H. Broekhuis.
Het voorzetselvoorwerp. Blz. 97-131.
(Voorzetselvoorwerpen worden voorafgegaan door een vast
voorzetsel. De keuze hiervoor wordt bepaald door het werkwoord. In dit
artikel onderzoekt Broekhuis welke typen voorzetselvoorwerpwerkwoorden
er bestaan.)
K. Kuiper.
Etnografisch onderzoek en taalverschuiving: Nederlandse
taalreservaten in Christchurch, Nieuw-Zeeland. Blz. 132-143.
(Het Nederlands in Nieuw-Zeeland is een uitstervende taal die
slechts nog gesproken wordt in bepaalde domeinen, zoals bijvoorbeeld
de kerk. Kuiper stelt een nieuwe methode voor om onderzoek te doen
naar taalverschuiving en taalverlies, namelijk participerend
etnografisch onderzoek.)
G. Postma.
Structurele tendensen in de opkomst van het reflexief pronomen
'zich' in het 15de-eeuwse Drenthe en de Theorie van Reflexiviteit.
Blz. 144-168.
(Aan de hand van een corpus 15de-eeuwse Drentse rechtsteksten
wordt de opkomst van het lexicale reflexief 'sick/sich' bestudeerd. De
opkomst lijkt eerder samen te hangen met taalinterne ontwikkelingen
dan met het prestige van de nieuwe vorm.)
H. Schultink.
De beklemtoning van samenstellingen en afleidingen in diachronisch
perspectief. In het voetspoor van Eli Fischer-Jo/rgensens 'Tryk i
aeldre dansk'. Blz. 169-174.
(Schultink bespreekt de monografie van de Deense Eli
Fischer-Jo/rgensens (geboren in 1911) 'Klemtoon in ouder Deens,
Samenstellingen en afleidingen' die in 2001 verscheen. De studie heeft
een voorbeeldfunctie voor een nog ontbrekende historiografie van het
Nederlandse woordaccent en in het boek wordt de Nederlandse invloed op
de accentuering van het Deens besproken.)
Digitaal:
F. Moerdijk. Het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW). Blz.
175-182.
(Sinds 1999 wordt op het Instituut voor Nederlandse Lexicologie
gewerkt aan aan nieuw on line woordenboek: het ANW. Moerdijk
beschrijft het project en het woordenboek dat in 2019 gereed moet
zijn.)
Signalementen, blz. 183-186:
<Door: Jan Nijen Twilhaar:>
J. ter Horst m.m.v. A. Bogstra. Rapporteren in de hulp- en
dienstverlening. Coutinho, Bussem, 2003.
R. Reinsma. De tekstdokter. Honderden ingrepen om je tekst prettig
leesbaar te maken. Het Spectrum, Utrecht, 2003.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:>
A. Baker, B. van den Bogaerde, O. Crasborn (red.).
Cross-linguistic perspectives in sign language research. Selected
papers from TISLR 2000. Signum, Seedorf/Hamburg, 2003.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:>
C. Buddingh. Citaten & aforismen. Het Spectrum, Utrecht, 2003.
J. van der Toorn-Schutte. Verhaal halen. Een zoektocht naar de
oorsprong van Nederlandse uitdrukkingen. Boom, Amsterdam, 2003.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:>
W. Coster, J. Jager. 'Hollandski'. Russische invloeden op de
Nederlandse taal en andersom. Het Spectrum, Utrecht, 2003.
W. Daniëls m.m.v. L. Hazelaar-Heebing. Duoboek. Het Spectrum,
Utrecht, 2004.
F. Debrabandere. Woordenboek van de familienamen in België en
Noord-Frankrijk. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2003.
J.M. Salgado. Kramers Encyclopedisch Businesswoordenboek in zeven
talen. Het Spectrum, Utrecht, 2003.
G. van Schaaik. Klein woordenboek Turks. Coutinho, Bussum, 2003.
M. van der Valk. Jofel Jiddisj. Van achenebbisj tot zwansen. Veen,
Amsterdam/Antwerpen, 2003.
H.H.A. van de Wijngaard. Woordenboek van de Limburgse dialecten.
Deel III Algemene woordenschat, sectie 2: het huiselijk leven,
aflevering 1, de woning. Van Gorcum, Assen, 2003.
Uit de tijdschriften. Blz. 187-190.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op
het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 191-192.
Jaargang 9, nummer 1, februari 2004.
W. Zonneveld.
De verwerving van een morfologisch proces: Nederlandse
meervoudsvorming. Blz. 1-28.
(Zonneveld onderzoekt hoe de verwerving van het Nederlandse
meervoud plaatsvindt tegen de achtergrond van het
'dual-route-model' zoals ontwikkeld door Pinker.)
M. de Vries.
Congruentie-effecten in uitbreidende en vrije relatieve zinnen.
Blz. 29-47.
(In dit artikel staat naamvals- en persoonscongruentie centraal
in uitbreidende (of appositieve) betrekkelijke bijzinnen met een
pronominaal antecedent. Het gaat om het constrast tussen "Ze kijkt
naar mij, die ze nooit eerder opgemerkt heeft" en *"Ze kijkt naar
mij, die haar grootste bewonderaar ben.")
F. van de Velde.
De Middelnederlandse onpersoonlijke constructie en haar
grammaticale concurrenten. Semantische motivering van de
argumentstructuur. Blz. 48-76.
(De centrale hypothese van het artikel is dat voor processen
van gewaarwording geldt dat het gebruik van een bepaalde
constructie semantisch gemotiveerd is. Van de Velde onderzoekt dit
voor de Middelnederlandse onpersoonlijke constructie.)
Boekbesprekingen, blz. 77-89:
<Door: R. Salverda:> G. Extra, R. Aarts, T. van der
Avoird e.a. (red.). De andere talen van Nederland. Thuis en op
school. Coutinho, Bussum, 2002.
<Door: A.M. Duinhoven:> Syntaxis. Een generatieve
inleiding. Coutinho, Bussum, 2002.
<Door: L. Lagerwerf:> P. Meuris. Vormen van verklaren. De
globale structuur van alledaagse verklarende teksten. Koninklijke
Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent, 2002.
<Door: C. van Bree:> R. Willemyns, W. Daniëls
(red.). Het verhaal van het Vlaams. De geschiedenis van het
Nederlands in de Zuidelijke Nederlanden. Standaard Uitgeverij/Het
Spectrum, Antwerpen/Utrecht, 2003.
Signalementen, blz. 90-93:
<Door: Jan Nijen Twilhaar:>
G.A.S. Seyger. Twente tussen west, zuid en oost (1336-1500).
Variabelenlinguïstisch onderzoek op oorkonden uit de steden
Almelo, Enschede, Oldenzaal en Ootmarsum en voorts van ambtman en
rentmeester in Twente. Enschede, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:>
L. Cornips. Heerlens Nederlands. Sdu, Den Haag, 2003.
J.C. Groothuis. Proeve eener Nederbetuwsche spraakkunst. Arend
Datema Instituut, Kesteren, 2002.
M.C.A. Kessels-van der Heijde. Maastricht, Maestricht,
Mestreech. Verloren, Hilversum, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:>
J. van Borsel. Kinderen met spraakproductieproblemen.
Fonologische procesanalyse met oefeningen. Acco, Leuven/Leusden,
2003.
R. Ellis (red.). Form-focused instruction and second language
learning. Blackwell, Oxford, 2001.
M. Verrips, R. Dekkers. Taalverwerving bij kinderen in beeld
gebracht. Coutinho, Bussum, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:>
M. Ooms, Woordenboek van de Brabantse dialecten. Deel III
Algemene woordenschat sectie 2: Het huiselijk leven. Aflevering 1,
de woning. Van Gorcum, Assen, 2003.
H. Roskam. Boeven-jargon. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2002. H.
Scholtmeijer. Water werk woorden. Vier vaktalen uit het westen van
Overijssel. IJsselacademie, Kampen, 2002.
Van Dale pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2).
Van Dale, Utrecht/Antwerpen, 2003. P.J. Veth. Uit Oost en West.
Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië. Bezorgd
door N. van der Sijs. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2003.
Vlaams-Nederlands woordenboek. Standaard Uitgeverij/Het
Spectrum, Antwerpen/Utrecht, 2003.
Uit de tijdschriften. Blz. 94-95.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op
het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 96.
Jaargang 8, nummer 4, december 2003.
Hans Bennis.
Het Nederlands: een weerbare taal? Ter inleiding. Blz.281-284.
(Bennis leidt het themanummer van Nederlandse Taalkunde
'Weerbaar Nederlands' in, waarin vier bijdragen zijn opgenomen van
het colloquium 'Het Nederlands: een weerbare taal' van 21 juni 2002
plus reactie een op deze artikelen van Fred Weerman. De
achterliggende vragen van het colloquium en dit themanummer zijn:
hoe handhaaft het Nederlands zich in onze multiculturele
samenleving naast allochtone talen en kan het Nederlands zich
handhaven in een verenigd Europa waarin het Engels steeds meer
gebruikt gaat worden?)
Norbert Corver.
Hoe leefbaar is het Nederlands? Blz. 285-300.
(Corver onderzoekt hoe leefbaar of vitaal het Nederlands is en
concludeert dat zowel het Nederlands zowel als binnentaal (de
grammatische organisatie) als als buitentaal (de sociaal-culturele
positie) vitaal is. De binnentaal wordt alleen op lexicaal niveau
beïnvloed als het gaat om inhoudswoorden. Als buitentaal is
het Nederlands als moedertaal stevig verankerd in onze
maatschappij.)
Theo Janssen.
Inspirerend Nederlands? Een pleidooi voor doorstroom van kennis
over taal. Blz. 301-314.
(Janssen pleit ervoor resultaten van wetenschappelijk onderzoek
beter toegankelijk te maken voor leraren in secundair onderwijs en
hoger beroepsonderwijs, zodat zij deze in hun taalonderwijs kunnen
integreren en daarmee hun leerlingen kunnen stimuleren een
zelfbewuste houding aan te nemen tegenover hun taal.)
Anneke Neijt.
De Tao van taal, of: de spellingwet van 1995 en het geval
besse(n)sap. Blz. 315-327.
(Neijt evaluaeert de de spellingwijziging van 1995 en
concludeert dat de nieuwe regels voor de tussenklanken te snel en
zonder het nodige vooronderzoek zijn ingevoerd.)
Arie Verhagen.
Hoe het Nederlands zich een eigen weg baant. Vergelijkende en
historische observaties vanuit een constructie-perspectief. Blz.
328-346.
(Verhagen gaat aan de hand van de weg-constructie na hoe het
met de eigenheid van het Nederlands is gesteld. De weg-constructie
('ik baan mij een weg door...') komt ook in het Engels voor ('She
pushed her way out of the room'), maar onderzoek van het Engels en
Nederlands wijst uit dat de constructie zich een beide talen
autonoom ontwikkelt.)
