Mark Traa.
Een virtueel gemaskerd bal. De opmars van het "Chats".
Blz. 336-338.
(De bezoekers van een chatbox moeten zeer snel reageren,
want de box is interactief. Dat stelt specifieke eisen aan de
taal die ze gebruiken. Stilaan heeft zich het "Chats"
ontwikkeld, dat onder meer gekenmerkt wordt door het gebruik
van spreektaalnotaties - vinnik - , afkortingen, ook van
Engelse woorden - brb = be right back - en zogenaamde
emoticons, figuurtjes die met behulp van het toetsenbord
kunnen worden gemaakt.)
Taaladviesdienst.
52 Andere woorden voor "windowtime" / Ander woord voor
"exitpoll". Blz. 342.
(29 Onze Taallezers droegen samen 52 alternatieven aan
voor "windowtime". Uiteindelijk is gekozen voor
"uitleenembargo". Nu wordt een ander woord gevraagd voor
"exitpoll", dat is een onderzoek waarbij kiezers bij het
verlaten van het stembureau gevraagd worden wat zij net
gestemd hebben.)
Taaladviesdienst.
Vraag en antwoord. Blz. 343.
(Vier kwesties: 1. Wat houdt het begrip "onbevlekte
ontvangenis" precies in? 2. Het Groene Boekje spelt
"appèl (oproeping, hoger beroep), maar Van Dale
schrijft "appel". Wat is juist? 3. "E-zine" (electronisch
tijdschrift). Welk lidwoord hoort daarbij? En hoe spreek je
dit woord uit? 4. Is "In meer of mindere mate" juist?)
Marc van Oostendorp.
Taalkunde van de straat. De 75ste verjaardag van de
Amerikaanse socilinguïst William Labov. Blz. 344-345.
(Labov vond en vindt dat taalkundigen het dagelijkse
taalgebruik moeten beschrijven, waarbij ze speciale aandacht
moeten hebben voor maatschappelijke en sociologische aspecten.
Hij heeft zich overigens lang verzet tegen 'het hokje'
sociolinguïstiek, omdat hij de ambitie had de hele
taalkunde te hervormen. In dit artikel wordt verteld welke
methodes Labov bedacht om mensen zo natuurlijk mogelijk te
laten spreken. De onderzoeker wil de taal observeren die
mensen gebruiken als ze niet geobserveerd worden. Deze paradox
noemt hij de paradox van de observator. Anderen spreken van
'de paradox van Labov'.)
Bert van den Assem.
Met grote droefheid... Blz. 346.
(De zin "Met grote droefheid geven wij kennis dat onze
geliefde X gisteren vredig is gestorven" moet strikt genomen
verstaan worden alsof men liever had gezien dat de overledene
NIET vredig was gestorven... De redactie van Onze Taal doet
een suggestie ter verbetering.)
W. de Leeuw.
"Nederlands" in het Italiaans. Blz. 346-347.
(Onze taal wordt in Italië van oudsher "olandese" of
"fiammingo" genoemd. Weten de Italianen veel van onze
gevoeligheden! Weliswaar komen sinds 1834 ook "neerlandese" en
"nederlandes" voor, maar die namen zijn nimmer ingeburgerd
geraakt. In 2001 verscheen Van Dale's "Dizionario
italiano-neerlandese". Gekozen werd voor "neerlandese", omdat
dat gemakkelijke uit te spreken zou zijn. Van Dale had beter
moeten weten, want in al 1987 schreef Ricardo Rizza in zijn
essay "La denominazione della lingua nederlandese nei Paesi
Bassi e Italia" dat "nederlandese" de voorkeur verdient, omdat
"neerlandese" de Italianen voor een uitspraakprobleem stelt:
zij zien in "neer" twee lettergrepen.)
Ingmar Heytze.
Raptus. Sinterklaasgedichten. Blz. 347.
(Een deel van Heytzes omgeving denkt dat het schrijven van
een sinterklaasgedicht voor hem een makkie is. Is het
misschien ook wel, maar een sinterklaasgedicht is een
wegwerpproduct, dat hij niet over zijn hart kan verkrijgen te
schrijven.)
Raymond Noë.
De talen van Tolkien. De geheime ondeugd van een
schrijvende professor. Blz. 348-349.
(Tolkiens grote passie was het maken van talen. Zijn
boeken zag hij als niets anders dan een poging om een wereld
te scheppen waarin een bepaalde taal die hem estetisch
aansprak, zou kunnen bestaan. De talen waren er het eerst, en
daarin besloten lagen de verhalen. De Amerikaan David Salo,
met Tochaars als specialisme, is een groot kenner van de talen
van Tolkien. Daarom werd hij door Peter Jackson ingehuurd als
taaladviseur bij het maken van diens film "The Lord of the
Rings", nadat hij hem had weten te overtuigen gebruik te maken
van de door Tolkien ontworpen inheemse talen)
Redactie Onze Taal.
Het taaljaar 2002. Meningen van taalgebruikers. Blz.
350-351.
(Een negental taalgebruikers van diverse pluimage geeft
antwoord op zes vragen, zoals: wat vindt u de belangrijkste
taalgebeurtenis van het jaar en wat is het ergste/mooiste
woord van 2002? Aan het woord komen Bart Chabot, Paul van
Grembergen, Maria van der Hoeven, Hans Hulshof, Francisco van
Jole, Siemon Reker, Johan Taeldeman, Fred Weerman en Frans
Weisglas)
Marc van Oostendorp en Kees van der Zwan.
Het taaljaar 2002. Van taalgen tot lulverhaal. Blz.
352-354.
(32 Taalgebeurtenissen passeren in chronologische volgorde
de revue. Ze zijn de neerslag van onder meer de politieke
omwenteling van het jaar en van het opvallend groot aantal
berichten over wetenschappelijke ontdekkingen op taalgebied,
zoals het taalgen, de koeientaal en de taalverwerving van
kinderen. Op de ontdekking van het taalgen wordt apart
ingegaan, alsmede op de uitbreiding van de politieke
scheldwoordenschat.)
René Appel.
"Ik vind taal leren is voor mij makkelijk". Het Nederlands
van Ebrahim. Blz. 355-357.
(Welke strategieën past een intelligente Afghaanse
zij-instromer van veertien jaar toe om de Nederlandse taal te
verwerven? Tegen welke moeilijkheden loopt hij op? Vergeleken
met de faciliteiten die Maxima ten dienste stonden, is
Ebrahims prestatie minstens zo prijzenswaardig.)
Nicoline van der Sijs.
Etymologica. Niet-herkende meervoudsvormen. Blz. 360-361.
("Schoen" was oorspronkelijk "scoe" of "schoe". Doordat
het meervoud van dit woord (scoen/schoen) vaker werd gebruikt
dan het enkelvoud, begon men "schoen" als enkelvoud op te
vatten, hetgeen vervolgens aanleiding werd voor een nieuw
meervoud "schoenen" . Andere voorbeelden: "teen", "peen". Ook
waren er meervouden op -er, zoals "lammer" en "eier", die
later eveneens een nieuw meervoud kregen. Het omgekeerde komt
ook voor. "Els" en "zeis" waren oorspronkelijk resp.
"elsen(e)" en "seisen(e)". Dan zijn er nog meervoudige
leenwoorden uit het Frans en Engels die ten onrechte als
enkelvoud werden gezien, zoals "matroos" (matelots),
"abrikoos" (abricots).)
Guus Middag.
Woordenboek van de poëzie. Onmooi. Blz. 362-363.
(Hannah Belliot noemde in een interview haar werk als
wethouder van Amsterdam "lawinemooi". Als je het nodig hebt om
een simpele kwalificatie als "mooi" aldus te versterken, ligt
een negatieve toevoeging voor de hand. Zo is al genoteerd
"onprachtig" en "antimooi". Het woord "onmooi" is te lezen in
de slotregels van een gedicht van Hans Faverey: "Hoe onmooi is
haar schoonheid".)
Toon Gordijn.
"Kwam daar nog eens om". Blz. 363.
(In een radioprogramma zei iemand: "(...) Overal hangen
camera's (...) Op vliegvelden moet je je schoenen laten
controleren. Kwam daar nog eens om vóór 11
september!". Een gebiedende wijs in de verleden tijd kan niet.
We kennen wel een gebiedende wijs in de voltooid verleden
tijd: Had dat maar gezegd!)
Frank Jansen.
Hom of kuit. Onderwijs in allochtone talen niet zonder
meer handhaven. Blz. 364.
(De stelling luidt dit keer: Als er geen positief effect
van OALT op het onderwijs kan worden aangetoond, moet het
verdwijnen. Op de stelling van de vorige keer (geen subsidie
voor leesbevordering) reageerde 82% van de 113
reflectanten negatief.)
Raymond Noë.
InZicht. Met informatie over nieuwe boeken, congressen en
lezingen in taalkundig Nederland. Blz. 365-366.
(Korte bespreking van 10 boeken, 4 cd-roms, 1 symposium en
1 tijdschrift:
Jan Kuitenbrouwer, "Totaal Hedenlands";
Henk Hokke, "Geheimtaal". Bestemd voor kinderen tot een
jaar of twaalf;
Cornelis Verhoeven, "Dierbare woorden" (de 205 taalcolums
die hij onder deze titel vanaf 1997 schreef voor het dagblad
"Trouw");
Hein van Steenis, "Computable ICT woordenboek 2003" (de
opvolger van "Woordenboek informatie en telecommunicatie". De
nieuwe uitgave bevat meer dan drieduizend nieuwe termen.
Verder 20.000 Engelstalige ICT-termen die van een vertaling en
verklaring worden voorzien);
Ghislaine Giezenaar en Edith Schouten, "Wijze woorden"
(Bestemd voor hoogopgeleide anderstaligen die na het behalen
van het Staatsexamen NT2 hun woordenschat willen verrijken met
academische termen);
Willem Visser en Sybren Dyk, "Eilander wezzenbúek.
Woordenboek van het Schiermonnikoogs;
Corine van den Brandt en Margot van Mulken (red.),
"Bedrijfscommunicatie II". Een afscheidsbundel ter gelegenheid
van de pensionering van Dick Springorum, een van de
grondleggers van de Nijmeegse studierichting Communicatie- en
informatiewetenschappen);
Dick Springorum, ""Deze meneer wordt morgen geholpen".
Taalgebruik en communicatie in het ziekenhuis" (zelfs
opgenomen in het ziekenhuis blijft Springorum professioneel
actief ... je houdt van je vak of niet);
Jan Meulendijks, "Het grote cryptowoordenboek".
Uitgebreide en herziene versie van het in 1995 verschenen "10
Voor Taal cryptowoordenboek".
"Proeve eener Nederbetuwsche spraakkunst" (J.C. Groothuis
voltooide rond 1885 een spraakkunst en woordenlijst. Alleen de
laatste werd gepubliceerd. Het Arend Datema Instituut heeft nu
de complete uitgave verzorgd);
Van Dale Lexicografie bracht onlangs de herziene versies
van een aantal cd-roms op de markt: Van Dale groot woordenboek
hedendaags Nederlands, Duits-Nederlands/Nederlands-Duits,
Engels-Nederlands/Nederlands-Engels en
Frans-Nederlands/Nederlands-Frans;
Talige toekomst van Europa (de titel van een op 17
december 2002 gehouden symposium, georganiseerd door de
leerstoelgroep Theoretische Taalwetenschap van de UvA);
Tijdschrift: "Management & communicatie". Dit is een
pakket dat bestaat uit de "Nieuwsbrief management &
communicatie" (tienmaal per jaar), een kwartaaldossier en
(optioneel) een halfjaarlijkse cd-rom met citaten en andere
hulpmiddelen. Hoofdredactie: Max Dohle. Meer info:
http://www.communicatie-online.nl.
Jaargang 71, nummer 11, november 2002
Ludo Permentier.
Een beetje schaven of toch nieuwe regels? De Nederlandse
Taalunie maakt een nieuw Groen Boekje. Blz. 300-302.
(De Nederlandse Taalunie is bezig met een nieuwe versie van
het Groene Boekje. Het is niet de bedoeling dat de
spellingregels worden gewijzigd. Wel zal de woordenlijst worden
geactualiseerd en verbeterd. In 2004 zal een eerste versie voor
commentaar worden verspreid onder woordenboekuitgevers,
taaldidactici en andere specialisten. Eind 2005 wordt de
definitieve versie vastgesteld. Deze zal het stempel van
"officiële spelling" krijgen. Overigens heeft de Vlaamse
minister van Cultuur, Paul Van Grembergen, aangekondigd in het
Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie een
zekere bijstelling van de spellingregels aan de orde te
stellen.)
Taaladviesdienst.
Vraag en antwoord. Blz. 307.
(Vijf kwesties worden behandeld: 1. "Meer informatie vindt
u in bijgevoegde/bijgevoegd cv" 2. "Wij staan u graag te woord
in/op onze stand op de beurs" 3. Bestaat het woord "facturatie"
? 4. Hoe komt het dat Lille in het Nederlands Rijsel heet? 5.
Handelwijze/handelswijze.)
Frank Jansen en Jet Mok.
Wat doet de letter met de lezer? Het verband tussen
lettertypen en de gevoelens die ze oproepen. Blz. 308-309.
(Psycholoog A. Sigman schreef in opdracht van een
printprogrammatuurmaker een stuk met harde aanbevelingen voor
het gebruiken van het juiste lettertype in diverse situaties. U
vindt het op
http://www.lexmark.com/canada/newsroom/data/Lexmark%20Font%20Study-DrSigman.pdf.
Zo zou je een liefdesbrief moeten schrijven
in een lettersoort met ronde o's en flinke staarten, want
dergelijke lettervormen wekken de indruk dat de schrijver
zachtaardig en emotioneel is. Studenten van de opleiding
Communicatie- en Informatiewetenschappen in Utrecht ontwierpen
een test voor 150 proefpersonen en vonden dat de ideeën
van Sigman nog niet zo gek zijn. "Het loont waarschijnlijk de
moeite om bij elk type boodschap het geschiktste lettertype uit
te zoeken.")
Redactie Onze taal.
Taalergernissen. "Genootschap, doe er iets aan!" Blz.
310-311
(Een selectie van zeventien brieven van lezers die zich
ergerden aan allerlei nieuwe woorden of uitdrukkingen.)
Jan Erik Grezel.
"Taalkunde is een vak om verliefd op te worden". Interview
met prof. dr. Fred Weerman. Blz. 312-314.
(In juni aanvaardde Fred Weerman het ambt van hoogleraar in
de Nederlandse Taalkunde aan de UvA met de oratie "Dynamiek in
taal en de explosie van de neerlandistiek". Dynamiek in taal
slaat op het veranderingsproces waaraan elke taal onderhevig
is. Door bestudering van taalverwerving kun je taalverandering
beter begrijpen. Omgekeerd kan studie van taalverandering
inzicht geven in hoe verwerving in het algemeen verloopt. Het
fundamentele onderzoek kan op den duur gevolgen hebben voor het
talenonderwijs: hoe moet je mensen ondersteunen bij
taalverwerving, hoe pak je taalachterstand aan en hoe behandel
je taalpathologie.
Met explosie van de neerlandistiek doelt Weerman op de
opvatting van zijn Leidse collega Wim Gerritsen, die stelt dat
de neerlandistiek uiteengespat is in allerlei brokstukken die
weinig meer met elkaar te maken hebben. Weerman verzet zich
tegen deze opvatting. Misschien was die samenhang er wel nooit.
Het is juist heel goed dat er verbindingen zijn tussen
neerlandistiek en andere takken van wetenschap. Studenten
moeten leren zappen van het ene kennisgebied naar het andere.
Een thema als meertaligheid kun je belichten uit verschillende
gezichtspunten: cultureel, historisch, economisch, taalkundig,
etc. Taalkunde heeft het odium erg wetenschappelijk te zijn.
Vandaar misschien de afnemende belangstelling voor dat vak.
Maar wie niets voelt voor wetenschap heeft op de universiteit
niets te zoeken. Het beste zou zijn als taalkunde een serieuze
plek in het onderwijs zou krijgen.)
Ingmar Heytze.
Raptus. Potter-Latijn. Blz. 315.
(Voor Harry Potter-fans is recentelijk verschenen het
"Groot toverboek Engels-Nederlands". Negen van de tien daarin
opgenomen woorden zijn heel gewone Engelse woorden die je ook
in een gewoon woordenboek kunt vinden. Leuk zijn de Latijnse
spreuken, zoals "draco dormiens numquam titilandus".)
Marc van Oostendorp.
Hoe spreekt een vrouw uit Kirkuk? Bureau Taalanalyse
achterhaalt de herkomst van asielzoekers. Blz. 316-317.
(Het Bureau Taalanalyse in Den Haag wordt ingeschakeld als
er twijfel bestaat of een asielzoeker wel komt uit het land
waar hij zegt vandaan te komen. De procedure begint met een
gesprek van een uur dat op de band wordt opgenomen. De
asielzoeker of illegale crimineel wordt gevraagd naar dingen
die iedereen uit het betreffende land zou moeten weten. De band
wordt naar het Bureau Taalanalyse gestuurd die deze doorstuurt
naar een van de analisten. Soms kan de herkomst van iemand tot
op het dorp nauwkeurig worden vastgesteld.)
