre.)
Kortaf. Blz. 342-366.
<Door: Paul Wackers:> Herman W.J. Vekeman.
Eerherstel voor een mystieke amazone: het Twee-vormich
Tractaetken.: Middelnederlandse tekst met hertaling en
commentaar. Kok, Kampen; Altoria, Averbode, 1996. (Mystieke
teksten en thema's, 9.)
<Door: J. Reynaert:> Het handschrift-Van Hulthem: hs.
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623:
diplomatische editie bezorgd door Herman Brinkman en Janny
Schenkel. Verloren, Hilversum, 1999. (Middeleeuwse
verzamelhandschriften uit de Nederlanden, VII,1 en VII,2.)
Repertorium van teksten in het handschrift-Van Hulthem (hs.
Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623).
Cd-rom met een inleiding door M.E.M. Jungman in samenwerking met
J.B. Voorbij. Verloren, Hilversum, 1999.
<Door: Remco Sleiderink:> Jeanne Verbij-Schillings
(ed.). Het Haagse handschrift van heraut Beyeren, hs. Den Haag,
Koninklijke Bibliotheek, 131 G 37. Verloren, Hilversum, 1999.
(Middeleeuwse verzamelhandschriften uit de Nederlanden, VI.)
<Door: Orlanda S.H. Lie:> Marjolein Kool. Die conste
vanden getale: een studie over Nederlandstalige rekenboeken uit
de vijftiende en zestiende eeuw, met een glossarium van
rekenkundige termen. Verloren, Hilversum, 1999.
<Door: Mieke de Jong:> B. Besamusca (red.). Jeesten van
rouwen ende van feesten: een bloemlezing uit de
Lancelotcompilatie. Verloren, Hilversum, 1999. (Middelnederlandse
tekstedities, 6.)
<Door: Yolanda Rodríquez Pérez:> Typisch
Nederlands: de Nederlandse identiteit in de letterkunde; red.
Karl Enenkel, Sjaak Onderdelinden en Paul J. Smith. Florivallis,
Voorthuizen, 1999.
<Door: Els Stronks:> Willemien B. de Vries. Wandeling
en verhandeling: de ontwikkeling van het Nederlandse hofdicht in
de zeventiende eeuw (1613-1710). Verloren, Hilversum, 1998.
<Door: Arie Jan Gelderblom:> Wilfred Jonckheere. Van
Mafeking tot Robbeneiland: Zuid-Afrika in de Nederlandse
literatuur 1896-1996. Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 1999.
<Door: Hans Anten:> Mariëlle Polman. De keerzijde
van het leven: Anton van Duinkerken als literatuurcriticus bij De
Tijd (1927-1952). Valkhof Pers, Nijmegen, 2000.
<Door: Nico Laan:> Thijs Pollmann. De letteren als
wetenschap: een inleiding. Amsterdam University Press, Amsterdam,
1999.
Periodiek:
<Door: Nelleke Moser en Bertram Mourits:> Overzicht van
bijdragen in letterkundige, literaire, algemeen-culturele,
binnen- en buitenlandse tijdschriften. Blz. 367-374.