Fred Weerman.
Hoe maakbaar is het Nederlands? Blz. 347-354.
(Weerman vraagt zich af of het Nederlands is maakbaar en
concludeert dat dat niet het geval is. Het taalsysteem is niet
maakbaar, denk aan de opkomst van 'wat' als betrekkelijk
voornaamwoord tegen alle normen in. Ook op het gebruik van een taal
in bepaalde domeinen hebben taalgebruikers maar beperkt invloed.
Dat betekent dat mocht het voortbestaan van het Nederlands in het
geding zijn, we daar weinig aan kunnen doen.)
Boekbesprekingen, blz. 355-360:
<Door: R. Salverda:> P. Heynderickx. Relationele Adjectieven in
het Nederlands. Lessius Hogeschool, Antwerpen, 2001.
<Door: A.M. Duinhoven:> J. Kerstens & A. Sturm. Beknopte
grammatica van het Nederlands. Coutinho, Bussum, 2002
Signalementen, blz. 275-277:
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> M.A. van den Broek. Erotisch
spreekwoordenboek. Veen, Amsterdam, 2002; W. Daniëls.
Liefdeslexicon, Taal van haar zachtste kant. Veen,
Amsterdam/Antwerpen, 2002; M. Grauls. Mijn naam is Haas. Hoe
historische figuren in het woordenboek belandden. Balans,
Amsterdam, 2001; G. Verhoeven & J. van Groesen. Wijzer van
geografische namen. SdU, Den Haag, 2002; E. Sanders. De taal van
het jaar. Tweehonderdvijftig woorden die het aanzien van 2001
bepaalden. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2002; T. Spruijt. Johannes.
Het groot Jannenboek. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2001; B.M.
Zollner. Groot toverwoordenboek. Het Spectrum, Utrecht, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> D. Otten. Veldnamen en oude
boerderijnamen in de gemeente Epe. IJsselacademie, Kampen, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> J. Albert-Balázsi & A.
Sneller (red.), Hongaarse bijdragen tot de neerlandistiek.
Protestantse Universiteit, Budapest, 2002; Voortgang. Jaarboek voor
de neerlandistiek XX. Stichting Neerlandistiek. VU/Nodus
Publikationen, Amsterdam/Muenster, 2001; Voortgang. Jaarboek voor
de neerlandistiek XXI. Stichting Neerlandistiek VU/Nodus
Publikationen, Amsterdam/Muenster, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> E.B. Carlin & J. Arends
(red.). Atlas of the languages of Suriname. KITLV Press, Leiden,
2002.
Uit de tijdschriften. Blz. 364-365.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op
het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 366.
Jaargang 8, nummer 3, september 2003.
Sonja van Boxtel, Peter-Arno Coppen, Theo Bongaerts.
Veel is (er) nog onduidelijk gebleken. Factoren in de keuze
voor vervangende subjecten in het Nederlands. Blz. 181-198.
(Voor leerders van het Nederlands als tweede taal vormen
zinnen met vervangende subjecten (het/er/0) een lastig
onderdeel van de grammatica omdat er geen duidelijke regels
zijn. Van Boxtel, Coppen en Bongaerts hebben hier onderzoek
naar gedaan door hoogopgeleide moedertaalsprekers zinnen met
vervangende subjecten te laten beoordelen, bijvoorbeeld 'Men
beseft niet altijd dat er een pinguïn een vogel is' versus
'Men beseft niet altijd dat een pinguïn een vogel is'.
Daaruit blijkt dat taalgebruikers voor de verschillende typen
zinnen een globale voorkeur voor het gebruik van 'het', 'er' of
'0' hebben, maar dat er telkens één factor is die
het eenduidige gebruik van 'het', 'er' of '0' verstoort.)
A.M. Duinhoven.
Actieve en passieve indirecte objecten. Een kwestie van
analyse en synthese. Blz. 199-230.
(Duinhoven schetst de ontwikkeling van datief tot indirect
object en onderscheidt daarbij twee typen indirect object: het
ondervindend voorwerp en het meewerkend voorwerp dat vaak als
PP met het voorzetsel 'aan' verschijnt. Aan beide typen liggen
verschillende structuren ten grondslag. Een zin met een
afhankelijk ondervindend voorwerp heeft een synthetische
structuur, terwijl aan een zin met een zelfstandig meewerkend
voorwerp een analytische structuur ten grondslag ligt waarbij
het indirect object syntactisch gezien een losse toevoeging
is.)
Hannie Kloots, Georges de Schutter, Steven Gillis, Marc Swerts.
Verdoffende vocalen en klinkers die verdwijnen: een
casestudy. Blz. 231-254.
(In dit artikel wordt onderzoek beschreven naar reductie
van vocalen in de onbeklemtoonde syllabe van de woorden
'moment', 'manier', 'probeert' en 'docent'. De proefpersonen
worden gevormd door 160 leraren Nederlands uit Nederland en
Vlaanderen. Van de drie mogelijke vormen van reductie
(vocaalverkorting, verdoffing tot sjwa en syncope) komt
verkorting het meest voor, met name in Vlaanderen. De overige
twee reductiemogelijkheden komen alleen in het Nederlands voor.
Verder blijkt frequentie een belangrijke factor te zijn: hoe
frequenter een woord is, hoe makkelijker reductie optreedt.)
Digitaal:
Reinier Salverda. De Elektronische ANS. Blz. 255-261.
(In dit artikel wordt de inrichting en de kwaliteit van de
elektronische versie van de ANS besproken in vergelijking met
de tweede druk uit 1997.)
Forum:
Nooit het laatste woord. Een interview met Henk
Verkuyl. Blz. 262-272.
(Norbert Corver, Mieke Trommelen en Fred Weerman
interviewden Henk Verkuyl die op 13 juni 2003 zijn
afscheidsrede 'Woorden, woorden, woorden' hield aan de
Universiteit Utrecht.)
Boekbeoordelingen, blz. 273-274:
A.M. Duinhoven. Analyse en
synthese in het Nederlands. Van Gorcum, Assen, 2001.
Signalementen, blz. 275-277:
G.A.S. Seyger, Twente tussen
west, zuid en oost (1336-1500). Variabelenlinguïstisch
onderzoek op oorkonden uit de steden Almelo, Enschede,
Oldenzaal en Ootmarsum en voorts van ambtman en rentmeester in
Twente. Enschede, 2002.
J.B. Berns en J. van Marle.
Overzees Nederlands. Meertens Instituut, Amsterdam, 2000.
Jelle de Vries. Onze
Nederlandse spreektaal. Sdu, Den Haag, 2001.
H. Crompvoets. Woordenboek van
de Limburgse dialecten. I. Agrarische terminologie, aflevering
11: rundvee, melk en boter, veeteelt algemeen. Van Gorcum,
Assen, 2001. H.H.A. van den Wijngaard, Woordenboek van de
Limburgse dialecten. II: Niet-agrarische terminologieën,
aflevering 12: houtzager, timmerman, meubelmaker, rad- en
wagenmaker, kuiper, klompenmaker, mandenmaker. Van Gorcum,
Assen, 2001.
Jan Nijen Twilhaar. Sallands, Twents
en Achterhoeks. Sdu, Den Haag, 2003.
Edward Vanhoutte (red.). Talig
Erfgoed. De zuidelijke Nederlanden in de 14e eeuw. KANTL, Gent,
2002. A. Quak en J.M. van der Horst, Inleiding Oudnederlands.
Universitaire Pers, Leuven, 2002.
Uit de tijdschriften. Blz. 278-279.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere
tijdschriften op het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 280.
Jaargang 8, nummer 2, juni 2003.
Hans van de Velde & Roeland van Hout.
De deletie van de slot-n. Blz. 93-114.
(Uit studies over deletie van de slot-n komt geen
eenduidig beeld naar voren. Van de Velde en Van Hout hebben
experimenteel onderzoek verricht op basis van een voorleestaak
van Nederlandse en Vlaamse leraren. Deletie van de slot-n
blijkt geen puur postlexicaal proces te zijn. Woordklasse,
suffix en morfeem hebben ook invloed. Daarnaast blijkt er
sprake te zijn van een verandering in de uitspraak van de
slot-n. Vlamingen lijken de slot-n meer te gaan uitspreken,
Nederlanders (die op dit moment vaker een slot-n realiseren
dan de Vlamingen) juist minder.)
Reinhild Vanderkerckhove.
De relativia 'die' en 'dat' in het dialect en de
standaardtaal van West-Vlamingen. Blz. 115-129.
(West-Vlaamse dialect- en standaardtaalsprekers gebruiken
de betrekkelijk voornaamwoorden 'die' en 'dat' afwijkend van
het Standaardnederlands. De keuze voor 'die' of 'dat' wordt in
het West-Vlaams dialect niet bepaald door genus en getal van
het antecedent, maar door de functie die het betrekkelijk
voornaamwoord in de bijzin vervult. De meeste fouten die
West-Vlamingen in de standaardtaal maken, zijn terug te voeren
op het gebruik van het betrekkelijk voornaamwoord in het
dialect.)
Helena Taelman & Steven Gillis.
Hebben Nederlandse kinderen een voorkeur voor
trochaïsche productievormen? Een onderzoek naar
truncaties in kindertaal. Blz. 130-157.
(Jonge kinderen laten vaak syllabes weg bij de productie
van meersyllabische woorden (truncatie). Uit het onderzoek van
Taelman en Gillis blijkt dat ritmische voorkeur voor een
bisyllabische trochee (een sterke gevolgd door een zwakke
syllabe), zoals geformuleerd in de trochaïsche
templaathypothese, slechts een deel van de verklaring voor
truncatie is. Ook de akoestische prominentie van syllabes
lijkt een rol te spelen.)
Digitaal:
Joep Kruijsen & Jos Swanenberg. Limburgse en
Brabantse dialectdatabanken op internet. Blz. 158-162.
(Kruijsen en Swanenberg bespreken drie databanken die via
internet beschikbaar zijn gekomen: de dialectenquête uit
1914 van Schrijnen, Van Ginneken en Verbeeten, afleveringen
van deel III (Algemene Woordenschat) van de woordenboeken van
de Brabantse en Limburgse dialecten, en registers van de delen
I (Agrarische Woordenschat) en II (Niet-agrarische
vakterminologieën) van beide woordenboeken.)
Boekbeoordelingen. Blz. 163-175:
<Door: M. van Oostendorp>R. Kager. Optimality
Theory. CUP, Cambridge, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar> J. van der Toorn-Schutte.