Peter-Arno Coppen.
Keert "zich" niet weer? De verdwijning en opmars van het
wederkerend voornaamwoord. Blz. 318-319.
(Bijna alles wat je een ander kunt aandoen, kun je ook
jezelf aandoen. Je kunt iemand anders of jezelf bewonderen.
Echter, iemand kan wel zichzelf maar niet iemand anders
vergissen. In de zin "hij vergist zich" fungeert "zich" als
dummy, als een lijdend voorwerp dat voor de vorm meedoet. Want
in het Nederlands hebben de meeste werkwoorden precies
één (lijdend of meewerkend) voorwerp. Wanneer het
werkwoord twee voorwerpen heeft, waarvan één een
dummy, dan wordt het aantrekkelijk die laatste weg te laten:
"Wij herinneren [ons] hem als een inspirerend man".
Bij werkwoorden die een ervaring uitdrukken, zoals
"storen", "ergeren" en "amuseren" ontbreekt het onderwerp. Het
zijn werkwoorden met twee voorwerpen: een meewerkend (de
ervaarder) en een voorzetselvoorwerp (de oorzaak). Een van die
twee voorwerpen kan voor de vorm de onderwerpsfunctie
vervullen. Dit heet de ergatief-functie.Het zijn deze gevallen
van "zich"als ergatiefspoor die gemakkelijk kunnen verdwijnen,
bv. "dit verschijnsel breidt uit".)
Ton van den Boon.
Verse woorden. Wat je van ver haalt... Blz. 320-321.
(Als gevolg van vele internationale contacten maken wij
kennis met vele buitenlandse vruchten en gerechten. Kans om in
het woordenboek te komen maken die namen van gerechten die
achter het Hollandse fornuis vernederlandst worden.)
Hans Heestermans.
Vergeten woorden. Kortswijl. Blz. 321.
(P.C. Hooft gebruikte het woord "kortswijl" in de betekenis
van tijdverdrijf. Na de negentiende eeuw is "kortswijl"
verdwenen. Het antoniem "langwijl" bestaat echter niet. Dat
woord komen we wél in het Duits tegen, "Langeweile",
betekenis: "verveling".)
Nicoline van der Sijs.
Etymologica. Verkeerde woordgrenzen. Blz. 322-323.
(Mensen die niet kunnen lezen hebben soms moeite de
woordgrenzen te bepalen. Dat geldt voor nu maar evenzeer voor
de Middeleeuwen. Men hoorde maar interpreteerde
"een adder". Dit verschijnsel heet metanalyse. Zo is
"aak"ontstaan uit "naak". Deze twee woorden zijn erfwoorden.
Maar het verschijnsel doet zich ook voor bij leenwoorden:
"okkernoot" uit "nokkernoot". Evenzo werd het lidwoord "de"
soms aan de verkeerde kant van de woordgrens gelegd: "de spijt"
uit "despijt". De nieuwe vorm verdringt de oude vrijwel altijd.
Metanalyse leidt daarom vaak tot vormverandering van bestaande
woorden; kennis van metanalyse kan de etymoloog dus helpen die
vormverandering te herkennen.)
Sjaak van der Velden.
"Staken" in het Nederlands. Blz. 324.
("Staken" is afgeleid van "staak" (paal). Het afzetten van
een stuk grond met palen heette "staken". In de zestiende eeuw
kwam dit werkwoord al voor in de betekenis 'ergens mee
ophouden', maar pas vanaf het eind van de negentiende eeuw is
het onovergankelijk. Overigens werd staken tot ver in de
negentiende eeuw als iets uitheems aangeduid. Men bediende zich
zelfs van het Engelse "strike" of het Franse "grève".)
Frank Jansen.
Hom of kuit. Geen subsidie voor leesbevordering. Blz. 325.
(De nieuwe stelling luidt: "De subsidiëring van
leesbevordering moet worden stopgezet".
Mensen handelen "zweckrational", dus men leest als men
daaraan behoefte heeft. Leesbevordering helpt derhalve niet. En
wat de vorige stelling betreft: een kleine minderheid van 51,6
% zag het nut in van leesbaarheidsformules van bv. Word.)
Redactie Onze Taal.
Tamtam. Taalberichten. Blz. 326.
(Campagne voor analfabete autochtonen gestart.
Volgens een internationaal onderzoek zijn ruim een miljoen
geboren en getogen Nederlanders in meerdere of mindere mate
functioneel ongeletterd. Daarnaast zijn er nog eens 250.000
mensen die nauwelijks of helemaal niet kunnen lezen en
schrijven. De gemeenten en regionale opleidingscentra zullen de
cursussen organiseren.
Verder wordt een tiental berichten in deze rubriek kort
weergegeven. Deze hebben betrekking op het
kinderboekenweekgeschenk, de Hendrik van Veldeke-pries (dit
jaar uitgereikt aan de 92-jarige dialectoloog A.A. Weijnen),
geen Engels op Schiphol, één dag geen Engels in
een Duitse krant, nieuwe Jezus-film in dode talen (Aramees en
Latijn), duidelijke taal in Troonrede, zwijgende mannen,
blafvertaler, Nederlands leren in Boekarest en in Duitsland. De
koppelingen naar de originele berichten vindt u op
http://www.onzetaal.nl/tamtam)
Marc van Oostendorp.
Het proefschrift van Marina Kessels: Taal in
negentiende-eeuws Maastricht. Blz. 328.
(Gedurende de hele negentiende eeuw was Maastricht
drietalig: Frans, Nederlands en Mestreechs. Aan het begin van
die eeuw waren de Fransen er de baas, aan het einde voelden de
Maastrichtenaren zich Nederlands. Voor de meer informele
contacten blijft het dialect van groot belang. De Limburgse
cultuurwetenschapster Marina Kessels werkt dit alles in haar
proefschrift "Maastricht. Maestricht. Mestreech. De
taalverhoudingen tussen Nederlands, Frans en Maastrichts in de
negentiende eeuw" gedetailleerd uit.)
Riemer Reinsma.
Geschiedenis op straat. Warmoesstraat. Blz. 329.
(De naam "Warmoesstraat" kan wijzen op een deel van de stad
waar vroeger groenten verbouwd werden of waar die werden
verhandeld. Het woord "warmoes" staat voor gekookte en warm
opgediende groente.)
Raymond Noë.
InZicht. Met informatie over nieuwe boeken, congressen en
lezingen in taalkundig Nederland. Blz. 330-331.
(Korte bespreking van negen boeken en één
instituut.
Pyter Wagenaar, "Nederengels. De invloed van het Engels op
het Nederlands";
Rynt Sybesma, "Syntaxis. Een generatieve inleiding";
"Scrabblewoordenlijst" (Van Dale);
Louise Cornelis, "Adviseren met perspectief. Rapporten en
presentaties maken";
Marina Kessels-van der Heijde, "Maastricht, Maestricht,
Mestreech"(zie de bespreking hierboven);
Sarah Carr-Gomm, "De verborgen taal van de kunst. Symboliek
en beeldtaal in de schilderkunst verklaard" (verklaart
verborgen boodschappen aan de hand van 75 in groot formaat
afgedrukte schilderijen uit de laatste zeven eeuwen);
ANV, "Ik leer Nederlands omdat..." (de dertig beste,
leukste en origineelste opstellen van buitenlandse studenten
die Nederlands studeren);
Henk Pander Maat, "Tekstanalyse. Wat teksten tot teksten
maakt" (ingrijpend herziene en uitgebreide editie van de
uitgave van 1994);
Johan De Schryver en Anneke Neijt, "Handboek spelling"
(vierde en grondig herziene druk);
En tenslotte een vrij uitvoerig portret van de Fryske
Akademy in Leeuwarden (Ljouwert), "Centrum voor
wetenschappelijk onderzoek en onderwijs met betrekking tot
Fryslan en zijn bevolking, zijn taal en cultuur in de meest
brede zin"). Website: http://www.fa.knaw.nl.
Jaargang 71, nummer 10, oktober 2002
Jan Erik Grezel.
"U" of "jij": wat moet je nou? Aanspreekvormen in Nederland
en Vlaanderen. Blz. 254-267.
(De "u/jij"-wisseling is moeilijk in regels vast te leggen,
maar in het algemeen staat tegenwoordig "u" voor afstand en
respect, zakelijkheid en status, maar ook nog altijd voor
beleefdheid en onderscheid. Daarentegen is "jij" en "je" in de
regel informeel en drukt kameraadschappelijkheid en
solidariteit uit. "U" en "jij" staan tegenover elkaar, waarbij
"je" een veilig alternatief is als je geen "u" wilt zeggen maar
"jij" niet aandurft. Het Vlaams kent die onzekerheid van huis
uit niet: de onderwerpsvorm is in alle gevallen "gij/ge",
terwijl de voorwerpsvorm altijd "u" is. Onder invloed van het
Nederlands echter ontstaat er in Vlaanderen nu ook verwarring.)
Redactie Onze Taal.
Wie A zegt. Win de nieuwe dichtbundel van Toon Tellegen.
Blz. 271.
(De gedichten in Tellegens nieuwe bundel "Wie a zegt" gaan
over spreekwoorden. De titel is steeds het eerste deel van een
spreekwoord. De lezers van Onze Taal worden uitgenodigd een
eigen spreekwoordengedicht te schrijven.)
Taaladviesdienst.
120 Andere woorden voor "breaking news" / Ander woord voor
"windowtime". Blz. 272.
(Als alternatief voor "breaking news" is gekozen voor
"voorrangsnieuws". Nu wordt gevraagd een Nederlands alternatief
te bedenken voor "windowtime"-regeling. Daarmee wordt in
Vlaanderen een wettelijke periode van zes maanden bedoeld die
mediatheken en bibliotheken in acht moeten nemen alvorens nieuw
uitgebrachte cd's te mogen uitlenen.)
Taaladviesdienst.
Vraag en antwoord. Blz. 273.
(Vijf vragen worden behandeld: 1. Wat zijn "lurven"? 2. Wat
is het verschil tussen "genezen" en "herstellen"? 3. Wat is het
meervoud van "Grand prix"? 4. Waarom wordt "zeven" ook wel als
"zeuven" uitgesproken? 5. Bestel je een "spatje" of een
"spaatje"?)
Redactie Onze Taal.
Oproep: kindertaal. Blz. 274.
(Onze Taal bereidt een themanummer voor over kinderen en
hun taalverwerving. De lezers wordt verzocht (leuke)
voorbeelden in te sturen van de moeite die kinderen hebben met
het leren van hun taal en hoe ze deze moeilijkheden
overwinnen.)
Redactie Onze Taal.
Oproep: Mode-uitdrukkingen 2002. Blz. 274.
(De redactie vraagt modewoorden van het type "dat is niet
te filmen", dat inmiddels is verdwenen en ingeruild voor het
modieuze "dat wil je niet weten". De redactie wil jaarlijks
vastleggen welke uitdrukkingen hun opmars zijn begonnen of
definitief zijn doorgebroken.)
Redactie Onze Taal.
Oproep: Geluidsopname Onze Taal. Blz. 274.
(In 1935 liet het genootschap onder geïnteresseerde
leden een grammofoonplaat circuleren met daarop een proeve van
de uitspraak van de heldere en doffe klinkers. Deze plaat
ontbreekt nu in de bibliotheek van het genootschap
teruggekeerd. Zijn er leden die toentertijd die plaat
aangeschaft hebben?)
Ingmar Heytze.
Raptus. Foute woorden revisited. Blz. 275.
(In het aprilnummer riep Heytze lezers op foute woorden in
gedichten op te sturen. Er werden ruim tweehonderd woorden
aangebracht voor de vergeetkelder. Ongeveer negentig procent
van de inzenders gaf aan zelf ook gedichten te schrijven. Dit
artikel bevat de definitieve lijst van 200 foute woorden.)
Bartho Kriek.
"Kijk wie er spreekt". Halve vertalingen in ondertitels.
Blz. 276-278.
(Er komt heel wat kijken bij het maken van ondertitels. In
de praktijk gaat het vaak mis, en wel doordat de opdrachtgevers
beknibbelen op de kosten van de ondertitelaars. Zo ziet men
steeds meer "halve" oftewel letterlijke vertalingen,
bijvoorbeeld "kijk wie er spreekt" (look who's talking) i.p.v.
"moet jij nodig zeggen"of "ik weet wie het zegt". Goede
vertalers slaan de halve vertaling over en springen direct op
de passende Nederlandse uitdrukking. Zeer ervaren vertalers
leven zich geheel in en komen aldus spontaan op de bij de
gegeven situatie passende Nederlandse uitdrukkingen. Omroepen
zouden meer moeten investeren in ondertiteling.)
P.S. Bruins.
Malen voor de prins. Blz. 278.
(Als een molen draait zonder dat de stenen draaien, noemt
men dat "malen voor de prins". Deze term is ontleend aan de
Tachtigjarige Oorlog. Om de Spaanse belegeraars de indruk te
geven dat er graan genoeg was, lieten de Leidenaars, die de
kant van de Prins van Oranje hadden gekozen, hun molens draaien
met de maalspil uitgeschakeld.)
Nicoline van der Sijs.
Etymologica. De veranderlijke "d" en "t". Blz. 280-281.
(De d en de t horen bij de minst standvastige klanken van
het Nederlands. Ze verdwenen uit "moede"en "weder" maar doken
juist op in woorden als "boererij" en "ink". In dit artikel
komen o.a. aan de orde: syncope, hypercorrectie, epenthese en
paragogische t. Kennis van deze klanken is, zoals de
neerlandicus Van Haeringen al in 1926 constateerde, voor de
woordvorming een zeer belangrijk deel van de geschiedenis van
het Nederlands.)
Marc van Oostendorp.
Eigen taal eerst? Veranderingen in het Onderwijs in
Allochtone Levende Talen. Blz. 282-283.
(In het Strategisch akkoord staat dat het (nu
demissionaire, JA) kabinet-Balkenende het Onderwijs in
Allochtone Levende Talen (OALT) zal afschaffen. Dit onderwijs
bestaat uit twee componenten: ondersteunend onderwijs voor de
groepen 1 t/m 4 en formele lessen in het Turks of Marokkaans
voor de groepen 5 t/m 8. Het ondersteunend onderwijs is bedoeld
om kinderen die helemaal geen Nederlands kennen met vrucht het
onderwijs te laten volgen. Naar verwachting zal dit niet worden
afgeschaft. Het formele OALT daarentegen, dat overigens buiten
schooltijd wordt gegeven, zal waarschijnlijk wel sneuvelen.)
Taaladviesdienst.
Taaltest. Blz. 283.
(Met ingang van dit nummer zal Onze Taal maandelijks een
taaltest bevatten. Lezers kunnen aan de hand daarvan nagaan hoe
het staat met hun kennis van de spelling, woordenschat,
grammatica en dergelijke. De antwoorden staan in hetzelfde
nummer afgedrukt.)
Joop van der Horst.
De "zorgdraag"-verandering. Het versmelten van zelfstandige
naamwoorden en werkwoorden. Blz. 284-286.
(Zonder twijfel is "zorg dragen voor" de oorspronkelijke
combinatie van de losse elementen, waarbij "zorg" een
zelfstandig naamwoord is en fungeert als lijdend voorwerp bij
"dragen". In een bijzin raakt "zorg" verwijderd van "dragen":
"(...) die er zorg voor droeg dat alles in gereedheid was".
Toch kan men ook tegenkomen "(...) die ervoor zorg droeg dat
(...)". In het tweede geval gaat de spreker onbewust uit van
een - nog niet in Van Dale opgenomen - nieuw werkwoord
"zorgdragen". Er blijkt een duidelijke trend naar het vormen en
dus ook aaneenschrijven van dergelijke nieuwe samenstellingen.
Het gaat hierbij om tientallen, waarschijnlijk zelfs honderden
gevallen.)
Frank Jansen.
Hom of kuit. Leesbaarheidsformules zijn nuttig. Blz. 287.
(De stelling waarop de lezers met "eens" of "oneens" kunnen
reageren luidt: De automatische berekening van de leesbaarheid
is een nuttige optie in tekstverwerkingsprogramma's. Iets meer
dan de helft van de 617 inzenders was het eens met de vorige
stelling. deze luidde: het Zeeuws moet niet als streektaal in
de zin van het Europees Handvest voor regionale Talen en Talen
van Minderheden worden erkend.)
Jan Don.
"Spleetoog" en "rillebillen". Blz. 288.
(In het algemeen bepaalt het rechterdeel van een
samenstelling het woordgeslacht: HET oog, dus ook HET
timmermansoog. "Oog" is de kern van de samenstelling. Maar zo
simpel is het lang niet altijd. Het ligt anders bij "de
spleetoog", want die samenstelling verwijst naar een mens en
niet naar een soort oog. Deze samenstelling heeft geen
grammaticaal hoofd. Daarom is het ook de "puntoor", de
"roodborst" en de "zwarthemd". Met "de knipoog" wordt evenmin
verwezen naar een lichaamsdeel, maar naar een handeling:
"knipogen". Van dit soort zijn er veel voorbeelden, zoals
"klappertanden" en "knikkebollen". Het type "rolschaatsen" en
"brandmerken" wordt gekenmerkt door een werkwoordsstam als
linker- en een werkwoord als rechterdeel. "Draaikonten",
"kniesoren" en "waaghalzen" lijken weliswaar op het type
"rolschaatsen", maar hier gaat het niet om een soort konten,
oren of halzen maar om mensen.Vandaar dat die woorden "de"
krijgen. Juist deze details maken duidelijk "wat voor bijzonder
subtuiel systeem onze grammatica eigenlijk is".)
Riemer Reinsma.
Geschiedenis op straat. Loo. Blz. 289.
(Een "loo" was een bos dat op zandgrond stond. De
straatnaam "Loo" komt dan ook vooral voor in het oosten en
zuiden van het land, maar ook in de duinstreek. Het woord "loo"
komt ook voor in de plaatsnamen zelf: Almelo, Baarlo, Heiloo en
(in afgesleten vorm) in Bavel en Veghel.)
Guus Middag.
Woordenboek van de poëzie. "Beleefd" en "bevlogen".
Blz. 290-291.
(In gedichten betekenen woorden niet wat ze lijken te
betekenen. In dit artikel blijkt dat duidelijk het geval bij
woorden als "beleefd"en "bevlogen". Het eerste komt voor in
Gezelle's "Mij spreekt de blomme een tale, / mij is het kruid
beleefd, / mij groet het altemale, / dat God geschapen heeft!".
Het woord "bevlogen" is ontleend aan de bundel "Onmogelijk
geluk" van Jean Pierre Rawie.)
Marc van Oostendorp.
Het proefschrift van Joy Burrough: Nederlands
wetenschappelijk Engels. Blz. 292.
(Steeds meer dissertaties worden in het Engels geschreven.
Hoe goed zijn Nederlandse wetenschappers in het schrijven van
dit soort Engels? Daarover gaat de dissertatie "Culture and
conventions: writing and reading Dutch scientific English" van
moedertaalspreekster Joy Burrough-Boenisch. Zij geeft drie
kenmerkende cultuurverschillen tussen Nederlandse en Engelse
wetenschappelijke schrijvers:
1. Nederlanders schrijven staccato, maken korte zinnen en
gebruiken minder verbindingswoorden zoals "omdat" en
"desalniettemin".
2. Ze structureren hun teksten sterker door een ander
gebruik van alinea's en door het vaak toepassen van witregels.
Bovendien laten ze hun alinea's niet inspringen. Engelsen
storen zich aan het Nederlandse gebruik in de tekst aan te
geven waar de volgende alinea's over zullen gaan. Zij lezen die
informatie liever in de inhoudsopgave.
3. Nederlandse wetenschappers zijn vaak te stellig in het
formuleren van hun bevindingen. Engelsen vinden dat hun
Nederlandse collega's boude uitspraken doen.)
Redactie Onze Taal.
Tamtam. Taalberichten. Blz. 293.
Taalgen ontstond 200.000 jaar geleden.
Het FOXP2-gen speelt een belangrijke rol in het menselijk
taalvermogen. Probleem is dat talloze diersoorten dat gen ook
hebben. Nu is ontdekt dat twee van de 715 aminozuren waaruit
FOXP2-gen is opgebouwd bij de mens anders zijn dan bij de apen.
(NRC-Handelsblad, 15-8-2002.)
Verder wordt een tiental berichten in deze rubriek kort
weergegeven. Deze hebben betrekking op colleges in het Engels,
belangstelling voor talenstudies, babygebrabbel, cyrillisch
schrift, ABN-sprekers, Achterhoeks Evangelie, Arabisch in
België, Bijbel in SMS-taal, Russische verpleegkundigen in
Breda, merknamen, Ant-Friezenlied en de term 'allochtoon'. Wie
er meer over wil weten kan terecht bij de koppelingen naar de
originele berichten die te vinden zijn op de webpagina van Onze
Taal, en wel bij http://www.onzetaal.nl/tamtam.
Raymond Noë.
InZicht. Met informatie over nieuwe boeken, congressen en
lezingen in taalkundig Nederland. Blz. 294-295.
(Korte bespreking van 6 boeken en een portaalsite
Henk Heikens e.a., "Hebreeuwse en Jiddisje woorden in
het Nederlands". Met zo'n 3000 lemma's, gebaseerd op
gestandaardiseerde transcriptieregels. Dat 'Jiddisje' hierboven
is dus geen druk- of typefout;
Hans de Groot (eindredactie), "Klare taal". Afgeslankte en
op de dagelijkse schrijfpraktijk gerichte versie van het
"Idioomwoordenboek" van Van Dale;
Berna de Boer en Birgit Lijmbach, "De spijker op de kop.
Nederlandse uitdrukkingen voor anderstaligen". De betekenis en
toepassing van ruim honderd veelgebruikte uitdrukkingen;
Barbara Maria Zollner, "Groot toverwoordenboek". Met de
vertaling van 6.000 Engelse woorden en uitdrukkingen die in de
oorspronkelijke Harry Potter-boeken voorkomen. En voorts met
wetenswaardigheden over magie en toverij in 300 kaderteksten;
Henriëtte Houët, "Kramers stijlgids";
Johan Kerstens en Arie Sturm, "Beknopte grammatica van het
Nederlands". Een doe-het-zelfcursus zinsontleden, met cd-rom.
Ewoud Sanders.
Zeventig jaar taaltumult. Een rondgang door de jaargangen van
Onze Taal. Blz. 228-231.
(Het septembernummer van Onze Taal besteedt ruime aandacht aan
het zeventigjarige bestaan van het genootschap. Sanders heeft alle
jaargangen doorgelezen en doet verslag van zijn bevindingen. Het
genootschap werd in de dertiger jaren opgericht om een halt toe te
roepen aan de opmars van germanismen. Al lezende door de jaargangen
krijgt men een goed beeld van de veranderingen die de taal heeft
ondergaan, juist doordat frikken zich daarover boos maakten. Maar
gaandeweg is te zien dat ergernis minder ruimte krijgt, eerst bij de
redactie en later ook bij de leden, en dat er meer aandacht komt voor
de veelzijdigheid, de rijke geschiedenis, de schoonheid en de
speelsheid van het Nederlands.)
Jaap de Jong.
Het paard van Troje. Interview met C.K. Elout, oprichter van Onze
Taal. Blz. 232-234.
(Onlangs zag de in 1947 overleden journalist Cornelis Karel Elout
kans naar de aarde terug te keren en te belanden op de burelen van
Onze Taal, alwaar net een redactievergadering gaande was. Hij vertelt
hoe hij op 15 december 1930 in het Algemeen Handelsblad een artikel
('Het paard van Troje') geschreven had over de verduitsing van het
Nederlands, en hoe hij na een vervolgartikel ('Trojaanse veulens')
zoveel steunbetuigingen kreeg dat hij ertoe werd gebracht het
genootschap op te richten. Voorts vertelt hij over de doelstellingen
van het genootschap, de ontwikkelingen in de eerste jaren, zijn
successen en zijn mening over het huidige blad. Al die illustraties,
en wat een omvang heeft het blad, en wat een drukte bij de
Taaladviesdienst! "Maar komaan, ik moet er weer eens vandoor.")
Jan Erik Grezel.
De doorsneelezer bestaat niet. Vraaggesprekken met lezers van
Onze Taal. Blz. 235-238.
(Aan negen abonnees, van jong tot hoogbejaard, is gevraagd wat
zij vinden van Onze Taal. Iedereen waardeert het blad, maar om
verschillende redenen.)
Marc van Oostendorp.
Zusters van Onze Taal. Taalverenigingen in Nederland en
daarbuiten. Blz. 238-240.
(Dit artikel behelst een beschrijvende inventarisatie van
taalverenigingen in Nederland en de ons omringende landen. De
conclusie is dat Onze Taal vermoedelijk de grootste taalorganisatie
is en dat er in het Nederlandse taalgebied per hoofd van de bevolking
het grootste aantal taalverenigingen is. En toch zeggen ze dat
Nederlanders geen interesse in huin eigen taal hebben ...)
Taaladviesdienst.
Vraag en antwoord. Blz. 241.
(1. Bestaat er een verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord
'sec'? 2. Kan 'sinds' ook op een periode slaan, bv. in 'sins enkele
jaren'? 3. Wat is aan te bevelen, 'helicopterview' of
'helikopterview' ? 4. Waar komt de uitdrukking 'van likmevestje'
vandaan?)
Ton den Boon.
Verse woorden. Een jaar na 11 september. Blz. 244-245.
(Doordat oorlogen veel aandacht krijgen, vinden oorlogswoorden
gemakkelijk ingang. Zo leverden de oorlogen van de twintigste eeuw
woorden op als 'mosterdgas', 'stalinorgel', 'Balkansyndroom' en
'wapenwedloop'. De oorlog tegen het terrorisme genereert evenzeer
nieuwe woorden, zoals 'terroristennetwerk', 'grottenoorlog', 'ground
zero' en 'as van het kwaad'. In dit kader kunnen gewone woorden ook
een geheel andere lading krijgen, zoals 'fundamentalisten'.
Vervolgens kan 'fundamentaliseren' ontstaan. Ook kan een
oorlogssituatie ertoe leiden dat op bepaalde woorden en uitdrukkingen
een taboe komt te rusten. Het is na 11 september niet erg kies meer
om te spreken over de 'Manhattan sky line'.)
Ingmar Heytze.
Raptus. Rare jongens, die vertalers. Blz. 247.
(Afgelopen zomer ontstond een kleine rel om de nieuwe
'Asterix'-vertalingen. Namen als 'Assurancetourix', 'Petibonum' en
'Babaorum' heten nu respectievelijk 'Kakofonix', 'Grootmocum' en
'Adfundum'. Toch zijn die nieuwe namen misschien wel verbeteringen,
want de woordspeligheid van de nieuwe namen is helder, terwijl je
goed Frans moet kennen en veel van de Franse cultuur moet weten om
die van de oude namen te kunnen herkennen. De vaste Asterix-vertaler
Frits van der Heide levert prima werk. Hij overtreft soms het
origineel. "Wat is dat eigenlijk een schitterend vak, vertalen.")
Jorica de Leeuw.
'8 Eraf', 'Sjattoo' en 'Boven de Aldi'. Blz. 248-249.
(Studentenhuizen hebben vaak ongewone en intrigerende namen. De
vele namen die in dit artikel worden gepresenteerd en besproken
vormen een bijzondere uithoek van de naamkunde.)
Peter Burger.
Van 'aardbeienontpitter' tot 'Zwitserse bergmarine'. Blz.
250-253.
(In tal van branches worden mensen het slachtoffer van geestig
bedoelde nepopdrachten. Het vierde en laatste deel van Burgers
fopdrachteninventaris geeft voorbeelden uit de grafische wereld, het
kantoor, de school, de wereld van drogisten, slagers, bakkers,
naaisters, kleermakers, etaleurs, horeca en tenslotte uit het
huishouden.)
Peter Burger.
Oproep: boemannen gezocht. Blz. 253.
(De lezers wordt gevraagd te vertellen met welke griezels - zoals
de bullebak, de bietebauw en de tenensnijder - zij vroeger als kind
werden bang gemaakt. Hoe heetten ze, hoe zagen ze eruit en wat deden
ze? Ook welkom zijn verwijzingen naar liedjes, gedichten en romans.
De volkskundige J. Voskuil stelde veertig jaar geleden al een
overzicht samen.)
P.H.M. Smulders.
Kort verslag jaarvergadering Genootschap Onze Taal. Blz. 254.
(Het aantal verzoeken om taaladvies steeg in 2001 ten opzichte
van het jaar ervoor met ruim 25 procent tot 11.554. De website mag
zich met 1900 bezoekers per dag verheugen in toenemende
belangstelling. Het ledenbestand nam met 5 procent af. Sommige
aanwezige leden maakten zich ernstige zorgen over het oprukkende
Engels.)
Frank Jansen.
Hom of kuit. Zeeuws moet niet erkend worden. Blz. 255.
(Nu het de Nedersaksen en de Limburgers gelukt is hun streektaal
officieel erkend te krijgen, doen de Zeeuwen een gooi naar die
erkenning. Jansen is tegen: die erkenning zou een puur politiek
karakter hebben en zou leiden tot weinig doeltreffende
overheidsbemoeienis. De stelling luidt: "Het Zeeuws moet niet erkend
worden als officiële streektaal". En wat de stelling van de
vorige keer betreft: van de 275 inzenders wilde maar liefst 74
procent dat er niet gemorreld wordt aan het Nederlands op de
verwijsborden op Schiphol.)
Marc van Oostendorp.
Het proefschrift van Hanny Vermaas: 'u' of 'jij'?. Blz. 256.
(Het juiste gebruik van aanspreekvormen als 'je', 'jij' en 'u'
bezorgt sprekers van het Nederlands al eeuwenlang hoofdbrekens.
Vermaas onderzocht hoe deze vormen zich in de loop der tijd
ontwikkelden en in welke situaties en tegen wie moderne Nederlanders
de verschillende vormen gebruiken. Zij deed van haar onderzoek
verslag in haar dissertatie "Veranderingen in de Nederlandse
aanspreekvormen van de dertiende t/m de twintigste eeuw". Opmerkelijk
is het onbeklemtoonde 'je' dat steeds de meer de rol gaat vervullen
van tussenvorm tussen 'jij', dat te brtutaal is, en 'u' dat te
afstandelijk is. Wie moeite blijft houden met jij/u kan zich troosten
met Multatuli die het ook niet wist en die zei "Ik wasch myn handen
in onkunde".)
Redactie Onze Taal.
Tamtam. Taalberichten. Blz. 257.
(Taalplannen nieuw kabinet. Om de integratie van nieuwkomers te
bevorderen is in het regeerakkord afgesproken dat de
inburgeringscursussen minder vrijblijvend zullen zijn. Verder wil het
kabinet het Onderwijs in Allochtone Levende talen (OALT) afschaffen,
omdat prioriteit moet worden gegeven aan het leren van Nederlands.
Ook wil het een basistoets op de basisschool invoeren om in een vroeg
stadium eventuele taalachterstanden te signaleren en aan te pakken.
Verder wordt er hier een tiental berichten kort weergegeven. Deze
hebben betrekking op Sanskriet, Koerdisch, Zeeuwse postzegel,
stotteren, biodiversiteit, Chinese studenten, 'neger'en 'creool',
taal imams, Siraya en tweetalig België. Wie nog meer wil weten
kan ook nog terecht bij de koppelingen naar de originele berichten
die te vinden zijn op de webpagina van Onze Taal, en wel bij
http://www.onzetaal.nl/tijdschrift/tamtam/koppelingen.html.)
Raymond Noë.
InZicht. Met informatie over nieuwe boeken, congressen en
lezingen in taalkundig Nederland. Blz. 258-259.
(Korte bespreking van 8 boeken en 2 tijdschriften:
Erik en Mirjam Smits, 'Watertaal'. Bevat een lexicon met
circa 800 zeil- en scheepvaarttermen.
Jona Lendering, Paul Mentzel en Klaas de Roo, 'Interim ABC. De
woordenschat van interim-managers'
Fons Moerdijk, 'Het woord als doelwit'. Oratie van bijzonder
hoogleraar in de Nederlandse lexicografie Fons Moerdijk, waarin
betoogd wordt dat de werking van systematische woordenboeken zoals
thesauri nog niet ideaal is en waarin hij aangeeft hoe deze verbeterd
kan worden door gebruik te maken van computers en grote tekstcorpora.
'Het duivels woordenboek' is een vertaling door Else Hoog van
'The Devil's Dictionary' van Ambrose Bierce. Met 1850 puntige en
cynische lemma's.
A. Quak en J.M. van der Horst, 'Inleiding Oudnederlands'.
Beschrijving van de ontwikkeling en de eigenschappen van de oudste
vorm van het Nederlands van ca. 600 tot ca. 1200.
Joost Ansems, 'Van woord tot tekst. Een basiscursus praktische
taalvaardigheid voor onderwijs en zelfstudie'. Zesde en aangepaste
druk van het uit 1998 stammende 'Van woord tot tekst'.
Marc van Oostendorp, 'Steenkolen-Engels'. Over de toenemende
invloed van het Engels. Met een beschrijving van de huidige
taalsituatie en de taalontwikkelingen overal ter wereld.
Rob Berkel, 'Op het lijf geschreven. Letters op lichaam en
kleding'.
De Gesellschaft für deutsche Sprache (GfdS), een
soortgelijke vereniging als het Genootschap Onze Taal, geeft twee
tijdschriften uit: 'Der Sprachdienst', dat zes keer per jaar
verschijnt en gericht is op de dagelijkse praktijk, en
'Muttersprache', dat vier keer per jaar verschijnt en een meer
theoretisch en wetenschappelijk karakter heeft.)