Cultuur en tweedetaalverwerving. Een
taalkundig-antropologische vergelijking tussen Oost en West.
Boom, Amsterdam, 2001.
<Door: Johan de Caluwe> G. Booij. The Morphology of
Dutch. OUP. Oxford, 2002.
<Door: F. Kuiken> N. Bienfait. Grammatica-onderwijs
aan allochtone jongeren. Groningen Dissertations in
Linguistics 38. Groningen, 2002.
Signalementen. Blz. 176-178:
<Door: Jan Nijen Twilhaar> N. Lemmens. Spelen
met spreuken. Spreuken voor managers. Lemma, Utrecht, 2001.
<Door: Jan Nijen Twilhaar> A. Carnie. Syntax. A
generative introduction. Blackwell, Oxford, 2002. J.K.
Trudgill & N. Schilling-Estes (red.). The Handbook of
Language Variation and Change. Blackwell, Oxford, 2002. A.
Spencer & A.M.
Zwicky (red.). The Handbook of Morphology. Blackwell,
Oxford, 2001. R. Wardhaugh. An introduction tot
sociolinguistics. Blackwell, Oxford, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar> Wie en wat in de
neerlandistiek in Nederland en België. IVN, Woubrugge,
2001.
<Door: Jan Nijen Twilhaar> W. Daniëls. Gids
voor de eindredacteur. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2002. H.
Houët. Kramers stijlgids. Het Spectrum, Utrecht, 2002. J.
Renkema. Schrijfwijzer. Sdu, Den Haag, 2002. Spellingwijzer
Onze Taal. Veen/Wolters-Noordhoff,
Amsterdam/Antwerpen/Groningen, 2002. Van Dale Klare taal. Van
Dale, Utrecht/Antwerpen, 2002.
Uit de tijdschriften. Blz. 179-180.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere
tijdschriften op het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Jaargang 8, nummer 1, maart 2003.
Leendert Plug.
Zo spreek je de "r" dus niet uit. Een fonetische kijk op
'deletie'. Blz. 2-13.
(Plug analyseert de wegval van de r na vocaal (zoals in
"hert") en concludeert dat deletie geen opzet is maar samenhangt
met de coördinatie van de spraakorganen. R-deletie is een
fonetisch proces en vertoont dan ook de nodige variatie.)
Egbert Fortuin.
De directieve infinitief en de imperatief in het Nederlands.
Blz. 14-43.
(Behalve met de imperatief kan men de hoorder ook met een
infinitiefconstructie een bepaalde handeling wel of niet laten
uitvoeren (Kloppen a.u.b., Niet vergeten, hoor!). Fortuin
analyseert het verschil tussen imperatief en infinitief door de
contexten te analyseren waarin beide vormen voorkomen en komt op
grond van syntactische verschillen tot een subtiel
betekenisverschil.)
Hans van de Velde.
Voorbeeld(ige) uitspraak. Blz. 44-57.
(Van de Velde bespreekt twee werken die de uitspraak van het
Nederlands als onderwerp hebben: Uitspraakwoordenboek van J.
Heemskerk en W. Zonneveld (2000) en Uitspraak Nederlands van L.
Beheydt, R. Dirven en U. Kaunzer (1999). Beide boeken worden
bekeken vanuit drie invalshoeken: de definitie van de klanken en
de gebruikte symbolen, de manier waarop met norm en variatie
wordt omgegaan en de bruikbaarheid van beide werken voor diegenen
die het Nederlands als tweede taal leren.)
Digitaal:
Erik Hoekstra. Taaldatabanken op het gebied van het
Fries. Blz. 58-62.
(Hoekstra geeft een overzicht van de verschillene taaldatabanken
van het Fries en gaat daarbij in op de verschillende
gebruikersgroepen (taalkundigen, onderzoekers,
geïnteresseerden). Speciale aandacht is er voor het Corpus
Gesproken Fries.)
Boekbeoordelingen, blz. 63-80:
<Door: G. de Schutter:>T. Pollmann. De letteren als
wetenschappen. AUP, Amsterdam, 1999.
<Door: M.J. van der Wal:> Judith Schoonenboom. Analyse,
norm en gebruik als factoren van taalverandering: een studie naar
veranderingen in het Nederlands onzijdig relativum. Dissertatie
Universiteit van Amsterdam, 2000.
<Door: H. den Besten:> A. Carstens & H. Grebe
(red.). Taallandskap. Huldigingsbundel vir Christo van Rensburg.
Van Schaik, Pretoria, 2001.
<Door: N. van der Sijs:> Lambert ten Kate (1710).
Gemeenschap tussen de Gottische spraeke en de Nederduytsche.
Fotomechanische herdruk ingeleid en bezorgd door I. van de Bilt
en J. Noordegraaf. Stichting Neerlandistiek VU, Amsterdam, 2001;
Lambert ten Kate (1723). Aenleiding tot de kennisse van het
verhevene deel der Nederduitsche sprake. Facsimile-editie met een
Nederlandse en Engelse inleiding door J. Noordegraaf en M.J. van
der Wal. Canaletto, Alphen aan den Rijn, 2001.
<Door: L. Lagerwerf:> L. Degand. Form and Function of
Causation. A theoretical and emperical investigation of causal
constructions in Dutch. (Studies op het gebied van de Nederlandse
taalkunde 5) Peeters, Leuven, 2001.
Signalementen, blz. 81-87:
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> E. Tiggeler. Vraagbaak
Nederlands. Sdu, Den Haag, 2001; J. Renkema. Tussen de regels.
Het Spectrum, Utrecht, 2000; J. van der Pol. Spellingboek voor
iedereen. Sdu, Den Haag, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> H. Strating-Keurentjes.
Lexicale ontwikkeling in het Nederlands van autochtone en
allochtone kleuters. Proefschrift KUB, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> M. Hulsen. Language loss
and language processing. Three generations of Dutch migrants in
New Zealand. Proefschrift KUN, 2000; W. Jansen. Relax! Ons
Nederlands toen, nu en straks. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2002;
G. Kinds. Een bössie uien en een kilo jappels. Wat wel en
niet verandert in het West-Overijssels. Stichting
Sasland/IJsselacademie, Groningen/Kampen, 2001; J. Kuitenbrouwer.
Totaal Hedenlands. Twintig jaar taaltrends. Veen,
Amsterdam/Antwerpen, 2002; P. Wagenaar. Nederengels. De invloed
van het Engels op het Nederlands. Elsevier, Den Haag, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> J. Caluwe & A. van
Santen. Gezocht: Functiebenamingen (m/v). Sdu, Den Haag, 2001.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Taal in stad en land (13
delen: Amsterdams, Fries en Stadsfries, Gronings, Haags, Leids,
Maastrichts, Oost-Brabants, Rotterdams, Stellingwerfs, Utrechts
en Veluws en Flevolands, Venloos en Roermonds en Sittards,
West-Brabants, Zuid-Gelderse dialecten). Sdu, Den Haag, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> P. Oosterheert. De
breinbaas van Bommelstein. Over de wereld van Marten Toonder.
Sdu, Den Haag, 2001.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> A. Abeling. Het groene
woordenboek. Sdu, Den Haag, 2002; H. Heikens e.a. Hebreeuwse en
Jiddisje woorden in het Nederlands. Spelling, uitspraak, buiging,
herkomst en betekenis. Sdu, Den Haag, 2002; Kramers woordenboek
Nederlands. Het Spectrum, Utrecht, 2002; J. Kruijsen. Woordenboek
van de Limburgse dialecten. Dl. III Inleiding Algemene
woordenschat sectie 4: De wereld tegenover de mens. Afl. 1
vogels, Afl. 2 overige dieren. Afl. 3 flora. Van Gorcum, Assen,
2001/2002; H. Scholtmeijer. Woordenboek van de Overijsselse
dialecten. IJsselacademie, Kampen, 2001; J. Swanenberg.
Woordenboek van de Brabantse dialecten. Dl. III Algemene
woordenschat sectie 4: De wereld tegenover de mens. Afl. 1
vogels, Afl. 2 overige dieren, Afl. 3 flora. Van Gorcum, Assen,
2001/2002; W. Visser & S. Dyk. Eilander Wezenbuek.
Woordenboek van het Schiermonnikoogs. Fryske Akademy, Leeuwarden,
2002; Wurdboek fan de Fryske taal. Woordenboek der Friese taal.
Deel 18 ridderlik-siedsprut. Fryske Akademy, Leeuwarden, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Jaarverslag 1999 en 2000.
INL, Leiden, 2001; Jaarverslag 2001. INL, Leiden, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> N. Lemmens. Spelen met
spreuken. Spreuken voor managers. Lemma, Utrecht, 2001.
Uit de tijdschriften. Blz. 88-90.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op
het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 91-92.
Jaargang 7, nummer 4, december 2002.
Peter-Arno Coppen en Crit Cremers.
Parseren in de polder. Nederlandse taaltechnologie in perspectief.
Blz. 305-311.
(Deze aflevering van Nederlandse Taalkunde gaat over parsers,
computerprogramma's voor de analyse van het Nederlands. Coppen en
Cremers bespreken in dit inleidende artikel de stand van zaken in het
onderzoek.)
Peter-Arno Coppen.
Het geheim van de oude dame. De Nijmeegse parser Amazon. Blz. 312-334.
(De Nijmeegse parser Amazon bestaat al sinds 1975. Coppen
bespreekt de ontwikkeling en de sterke punten van Amazon.)
Ton van der Wouden, Heleen Hoekstra, Michael Moortgat, Bram Renmans en
Ineke Schuurman.
Syntactische annotatie voor het Corpus Gesproken Nederlands (CGN).
Blz. 335-352.
(Het Corpus Gesproken Nederlands is een interessante bron van
informatie voor taalkundigen. Het corpus wordt op verschillende wijzen
geannoteerd. In dit artikel staat de syntactische annotatie centraal.)
Leonoor van der Beek, Gosse Bouma en Gertjan van Noord.
Een brede computationele grammatica voor het Nederlands. Blz.
353-374.
(In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de
Alpino-grammatica, een computationele grammatica voor het Nederlands
die het mogelijk maakt grote hoeveelheden tekst automatisch van een
syntactische analyse te voorzien.)
Crit Cremers.
('n) Betekenis berekend. Blz. 375-395.
(In dit artikel wordt het computerprogramma Delilah besproken,
waarmee zinnen ontleed kunnen worden. De auteur gaat met name in op
het raakvlak van vorm- en betekenisanalyse.)
Boekbeoordelingen, blz. 396-399:
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> S. Gillis & A.
Schaerlaekens (red.). Kindertaalverwerving. Een handboek voor het
Nederlands. Martinus Nijhoff, Groningen, 2000.