Jaargang 71, nummer 7/8, juli/augustus 2002
Jan Erik Grezel.
De leerzame vakantie van de taaltoerist. Vreemde talen leren in
het buitenland. Blz. 188-190.
(Wie een vreemde taal wil leren kan dat het beste doen in het
land van die taal. Voor wie die vreemde taal gestructureerd wil
leren biedt een 'taalreis' uitkomst. Er zijn tientallen organisaties
die zulke reizen verzorgen. Meestal worden de cursussen in een
instituut gegeven. Onderdak vindt men in een bij het instituut
behorende residentie, in een pension, hotel of in een gastgezin, al
naar gelang iemands voorkeur. Via Interlanguage kan men ook bij een
docent thuis logeren. Wat alle cursussen gemeen hebben is het
uitgangspunt dat de doeltaal tevens de voertaal is. Informatie over
de verschillende taalreisorganisaties is te vinden via
http://www.onzetaal.nl/2002/07/vakantie.html.)
Jan Erik Grezel.
Buitenlanders spijkeren in Zeist hun Nederlands bij. Blz. 191.
(Niet alleen Nederlanders zwermen in de zomermaanden uit om
elders een vreemde taal te leren. Er komen ook honderden
taaltoeristen naar Nederland. Vrijwel elke Nederlandse universiteit
biedt een zomercursus Nederlands aan. De Internationale Vereniging
voor Neerlandistiek en de Nederlandse Taalunie organiseren voor
buitenlanders met belangstelling voor Nederlands zomerscholen op
Woudschoten bij Zeist, in Hasselt en Gent.)
Riemer Reinsma.
Taal in steen. Een kleine rondreis langs gevelstenen in
Nederland. Blz. 192-194.
(Hoe het komt dat gevelstenen een typisch Nederlands
verschijnsel zijn, is niet echt duidelijk. Ze zijn voortgekomen uit
uithangborden, die wel internationaal gangbaar waren en hadden min
of meer de functie van adresaanduiding; er bestonden immers nog geen
huisnummers. Vaak maakten ze duidelijk welk beroep in het
betreffende pand werd uitgeoefend. Soms bevatten ze een taalgrapje)
Jan Erik Grezel.
Over kamperen gesproken. Blz. 195.
(Voor een beetje gesprek over kamperen is meer nodig dan de
dagelijkse woordenschat. Uit zijn kampeerervaring duikt Grezel een
groot aantal woorden op die onder kampeerders gangbaar zijn, maar
daar blijft het niet bij. "Het ware kamperen ontdoet het leven van
alle franje. Het brengt je tot de kern van menselijke verhoudingen.
Ik heb op kampeerterreinen menig huwelijk zien wankelen. Geen
zwaardere test voor een relatie dan gezamenlijk een tent opzetten.")
Corrie de Haan en Jaap de Jong.
Reizen in de tijd. Wat ende hoe in middeleeuws Nederlands. Blz.
196-198.
(Mocht de lezer ooit met een tijdmachine terug kunnen reizen
naar de Middeleeuwen, dan verschaft dit artikel enige nuttige
aanwijzingen voor de uitspraak, schrijfwijze en betekenis van
Hollandse, Vlaamse, Limburgse en Brabantse woorden in het
Middelnederlands, alsmede uitleg over de vervoeging van werkwoorden,
de naamvallen en de zinsbouw. Dit artikel is een uitgebreide
samenvatting van een spoedcursus Middelnederlands in tien lessen die
u vindt op http://www.literatuurgeschiedenis.nl/.)
Armand Snijders.
Nederlands met een exotisch tintje. De ontwikkeling van de
officiële taal van Suriname. Blz. 199-201.
(De officiële taal van Suriname is het Nederlands. Maar
Surinamers maken vaak andere zinsconstructies, met andere
woordvolgordes, dan Nederlanders. De officiële taal wordt
verrijkt met de meest uiteenlopende woorden. Omdat de onderscheiden
bevolkingsgroepen daarnaast ook hun eigen taal spreken, is het
Nederlands de enige taal die als algemene omgangstaal kan
functioneren. Het Nederlands evolueert daar echter wel tot een eigen
Surinaams-Nederlands.)
Ewoud Sanders.
Van Achtertuinië tot Thailand. Veertig manieren om te
zeggen: Wij blijven thuis. Blz. 202-203.
(Wie niet op vakantie gaat, heeft talloze manieren tot z'n
beschikking om dat eens wat origineler te zeggen. Bijvoorbeeld: 'we
gaan naar Baggaragatti" (de baggergaten in de omgeving van
Roermond), 'naar Cuba' (Chaam, Ulvenhout, Bavel en Alphen), 'naar
Thailand (= Gronings voor ''t ailand' = Schiermonnikoog). De lezers
worden uitgenodigd meer voorbeelden te geven.)
C. Kostelijk.
Hallo als afscheid. Blz. 203.
(In het boek "Boeren en buitenlui" van Herman Pieter de Boer
wordt verteld van een winkelier in Steenwijk die als afscheidsgroet
"hallo" zei. In het artikel "Sag beim Abschied..." van Harrie
Scholtmeijer in "Respons" (nr. 3, 1999), waarin hij de talloos vele
afscheidsgroeten bespreekt, komt "hallo" niet voor. Volgens Nico
Stam was of is "hallo", uitgesproken [allo], de normale
afscheidsgroet in Kampen.)
Taaladviesdienst.
243 Andere woorden voor "backslash"/ anderwoord voor "breaking
news". Blz. 206.
(Als beste Nederlands alternatief voor "backslash" koos de
Taaladviesdienst voor"terugstreep". Gevraagd: een Nederlandse
uitdrukking voor "breaking news", in de betekenis van belangrijk
nieuws waarvoor ander nieuws moet wijken.)
Taaladviesdienst.
Vraag en antwoord. Blz. 207.
(De deskundigen van de Taaladviesdienst geven antwoord op vier
taalvragen:
Is het "de" of "het" in "-speerpunt van onze organisatie?
Uw werk bestaat "in" of "uit" het werven van klanten.
Langs 's Heeren/heeren/Heren/heren wegen?
Het verschil tussen "wezen" en "zijn".)
Dick Springorum.
Deze mevrouw; Jenny hier; de zuster. Hoe verwijs je naar de
derde in een gesprek? Blz. 208-209.
(Het geldt als ongepast in een gesprek iemand in zijn of haar
bijzijn aan te duiden met een persoonlijk voornaamwoord van de derde
persoon. Dus niet: "gaat u maar met haar mee". Een goede oplossing
is te kiezen voor die aanduidingen die ook als aanspreekvorm kunnen
fungeren, dus bv. "vraagt u het maar aan de dominee (hier)". De
spreker moet zijn verwijsterm zo kiezen dat deze acceptabel is voor
zowel de aangesprokene als de aanwezige derde persoon. Dit kan
gevoelig liggen, bijvoorbeeld als de voornaam van die persoon ineens
gebruikt wordt.)
Redactie Onze Taal.
Oproep: mode-uitdrukkingen 2002. Blz. 209.
("dat is niet te filmen"is gedateerd, maar "dat wil je niet
weten" rukt op. De redactie wil in Onze Taal jaarlijks vastleggen
welke uitdrukkingen in opmars zijn en vraagt daarvoor de medewerking
van de lezers.)
Nicoline van der Sijs.
Etymologica. Verkortingen. Blz. 210-211.
(In deze aflevbering gaat het om verkortingen voorzover ze
etymologisch interessant zijn. Het gaat hier om afko's zoals
Kuitenbrouwer ze in "Turbotaal" beschreven heeft, om ellipsen,
letterwoorden, lettergreepwoorden, samentrekkingen en
contaminaties.)
Ton den Boon.
Verse woorden. Van natuurgrazers tot baggerbonten. Blz. 212-213.
(Van de agrarische woorden die er in de jaren tachtig en
negentig zijn bijgekomen, hangen er nogal wat samen met
landbouwsaneringen en milieuregelgeving. Daarnaast bestaan
neologismen uit productnamen, landbouwtechnische begrippen en
ziektenamen. Nieuwe woorden betreffen ook exotisch rundvee. De
recente dramatische gebeurtenissen met het vee brachten ook
emotionele woorden zoals "knuffelkoe" en "adoptiekoe".)
Riemer Reinsma.
Geschiedenis op straat. Dubbele Buurt. Blz. 215.
(De naam Dubbele Buurt of Dubbelebuurt is te vinden in tien
plaatsen in Noord- en Zuid-Holland. De naam duidt op een straat of
dijk waar aan beide kanten huizen stonden, in tegenstelling tot de
rest van die straat of dijk)
Ingmar Heytze.
Raptus. Spiegel. Blz. 217.
(Van tijd tot tijd wordt er actie gevoerd om bepaalde woorden
uit Van Dale te schrappen. Dit moet niet gebeuren, zeker niet bij
woorden die als racistisch kunnen worden opgevat. Een toonaangevend
woordenboek is immers de plaats om een woord van de juiste uitleg te
voorzien. De Nederlandse taal kan nooit correcter zijn dan haar
sprekers. "Ieder woordenboek is de spiegel van de ziel. Sla hem stuk
en je tast voorgoed in het duister".)
Redactie Onze Taal.
Een neutraal "handtastelijk". Blz. 217.
(In het aprilnummer werd de lezers gevraagd suggesties te doen
voor een woord waarmee de zuidelijke neiging om elkaar aan te raken
kan worden aangeduid. Uit de inzendingen is gekozen voor
"lichamelijk". Het woord staat wel in de woordenboeken maar niet in
de gezochte betekenis. Twee lezers meldden dat zij dat woord in die
betekenis daadwerkelijk gebruikten.)
Guus Middag.
Woordenboek van de poëzie. Dagenrad. Blz. 218-219.
(De eerste regel van een gedicht van Ed Leeflang luidt: "De
muizen draaien hun dagenrad". Filosoferend over het woord "dagenrad"
komt Middag tot de nuchtere conclusie dat de muizen hun dagelijkse
routine afdraaien, zoals witte muizen in de etalage van een
dierenwinkel plegen te doen in een tredmolentje.)
Redactie Onze Taal.
Tamtam. Taalberichten. Blz. 219.
(1. "Walkman" nu ook soortnaam. Het woord "walkman" is zo
ingeburgerd geraakt dat niemand meer beseft dat het eigenlijk een
geregistreerde merknaam is. Onlangs besliste het Oostenrijkse
hooggerechtshof dat Sony niet langer de exclusieve eigenaar is van
de naam "Walkman".
2. Meer Duits, minder Engels in Europese Unie. Het LPF-kamerlid
Jim Janssen van Raay is onlangs kwaad weggelopen bij een etentje met
de buitenlandcommissie van het Europees Parlement, omdat de voertaal
aan tafel Engels was. Het kamerlid pleit voor meer Europese status
voor het Duits, de taal met de meeste moedertaalsprekers binnen de
EU.)
Marc van Oostendorp.
Het proefschrift van Jeanne Kurvers: analfabeten en taal. Blz.
220.
(In haar proefschrift "Met ongeletterde ogen. Kennis van taal en
schrift van analfabeten" beschrijft Kurvers hoe analfabeten over
taal denken en welke relatie zij leggen tussen gesproken taal en
schrift. Weten ze wat lettergrepen, woorden en zinnen zijn?
Analfabeten blijken anders te denken over de functie van schrift. Ze
menen bijvoorbeeld dat je onware zinnen ("de baby is oud") niet kunt
opschrijven. Onderzoek als het onderhavige is niet alleen van belang
voor taalkundigen en psycholinguïsten maar is ook nuttig voor
het onderwijs, dat zo beter kan aansluiten op de belevingswereld van
de leerling.)
Frank Jansen.
Hom of kuit. Nederlands hoeft niet altijd op Schiphol. Blz. 221.
(Op Schiphol zijn een flink aantal tweetalige wegwijsbordjes
vervangen door eentalige Engelse, dit tot groot verdriet van de
Stichting Natuurlijk Nederlands. De Engelse termen zijn volgens
Jansen vaak beter te begrijpen dan de Nederlandse. Daarom is zijn
stelling, waarop lezers kunnen reageren: "Op wegwijsborden van
Schiphol mag het Nederlands soms verdwijnen". Op de stelling in het
vorige nummer "Tegelijk telefoneren en actief aan het verkeer
deelnemen moet verboden worden" reageerden 312 inzenders, twee maal
zo veel als de keer ervoor, van wie 82% positief.)
Redactie Onze Taal.
Oproep: kindertaal. Blz. 221.
(De redactie bereidt voor het najaar een themanummer voor over
kinderen en hun taalverwerving. Zij vraagt de lezers (leuke)
voorbeelden te geven van de moeite die kinderen hebben met het leren
van taal en van hun manieren die moeilijkheden te overwinnen.)
Raymond Noë.
InZicht. Met informatie over nieuwe boeken, congressen en
lezingen in taalkundig Nederland. Blz. 222-223.
(Korte bespreking van 12 boeken, 1 aankondiging en 1
tijdschrift:
Nico Dikstaal, Daar worden wij niet vrolijk van. Businees-
en kantoorjargon van A tot Z);
Theo Janssen (red.), Taal in gebruik. Een inleiding in de
taalwetenschap (centrale thema's zijn taalverwerving, -verwerking en
-verandering en communicatiepatronen; ook over meertaligheid,
multiculturaliteit en taalnormen);
M.A. van den Broek, Erotisch spreekwoordenboek;
M. Rey de Moral, De taal van de menukaart - Spaans;
Jan van Groesen en Gerard Verhoeven, Wijzer van geografische namen
(per land de spelling van de namen van de belangrijkste steden, rivieren,
gebergten enz.);
Flip G. Droste, Een wereld van woorden. Over taal, cultuur en
taalcultuur;
André Abeling, Het Groene woordenboek (een combinatie van het
Groene boekje en een woordenboek);
Wim Daniëls, Gids voor de eindredacteur (volgens het RED-model:
Regels, Eenheid en Doelgroep);
Randall Wallace, De Navajo-code (in de Tweede Wereldoorlog verzonden
de Amerikanen codeberichten in de taal van de Navajo-indianen, een taal
die de vijand niet kende);
H. Coenders e.a., Kramers woordenboek Nederlands (de hedendaagse
woordenschat is aangevuld met een groot aantal economische,
financiële juridische en ICT-termen. Ook extra zijn de synoniemen
die onder aan elke bladzijde te vinden zijn);
Jaap de Jong, Zakelijk corresponderen. (een heruitgave van diens
"Handboek bedrijfscorrespondentie" uit 1993, maar nu zonder de
hoofdstukken over de Engelse, Franse, Spaanse en Duitse zakenbrieven);
Jan Renkema e.a. (red.), Spellingwijzer Onze Taal (geheel herziene
en geactualiseerde herdruk);
Op zaterdag 12 oktober houdt de Vlaamse Vereniging voor Zakelijke
Communicatie (VVZC) in Brussel een themadag over communicatie en
veranderen;
Het tijdschrift "Driemaandelijkse Bladen" heeft artikelen over de
dialecten, de literatuur, de geschiedenis en cultuurgeschiedenis, de
naamkunde, de historische geografie en de volkskunde van de
Nedersaksische gebieden. Redactie: R.a. Ebeling en J. van der Kooi)
Jaargang 71, nummer 6, juni 2002
Marc van Oostendorp.
Hou op met klagen en zet je oren open. Het Nederlands
wordt niet almaar slordiger uitgesproken. Blz. 152-154.
(Deze keer in de serie over 'taalmythen': de steeds
slordiger uitspraak van het Nederlands.
Het zeuren daarover is van alle tijden. Het valt bij
gebrek aan relevant geluidsmateriaal niet na te gaan of mensen
in de loop der tijden slechter zijn gaan spreken. Vaak wordt
door klagers gewezen naar omroepers van radio en TV. Het is
echter de vraag of die sprekers representatief zijn voor alle
Nederlanders. De taalkundige Jan Stroop, die het
Poldernederlands heeft ontdekt, denkt dat deze
uitspraakvariant het gevolg is van verminderd
uitspraakonderwijs. Dat spreeksters van het Poldernederlands
[wain] zeggen in plaats van [wijn], is eigenlijk een normale
ontwikkeling. De Engelsen en Duitsers zeggen [wain], maar
zeiden net als de Nederlanders in de Middeleeuwen nog [wien].
Door het 'goede' uitspraakonderwijs in vroeger tijden is in
Nederland de doorontwikkeling van [wien] naar [wain] gestopt
bij de tussenfase [wijn]. Het Poldernederlands kan men dus
evengoed beschouwen als een inhaalslag.En zo wordt het
Nederlands wordt almaar mooier en veelzijdiger.)
Taaladviesdienst.
Vraag en antwoord. Blz. 157.
(1. Is het 'buitennissig' of 'buitenissig' met
één 'n'? Multatuli verzon dat woord zelf. 2.
Waarom wordt met 'uilskuiken' gedoeld op iemand die iets doms
gedaan heeft, terwijl een uil toch het symbool van wijsheid
is? 3. Op de radio had iemand het over de 'inhuldiging' van
Ajax. Kun je een club wel inhuldigen? 4. Kun je 'staan voor'
in plaats van 'betekenen' gebruiken?)
Taaladviesdienst Genootschap Onze Taal.
Dankzij jullie geen fouten meer. De Taaladviesdienst van
het Genootschap Onze Taal. Blz. 158-160.
(De Taaladviesdienst werd zeventien jaar geleden door het
Genootschap Onze Taal opgericht. Het beroep dat op deze dienst
wordt gedaan is enorm toegenomen, van 250 vragen in 1986 tot
ruim 11.000 in 2001. Het gaat tegenwoordig niet meer alleen om
taalvragen. Per jaar leveren banken, reclamebureaus,
overheidsinstanties, musea enz. zo'n vijfhonderd correctie- en
redactieopdrachten aan. Een bijzondere opdracht is de
correctie van de troonrede.)
P. Smulders.
Taaladvies on line. Blz. 160-161.
(Sinds maart 2001 is de Nederlandse Taalunie begonnen met
'Taaladvies on line'. Op de website
http://www.taalunieversum.org
is onder het kopje 'taaladvies'
inzage te verkrijgen in ruim 1200 taaladviezen. Wie daar het
antwoord op zijn vraag niet vindt, kan een elektronisch
vraagformulier invullen. De website is in feite een databank
van onderbouwde taaladviezen die eerder door de met de
Taalunie samenwerkende Vlaamse Taaltelefoon en onze
Taaladviesdienst aan hun cliënten werden gegeven.)
Ingmar Heytze.
Raptus. Maanrag. Blz. 161.
(Met het computerprogramma Maanrag (anagram van 'anagram')
kan men elke willekeurige verzameling letters in een
uitputtende lijst van anagrammen en bijna-anagrammen omzetten.
Dat programma kan dus ook een lijst woorden produceren met de
letters die te maken zijn met een omgekeerde calculator. De
bedoeling van Heytze was om met die gevonden woorden een
gedicht te maken, maar dat is misschien wel onmogelijk doordat
de calculator enkele voor het Nederlands essentiële
woorden niet kan vormen. De t,d en n ontbreken. Met Maanrag
kan men overigens leuk knutselen, zoals 'Marco Borsato'
omzetten in 'matroos cobra'. De letters van Ingmar Heytze's
eigen naam zijn om te draaien tot 'ranzige mythe', terwijl
Michaël Zeeman zijn naam verdraaid kan zien worden tot
'machinale zeem'...)
Jan Erik Grezel.
Taalkunde is veel meer dan zinsontleding. Interview met
emeritus hoogleraar Nederlandse Taalkunde dr. M.C. van den
Toorn. Blz. 162-164.
(Van den Toorn maakte naam met 'Nederlandse taalkunde' en
'Nederlandse grammatica'. Verder stond hij mede aan de wieg
van de 'ANS'. De 'ANS' was/is bedoeld voor het algemene
publiek, maar blijkt in de praktijk voor die doelgroep
ontoegankelijk doordat men op de middelbare school onvoldoende
taalkundig geschoold is. Als gevolg daarvan wordt er veel
onzin over taal verkondigd. Mensen weten niet dat taal
verandert en denken dan dat taalverandering verarming is. Van
den Toorn heeft het geven van onderwijs altijd een zegen
gevonden. 'Als je alleen maar onderzoek doet, krijg je
gekkigheid zoals in 'het Bureau' van Voskuil.' Zijn onderzoek
was gericht op de hedendaagse geschiedenis van het Nederlands:
wat zijn de kenmerken van het Nederlands van nu? Met welke
tussenklanken worden samenstellingen gevormd? Welke opvallende
veranderingen nemen we nu waar? Ook deed hij onderzoek naar
het taalgebruik van de nationaal-socialisten. Ook is hem
gebleken dat je aan het gebruik van bepaalde woorden kunt
horen van welke partij politici zijn. De zinsnede 'in dit
land...' komt meestal uit de mond van een VVD-er, terwijl
Rosenmöller in een paar zinnen wel tien keer 'de
samenleving' kan zeggen. Hij verandert regelmatig van
onderwerpskeuze, 'anders word je een vakidioot'.)
Redactie Onze Taal.
Schildwachtklier. Blz. 164.
(Als iemand het over de 'schildwachtklier' heeft zou je
denken dat de 'schildklier' wordt bedoeld, maar nee: deze
klier bestaat echt en is vooral bekend uit de
borstkankerbehandeling.)
Kees van der Zwan.
Schwalbe of fopduik. Blz. 165.
(In Duitsland wordt de theatrale val van een voetballer om
een strafschop of een vrije trap te forceren, 'Schwalbe'
genoemd. Dit woord is ook doorgedrongen in de Nederlandse
voetbalwoordenschat. Op 10 maart 2002 gebruikte Mart Smeets in
'Studio Sport' het woord 'fopduik'. En dat werd prompt door
anderen overgenomen. Het is nog niet duidelijk of het een
blijvertje zal worden.)
Peter Burger.
Van aprilzaad tot zoeklurf. Fopopdrachten [3]: in het
ziekenhuis, de bouw en op de boerderij. Blz. 168-170.
(Deel drie in een serie over speelse fop-opdrachten)
Riemer Reinsma.
Geschiedenis op straat. Den Dolech. Blz. 171.
(Het Eindhovense straatnaambordje 'Den Dolech' heeft als
onderschrift 'afgesneden meander'. Dat zou er een van de
Dommel moeten zijn, maar die heeft daar nooit gestroomd. De
naam komt buiten Nederland veel vaker voor, en wel in
verschillende spellingen, die overigens alle eindigen op 'g',
'ch' of 'gh'. De etymologen zijn het onderling niet eens over
de afkomst. Reinsma kiest voor de afleiding uit 'dood' en
'liggen', dus water dat doodligt, oftewel stilstaand water.)
Nicoline van der Sijs.
Etymologica. Klanknabootsingen. Blz. 172-173.
(In deze rubriek gaat Van der Sijs nader in op de
grondbeginselen van de etymologie. Deze keer het
procédé 'klanknabootsing', dat veel minder
nieuwe woorden opgeleverd heeft dan de eerder besproken
procédés samenstelling en afleiding.)
Joop van der Horst.
Het nieuwe 'krijgen'. Hoe er een hulpwerkwoord bij komt.
Blz. 174-176.
(Het nieuwe 'krijgen' is de laatste tien jaar ontstaan:
'ik kreeg het niet uitgelegd'. Op het eerste gezicht lijkt
deze constructie op het oude 'ik kreeg het boek overhandigd'.
Het verschil is echter dat in de laatste zin het onderwerp
zowel hoort bij 'kreeg' als bij 'uitgelegd' (betekenis: 'het
lukte me niet het uit te leggen'), terwijl in de vorige zin er
twee onderwerpen aan de orde zijn: 'ik' en 'iemand die mij het
boek overhandigde'. Dat nieuwe 'krijgen' is zo nieuw, omdat
het feitelijk een hulpwerkwoord is geworden waar een voltooid
deelwoord bij hoort, evenals bij 'hebben', worden' en 'zijn'.)
Hans Heestermans.
Vergeten woorden. Pottertje. Blz. 177.
(Cupido werd door Bredero in zijn 'Rodd'rick ende
Alphonsus' aangeduid met de naam 'Pottertje'. In Psalm I van
de Statenvertaling lezen we: '...noch sitt in 't gestoelte der
potteren'. Dat laatste woord betekent 'spotters'. Uiteindelijk
werd 'pottertje' de koosnaam voor het liefdesgodje.)
Jaap Cieraad.
Engelland. Blz. 177.
(Het kinderversje 'Witte zwanen, zwarte zwanen, wie gaat
er mee naar Engeland varen?' verwijst niet naar het
voornaamste deel van het Verenigd Koninkrijk, maar naar het
land der engelen. Het liedje heeft een religieuze oorsprong.
'De sleutel (tot het land der Engelen) is gebroken' verwijst
naar de erfzonde. En met de 'timmerman' wordt Sint Jozef
bedoeld.)
Guus Middag.
Woordenboek van de poëzie. 'Roosvingerig'. Blz.
178-179.
(Generaties gymnasisasten zijn ermee opgegroeid: de
rozenvingerige dageraad, zoals de oude Homerus die zo fraai
wist te omschrijven. De vertaling is echter dubieus. Volgens
Middag is 'roodvingerig' of 'goudstralig' beter)
Frank Jansen.
Hom of kuit. Geen telefoon in het verkeer. Blz. 179.
(Lezers mogen reageren op de stelling: 'Tegelijk
telefoneren en actief aan het verkeer deelnemen moet verboden
worden'.
De meeste stemmers waren het de vorige keer eens met de stelling
(na drie jaar verblijf in Nederland hebben immigranten geen recht
meer op tolken en vertalingen).
Marc van Oostendorp.
Het proefschrift van G.A. Seyger: Middeleeuws Twents. Blz.
180.
(In de veertiende eeuw werd in geschriften het Latijn
vervangen door de volkstaal. In zijn proefschrift 'Twenthe
tussen west, zuid en oost (1336-1500)' doet Seyver verslag van
zijn bevinding dat het geschreven Twents vanaf het begin veel
meer leek op het Nederlands (met name het Utrechtse dialect)
dan op het Duits. Hij voerde een groot aantal teksten in in
een database, en kon zo vaststellen dat steeds wanneer er een
optie was voor de Duitse schrijfvariant men toch koos voor de
Nederlandse. Niet vreemd, want bestuurlijk hoorde Twente onder
de bisschop van Utrecht. "Je probeert te schrijven en te
praten zoals de machthebbers schrijven en praten - die
leidraad heeft altijd gegolden bij de vorming van
eenheidstalen")
Redactie Onze Taal.
Tamtam. Taalberichten. Blz. 181.
(1.Engels op Schiphol.
De Stichting Natuurlijk Nederlands, de Stichting Taalverdediging en
het Algemeen-Nederlands Verbond hebben eind april de directie van
Schiphol een petitie aangeboden waarin wordt gevraagd op
bewegwijzeringen overal aanwijzingen te geven in het Nederlands en
nergens het Nederlands ondergeschikt te maken aan het Engels.
2. Campagnetaal verruwd.
De oorzaak ligt vermoedelijk enerzijds bij de uitdagende
manier van argumenteren van Pim Fortuyn en anderzijds bij het
pogen van politici zich in soundbites uit te drukken om
zodoende bij het TV-publiek in het gevlei te komen.)
Raymond Noë.
InZicht. Met informatie over nieuwe boeken, congressen en
lezingen in taalkundig Nederland. Blz. 182-183.
(Korte bespreking van 6 boeken, 1 reeks, 1 tentoonstelling
en 2 websites:
Pleidooi voor de eigen taal (vertaling door Lodi Nauta
van Dantes 'De vulgari eloquentia' uit 1305)
Huib Boogert, ViTaal of faTaal? Verbazing en verdwazing in
het Nederlands. Bundel van een aantal eerder in De Telegraaf
verschenen columns)
Agnes Verbiest en A. Agnes Sneller, Bij wijze van
schrijven. Over gender en trefzeker taalgebruik (denkpatronen
die de genderlagen van het taalgebruik bepalen)
J.G.M. Moormann, De geheimtalen. Het Bargoense
standaardwerk, met een nieuw, nagelaten deel.
Wim Jansen, Relax! Ons Nederlands toen, nu en straks
(taalobservaties over de huidige (bedreigde) toestand van het
Nederlands)
Guus Extra, Rian Aarts, Tim van der Avoird, Peter Broeder
en Kutlay Yagmur, De andere talen van Nederland. Thuis en op
school
'Op het lijf geschreven' is een tentoonstelling in het
Scryption, museum voor schriftelijke communicatie te Tilburg
(over taal op kleding of huid)
Dialectreeks Taal in stad en land. (Er zijn 13 delen
verschenen van elk zo'n 120 bladzijden, die de
(ontstaans)geschiedenis en de literatuur van het betreffende
dialect behandelen, alsmede de klank en vormleer)
WEBSITE. Het webtijdschrift 'neerlandistiek'
(http://www.neerlandistiek.nl) en de 'Digitale bibliotheek
voor de Nederlandse letteren' (http://www.dbnl.nl) leggen zich
toe op het beschikbaar stellen van primaire bronnen. Ze
onderscheiden zich van de meeste andere sites doordat ze zowel
de taal- als de letterkunde bestrijken.)
Jaargang 71, nummer 5, mei 2002
Jan Erik Grezel.
Spreken in tongen: trance of techniek? Achtergrond en
praktijk van 'tongentaal' in de pinksterbeweging. Blz.
116-119.
(Volgens het Nieuwe Testament begonnen de apostelen, nadat
de Heilige Geest op hen was neergedaald, in tongen te spreken.
Ook nu nog spreken de leden van de pinksterbeweging in tongen.
Een ervaringsdeskundige zegt dat dit aan te leren is en dat
men er niet voor in trance behoeft te zijn. De
linguïstische antropoloog Samarin heeft de tongentaal
(glossolalie) onderzocht en er patronen en klankwisselingen
met een min of meer vaste herhaling van consonanten in
ontdekt.)
Taaladviesdienst.
Vraag en antwoord. Blz. 121.
(Is er een benaming voor een vrouwelijke jarige job? Wat
is nu precies 'gogme'? Hoe schrijf je 'Havo(-)/vwo-niveau'? En
hebben de namen van de muzieknoten een betekenis?)
Raymond Noë en Marc van Oostendorp.
Het besmettelijkste accent van Nederland. Interview met
Marnix Rueb, de schepper van Haagse Harry. Blz. 122-123.
(Van Ruebs in heel Nederland populair geworden strip
'Haagse Harry' zijn inmiddels drie albums verschenen. Samen
met de Haagse cabaretier Sjaak Bral en zijn broer R.J. Rueb
publiceerde hij onder meer 'Ut groen-geile boekie' over de
spelling van het Haags (met 'Scheldwèzah') en een
talencursus ('Haags. De kugsus'). Om Harry op een realistische
manier te laten praten houdt Rueb een database bij van Haagse
uitdrukkingen die hij op straat of in het café hoort.)
Nicoline van der Sijs.
Taal in stad en land. Hoe staat het met het dialect? Blz.
124-125.
(Onlangs zijn bij Sdu uitgevers de eerste dertien delen
verschenen van de reeks Taal in stad en land. Ter gelegenheid
hiervan blikt Van der Sijs terug op de geschiedenis van het
Standaardnederlands. Een van haar conclusies stemt
dialectliefhebbers somber: terwijl de belangstelling voor
streektalen nog steeds toeneemt, neemt het daadwerkelijk
spreken van het dialect vrijwel overal gestaag af.)
Peter Burger.
Van ankernetje tot zielasvet. Fopdrachten [2]: in leger,
marine en koopvaardij. Blz. 126-128.
(De oproep aan lezers van Onze Taal om nieuwe voorbeelden
van 'fopopdrachten' in te sturen, heeft een rijke oogst
opgeleverd. De aardigste voorbeelden (42 stuks) worden
besproken. "Het populairst bleek deze ontgroeningshumor bij de
marine en in de koopvaardij, met de landmacht als goede
tweede", aldus de auteur. "Waarom de luchtmacht hierin zo
achterblijft, is nog een vraag".)
Frank Joosten.
Hij heeft heel mijn koffie opgedronken. Het verschil
tussen 'heel' en 'al'. Blz. 129.
(Iedere moedertaalspreker weet dat het niet 'heel het
zand' is, maar 'al het zand'. Wanneer er sprake is van een
telbaar woord, kan dat door 'heel' worden voorafgegaan. Is het
woord niet telbaar, dan kan het alleen met 'al' worden
gecombineerd. Wie iemand hoort zeggen: "Hij heeft heel mijn
koffie opgedronken", krijgt een (telbaar) kopje koffie voor
zijn geestesoog. 'Al mijn koffie' zou worden verstaan als de
hele (ontelbare) voorraad. Deze regel gaat ook op voor
abstracte woorden: 'al de moeite', 'heel de dag'.)
Erik van der Spek.
Fortuyn, de musical. Mooie verpakking, maar waar blijft
het cadeautje? Blz. 130-132. (Dit artikel werd gepubliceerd
voordat het nieuws over Fortuyns dood bekend was. J.A.) (De kracht van Fortuyn ligt in zijn presentatie, die
bovendien naadloos aansluit bij zijn persoonlijkheid. De
Engelsen zouden zeggen: hij is een 'character'. Zijn
geschriften vallen niet op door aantrekkelijke taal, maar als
hij spreekt, blijkt zijn trukendoos vol te zitten met
debattechnieken. Hij heeft weinig woorden nodig om to the
point te komen. Hij spreekt helder en trefzeker, weliswaar
vaak met platitudes. Met zijn stemtechniek kan hij veel
effecten sorteren.)