Signalementen, blz. 400-401:
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> H. de Hoop & T. van der
Wouden (red.). Linguistics in the Netherlands 2000. John Benjamins,
Amsterdam/Philadelphia, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:>
J.J. Spa. De dialecten van Groot-Ijsselmuiden. Klank- en vormleer.
Stichting IJsselacademie, Kampen, 2000;
R. Vandekerckhove. Structurele en sociale aspecten van
dialectverandering. De dynamiek van het Deerlijkse dialect. KANTL,
Gent, 2000;
C. en G. Hoppenbrouwers. De indeling van de Nederlandse
streektalen. Dialecten van 156 steden en dorpen geklasseerd volgens
de FFM. Van Gorcum, Assen, 2001.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> T. den Boon. Woorden en hun
betekenis. SdU, Den Haag, 2001.
Uit de tijdschriften. Blz. 402.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op
het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 403.
Jaargang 7, nummer 3, september 2002.
Peter-Arno Coppen.
De Boer, de ezel en de tienermeisjes. Over ezelanafoor
d(i)egene. Blz. 201-214.
(In Nederlandse taalkunde jaargang 6, aflevering 4 constateert
Minne de Boer dat het gebruik van degene is veranderd. Hij
meent dat er geen sprake kan zijn van een samenhang met de
ezelanafoor, zoals Coppen eerder in Neder-L 0007.11
(http://www.neder-l.nl/bulletin/2000/07/020711.html)
suggereerde. In deze aflevering van Nederlandse Taalkunde laat
Coppen aan de hand van een semantische analyse zien dat deze
afwijzing voorbarig is. De taalverandering is volgens hem gelegen in
een syntactische explicitering van de ezelanafoor.)
L. van Driel.
Brill, Van Dale en de zinsontleding. Blz. 215-237.
(Hoewel W.G. Brill's Nederlandse spraakleer (I) uit 1860 een
belangrijk leerboek is voor onderwijzers, wordt geen aandacht
besteed redekundig ontleden. Van Driel laat in dit artikel zien hoe
Van Dale Brill's syntaxis bewerkte tot een leerboek voor
zinsontleding en de basis legde voor het model van de traditionele
(school)grammatica waarin niet alleen woordsoorten maar ook
zinsdelen aan de orde komen.)
Frank Joosten.
De uitspraak van letterwoorden in het Nederlands. Blz. 238-263.
(Letterwoorden kunnen letter voor letter worden uitgesproken
(EK) of als woord (VARA). Maar wanneer treedt welke uitspraak op?
Joosten heeft een set regels opgesteld aan de hand waarvan kan
worden vastgesteld op welke wijze een letterwoord wordt
uitgesproken.)
Netty van Megen.
Voornaamwoordelijke verwijzingen van de derde persoon in
zeventiende-eeuwse brieven. Blz. 264-285.
(Van Megen heeft onderzocht welke voornaamwoordelijke
verwijzingen gebruikt worden in zeventiende-eeuwse niet-literaire
taal, namelijk in brieven van eenvoudige scribenten. Er blijken
slechts marginale verschillen te zijn met het gebruik in literaire
taal. Wellicht was de kloof tussen literaire en niet-literaire taal
in deze periode minder groot dan wordt gedacht.)
Forum
Anneke Neijt. Wetgeving voor spelling. Blz. 286-291.
(Volgens Neijt is het noodzakelijk om spelling wettelijk te
regelen, maar laat de huidige wetgeving nog te wensen over. Eenheid
in de spelling is bijvoorbeeld nog niet bereikt.)
Boekbeoordelingen, blz. 292-297:
<Door: Peter Ackema:> H. Bennis. Syntaxis van het
Nederlands. AUP, Amsterdam, 2000.
<Door: Har Brok:> C.A. Backer. Verklarend woordenboek van
wetenschappelijke plantennamen. De namen van de in Nederland en
Nederlands-Indië in het wild groeiende en in tuinen en parken
gekweekte varens en hogere planten. Veen, Amsterdam/Antwerpen,
2000.
Signalementen, blz. 298-299:
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Voortgang. Jaarboek voor
neerlandistiek XIX. Stichting Neerlandistiek VU, Amsterdam, 2000. B.
Dongelmans, J. Lalleman en O. Praamstra (red.). Kerven in een rots.
SNL, Leiden, 2001.
<Door: Ad Foolen:> J. Deleu e.a. (red.). The Low Countries.
Arts and society in Flanders and the Netherlands 2002, no. 10.
Stichting Ons Erfdeel, Rekkem, 2002.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> J. van der Horst en F. Marchall.
Korte geschiedenis van de Nederlandse taal. Sdu, Den Haag,
2000.
Uit de tijdschriften. Blz. 300-302.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op
het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 303-304.
Jaargang 7, nummer 2, juni 2002.
Hanne Kloots, Georges de Schutter, Steven Gillis en Marc Swerts.
Sjwa-insertie in eindclusters: variatiepatronen in het Standaardnederlands. Blz. 97- 126.
(De auteurs onderzoeken de optionele invoeging van de sjwa tussen twee consonanten van een
cluster aan het morfeemeinde. Wat blijkt is dat niet alleen van belang is welke twee consonanten in
het eindcluster staan, maar ook dat regio, leeftijd en geslacht van de spreker belangrijke factoren zijn.)
Steven Frisson en Dominiek Sandra.
Determinanten van werkwoordfouten in de Nederlandse spelling. Een experimenteel onderzoek
bij jonge en ervaren spellers. Blz. 127-141.
(De auteurs hebben twee experimenten uitgevoerd bij spellers van 12, 13 en 18 jaar. Uit het
eerste experiment, een spellingstest waarbij vormen van homofone werkwoorden (versiert/versierd)
moesten worden ingevuld, blijkt dat spellers een voorkeur hebben voor de d-vorm en dat het aantal
d-spellingen toeneemt wanneer de frequentie van de d-vormen hoger is. Het feit dat in het Nederlands
werkwoorden met de prefixen be- en ver- frequenter voorkomen met een d-uitgang dan met een t-
uitgang, biedt hiervoor een verklaring. Blijkbaar worden bij het horen van een homofone vorm beide
spellingen geactiveerd en geeft frequentie de doorslag. Het tweede experiment bevestigt deze
hypothese. Dat betekent dat spelfouten op dit vlak niet makkelijk uit te sluiten zijn.)
Jeroen van Pottelberge.
Nederlandse progressiefconstructies met werkwoorden van lichaamshouding. Specifiteit en
geschiedenis. Blz. 142-174.
(Centraal in het artikel staan progressieve constructies van het type "Zij zit te lezen". De
auteur gaat in op verwante constructies in andere Germaanse talen en beschrijft de complexe
geschiedenis van de constructie. In het Middelnederlands vinden we progressieve constructies met
"ende" (Hi sit ende leest). Ook komen constructies met dubbele infinitief voor (Si ghingen sitten eten).
Na het verschijnen van de te+infinitiefconstructies blijven beide andere typen bestaan, waarbij de
frequentie van de ende-constructies langzaam afneemt, terwijl de dubbele infinitief in de te+infintief
wordt geïntegreerd.)
Digitaal.
Nelleke Oostdijk en Hans van Halteren.
De grammaticale annotatie van tekstcorpora. Blz. 175-181.
(Wanneer een tekstcorpus wordt ontsloten door het te annoteren met taalkundige informatie
nemen de gebruiksmogelijkheden aanzienlijk toe. In dit artikel wordt ingegaan op één
specifiek soort annotatie, de grammaticale annotatie waarbij woordsoortinformatie wordt toegevoegd.
Dit kan grotendeels automatisch worden gedaan.)
Boekbeoordelingen, blz. 182-190:
<Door: Sies de Haan:> R. Bogaart.Aspect and Temporal Ordening. A Contrastive Analysis of
Dutch and Englisch. Holland Academic Graphics, Den Haag, 1999.
<Door: Ariane van Santen:> N. van der Sijs.Etymologie in het digitale tijdperk. Een
chronologisch woordenboek als praktijkvoorbeeld. Veen, Amsterdam, 2001.
Signalementen, blz. 191-195:
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> J. Goossens, J. Taeldeman, G. Verleyen. Fonologische
Atlas van de Nederlandse dialecten. Deel II: De Westgermaanse korte vocalen in open syllabe. Deel
III: De Westgermaanse lange vocalen en diftongen. KANTL, Gent, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> F. Balk-Smit Duyzentkunst. Grammatica van het Nederlands. Sdu,
Den Haag, 2000. W. Klooster, Grammatica van het hedendaags Nederlands. Een volledig overzicht.
Sdu, Den Haag, 2001. W. Vandeweghe. Grammatica van de Nederlandse zin. Garant,
Leuven/Apeldoorn, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> N. Bakker. Guido Gezelle. Opbouw en analyse van zijn
Bastaardwoordenboek. KANTL, Gent, 2000. E. Bode. Oneliners en soundbites. De onstuitbare
opmars van het Engels. BZZto^h, Den Haag, 2001. T. den Boon. Stijlfiguren. Sdu, Den Haag, 2001.
T. den Boon. Beurstaal. Veen, Amterdam/Antwerpen, 2000. M.A. van den Broek. Alcoholisch
spreekwoordenboek. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2000. M. de Coster. Woordenboek van
eufemismen en politiek correct taalgebruik. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2001. K. van Dalen-Oskam
en M. Mooijaart. Bijbels lexicon. Woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu.
Prometheus, Amsterdam, 2000. W. Daniels. Komkom, tuuttuut, hoho. Over herhalingswoorden en
herhalingsnamen. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2001. M. Knoop. Dat is goud. Tuinbouwtaal uit 't
Westland. Adequaat, De Lier, 2000. Pierewaaien. Wat weet u over de herkomst van onze woorden?
Sdu, Den Haag, 2001. E. Sanders. De taal van het jaar. Nieuwe woorden en uitdrukkingen. Editie
2001. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2001.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> J. Swanenburg. Lexicale variatie cognitief-semantisch benaderd.
Over het benoemen van vogels in Zuid-Nederlandse dialecten. Dissertatie KUN, 2000. A. Foolen
& F. van der Leek (eds.). Constructions in Cognitive Linguistics. Selected papers from the fifth
international cognitive linguistic conference, Amsterdam 1997. Benjamins, Amsterdam/Philadelphia,
2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Onze Taal Taalkalender 2002. Sdu, Den Haag, 2001.
Uit de tijdschriften. Blz. 196-198.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op het gebied van de taalkunde
is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 199-200.
Jaargang 7, nummer 1, maart 2002.
Leonie Cornips en Aafke Hulk.
Argumentreductie in reflexieve onpersoonlijke constructies in
het Heerlens en in het Romaans. Blz. 2-19.
(In het Heerlens en de Limburgse dialecten komen reflexieve
constructies voor die in het algemeen Nederlands onaanvaardbaar
zijn, zoals "Disse stoal zit zig lekker". In de Romaanse talen komen
dergelijke constructies ook voor. De auteurs bekijken of de analyses
voor de Romaanse constructies van Cinque (1988) en Dobrovie-Sorin
(1998) ook houdbaar zijn voor het Heerlens en de Limburgse
dialecten.)
Ton van der Wouden.
Partikels: naar een partikelwoordenboek voor het Nederlands.
Blz. 20-43.
(Van der Wouden geeft een overzicht van het VNC-project:
Partikelgebruik in Nederland en Vlaanderen. Hij gaat in op de vraag
wat partikels zijn en op de opzet en de methodologische
achtergronden van een partikelwoordenboek.)
Gertjan Postma.
De enkelvoudige clitische negatie in het Middelnederlands en de
Jespersen-cyclus. Blz. 44-82.
(Volgens Jespersen (1917) maakt negatie de cyclus door van
enkelvoudige negatie (Ic en weet waar gaan) naar dubbele negatie (Ic
en weet niet waar gaan) naar enkelvoudige negatie (Ic weet niet waar
gaan) die weer naar stadium 1 terugkeert. Postma laat zien dat het
eerste stadium van de Jespersen-cyclus waarin sprake is van een
enkelvoudige clitische negatie niet of nauwelijks voorkomt in het
Middelnederlands. De zinnen lijken er wel op, maar nadere
beschouwing wijst uit dat de enkelvoudige ontkenning "en" telkens
wordt versterkt door negatief polaire elementen of constructies.)
Boekbeoordelingen, blz. 83-88:
<Door: Dominiek Sandra:> R. Dirven & M. Verspoor
(red.). Cognitieve inleiding tot taal en taalwetenschap. Acco,
Leuven/Amsersfoort, 1999.
<Door: Folkert Kuiken:> I. van de Craats. Conservation in
the acquisition of possesive constructions. A study of second
language acquisition by Turkish and Moroccan learners of Dutch.
Dissertatie KUB, Tilburg, 2000.
Signalementen, blz. 89-91:
<Door: Marc van Oostendorp:> E. Tiggeler en R. Droeve.
Webwijzer. SdU Uitgevers, Den Haag, 2000. T. Stielstra. Zoeken en
vinden op internet. SdU Uitgevers, Den Haag, 2001.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> L.J. White a.o. (eds).
Language awareness. A history and implementations. AUP, Amsterdam,
2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> H.A. Hoetink. Voer voor
alfabeten. Alles wat je al dacht te weten over taal. BZZtoh, 's-
Gravenhage, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> J. van der Schaar. Prisma
Voornamen. Het Spectrum, Utrecht, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> A. de Vries. Wie kijft die
blijft. Vrouwen in bijbelvertalingen. Veen, Amsterdam/Antwerpen,
2000.
Uit de tijdschriften. Blz. 92-94.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op
het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 95-96.
Jaargang 6, nummer 4, december 2001.
Renée van Bezooijen.
Poldernederlands. Hoe kijken vrouwen ertegenaan? Blz.
257-271.
(Van Bezooijen heeft onderzocht hoe vrouwen van
verschillende leeftijdsgroepen afkomstig uit verschillende
regio's van Nederland tegen het Poldernederlands aankijken.
Het Poldernederlands is een sociolect dat voornamelijk door
hoog opgeleide vrouwen tussen de 25 en 45 jaar wordt
gesproken. Het blijkt dat het Poldernederlands duidelijk
onderscheiden wordt van ABN en van Nederlands met Amsterdams
respectievelijk randstedelijk accent. De groep jonge vrouwen
is (ongeacht regionale herkomst) positiever ten opzichte van
het Poldernederlands dan ten opzichte van het ABN. Het ziet
ernaaruit dat er sprake is van taalverandering en dat het
Poldernederlands terrein wint ten opzichte van het ABN.)
Anna K. Mlynarczyk.
Aspectuele overeenkomsten tussen het Pools en het
Nederlands. Blz. 272-289.
(In eerder onderzoek heeft Verkuyl (2000) aangetoond dat
er een parallel bestaat tussen het semantische verschil
tussen "duren" en "kosten" en tussen de tijdsbepalingen
"gedurende" en "in een uur". Voorbeeld: De tocht
duurde/*kostte langer dan verwacht; Judith at een uurlang/*in
een uur boterhammen. Er is in beide gevallen aspectuele
afhankelijkheid tussen werkwoord en extern argument.
Mlynarczyk toont aan dat in het Pools ook een zin nodig is om
aspectualiteit te beschrijven. Dat betekent dat tegen de
traditionele opvattingen van de Slavische taalkunde in voor
een adequate analyse van aspectualiteit het Slavisch samen
met het Germaans onderzocht dient te worden.)
Minne G. de Boer.
Anaforisch "degene". Blz. 290-305.
(Oorspronkelijk is "degene" een kataforisch voornaamwoord
dat uitsluitend gevolgd kan worden door een beperkende
betrekkelijke bijzin: degene die te laat komt, krijgt
strafwerk. Er doen zich verschillende ontwikkelingen voor. Zo
treft De Boer bewijsplaatsen aan waarin "degene" naar dieren
of dingen verwijst. "Degene" blijkt bovendien anaforisch
gebruikt te kunnen worden: als iemand dat zegt, dan heeft
degene het mis. De Boer analyseert het anaforische "degene"
en wijst erop dat we mogelijk te maken hebben met een
gendervermijdende uitdrukking. De eerste attestaties zijn in
elk geval afkomstig van vrouwelijke sprekers.)
Digitaal.
Ulrike Vogl. De rol van internet voor minderheidstalen.
Blz. 306-311.
(Internet speelt een positieve rol in het behoud van
minderheidstalen. Wie het nieuws in het Fries wil lezen kan
terecht bij op een site van "Omrop Fryslân" en voor een
Quechua-vertaling van een roman van Márquez kan de
site van onder meer de universiteit van Pennsylvania
geraadpleegd worden. Voor taalkundigen betekent dat dat
authentiek tekstmateriaal eenvoudig toegankelijk is voor
onderzoek.)
Boekbeoordelingen, blz. 312-318.
<Door: Els Ruijsendaal:> I. van Hardewijk-Kooij.
Lodewijk Meijer (1629-1681). (Proefschrift) [Z.p.], 2000.
<Door: Hans den Besten:> C.G.A. Oldendorp. Historie der
caribischen Inseln Sanct Thomas, Sanct Crux und Sanct Jan,
insbesondere der dasigen Neger und der Mission der evangelichen
Brueder unter denselben. Erster Teil. Kommentierte Ausgabe des
vollstaendigen Manuskriptes aus dem Archiv der Evangelischen
Brueder-Unitaet hernnhut. Uitgegeven door G. Meier e.a. Verlag
fuer Wissenschaft und Bildung, Berlin, 2000.
Signalementen, blz. 319-323.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> D. van Wissen. De Dikke
Driek. Het betere werk. Luchtige taalbeschouwingen. BZZToh,
's-Gravenhage, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> V. de Tier & A.
Marynissen (red.) m.m.v. H. Brok. Van de streek. De
weerspiegeling van dialecten in familienamen. Stichting
Nederlandse Dialecten, Groesbeek, 2001.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> I. van Dijk. Etiquette.
Over moderne omgangsvormen. Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> W. Zonneveld. Van Afflighem
en Chaucer: Het leven van Sinte Lutgart als jambisch gedicht.
Stichting Neerlandistiek VU Amsterdam, Amsterdam, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> J. van Loon. De
ontstaansgeschiedenis van het begrip stad. Koninklijke Academie
voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Prismawoordenboeken (elf
nieuwe edities). Spectrum, Utrecht, 2001.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> G. Craps. Structuur en
textuur. Thema en cohesie in Nederlandse expositorische teksten.
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent,
1999.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> J. Goossens. Ausgewaehlte
Schriften zur niederlaendischen und deutschen Sprach- und
Literaturwissenschaft. Waxmann, Muenster, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> R. Beyers (red.). Van
vader- naar moedertaal. Latijn, Frans en Nederlands in de
dertiende-eeuwse Nederlanden. Koninklijke Zuid-Nederlandse
Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, Brussel,
2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> F. Debrabandere. Wat
woorden weten. Over woorden en hun geschiedenis. Veen,
Amsterdam/Antwerpen, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> H. Scholtmeijer.
Woordenboeken van de Overijsselse Dialecten. Aflevering 1. Het
Huis-A. Stichting IJsselacademie, Kampen, 2000.
Uit de tijdschriften. Blz. 324-325.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere
tijdschriften op het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 326.
Jaargang 6, nummer 3, september 2001.
Stefan Grondelaers, Hilde van Aken, Dirk Speelman, Dirk Geeraerts.
Inhoudswoorden en preposities als standaardiseringsindicatoren.
De diachrone en synchrone status van het Belgische Nederlands. Blz.
179-202.
(Het Vlaams-Nederlands Comité voor Nederlandse taal en
cultuur (VNC) subsidieert verschillende taalkundige projecten.
Grondelaers e.a. hebben in het kader van het project "Lexicale
variatie in het Standaardnederlands. Convergentie/divergentie en
standaardisering/substandaardisering in het Belgische en
Nederlandse Nederlands" onderzocht of het Belgische en Nederlandse
Nederlands al dan niet naar elkaar toe zijn gegroeid. Zij hebben
dat gedaan aan de hand van 12 kledingbegrippen, 15 voetbalbegrippen
en 16 voorzetselverbindingen.)
Vicky van den Heede, Katrien Deygers, Johan de Caluwe, Johan
Taeldeman.
Lexicale Noord/Zuid-variatie in het Standaardnederlands. Een
synchrone en diachrone studie van werkwoorden op basis van corpora.
Blz. 203-214.
(Binnen het hiervoor genoemde VNC-project "Lexicale variatie in
het Standaardnederlands" werken Van den Heede e.a. aan een
onderzoek naar werkwoorden. Op basis van een corpus teksten brengen
zij de Noord/Zuid-variatie bij werkwoorden in kaart. In dit artikel
staat de onderzoeksmethode centraal.)
Leonie Cornips, Willy Jongenburger.
Het design en de methodologie van het SAND-project. Blz.
215-232.
(Cornips en Jongenburger werken aan het VNC-project "Een
syntactische atlas van Nederlandse dialecten" (SAND). In dit
artikel bespreken zij de opzet en de methodologie van dit project.)
Forum:
Bregje Holleman, Joost Schilperoord. Taalkunde en
taalbeheersing: What's in a name Blz. 233-238.