Ingmar Heytze.
Raptus. Steenkolennederlands. Blz. 132.
(De laatste vijf jaar is het Nederlandse lied ten prooi
gevallen aan wartaal. Nog nooit hebben zo veel grammaticaal
verdachte liedjes door de hitlijsten gewaard. Tekstschrijvers
hebben eer blijkbaar moeite mee hun teksten in een ritme te
brengen waarvoor het beknoptere Engels zich beter leent.
Dichters als Jacques Hamelink kunnen ongestraft geleuter
schrijven. We zien nu dat nietszeggend orakelen niet langer
het privilege is van dichters. Dus laten we Jacques Hamelink
en consorten op cd-single lanceren en Acda en de Munnik
nomineren voor de Herman Gorterprijs.)
Jacomine Nortier.
'Ik was me verslapen, weet je'. De jongerentaal Murks.
Blz. 134-136.
(Autochtone Utrechtse scholieren spreken soms onderling
een taal (Murks) die op het eerste gehoor lijkt op de
Amsterdamse straattaal die René Appel in Onze Taal van
juni 1999 besprak. Nader onderzoek leert echter dat de
woordenschat van dit 'Murks' (anders dan de Amsterdamse
straattaal) niet veel afwijkt van de Nederlandse. Alleen de
grammatica is afwijkend, want deze wordt gekenmerkt door de
fouten die Nederlands sprekende Turken en Marokkanen maken
('geef me hand', 'die meisje'). De (autochtone!) sprekers
ervan, vaak scholieren, weten dat hun Murks als beledigend
ervaren wordt.)
Kees van der Zwan.
'Oké' breidt uit. Blz. 137.
(Het woord 'oké' wordt steeds meer gebruikt om te
reageren op wat een ander gezegd heeft, zonder dat er sprake
is van instemming. Aldus gebruikt klinkt het ook anders,
ongeveer als 'ahaaa'. Het betekent zoiets als 'op die manier',
'ik snap het'.)
Nicoline van der Sijs.
Etymologica. Woordvorming in het Bargoens. Blz. 138-140.
(Nieuwe woorden worden gevormd door samenstelling en
afleiding. In de vorige afleveringen stond de woordvorming in
het Standaardnederlands centraal; nu gaat Van der Sijs
gedetailleerd in op die in het Bargoens.Ook in deze taal
blijkt de woordvorming volgens vaste regels te verlopen.)
Riemer Reinsma.
Geschiedenis op straat. Stokstraat. Blz. 140.
(Deze Maastrichtse straat dankt zijn naam aan 'stok' in de
betekenis van offerblok. Aan de achterkant van de
Onze-Lieve-Vrouwekerk heeft waarschijnlijk vroeger een
offerblok gestaan.)
Guus Middag.
Woordenboek van de poëzie. Suspensie. Blz. 142-143.
(In M. Vasalis' bundel 'Vergezichten en gezichten' (1954)
staat het gedicht 'Afscheid'. Hierin komt het woord
'suspensie' voor. Het is een laborantenwoord dat goed past bij
Vasalis' praktijk als arts. Hij stelt voor in het woordenboek
van de poëzie te noteren: 'suspensie',
"vernevelingssituatie of de verneveling zelve, vaak in een
laaghangendheid en in een geest van lichte wemeling, als van
een wolkje rook dat enige tijd geleden in een warme kamer
uitgeblazen is en daar hangende is gebleven alvorens zich te
rekken, te draaien en uit te strekken en snel te verdwijnen".)
Frank Jansen.
Hom of kuit. Niet eindeloos tolken. Blz. 143.
(De nieuwe stelling luidt: 'Binnen drie jaar moet een
immigrant Nederlands hebben geleerd. Daarna heeft hij geen
recht meer op tolken of vertalingen'. Ruim 70 procent van de
stemmers was het eens met de vorige stelling die luidde: 'De
passage over beledigen moet uit het Wetboek van Strafrecht'.)
Marc van Oostendorp.
Het proefschrift van Aniek IJbema: de geschiedenis van
'te'. Blz. 144.
(Ooit betekende 'te' 'naar', zoals het Engelse 'to'. Op
een dag kon 'te' ook gebruikt worden met infinitiva: "Wi
ghebieden den hemelschen viere desen lieden te verterne". De
'e' aan het eind van 'verterne' was een naamvalsuitgang. Eerst
kwam 'te' alleen voor na werkwoorden, zoals gebieden, begeren
(wensen), hopen, peinzen. Deze werkwoorden hebben gemeen dat
zij intentioneel zijn: het is wel de bedoeling maar niet zeker
dat 'het vuur die lieden zal verteren'. Later kreeg 'te' een
veel ruimere toepassing. Toch voelen veel mensen nog steeds
iets van die intentionele betekenislaag. Zij vinden 'In het
Concertgebouw te zingen is haar grootste wens' beter klinken
dan 'In het Concertgebouw te zingen is haar grootste
prestatie'. In haar proefschrift "Grammaticalization and
Infinitival Complements in Dutch" (LOT, Utrecht) wijst Ijbema
erop dat oorspronkelijk de uitgang '-en' van het infinitivum
dezelfde betekenis had. Kleine kinderen voelen dat nog aan,
als ze zeggen: "Niekje buiten spelen". En volwassenen soms
ook: "En nu ophoepelen".)
Redactie Onze Taal.
Tamtam. Taalberichten. Blz. 145.
(Drie krantenberichten over taalzaken: Inburgeringscursus
geen succes, 'Sukkeltje' wel, 'kankerhoer' niet beledigend,
Politici spreken klare taal.)
Raymond Noë.
InZicht. Met informatie over nieuwe boeken, congressen en
lezingen in taalkundig Nederland. Blz. 146-147.
(Korte bespreking van 6 boeken, 1 boekaankondiging en 1
tijdschrift:
Marion van Coolwijk, "Het graf van volkvanger" en
"Mijn vader is een tovenaar". Eerste titels in een reeks
leesboeken van uitgeverij Fontein voor dyslectische kinderen;
H. Scholtmeijer, "Woordenboek van de Overijsselse
dialecten. Aflevering 1: Het huis-C" (Het laatste deel in de
serie over het huis).
Wim Honselaar, Groot Russisch-Nederlands woordenboek".
Jan Renkema, "Schrijfwijzer". Vierde, sterk uitgebreide en
herziene uitgave.
Battus, "Opperlans! Taal- & letterkunde". Vier keer
zo dik als de vorige editie omdat, aldus Battus, "het aantal
wonderen in het Nederlands verdubbeld is".
"Taaltumult. De mooiste observaties, hartenkreten en boze
brieven uit Onze Taal". Deze door Ewoud Sanders gemaakte
selectie uit zeventig jaargangen van Onze Taal zal in de zomer
verschijnen bij Atheneum.
Tijdschrift: Linguaan. Het Nederlands Genootschap van
Tolken en Vertalers (NGTV) is in de eerste plaats een
belangenvereniging, maar heeft ook de bevordering van een
juist begrip van de taak van de vertaler op het oog alsmede
het verhogen van het peil van de vertalingen. Website:
http://www.ngtv.nl/. Het Genootschap geeft daarom een
kwartaalblad uit, genaamd "Linguaan". Eindredactie: Antoinette
Dop)
Jaargang 71, nummer 4, april 2002
Peter Burger.
Van aanschaafschaaf tot zuurkoolzaad. Fopdrachten als
aprilgrap en ontgroening. Blz. 80-83.
(Vorig jaar riep Burger z'n lezers op voorbeelden te geven
van 'fopopdrachten'. Inmiddels telt zijn verzameling honderden
fictieve gereedschappen, drogisterijartikelen en andere
boodschappen waarmee onnozele halzen op pad werden (en soms
nog worden) gestuurd. De aprilgrap blijkt een kwijnend
cultuurgoed. Alleen in hiërarchische organisaties als
bijvoorbeeld ziekenhuizen en het leger gedijen de grappen nog.
Ondanks hun populariteit is slechts een handvol van deze
woorden opgenomen in Van Dale en het WNT.)
Taaladviesdienst.
Vraag en antwoord. Blz. 87.
(Wanneer schrijft en zegt men "stagiair" en "stagiaire"?
Waarom wordt de "u" in "crux" en "buxus" als een korte [u]
uitgesproken en in "luxaflex" en "Benelux" als een lange [uu]?
Is de tekst op het verkeersbordje "dit fietspad wordt niet
gestrooid" een juiste formulering? Waarom wordt er een
meervoud gebruikt in tijdsaanduidingen als "tegen zessen" en
"bij achten"? Lees deze rubriek en u weet het.)
Taaladviesdienst.
211 Andere woorden voor "prime time" / Ander woord voor
"backslash". Blz. 88.
(Gekozen is voor "kluistertijd"; gevraagd: alternatieven
voor het computerwoord "backslash".)
Harry Cohen.
Hoe leggen we de oude Adam af? Het probleem van de
vrouwelijke functiebenamingen. Blz. 90- 92.
(De taalkundigen Johan de Caluwe en Ariane van Santen
hebben op verzoek van de Nederlandse Taalunie het boekje
"Gezocht: Functiebenamingen (M/V)" geschreven. Het Engels
schuift op naar een stelsel van sekseneutrale termen. Het
Frans en het Duits daarentegen willen zo veel mogelijk de
vrouwelijke nevenvormen handhaven. Het Nederlands zit daar
tussen in en kan zich in principe ontwikkelen tot
neutralisering (Engels) of tot differentiëring (Frans en
Duits). De auteurs hebben geen voorkeur, maar vinden wel dat
de overheid niets moet voorschrijven. Ze geven een analyse van
de Nederlandse functieaanduidingspraktijk. Zij onderscheiden
de functiebenamingen niet in vrouwelijke en mannelijke, maar
liever in vrouwelijke en niet-vrouwelijke, of - nog preciezer
- in gemarkeerde en ongemarkeerde.)
Frank Jansen.
Hom of kuit. Beledigen moet kunnen. Blz. 93.
(In de rubriek "Hom of kuit" verwijst Jansen naar een
Turkse Nederlander die denigrerende zegswijzen met "Turk" uit
de Van Dale geschrapt wil zien. Een Surinaamse stichting wil
hetzelfde met "neger". Zoals bekend, zijn woordenboekenmakers
daar mordicus tegen. De stelling waarop de lezers met "eens"
of "oneens" kunnen reageren luidt: "De passage over beledigen
moet uit het Wetboek van Strafrecht". De vorige stelling
(leerlingen krijgen bij het schoolvak Nederlands genoeg
vaderlandse literatuur en grammatica) werd door 70 procent van
de 141 stemmers afgewezen, wat dus een overwinning is voor de
petitie van Jan Stroop.)
Henk van den Heuvel en Catia Cucchiarini.
R was eens?. Over verdwijning, verkwijning en verschijning
van de r'. Blz. 94-95.
(Het valt op dat de "r" na een klinker en
vóór een medeklinker vaak niet wordt
uitgesproken: [amsedam] voor Amsterdam en [teigetje] voor
tijgertje. Aan dertien fonetici werd gevraagd precies te
noteren wat hun opviel bij de uitspraak van 450 woorden die
uit geluidsopnamen van spontane dialogen waren geknipt. Een
resultaat: na een lange beklemtoonde klinker, zoals in
"vermoord", werd in 6 procent van de gevallen de "r" niet
genoteerd. Na een lange onbeklemtoonde klinker was dat 9
procent. En na een korte klinker was de "r" in 13 procent van
de woorden niet waarneembaar. Maar na een sjwa, zoals in
"honderd" liep dat percentage op tot 34. Als de "r" verdwijnt,
blijft toch vaak een spoortje daarvan achter. In bijvoorbeeld
"zweert" klinkt de "ee" namelijk anders dan in "zweet". Dit
verschijnsel kan worden aangeduid als 'verkwijning'. De "oo",
"ee" en "eu" staan bekend als klinkers die sterk verkleuren
wanneer er een "r" volgt. Bij de "aa' is die verkleuring veel
minder. Na de sjwa blijken mensen soms een "r" te horen waar
die helemaal niet werd uitgesproken. We noemen dit de
"r-verschijning". Men hoort bijvoorbeeld het
reisinformatiesysteem van de NS zeggen "Spijkenisse" en men
schrijft op "Spijkernisse".)
Ton den Boon.
Verse woorden. Kaaslullen en turkenbakken. Blz. 96-97.
(Sommige woorden en uitdrukkingen hebben een uitgesproken
ongunstige betekenis of bijklank. Een aantal daarvan wordt
standaard als scheldwoord gebruikt, andere krijgen alleen in
een bepaalde context een ongunstige, denigrerende of
beledigende bijklank (troetelallochtoon, turkenbak). Woorden
en uitdrukkingen kunnen ook indirect beledigend zijn. Als van
Jan gezegd wordt dat hij zo krenterig is als een Zeeuw, kunnen
de Zeeuwen zich beledigd voelen. Deze ongunstige lading van
een op zichzelf gewoon woord of gewone uitdrukking moet deel
uitmaken van de beschrijving in het woordenboek.)
Redactie Onze Taal.
Loos alarm. Blz. 97.
(Na zo'n driehonderd voorbeelden koddige
spellingsuggesties van de spellingchecker van Word 2000 zijn
er niet zo veel verrassingen meer te melden. Daarom wordt de
rubriek besloten met een laatste reeks.)
M.A. van Rees.
Het is goed dat u dit meldt. Klantvriendelijk reageren op
klachten. Blz. 98-99.
(Bij de behandeling van een klacht is het verstandig uit
te gaan van de goede trouw van de klager en zich te
verplaatsen in zijn vervelende situatie. Voorts is het van
belang je woorden goed te kiezen en beleefdheid in acht te
nemen.)
Marc van Oostendorp.
Jaloers op woordenboekmakers. Over het werken aan de
omvangrijkste grammatica. Blz. 100-101.
(De Tilburgse taalkundige Hans Broekhuis werkt sinds
enkele jaren met een groep collega's aan een duizenden
pagina's dikke Engelstalige grammatica van het Nederlands (A
Modern Grammar of Dutch). Het eerste deel zal uiteindelijk
ongeveer drieduizend pagina's beslaan, waarvan nu al een deel
op internet te vinden is (http://mgd.niwi.knaw.nl/).
Dat deel
gaat over de vier belangrijkste woordcategorieën: het
zelfstandig naamwoord, het bijvoeglijk naamwoord, het
werkwoord en het voorzetsel. Daarna komt er een deel over de
onderdelen van de zinsbouw die meer met de betekenis te maken
hebben, zoals het gebruik van wederkerende en wederkerige
voornaamwoorden, werkwoordstijden en ontkenningen. Met die
twee delen is de syntaxis af. Ten slotte zouden er nog delen
moeten worden geschreven over klankleer, woordvorming,
betekenisleer en de structuur van teksten. Of het werk ooit af
zal komen, hangt af van de bereidheid van de overheid subsidie
te verstrekken. Wat dat betreft is Broekhuis jaloers op de
makers van het WNT.)
Alex Manassen.
Gat in de taal. Blz. 101.
(Voor sommige begrippen kent het Nederlands geen woorden.
We kennen het woord "handtastelijk", maar hoe zou je aanraken
zónder die negatieve connotatie moeten benoemen?
"Tactiel", "aanrakerig", "aanraakgraag" zijn het allemaal net
niet.)
Nicoline van der Sijs.
Etymologica. Uitbreiding van de woordenschat: van 'lang'
tot 'lengte'. Blz. 102-103.
(Nieuwe woorden kunnen worden gemaakt door samenstelling,
uit werkwoordstammen en door middel van voor- en
achtervoegsels. Vanuit etymologisch oogpunt is het de moeite
waard na te gaan wanneer afleidingen zijn ontstaan en welke
vorm- en betekenisontwikkeling ze hebben doorgemaakt. Minstens
zo interessant is het om hetzelfde te doen met voor- en
achtervoegsels. Vooralsnog is daar weinig over bekend. Nieuwe
woorden kunnen ook ontstaan door umlaut.)
Riemer Reinsma.
Geschiedenis op straat. Huttenweg. Blz. 104.
(Straatnamen met het woord "hut" erin herinneren ons aan
nog niet zo heel lang vervlogen armoedige tijden dat mensen
nog in hutten woonden. Het woord "hut" sloeg vroeger ook op
ijzergieterij. In het Duits is één van de
betekenissen van "Hütte" nog steeds ijzergieterij.)
Ingmar Heytze.
Raptus. Foute woorden. Blz. 105.
(Wie veel gedichten leest krijgt vanzelf het vermogen
goede gedichten van slechte te onderscheiden. Een van de
helderste indicaties voor een goed gedicht is de geringe
concentratie van foute woorden daarin. Een duidelijke
definitie daarvan is niet te geven, maar de geroutineerde
poëzieconsument herkent ze onmiddellijk. Ze zijn te
overdreven, te plechtig, te weids, te hol, gewoon versleten.