(In de vorige aflevering van Nederlandse Taalkunde pleitte Henk
Verkuyl in deze rubriek voor een herbezinning op de relatie tussen
taalkunde en taalbeheersing. Emotionele en historische oorzaken
belemmeren volgens hem een verdere (onderwijs)integratie van
taalkunde en taalbeheersing. Holleman en Schilperoord zijn
daarentegen van mening dat een fundamenteel verschil in benadering
en methodologie de twee disciplines gescheiden houdt.)
Boekbeoordelingen, op blz. 239-244:
<Door: Víctor Sánchez-Valencia:> H. Verkuyl.
Semantiek. Het verband tussen taal en werkelijkheid. Amsterdam
University Press, Amsterdam, 2000.
<Door: Corrie de Haan:> Nicoline van der Sijs en Jaap
Engelsman. Nota Bene. De invloed van het Latijn en Grieks op het
Nederlands. Sdu Uitgevers, Utrecht/Amsterdam, 2000.
Signalementen, op blz. 245-249:
<Door: Marc van Oostendorp:> Nicoline van der Sijs (ed.).
Wie komt daar aan op die olifant? Een zestiende-eeuws taalgidsje
voor Nederland en Indië, inclusief het verhaal van de
avontuurlijke gevangenschap van Frederik Houtman in Indië.
Veen, Amsterdam/Antwerpen, 2000.
<Door: Harrie Scholtmeijer:> Jo Daan. Geschiedenis van de
dialectgeografie in het Nederlandse taalgebied. Rondom Kloeke en
het Dialectenbureau. Koninklijke Nederlandse Academie van
Wetenschappen, Amsterdam, 2000.
<Door: Harrie Scholtmeijer:> A. Fien (+), J.B. Keuter, A. van
der Linde-van der Weerdt [e.a.]. Woordenboek van de Kamper Taal.
Aangevuld, bewerkt en ingeleid door Ph. Bloemhoff-de Bruijn.
IJsselacademie, Kampen, 2000.
<Door: Henny van der Neut:> Dora Dolle-Willemsen en Agnes
Verbies. Taal in de klas. Contact, Amsterdam/Antwerpen, 1999.
<Door: Henny van der Neut:> Ewoud Sanders.De taal van het jaar.
Nieuwe woorden en uitdrukkingen editie 2000. Contact,
Amsterdam/Antwerpen, 2000.
Uit de tijdschriften. Blz. 250-252.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op
het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 253.
Jaargang 6, nummer 2, juni 2001.
Wim Zonneveld.
De lidwoorden DE en EEN in de dertiende-eeuwse Lutgart. Blz. 89-111.
(Zonneveld laat aan de hand van de jambische tekst 'Het leven van
Sinte Lutgart' zien dat rond 1270 de vormen DE en N reeds als lidwoord
werden gebruikt.)
Maurice Vliegen.
Het facultatieve OM na illocutionaire werkwoorden. Blz. 112-132.
(In zinnen als 'Je moet beloven (om) nu eens op tijd naar bed te
gaan' is het woord OM facultatief. Maurice Vliegen laat zien dat als
de spreker verwacht dat de inhoud van de het infinitiefcomplement
gerealiseerd wordt, hij OM zal gebruiken.)
Sjef Barbiers.
Adjectieven voor taalkundigen. Blz. 133-148.
(Barbiers bespreekt in dit artikel Adjectives and adjective
Phrases. Modern Grammar of Dutch Occasional Papers 2 van Hans
Broekhuis. Dit werk is een van de eerste resultaten van het NWO-project
A Modern Grammar of Dutch dat onder leiding van Henk van Riemsdijk
wordt uitgevoerd aan de Katholieke Universiteit Brabant. Het doel van
dit project is alle kennis over de syntaxis van het Nederlands bijeen
te brengen in een Engeltalige grammatica om deze kennis zodoende
toegankelijk te maken voor professionele taalkundigen. Volgens Barbiers
is Adjectives and adjective Phrases een flinke stap in de richting van
het beoogde doel.)
Hans Broekhuis en Henk van Riemsdijk.
Naschrift bij het besprekingsartikel van Sjef Barbiers. Blz.
149-153.
(Broekhuis en Van Riemsdijk gaan nader in op doelstelling en inhoud
van het project A Modern Grammar of Dutch.)
Forum:
Henk Verkuyl. Taalkunde en taalbeheersing: hoe verder? Blz.
154-156.
(De verhouding tussen taalkunde en taalbeheersing ligt gevoelig.
Verkuyl schetst hoe dat zo gekomen is en is van mening dat er alle
reden is voor een herdefinitie van de relatie tussen beide
disciplines.)
Boekbeoordelingen, blz. 157-164:
<Door: Tom Koole:> A. Agnes Sneller en Agnes Verbiest. Wat
woorden doen. Cursusboek Genderlinguïstiek. Coutinho, Bussum,
2000.
<Door: Frans Hinskens:> Ton Goeman. T-deletie in Nederlandse
dialecten. Kwantitatieve analyse van structurele, ruimtelijke en
temporele variatie. LOT, Amsterdam, 1999.
Signalementen, blz. 165-168:
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Lisanne Klein Gunnewiek.
Sequenzen und Konsequenzen. Zur Entwicklung niederländischer
Lerner im Deutschen als Fremdsprache. Rodopi, Amsterdam/Atlanta, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman.
Verdomd interessant, maar gaat u verder... De taal van Wim T.
Schippers. Sdu Uitgevers/Standaard Uitgeverij, Den Haag/Antwerpen,
2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Voortgang. Jaarboek voor de
neerlandistiek XVIII, 1999. Stichting Neerlandistiek VU, Amsterdam,
1999.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> R. Belemans en J. Goossens.
Woordenboek van de Brabantse dialecten. Deel III Inleiding en
klankgeografie van de Brabantse dialecten. Van Gorcum, Assen, 2000.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> M. Ooms en J. Goossens. Woordenboek
van de Limburgse dialecten. I. Agrarische terminologie. Aflevering 13:
landbouwvoertuigen. Van Gorcum, Assen, 1999.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> G.H. Kocks (m.m.v. J.P. Vording, A.
Beugels, dr. H. Bloemhof e.a.). Woordenboek van de Drentse dialecten.
M-Z. Van Gorcum, Assen, 1997.
<Door: Fred Weerman:> K.L. Poll-stichting voor Onderwijs, Kunst
& Wetenschap. DierenTaal; over communicatie bij dieren. Sdu
Uitgevers, Den Haag, 1999.
Uit de tijdschriften. Blz. 169-174.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op het
gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 175.
Jaargang 6, nummer 1, april 2001.
Hans Broekhuis.
Hoeveel syntaxis zit er in het lexicon? Blz. 3-21.
(In de generatieve grammatica werden lexicon en syntaxis als
strikt gescheiden modules gezien tot de introductie van het
minimalistische programma, waarin werd aangenomen dat lexicale
elementen formele kenmerken bevatten die gezien kunnen worden als
instructies aan de syntaxis. Op grond hiervan kan worden aangenomen
dat het computationele systeem (= de syntaxis) deel uitmaakt van de
Universele Grammatica. Broekhuis betoogt in zijn artikel dat deze
recente theorie zekere tekortkomingen heeft en stelt een alternatief
voor. In zijn optimaliteitstheorie blijft echter de hypothese
overeind dat het computationele systeem onderdeel is van de
Universele Grammatica.)
Ina C. Schermer-Vermeer.
Grammatica, lexicon en de dubbel-objectsconstructie in het
Nederlands en het Engels. Blz. 22-37.
(Schermer-Vermeer gaat in op de vraag in hoeverre de betekenis
van lexicale elementen bepalend is voor hun optreden in bepaalde
syntactische patronen. Ze kijkt daarbij specifiek naar de
werkwoorden die voor kunnen komen in een dubbelobjectsconstructie
(DOC) en maakt daarbij een vergelijking tussen het Nederlands en het
Engels. Wat blijkt is dat het afhankelijk is van de betekenis of een
werkwoord gebruikt kan worden in een DOC.)
Jan Koster.
Links en rechts van het werkwoord. Blz. 38-53.
(Koster geeft een nieuwe verklaring voor het verschijnsel
spiegelbeeldsymmetrie dat we kunnen observeren bij een reeks PP's
ten opzichte van het werkwoord.)
Wim Klooster.
Geen. Over plaatsing, negatie en focus. Blz. 54-84.
(Klooster bespreekt in dit artikel twee kwesties waarin het
woord 'geen' een belangrijke rol speelt: ambigue zinnen met
'geen'(voorbeeld: ik probéér geen opties te
verzilveren) waarin 'geen' zowel een groot als een klein bereik kan
hebben, en combinaties van voorzetsels en constituenten met 'geen'
die in het ene geval wel mogelijk zijn (voorbeeld: met geen pen) en
in het andere geval niet (voorbeeld: *met geen suiker).)
Boekbeoordelingen, blz. 85-88:
<Door: Reinier Salverda:> Hans den Besten, Els
Scheffers & Jan Luif (red.). Samengevoegde woorden. Voor Wim
Klooster bij zijn afscheid als hoogleraar. Universiteit van
Amsterdam/Leerstoelgroep Nederlandse Taalkunde, Amsterdam,
2000.
Jaargang 5, nummer 4, december 2000.
P. van Reenen.
De Zuidhollands-Gelderse herkomst van het Pella Dutch in Iowa.
Blz. 301-324.
(Vanaf 1846 emigreerden Nederlanders naar Pella in Iowa. Het
zogenaamde Pella Dutch wijkt af van het Standaardnederlands. Om deze
afwijkingen te kunnen begrijpen en verklaren bestudeert Van Reenen
de herkomstdialecten van de migranten.)
G. de Schutter & H. Kloots.
Relatieve woorden in het literaire Nederlands van de 17e eeuw.
Blz. 325-342.
(De Schutter en Kloots geven een overzicht van de evolutie van
relatieve woorden in het Nederlands en gaan vervolgens in op de
situatie in het literaire 17e-eeuws. Het meest opmerkelijk is het
paar 'daar/waar': in het 17e-eeuws werd vrijwel uitsluitend 'daar'
gebruikt, in het huidige Nederlands is het relativum 'daar' geheel
door 'waar' vervangen.)
A. van Santen & M. van der Wal.
Honderd jaar Nederlands en meer. Blz. 343-355.
(Van Santen en Van der Wal bespreken in dit artikel
'Geschiedenis van het Nederlands in de twintigste eeuw' van Joop en
Kees van der Horst (Sdu Uitgevers, Den Haag, 1999), waarin een
overzicht wordt gegeven van de voornaamste taalveranderingen tussen
1900 en 2000.)
Digitaal:
S. Grondelaers [e.a.]. Het CONDIV-corpus geschreven
Nederlands. Blz. 356-363.
(Het CONDIV-corpus is een verzameling van 47 miljoen woorden
geschreven Nederlands. Het is speciaal aangelegd ten behoeve van het
CONDIV (Convergentie/divergentie en standaardisering /
substandaardisering in Nederland en Vlaanderen)-project. In dit
artikel wordt ingegaan op de samenstelling van het corpus en
specifiek op de internettaal die het corpus bevat. Ook wordt
aandacht besteed aan de diachrone dimensie van het corpus.)
Boekbeoordelingen, blz. 364-371:
<Door: A. Ammann & B. Bultinck:> Pieter Muysken.
De toren van Babel. Amsterdam University Press, Amsterdam, 1999.
<Door: W. Vandeweghe:> N. van der Sijs. Taaltrots. Purisme
in een veertigtal talen. Contact, Amsterdam/Antwerpen, 1999.
Signalementen, blz. 372-376:
<Door: J. Nijen Twilhaar:> L. Parmentier & E.
Sanders. Beeld van een taal. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2000.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> E. Tiggeler. Taalwijzer voor de
overheid. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2000. J. Gerits. Betere taal:
meer recht. Acco, Leuven/Amersfoort, 1999. P. van der Horst. De
taalgids. Tekstverzorging van A tot Z. Sdu Uitgevers, Den Haag,
1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> W. Daniëls.
Boerenkoolvoetbal. Sdu uitgevers/Standaard Uitgeverij, Den
Haag/Antwerpen, 2000.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> M. Beers [e.a.]. From Sound to
Sentence. Studies on First Language Acquisition. Centre for Language
and Cognition Groningen, Groningen, 2000.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> G. Dorren. Nieuwe tongen. De
talen van migranten in Nederland en Vlaanderen. Sdu
Uitgevers/Standaard Uitgeverij/Forum Instituut voor Multiculturele
Ontwikkelingen, Den Haag/Antwerpen/Utrecht, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> N. Morciniec & S. Predota.
Neerlandica Wratislaviensia. Wydawnictwo Uniwersytetu Wroclawskiego,
Wroclaw, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> Neerlandici in bedrijf, LVVN,
Amsterdam, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> R. Reinsma. Neologismen. Sdu
Uitgevers/Standaard Uitgeverij, Den Haag/Antwerpen, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> Hoe schrijf ik mijn dialect?
Een referentiespelling voor alle Brabantse dialecten. Acco,
Leuven/Amersfoort, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> J. Kruijsen [e.a.]. Nederlandse
dialectkunde. Registers. Van Gorcum, Assen, 2000.
Uit de tijdschriften. Blz. 377-379.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op
het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 380.
Jaargang 5, nummer 3, oktober 2000.
Cor van Bree.
De ontwikkeling van het Twentse genussysteem. Blz. 217-243.
(Het is bekend dat dialecten tegenwoordig sterk
beïnvloed worden door de standaardtaal. Het oude Twents kent
in tegenstelling tot het ABN nog een duidelijk
drie-generasysteem. Blijft dit overeind onder invloed van het
Standaardnederlands?)
Peter Ackema.
Botsende voegwoorden: een syntactisch OCP-effect? Blz.
244-249.
(Waarom is de zin "Vroeg je nou of die plaats bezet is of dat
hij vrij is?" wel acceptabel, en "Vroeg je nou of die plaats
bezet is of of hij vrij is?" niet?)
Jacqueline Evers-Vermeul.
De complexiteit van connectiefverwerving. Blz. 250-271.
(Welke connectieven (talige eenheden waarmee verbanden tussen
(deel)zinnen worden aangegeven, zoals 'en', 'maar' en 'omdat')
leren kinderen het eerst aan en waarom?)
Forum:
Jan Stroop. Naar een rehabilitatie van het ABN. Blz.
272-279.
(Over de benaming ABN is vanwege het woord 'beschaafd' veel
gediscussieerd. Synoniemen, zoals Standaardnederlands, zijn
echter niet aangeslagen. In ingezonden brieven in kranten wordt
steevast over ABN gesproken. Volgens Jan Stroop is het zelfs zo
dat iedereen dezelfde ABN-norm in zijn hoofd heeft. Deze norm is
echter wel aan het veranderen ...)
Digitaal:
Nelleke Oostdijk. Het Corpus Gesproken Nederlands. Blz.
280-284.
(In 1998 is het project Corpus Gesproken Nederlands (CGN) van
start gegaan, dat zich richt op het aanleggen van een databank
van hedendaags Nederlands zoals dat door volwassenen in Nederland
en Vlaanderen wordt gesproken. Een artikel over de opzet en het
doel van dit project.)
Boekbeoordelingen, blz. 285-292:
<Door: Marc van Oostendorp:> W. Kehrein & R. Wiese
(red.). Phonology and Morphology of the Germanic Languages. Max
Niemeyer Verlag, Tübingen, 1998.
<Door: Reinier Salverda:> A. Welschen. Duale syntaxis en
polaire contractie. Negatief gebonden of-constructies in het
Nederlands. Stichting Neerlandistiek VU/Nodus Publikationen,
Amsterdam/Münster, 1999.
Signalementen, blz. 293-295:
<Door: Ad Foolen:> W. Smedts & P.C. Paardekooper
(red.). De Nederlandse taalkunde in kaart. Acco,
Leuven/Amersfoort, 1999.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> O. Crasborn, J. Coerts, E. van
der Kooij, A. Baker & H. van der Hulst. Gebarentaalonderzoek
in Nederland en Vlaanderen. HAG, Den Haag, 1999.
Uit de tijdschriften. Blz. 296-299.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften
op het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 300.
Jaargang 5, nummer 2, mei 2000.
M. Hüning.
'Monica' en andere 'gates'. Het ontstaan van een morfologisch
procédé. Blz. 121-132.
(Met het element '-gate' kan vrij gemakkelijk een naam worden
gevormd voor een willekeurig (politiek) schandaal, 'Irangate'
bijvoorbeeld. Een overzicht van de ontwikkeling van '-gate' dat in
het Engels begint (Watergate) en in het Nederlands eindigt
('beursgate').)
J. van Craenenbroeck.
Complementerend van. Een voorbeeld van syntactische variatie in
het Nederlands. Blz. 133-163.
(In Vlaanderen kan 'van' gebruikt worden als bijzininleider
(complementeerder) van een infinitiefzin, zoals in 'hij weigert van
dat te doen'. In dit artikel wordt een karakterisering gegeven van
deze 'van'-constructie.)
G. Meesters.
Convergentie en divergentie in de standaardtaal: het
stripverhaal Suske en Wiske als casus. Blz. 164-176.
(De stripreeks Suske en Wiske kende tussen 1953 en 1964 twee
uitgaven: een Vlaamse en een Nederlandse. Vanaf 1964 verschijnt de
strip alleen nog in het standaard Nederlands. Onderzocht wordt het
taalgebruik van de Nederlandse en Vlaamse uitgaven: welke
verschillen kunnen geconstateerd worden en hoe ontwikkelen deze
zich.)
Forum:
G. Bouma & I. Schuurman. Naar een digitale bibliotheek
voor de taalkunde. Blz. 177-180.
(Het NWO-rapport 'Een digitale bibliotheek voor de
geesteswetenschappen' handelt over het gebruik van ICT in de
genoemde wetenschappen. In dit artikel worden de hoofdpunten van
het rapport besproken en wordt ingegaan op het gebruik van digitale
hulpmiddelen in de taalkunde.)
Digitaal:
B. van den Berg. Meertens Instituut: variatielingu"istiek
on-line. Blz. 181-186.
(Het Meertens Instituut-KNAW zal haar collectie aan
taalvariatie digitaal beschikbaar stellen zodat onderzoek naar een
bepaald verschijnsel aangevuld kan worden met een onderzoek naar
variatie. In dit artikel wordt beschreven welke gegevens worden
aangeboden en hoe deze zijn te gebruiken.)
Boekbeoordelingen, blz. 187-203:
<Door: A.M. Duinhoven:> J.A. Pardoen. Interpretatiestructuur:
een onderzoek naar de relatie tussen woordvolgorde en zinsbetekenis
in het Nederlands. Stichting Neerlandistiek VU Amsterdan/Nodus
Publikationen Muenster, 1998.
<Door: R. van Zonneveld:> E. van der Heijden. Tussen
nevenschikking en onderschikking. Een onderzoek naar verschillende
vormen van verbinding in het Nederlands. Holland Academic Gaphics,
Den Haag, 1999.
<Door: J. Kruijsen:> H. Scholtmeijer. Naast het Nederlands.
Dialecten van Schelde tot Schiermonnikoog. Contact,
Amsterdam/Antwerpen, 1999.
Signalementen, blz. 204-208:
<Door: M.J. van der Wal:> K. van Dalen-Oskam. Studies over
Jacob van Maerlants Rijmbijbel. Verloren, Hilversum, 1997.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> M. Klein en M. Visscher. Handboek
verzorgd Nederlands. Spellingsregels, schrijfadviezen. Contact,
Amsterdam/Antwerpen, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> J.W. de Vries. Niet alleen voor
paarden. Nederlands: de groei van de standaardtaal, de positie in
Europa en de wereld, recente veranderingen. Stichting
Neerlandistiek te Leiden, Leiden, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> A.A. Weijnen. Oude Woordlagen in de
zuidelijk-centrale dialecten. Meertens Instituut, Amsterdam, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> P. Burger en J. de Jong (red.).
Taalboek van de eeuw. Sdu Uitgevers/Standaard Uitgeverij, Den
Haag/Antwerpen, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> P. Freriks, H. van Gessel en B. van
Kleef (red.). Tien jaar Groot Dictee. Sdu Uitgevers/Standaard
Uitgeverij, Den Haag/Antwerpen, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> T. den Boon en J. ten Berge. Het ABC
van het geheugen. De vergeten woorden van de 20e eeuw. Contact,
Amsterdam/Antwerpen, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> H. Duits en T. van Strien (red.). Een
wandeling door het vak. Opstellen voor Marijke Spies. Stichting
Neerlandistiek VU, Amsterdam, 1999.
Uit de tijdschriften. Blz. 209-213.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften op
het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 214-215.
Jaargang 5, nummer 1, februari 2000.
R. Salverda.
Taalwetenschap in Nederland rond 1900. Een kritische
herwaardering. Blz. 1-23.
(Het begin van de moderne taalwetenschap wordt doorgaans
gesteld op 1916 (publicatie De Saussure's Cours de Linguistique
Générale) of 1928 (Eerste Internationale
Linguïstencongres). Waar hielden taalkundigen zich voor die
tijd mee bezig? Ingegaan wordt op de periode rond 1900.)
A.M. Duinhoven.
Gapping als samentrekking van comments. Blz. 24-55.