Foute woorden zijn: afstand, ademen, conclusie, contouren,
dansend, individu, inhoud, interbellum, leegte, nimmer,
onrust, ontstaan, ontwaken, onzichtbaar, oppervlak, rusteloos,
sneeuw, stilte, vergetelheid, verlangen, verscheuren,
verstenen, verwijderen, wanhoop en werkelijkheid. Wie kent er
nog meer? Wie mailt naar foutewoorden@heytze.nl krijgt de
laatste versie van zijn volledige lijst teruggemaild.)
C. Kostelijk - Alkmaar.
Zevenboom en doodliggen. Blz. 105.
(De neerlandicus en genealoog L.F.W. Adriaenssen ontdekte
dat er vroeger, toen abortus nog niet bekend was, er wel
"postnatale abortus" bestond. Men kende het giftige kruid
zevenboom, maar dat was een paardenmiddel. Beter - zo werd
geoordeeld - was het om het ongewenste kind "dood te liggen".
In het WNT komt dit niet voor; Van Dale kent "doodliggen"
enkel in de betekenis van 'op de biggen gaan liggen zodat ze
doodgaan (zeugen)'. En bij "zevenboom" vermeldt dat
woordenboek niet de giftigheid van die plant noch zijn
vroegere toepassing (vruchtafdrijving). Deze woorden zullen in
een volgende editie van Van Dale waarschijnlijk een wat langer
lemma krijgen, aangezien Thomas Rosenboom de zevenboom in zijn
"Publieke werken" zijn historische rol heeft laten spelen en
Adriaenssen zelf wil promoveren op een dissertatie over
zuigelingenmoord.)
Marc van Oostendorp.
Het proefschrift van ... Els van der Kooij: De bouwstenen
van gebarentaal. Blz. 106.
(Taal is als lego. Met een beperkt assortiment aan
steentjes kun je talloze vormen (autootjes, huisjes) maken. Zo
kun je met een beperkt aantal klanken oneindig veel
verschillende dingen zeggen. Ook gebarentalen hebben hun
"legosteentjes". In haar proefschrift (Phonological Categories
in Sign Language of the Netherlands. The Role of Phonetic
Implementation and Iconicity, Utrecht, LOT) geeft Van der
Kooij inzicht in de soorten "gebarenlegosteentjes". Het
onderzoek van al deze mogelijke gebaren is nuttig voor het
ontwikkelen van een schriftsysteem voor gebarentaal. Om dat te
kunnen moeten we weten welke onderdelen van een gebaar
essentieel zijn.)
Guus Middag.
Woordenboek van de poëzie. veulenmilt. Blz. 108-109.
(In Aeneis (Vergilius) wordt beschreven hoe een door
liefdesverdriet verteerde Dido een eind aan haar leven wil
maken. Zij neemt daartoe plaats op een brandstapel. De
priesteres "grijpt naar veulenmilt, dat bloed van liefde dat
de merrie na de geboorte van haar jong weglikt van zijn kop".
Wat is dat 'veulenmilt'(Lat. hippomanes)? Van Dale heeft het
over "een vleesachtig koekje dat een veulen bij de geboorte in
de bek heeft". Dat blijkt inderdaad te kloppen. Het is dus
"een zeker vlezig koekje, in of bij een pasgeboren paard
aangetroffen, door allerlei dichters en hun vertalers in de
loop der eeuwen ten onrechte beschouwd als voorhoofdsaanwas
met het effect van liefdesverwekker of wonderbrood voor
allerlei kwalen".)
Raymond Noë.
InZicht. Met informatie over nieuwe boeken, congressen en
lezingen in letterkundig Nederland. Blz. 110-111.
(Korte bespreking van 12 boeken, 1 aankondiging en 1
website:
Bridget McDermott, "Egyptische hiërogliefen"
(behalve op de historische, culturele en taalkundige aspecten,
gaat dit boek vooral in op de schrijfwijze van bepaalde
woorden)
Guus Extra en Jaap de Ruiter (red.), "Babylon aan de
Noordzee" (overzicht van de talen van de belangrijkste
allochtone bevolkingsgroepen, met onder meer aandacht voor de
rol die iedere taal speelt in het Nederlands onderwijs en in
de (massa)media)
Ewoud Sanders, "De taal van het jaar. Tweehonderdvijftig
woorden die het aanzien van 2001 bepaalden"
Wim Daniëls, "Liefdeslexicon. Taal van haar zachtste
kant"
Richard Woolfson, "Babytaal. Hoe kleine kinderen
communiceren met gebaren en spraak"
J. Kruijsen, "Woordenboek van de Limburgse dialecten. Deel
III, sectie 4, aflevering 1 (vogels) en 2 (overige dieren)
J. Swanenberg, "Woordenboek van de Brabantse dialecten.
Deel III, sectie 4, aflevering 1 (vogels) en 2. (overige
dieren)
Marc De Coster, "Woordenboek van populaire uitdrukkingen,
cliché's, kreten en slogans" (goedkope heruitgave met
honderd nieuwe lemma's
Susanne Gerritsen, "Schrijfgids voor economen"
(geactualiseerde heruitgave)
Willy Penninckx, Paul Buyse en Willy Smedts, "Correct
taalgebruik" (zevende, bijgewerkte druk van dit in België
gezaghebbende werk)
Peter Burger en Jaap de Jong, "Handboek stijl. Adviezen
over aantrekkelijk schrijven" (ongewijzigde maar goedkopere
editie)
Marcel Grauls, "Mijn naam is haas. Hoe historische figuren
in het woordenboek belandden"
Kiliaan-lezing (Els Ruijsendaal) (over "Het onderwerp van
het gezegde: grammaticale termen als cultureel erfgoed";
25/04)
Website. Besproken wordt die van Van Dale
(http://www.vandale.nl/). Je kunt er woorden in opzoeken, er
zijn lijsten met jargon, rubrieken over leenwoorden,
synoniemen, spreekwoorden en idioom. Er is een tamelijk
uitgebreid zakenwoordenboek. Op de taaladviespagina is
antwoord te vinden op allerlei vragen.)
Jaargang 71, nummer 2-3, februari-maart 2002
Jos Collignon.
"Duizend woorden of één tekening. De rol van taal
in cartoons". Lezing congres Onze Taal over taal en beeld. Blz.
40-43.
(De ideale cartoon is niet een tekening zonder woorden, zoals
veel mensen nog steeds denken. Tekening en tekst kunnen elkaar
immers aanvullen en samen een prachtig product opleveren.)
Kees Kousemaker en Martgreet de Heer.
"De sprekendste vorm van beeldende kunst. Taal en beeld in
strips". Lezing congres Onze Taal over taal en beeld. Blz. 44-47.
(Eeuwenlang werden er op jaarmarkten en kermissen centsprenten
verkocht, vierkante blokken met prentjes met tekst eronder. De
onderwerpen varieerden van heiligenlevens tot de avonturen van 'Jan
de Wasscher' die onder de plak van zijn vrouw zat. Rond 1920
verschenen de eerste stripverhalen in de Nederlandse kranten. Omdat
het verloop van het verhaal niet altijd uit de plaatjes viel af te
leiden, was de schrijver hierbij erg belangrijk. Bij 'Pa Pinkelman'
werkten tekst (Godfried Bomans) en tekenwerk (Carol Voges) perfect
samen. Zo ontstond het stripverhaal als volwaardige kunstvorm. De
strip is het enige beeldend-literaire medium geworden dat op een
natuurlijke manier kan uitdrukken wat er door een personage gedacht
wordt.)
Humberto Tan.
"Taal, sport en beeld. De taalcapriolen van de
sportverslaggever". Lezing congres Onze Taal over taal en beeld.
Blz. 48-49.
(In sportverslagen lijkt taal ondergeschikt aan het beeld. Toch
kan een enkele flard commentaar ons nog jaren later aan een
emotioneel sportmoment herinneren: 'Zijn we er toch weer
ingetuind!', 'Die tijd wordt nooit meer verbeterd, wat een tijd!'.
Woorden zijn vaak ontoereikend bij de beelden. Studio Sport heeft
geen taalcommissie zoals het Journaal die - onder leiding van Henny
Stoel - wel heeft. De commentator moet tal van overwegingen maken:
moet hij objectief zijn in zijn analyses, of juist partij kiezen?)
Redactie Onze Taal.
Sprekershoek. Lezing congres Onze Taal over taal en beeld. Blz.
53. (Tussen de lezingen op het congres van Onze taal door
mochten zeven leden op een spreekgestoelte hun hart luchten over
taalkwesties. Zo kwamen aan de orde: meer aandacht voor het
creatieve taalgebruik van daklozen, weg met ontkennende vragen die
alleen maar verwarring wekken -'jij wilt zeker geen suiker in je
thee ?'-, de sluipende vervanging van ij door y, het verdwijnen van
het Gentse dialect, slordige uitspraak met name via de media en de
te moeilijke spelling.)
Hans van Walbeek
"Vapona maakt van vliegen vlogen. Heimwee naar taal in de
reclame". Lezing congres Onze Taal over taal en beeld. Blz. 50-52.
(Vroeger had de copywriter nog wat te melden, en dus waren de
teksten en hun kwaliteit van belang. Tegenwoordig lijken de
producten qua prestatie en kwaliteit zozeer op elkaar, dat de
reclamemaker niet meer hoeft uit te leggen waarom zijn product beter
is dan die van de concurrentie - alle wasmiddelen wassen wit en alle
auto's hebben dezelfde snufjes. Hij moet nu met visuele middelen het
merk onder de aandacht van het publiek brengen en bij de
aspirant-kopers een goed gevoel op roepen.)
Paul Mijksenaar.
"Visueel esperanto of steno voor ingewijden? Van taal naar
beeldtaal en weer terug". Lezing congres Onze Taal over taal en
beeld. Blz. 54-57.
(Even leek het erop dat men met beeldtaal wereldwijd kon gaan
communiceren. De werkelijkheid bleek er anders uit te zien. Een
pictogram wordt niet door iedereen ter wereld op dezelfde manier
begrepen. En soms is wat gecommuniceerd moet worden zo ingewikkeld,
dat tekst veel beter voldoet, bijvoorbeeld op een kopieermachine met
veel programma's. Beeldtaal moet, net als geschreven taal geleerd
worden.
Op Schiphol werd tot voor kort alle informatie driemaal
aangeboden: in het Nederlands, in het Engels en met een pictogram.
Dat gaf een te druk beeld. Door dezelfde pictogrammen slechts te
voorzien van uitsluitend Engelse bijschriften konden de borden veel
groter en dus duidelijker worden. Het Engels is nu gewoon
geaccepteerd als lingua franca. Uiteindelijk wordt beeldtaal steno
voor ingewijden wanneer er voor lezen geen tijd of ruimte is."Soms
taal dus, soms beeld".)
Francisco van Jole.
"Beeld schreeuwt harder maar is eerder schor. De opkomst (en
ondergang) van de digitale beeldcultuur". Lezing congres Onze Taal
over taal en beeld. Blz. 58-61.
(Tien jaar geleden dacht men nog dat op het internet het schrift
geheel zou worden verdrongen door het beeld. Want schrift is iets
voor boeken en schrijven vereist nadenken en afwegen. M.a.w. de
schrijfcultuur is langzaam, terwijl het internet verbonden is met
snelheid. Onmiskenbaar is er een grote fixatie op het beeld
ontstaan. Maar er is ook een tegenreactie waar te nemen. Ondanks de
opmars van MTV met zijn fixatie op beelden genieten Nederlandstalige
liedteksten toenemende populariteit. Een onderzoek aan de Stanford
Universiteit in Californië toonde vijf jaar geleden aan dat 64
procent van de beelden op internet door proefpersonen werden bekeken
tegen maar liefst 92 procent van de teksten. Het verzenden van
beelden per gsm zal er ongetwijfeld komen, maar het is de vraag of
we daar veel gebruik van zullen maken. Het versturen van sms-jes -
nu een hype - is eigenlijk net hetzelfde als de briefjes die
scholieren vroeger elkaar tijdens de les stiekem toestuurden.)
Taaladviesdienst.
Vraag en antwoord. Blz. 65.
(1. In het café kun je een 'zjuutje' bestellen, maar hoe
schrijf je dat woord eigenlijk ?
2. 'Bomen zijn voor mij een geliefkoosd onderwerp om te
schilderen'. Moet dat niet zijn 'een geliefd onderwerp'?
3. Welk voorzetsel is juist in 'Als assistent-manager verleent
u ondersteuning bij/aan diverse marketingprojecten' ?
4. Op de klokkentoren van de Beurs van Berlage staan de spreuken
'Beidt uw tijd' en 'Duur uw uur'. Wat betekenen die spreuken en waar
komen ze vandaan?)
Nicoline van der Sijs.
Etymologica. Uitbreiding van de woordenschat: hoe 'greep'
ontstond uit 'grijpen'. Blz. 66-67.
(Nieuwe woorden ontstaan niet alleen door samenstellingen, maar
ook door afleidingen van werkwoorden, zogenaamde 'verbale
substantieven' of 'verbaalabstracta'. Zo komt 'ban' van 'bannen' en
'snoep' van 'snoepen'. Deze voorbeelden zijn volkomen doorzichtig,
maar in andere gevallen hebben de aldus ontstane substantieven een
betekenisverandering ondergaan, waardoor hun afkomst duister is
geworden. Wie denkt er bij 'schik' (plezier) aan 'schikken' en bij
'sleur' aan 'sleuren'? Andere zelfstandige naamwoorden zijn afgeleid
van verdwenen werkwoorden, zoals 'bestek' (plan) van 'besteken'
(bepalen). Zelfstandige naamwoorden die afgeleid zijn van sterke
werkwoorden, vertonen regelmatig ablaut, zoals 'gave' (ik geef - wij
gaven), 'groef' (ik graaf - ik groef).)
Frank Jansen.
Hom of kuit. Het schoolvak Nederlands. Blz. 71.
(Jan Stroop van de LVVN, de Landelijke Vereniging Van
Neerlandici, vindt dat het schoolvak Nederlands gedomineerd wordt
door taalbeheersing, wat ten koste gaat van taalkunde en
literatuurgeschiedenis. Lezers van Onze Taal kunnen per briefkaart
of via de website van Onze Taal hun stem - eens/oneens - uitbrengen
over deze stelling.)
Marc van Oostendorp.
Het proefschrift van ...: Tim van der Avoird: Hindoestaanse taal
in Nederland. Blz. 72-73.
(In de zeventiger en tachtiger jaren zijn er door de Surinaamse
Hindoestanen pogingen ondernomen om een schrijftaal te ontwikkelen,
mar die zijn op niets uitgelopen. Onderling spreekt men voornamelijk
Sarnami, maar het Standaardhindi, dat de taal van de godsdienst is,
geniet daarentegen wel veel aanzien.
Toen Suriname onafhankelijk werd is ongeveer de helft van de
Hindoestani naar Nederland getrokken. Zij spreken allemaal vloeiend
Nederlands, ook soms onderling. Maar men hecht nog sterk aan de
eigen talen. Pas nadat in 1998 de Wet voor het Onderwijs in
Allochtone Levende Talen van kracht werd, kunnen Hindoestaanse
kinderen les krijgen in hun eigen taal.
In zijn proefschrift 'Determining Language Vitality. The
Language Use of Hindu Communities in the Netherlands and the United
Kingdom' concludeert Van der Avoird dat de Hindoestani een
uitstekend voorbeeld geven van hoe de multiculturele samenleving kan
worden ingericht: meertaligheid is een voordeel.)
Ingmar Heytze.
Raptus. Gekte en begrip. Blz. 73.
(Samen met Vrouwkje Tuinman heeft Ingmar Heytze een boekje
geschreven over het typische taalgebruik van Wim T. Schippers. Wat
hem daarvan bij is gebleven, is de Wim T. Schippers-achtige
eigenschap om stil te staan bij alledaagse uitdrukkingen, die steeds
merkwaardiger worden naarmate je er langer over gaat zitten
delibereren. Zoals 'Klaar terwijl u wacht' - waarop zou er dan nog
moeten worden gewacht? Bij middenstanders zie je nog wel eens op de
etalageruit staan 'Al vijfentwintig jaar een begrip'. Deze slogan
roept vooral vragen op, als je erover gaat nadenken. 'Al
vijfentwintig jaar een begrip' is een hermetisch gedicht, waarin het
raadsel van het leven zelf in slechts vijf woorden is verankerd.)
Raymond Noë.
InZicht.
(Deze rubriek geeft informatie over nieuwe boeken, congressen en
lezingen in letterkundig Nederland. Blz. 74-75.
Korte bespreking van 8 boeken, 1 tijdschriftnummer, 1 tijdschrift,
3 elektronische woordenboeken en 1 aankondiging van een symposium.
Abram de Swaan, "Woorden van de wereld. Het mondiale
talenstelsel"
"Wereldtalenstelsel" (themanummer van De Gids naar aanleiding
van De Swaans boek)
Ellen Govers, "Voeding van A tot Z" (woordenboek over zeer
uiteenlopende aspecten van ons voedsel)
Peter van der Geer, "De kunst van het debat"
Deborah Tannen, "Ik zeg dit alleen omdat ik van je hou. Over
communicatie met je familie, vrienden en partner"
Marc De Coster, "Woordenboek van eufemismen en politiek correct
taalgebruik"
"Taal en taalwetenschap" (inleiding in de algemene
taalwetenschap op universitair niveau, redactie: René Appel,
Anne Baker, Kees Hengeveld, Folkert Kuiken en Pieter Muysken)
Ton den Boom, "Taal van het jaar één" (de nieuwe
woorden van 2001)
Electronische vertaalwoordenboeken van Uitgeverij Het Spectrum:
Frans, Duits en Engels (met software die vooralsnog niet bruikbaar
is op de Macintosh)
Symposium Oudnederlands woordenboek (INL, 19 april 2002, Leiden)
Tieme van Dijk, "Blijmoedige beschouwingen. Over taal, tijd en
mythen" (met voorwoord van Niels Helsloot)
"Stem-, spraak- en taalpathologie" is een in 1992 opgericht
Nederlands wetenschappelijk tijdschrift, dat viermaal per jaar
verschijnt. Redactie: H.F.M. Peters, B. Maasen, P.P. Devriese, J. de
Jong, Sj. van der Meulen, Ph. Paquier en E. Visch-Brink; uitgave:
Nijmegen University Press.)
Jaargang 71, nummer 1, januari 2002
René Appel.
"Prima tot nu toe, maar ik moet het verbeteren
natuurlijk". "Het Nederlands van Máxima". Blz. 4-8.
(Op de persconferentie van 30 maart 2001 viel het
iedereen op hoe goed Máxima al Nederlands sprak. Ze
bleek zelfs het verschil tussen "stom" en "dom" aan te
voelen. Waarschijnlijk is zij een natuurtalent, maar ze heeft
in ieder geval ook deelgenomen aan cursussen van het
prestigieuze Ceran Instituut in Spa. Dat instituut biedt een
totaal onderdompelingsprogramma van wel 66 uur per week.
Natuurlijk maakt ze nog opvallende fouten, zoals het verkeerd
gebruik van de buigings-e in bijvoeglijke naamwoorden en
bezittelijke voornaamwoorden ("een fantastische land"). Het
woordgeslacht levert problemen op: voor haar zijn alle
zelfstandige naamwoorden de-woorden. Ook het razend moeilijke
gebruik van "er" heeft ze nog niet onder de knie, maar
daartegenover staat dat haar zinsbouw correct is. Wanneer ze
een zin met een bepaling of een bijzin begint, komt in de
hoofdzin het onderwerp mooi achter de persoonsvorm.)
Taaladviesdienst.
99 andere woorden voor "interface" / ander woord voor
"prime time". Blz. 10.
(40 lezers stuurden 99 alternatieven in, veel minder dan
gebruikelijk. Genoemd werden: koppelvlak (5x), grensvlak,
raakvlak (3x), januskop, koppelaar, tussenlaag (2x). Gekozen
is voor "tussenlaag". Gevraagd: bedenk een goed Nederlands
woord voor "prime time".)
Taaladviesdienst.
Vraag en antwoord. Blz. 11.
(Bij de uitleg van de uitdrukking "zo gewonnen, zo
geronnen" werd vermeld dat "rinnen" zowel "(weg)stromen,
(weg)lopen" als "stollen, stremmen" kan betekenen. Hoe kan
een werkwoord twee zo verschillende betekenissen hebben?
Waarom krijgt "sirenenzang" een tussen-n en "sirenegeloei"
niet? Waar komt het woord "flessentrekkerij" vandaan? Hoeveel
spaties en/of streepjes komen er in de combinatie "tweede +
generatie + allochtonen"?)
Ton den Boon.
Wuifdagen, mobimiles, poederpost. Nieuwe woorden van
2001. Blz. 12-15.
(Veel neologismen uit het vorige jaar houden verband met
een ramp, maar die zijn lexicografisch niet interessant,
omdat het woorddeel voor of na "ramp" steeds inwisselbaar is.
Opmerkenswaard zijn: apotheekvoetbal, biobom, bioterrorisme,
biofilie, dotnot, flitsscheiding, kleptotaks, klikgebit,
melkdubbeltje, merkambassadeur, poederpost, sms-bombardement,
tandtatoeage, tophoppers, troeteljunk, wuifdagen,
zeggekorfslak.)
P.J. Macht.
Uitbraak, echtbreuk en verbreking. Blz. 15.
(Bij het werkwoord "breken" horen de zelfstandige
naamwoorden "braak", "breuk" en "breking". Maar bij
afleidingen en samenstellingen met dit werkwoord zijn die
drie mogelijkheden om zelfstandige naamwoorden te vormen lang
niet altijd aanwezig. Woordvormingen als "aanbreuk",
"onderbraak" en "ontbreking" zijn niet mogelijk. In een
naschrift geeft de redactie etymologische en morfologische
verklaringen.)
Taalergernissen. "Genootschap, doe er iets aan". Blz. 16-17.
(Dertien briefschrijvers maken de lezers deelgenoot van
hun taalergernissen. Ze ergeren zich aan slechte uitspraak,
onzinnige uitdrukkingen, stopwoorden, geleerde en dus vage
woorden, verkeerd woordgebruik en grofheden.)
Redactie Onze Taal.
Wie u bent en wat u vindt. Enquête onder Onze
Taal-lezers. Blz. 18-20.
(1200 leden kregen een uitvoerige vragenlijst
toegestuurd; 466 formulieren werden teruggestuurd. Uit de
antwoorden blijkt dat de waardering voor het blad "Onze Taal"
sinds het vorige onderzoek (1994) nog onveranderd hoog is.
Verrassende uitkomst is dat de respondenten een uitgesproken
voorkeur hebben voor meer praktische informatie. 58%
vindt de verhouding tussen praktische en
theoretisch-wetenschappelijke informatie precies goed, 6%
wil meer theorie, terwijl 36% meer praktische informatie
wil. Er blijkt minder behoefte te zijn aan artikelen over
taalzuivering en purisme, voor Engels in het Nederlands en
aan lezersreacties. De meeste lezers zijn tussen de 35 en 49
jaar oud. Van hen heeft bijna 80% een opleiding op hbo-
of universitair niveau. Slechts 5% leest het blad uit een
beroepsmatige interesse. Voor het eerst vormen de
leerkrachten niet meer de hoofdmoot van het lezersbestand.
Het percentage lezers dat langer dan vijf jaar lid is daalde
van 53 (1994) naar 38 (nu). 74% van de leden is nog nooit
op de website van "Onze Taal" geweest.)
Matthias Hüning.
Culibeet, kippengate. Woordsplinters die een eigen leven
leiden. Blz. 22-24.
(Er zijn in het Nederlands samenstellingen die bestaan
uit splinters: delen van woorden die niet zelfstandig
gebruikt worden, zoals "digibeet": "digi-" komt van
"digitaal", en "-beet" is een splinter van "analfabeet". Een
populaire splinter is ook "-gate": "Monicagate",
"kippengate", beursgate". Naar analogie van "digibeet" worden
taalgebruikers creatief en bedenken "culibeet". Hoe meer
woorden er zijn met een splinter, hoe waarschijnlijker het
wordt dat taalgebruikers deze splinter gaan herkennen en zelf
gaan gebruiken in een nieuwvorming. Daarmee kan er op den
duur een nieuw woordvormingsprocédé ontstaan.)
Redactie Onze Taal.
Loos alarm. Blz. 24.
(Nieuw genoteerde missers van de spellingchecker van
Woord 2000: "liposuctie - olieproductie", "Osama bin Laden -
Samba in Laden", Guido Gezelle - Huid Gezwellen.)
P.J.S. Zwart.
Komma na het aanhalingsteken? Blz. 25.
(Moet de komma bij een onderbroken citaat voor of na het
aanhalingsteken? De komma hoort niet tot het citaat en daarom
zou het logisch zijn als het aanhalingsteken voor de komma
kwam. Aldus taaladviseur Jan Renkema in een naschrift. Bij de
literaire uitgeverijen echter heeft men de gewoonte het juist
andersom te doen, mogelijk uit esthetische overwegingen. Maar
de schrijver heeft het laatste woord. Zo stond W.F. Hermans
erop dat de komma ervóór kwam te staan, want zo
had hij het op school geleerd.)
J.P. van Braam Houckgeest.
Cateren voor. Blz. 25.
(De NRC berichtte enige tijd geleden over een
tweemansbedrijf, opgericht door twee Belgische priesters, als
volgt: "'Rent-a-Priest' (...) catert voor het toenemende
aantal Belgen die voor eerste communies, doopvieringen of
huwelijken niet meer naar de kerk willen". Dit slaat niet op
een nieuwe invulling van het begrip "smulpapen". In het
Engels betekent "to cater for" "bedienen, inspelen op,
tegemoetkomen aan", maar als "cateren" in het Nederlands
wordt gebruikt, denkt men uitsluitend aan voedsel-en
drankverstrekking. De NRC had beter een Nederlandse
formulering gekozen.)
Nicoline van der Sijs.
Uitbreidingen van de woordenschat: samenstellingen.
Etymologica. Blz. 26-27.
(Om nieuwe woorden te maken hebben we een arsenaal aan
middelen: samenstellingen, afleidingen, leenwoorden. In dit
artikel staan de samenstellingen centraal. Normaal gesproken
worden Nederlandse woorden ingekort doordat het woordaccent
meestal op de eerste lettergreep valt en bijgevolg de
eindlettergrepen verzwakken en uiteindelijk zelfs wegvallen
(bv. "harte" in het Middelnederlands). Bij samenstellingen,
die het woordaccent toch ook meestal op de beginlettergreep
hebben, gebeurt dat niet. Dergelijke samenstellingen zijn dus
doorzichtig gebleven en worden daarom niet in etymologische
woordenboeken opgenomen.
Er zijn twee uitzonderingen, en deze worden wél in de
etymolgische woordenboeken opgenomen: samenstellingen die
weliswaar als zodanig herkenbaar zijn maar waarvan de
herkomst of betekenis niet doorzichtig is, en woorden die
niet meerherkenbaar zijn als oorspronkelijke samenstellingen.
Tot de eerste categorie behoren woorden als "bruidegom"
("gom" is "man"), "wierook" ("wie" is "heilig"). Tot de
tweede categorie rekenen we woorden als "vent" (uit "veem" en
"(ge)noot"), "bongerd" (uit "boom" en "gaard".)
Emmeken van der Heijden.
Alle aanwezige behalve de kinderen. De rekenkundige
eigenschappen van voegwoorden. Blz. 28-29.
(Alleen nevenschikkende voegwoorden laten samentrekking
toe. De voegwoorden "dan", "behalve" en het vergelijkende
"als" kunnen zich niet alleen als nevenschikkend maar ook als
onderschikkend voegwoord gedragen: "Hij heeft meer gefietst
dan dat hij gezwommen heeft" versus "Hij heeft meer gefietst
dan gezwommen".
Niet bij alle nevenschikkingen is samentrekking mogelijk. In
haar proefschrift heeft Van der Heijden aangetoond dat er een
verband is tussen de betekenis van voegwoorden en hun
mogelijkheden tot samentrekking. In de zin "Hij hoeft maar te
kikken of hij krijgt zijn zin al" heeft "of" min of meer de
betekenis van "als ... dan": er is eigenlijk sprake van
onderschikking. En in "Hij was nauwelijks binnen of hij begon
al aan te dringen op een pauze" heeft "of"de betekenis van
"toen". Samentrekking is eigenlijk een rekenkundige
bewerking, en kan alleen met voegwoorden die een rekenkundige
betekenis hebben. Als het voegwoord "en" een optellende
betekenis heeft, is samentrekking mogelijk: "Jan is bakker en
visser". Die optellende betekenis is er niet in "Je maakt nog
zo'n opmerking en je kunt gaan!". En daarom is hier
samentrekking niet mogelijk.)
Marc van Oostendorp.
Het proefschrift van Nicoline van der Sijs: Van "wad' tot
"toppie joppie". Blz. 30-31.
(In haar proefschrift "Chronologisch woordenboek. De ouderdom
en herkomst van onze woorden en betekenissen" onderzocht zij de
geschiedenis van ruim achttienduizend hedendaagse Nederlandse
woorden. Van elk woord tekende zij op wanneer het voor het eerst
in geschreven of gedrukte bronnen voorkwam. De woorden zijn in
chronologische volgorde afgedrukt, met onder aan de pagina een
overzicht van de belangrijkste taalgebeurtenissen uit de
behandelde periode. In de 584 pagina's die aan dat overzicht
voorafgaan, laat ze zien hoe ze aan haar materiaal gekomen is, en
vooral wat we kunnen leren over de geschiedenis van onze taal. De
eerste leenwoorden kwamen uit het Latijn (muur, school), In Van
der Sijs' verzameling zijn het er 1905. Uit het Frans hebben we
4605 woorden en uit het Engels slechts 1857 woorden geleend. "Met
de veronderstelde 'toevloed'van Engelse woorden valt het dus wel
mee", aldus Van Oostendorp. Het is een uniek werk: "voor geen
enkele andere taal bestaat er op dit moment een chronologisch
geordende woordenlijst". En prettig leesbaar bovendien.)
Bezorgdheid over het schoolvak Nederlands (Volgens
Jan Stroop van de LVVN is de leerstof sinds enkele jaren
verschraald tot het aanleren van inhoudsloze vaardigheden als
werkstukken maken, teksten analyseren e.d.)
Eurobijnamen bekroond (Noem 1 eurocent voortaan
'fluitje', en een biljet van 50 mag een 'brammetje' heten.
Het Nationale Forum Introductie Euro heeft een aantal
benamingen bekroond.)
Riemer Reinsma.
Gouw. Geschiedenis op straat. Blz. 33.
("Gouw" lijkt een Duits woord maar is dat toch niet. Het
oorspronkelijk Nederlandse woord wordt op grote schaal
aangetroffen in de namen van Noord-Hollandse straten en
wegen, genoemd naar goudkleurige waterlopen. Dit goudkleurige
heeft te maken met de kleur van het meegevoerde bezinksel.)
Raymond Noë.
InZicht (deze rubriek geeft informatie over nieuwe
boeken, congressen en lezingen in taalkundig Nederland). Blz.
34-35. Korte bespreking van 12 boeken en 1 website:
Eddy posthuma de Boer, "In 't nest met de rest"
(foto's van komische en onbeholpen taaluitingen op gevels en
in etalages; voorwoord: Jan Kuitenbrouwer)
Eva Tol-Verkuyl, "Fundamenten van taalbeschouwing. Een
synthese van opvattingen over het gebruik van taalkundige
kennis in het taalonderwijs"
Ton den Boom, "Stijlfiguren"
Emile Bode, "Oneliners & soundbites" (over de invloed
van het Engels op het Nederlands gedurende de laatste
decennia)
Ewoud Sanders, "Voor een dubbeltje op de eerste rang.
1001 Spreekwoorden en zegswijzen over Nederlands geld"
"Internetwoordenboek" van Furore, met een lijst van zo'n
tweeduizend internet- en computertermen (ook te raadplegen op
www.furore.com)
Hans Hoekstra, "Naam & faam" (een verzameling
merkwaardige namen van beroepsbeoefenaren zoals huisarts
Verwijs, dokter Kramp en bakker Bakker, gebaseerd op de
Parool-rubriek Nomen est omen)
Nathalie Beex, Rob Douve en Eric Tiggelers, "De magische
mediamix. E-mail brieven faxen" (In welke situaties stuur je
een brief, een fax of een e-mail, en welke regels en
conventies zijn daarbij in acht te nemen?)
Ed Nissink, "Het is voor je eigen bestwil! Verborgen
bedoelingen herkennen"
Frank Jansen en Ninke Stukker, "Kramers direct mail" (in
ruim honderd vragen en antwoorden alle aspecten van direct
mail)
Sjaak Bral, Rj. Rueb en Marnix Rueb, "Haags, de kugsus
van het Haags Tale Instituut" (een vervolg op hun
"Spellinggids voor het Haags")
Cor en Geer Hoppenbrouwers, "De indeling van de
Nederlandse streektalen"(een overzicht van de verhoudingen
tussen de dialecten van 156 Vlaamse en Nederlandse plaatsen,
gebaseerd op de zogenaamde featurefrequentiemethode)
Website.
Drie websites van organisaties en personen die zich tegen
de echte of vermeende verengelsing van het Nederlands
verzetten.
De Stichting Natuurlijk Nederlands richt haar pijlen op
recente Engelse leenwoorden en vooral op die welke overbodig
zijn, omdat er goede Nederlandse alternatieven beschikbaar
zijn of gemakkelijk te verzinnen zijn. De website geeft ook
een "handreiking woordvorming"
(http://www.vvb.org/anglowaan/);
De Haarlemse stripfiguur Ampzing voert een wat luchtiger
strijd tegen het Engels (http://www.ampzing.nl/)