(Het 'gat' in het tweede gedeelte van de zin Jan leest een
boek en Piet de krant duidt men aan met de term 'gapping'.
Over wat er precies in deze zin gebeurt (wordt er een element
weggelaten of samengetrokken (leest), worden er juist
elementen ingevoegd (Piet, de krant) is discussie.
Duinhoven presenteert een
nieuwe visie: gapping is naar zijn mening een regelmatige vorm van
samentrekking.)
R. van Zonneveld.
Gapping als onderspecificatie: Een constructie met losse
constituenten? Blz. 56-73.
(Van Zonneveld gaat in op de analyse van Van der Heijden 1999,
waarin gapping wordt voorgesteld als een constructie met losse
constituenten die niet syntactisch verbonden zijn. Van Zonneveld
is het niet met deze analyse eens en ziet gapping als een
bijzondere vorm van onderspecificatie waarin de categorie
werkwoord leeg is.)
A.M. Duinhoven.
Gapping in hoofdlijnen. Blz. 74-78.
(Duinhoven gaat in op theorie van Van Zonneveld en komt tot de
conclusie dat beide verklaringen elkaar uitsluiten. Hij is van
mening dat het niet nodig en zelfs onjuist is een leeg werkwoord
aan te nemen.)
R. van Zonneveld.
Over de syntaxis van 'gapping' naar aanleiding van Duinhovens
'Gapping als samentrekking van comments'. Blz. 79-84.
(Van Zonneveld is van mening dat Duinhovens theorie niet
aansluit bij de bestaande (generatieve) theorieën en vindt
dat zijn analyse niet bijdraagt aan de algemene doelstelling van
syntactische analyses: het nastreven van generalisaties.)
Forum:
W. Klooster. Nederlands als taal van wetenschap. Blz.
85-89.
(De vraag die in deze bijdrage centraal staat, luidt: Moeten
Nederlandstalige wetenschappelijke publicaties op het terrein van
de Nederlandse taalkunde, taalbeheersing, letterkunde of
(cultuur-)geschiedenis lager gewaardeerd worden dan publicaties in
het Engels? De auteur vertolkt het standpunt van de Raad voor de
Neerlandistiek, dat luidt dat het onjuist en schadelijk is
publicaties lager te waarderen wanneer deze in het Nederlands
geschreven zijn in plaats van in een erkende internationale
wetenschappelijke voertaal.)
Digitaal:
G. Bouma & I. Schuurman. De digitale infrastructuur
van het Nederlands. Blz. 90-94.
(Bouma en Schuurman doen verslag van een onderzoek naar de
positie van het Nederlands in de taal- en spraaktechnologie.)
Boekbeoordelingen, blz. 95-105:
<Door: J. Nijen Twilhaar:> Nicoline van der Sijs.
Het versierde woord. De Epitheta of woordcombinaties van Anthoni
Smyters uit 1620. Contact, Amsterdam/Antwerpen, 1999.
<Door: H. Scholtmeijer:> Jan Stroop. Poldernederlands.
Waardoor het ABN verdwijnt. Bert Bakker, Amsterdam, 1998.
<Door: G. de Schutter:> Ingrid Tieken-Boon van Ostade,
Marijke van der Wal & Arjan van Leuvensteijn (red.). Do in
English, Dutch en German. History and present-day variation.
Stichting Neerlandistiek VU Amsterdam/Nodus Publikationen
Münster, 1998.
Signalementen, blz. 106-112:
<Door: M.J. van der Wal:> Hugo Dehennin (ed.).
Erycius Puteanus: Sedigh Leven, Daghelycks Broodt (1639).
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent,
1999.
<Door: M. Hüning:> Marc van Oostendorp. Computers
& taal. Sdu Uitgevers, Den Haag/Standaard Uitgeverij,
Antwerpen, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> Bas en Tom Oversteegen.
Handleiding voor het oplossen van cryptogrammen. Stereo+Grafia,
Maastricht, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> Philoméene
Bloemhoff-de Bruijn. Het dialect van Ommen. Klank- en
vormverschijnselen. IJsselacademie, Kampen, 1998.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> Jaarboek van de Stichting
voor Nederlandse Lexicologie. Overzicht van het jaar 1998.
Secretariaat van de stichting, Leiden, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> Rob Doeve. Onder de pet. En
ander modern taalgebruik. Sdu, Den Haag, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> Jan Kuitenbrouwer. Oubotaal.
De taal van de kromme tenen. Contact, Amsterdam/Antwerpen, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> Onze Taal Taalkalender 2000.
Sdu, Den Haag, 1999.
<Door: J. Nijen Twilhaar:> Marga Petter. Getting PRO
under Control. A Syntactic Analysis of the Nature and Distribution
of Unexpressed Subjects in Non-finite and Verbless Clauses. HAG,
Den Haag, 1998.
<Door: A. Foolen:> Michael Tomasello (ed.). The new
psychology of language. Cognitive and functional approaches to
language structure. Lawrence Erlbaum, London, 1998.
Uit de tijdschriften. Blz. 113-118.
(Deze rubriek geeft kort weer wat er in andere tijdschriften
op het gebied van de taalkunde is verschenen.)
Ontvangen boeken. Blz. 119.
Jaargang 4, nummer 2, mei 1999.
Anastasia Giannakidou.
Polariteitsverschijnselen en (non)-veridicaliteit. Blz. 93-110.
Marco Haverkort.
Kenmerkchecking, taalverwerving en afasie. Blz. 111-125.
Mark de Vries.
Het schemergebied tussen pronomina en anaforen. Blz. 125-160.
FORUM: Helen de Hoop.
Een onderzoekerwaardig bestaan. Blz. 161-163.
DIGITAAL: Marc van Oostendorp en Ton van der Wouden.
Corpus Internet. Blz. 347- 361.
BOEKBEOORDELINGEN. Blz. 362 - 378.
<Door: Marjolein van Dort-Slijper:> Ton Hendrix,
Taalkunde
getoetst. De validatie van een vakonderdeel taalkunde in het
schoolvak Nederlands.
<Door: Germen J. de Haan:> Johan Kerstens et. al., Plato's
probleem. Een inleiding in de generatieve taalkunde.
<Door: Piet Desmet:> Ad Foolen en Jan Noordegraaf (eds.),
De taal
is kennis van de ziel. Opstellen over Jac. van Ginneken
(1877-1945).
<Door: Guido Vanden Wyngaerd:> E. Hoekstra en C. Smits
(red.),
Vervoegde voegwoorden. Lezingen gehouden tijdens het
dialectsymposion 1994.
SIGNALEMENTEN. Blz. 379 - 389.
Jaargang 3, aflevering 3, september 1998.
Themanummer: de nieuwe ANS (Alle artikelen bespreken aspecten van de nieuwe uitgave van de
Algemene Nederlandse Spraakkunst.)
Ariane van Santen.
Nemen we de ANS op haar woord? Over de morfologie in de ANS. Blz.
183-194.
Hans Bennis.
Waar is het werkwoord? Deel IV: ANS en Hans op avontuur. Blz.
195-207.
Willy Vandeweghe.
Bijzinstypes en onderschikking in de nieuwe ANS. Blz. 208-223.
Arie Verhagen.
Een omkering van volgorde? Blz. 224-236.
Ton van der Wouden.
Dat had niet zo gehoeven. Modaliteit en negatie in de nieuwe ANS.
Blz. 237-252.
Hans van de Velde.
Norm en variatie. Blz. 253-261.
Reinier Salverda.
Over de dubbelfunctie van de ANS.
Internationaliseringsperspectieven voor de Nederlandse taalkunde. Blz.
262-281.
Hans Broekhuis en Henk van Riemsdijk.
Een grammatica voor taalkundigen: a modern grammar of Dutch. Blz.
282-290.
Digitaal:
Peter-Arno Coppen en Walter Haeseryn.
Elektronisering van de ANS. Blz. 291-297.
Jaargang 3, aflevering 2, mei 1998.
Peter-Arno Coppen.
De succes-imperatief. Blz. 85-95.
A.M. Duinhoven.
Concurrerende volgordepatronen in de werkwoordgroep. Blz.
96-119.
Thijs Pollmann.
Over de uitspraak van numerieke taaltekens, speciaal die van
jaartallen. Blz. 120-130.
FORUM:
Harald Baayen.
Het Anti-Corpus-Axioma. Blz. 131-136.
DIGITAAL:
J.G. Kruyt.
Valkuilen bij corpusonderzoek. Blz. 137-140.
Boekbeoordelingen.
<Door: Jan de Vries, op blz. 141-146:> M.C. van den Toorn
e.a.
(red.), Geschiedenis van de Nederlandse Taal.
<Door: Pieter van Reenen en Maaike Mulder, op blz.
147-152:> Ann
Marynissen, De flexie van het substantief in het 13de-eeuwse
ambtelijke Middelnederlands. Een taalgeografische studie.
<Door: Marijke van der Wal, op blz. 153-155:> Cefas van
Rossum en
Hein van der Voort (red.), Die Creol Taal. 250 years of
Negerhollands texts.
<Door: Annette de Groot, op blz. 156-161:> Ton Ammerlaan,
"You get
a bit wobbly...": exploring bilingual lexical retrieval processes
in the context of first language attrition.
<Door: J. Lachlan Mackenzie, op blz. 162-166:> Louise
Cornelis,
Passive and Perspective.
Signalementen. Blz. 167-174.
Uit de tijdschriften. Blz. 175-178.
Jaargang 3, aflevering 1, februari 1998.
Ad Backus.
Turks-Nederlandse codewisseling. Universele en taalspecifieke
aspecten van taalcontact. Blz. 2-17.
(Uitgewerkte lezing van de winnaar van de
AVT/Anéla-proefschriftprijs 1997.)
Fred Weerman en Petra de Wit.
De ondergang van de genitief. Blz. 18-46.
(Een analyse van de het plaatsmaken van de constructie: 'de
ondergang des genitiefs' voor de constructie in de titel van het
artikel.)
Ron van Zonneveld.
Een nieuwe nevenschikking ontdekt. Blz. 47-60.
(Een nevenschikking van NP's die zo zijn uitgebreid, dat ze
propositioneel lijken.)
FORUM: Henk Verkuyl.
O corpora, o mores. Blz. 60-63.
(Column over het nut en het gebrek aan noodzaak voor
kwantitatief corpusonderzoek.)
DIGITAAL: Matthias Hüning.
Taalkundige tijdschriften op het internet. Blz. 62-67.
Boekbeoordeling:
<Door: Marc van Oostendorp, op blz. 68-73:> Helga
Humbert, Phonological segments: their structure and behaviour.
Signalementen. Blz. 74-79.
Uit de tijdschriften. Blz. 79-83.
Jaargang 2, aflevering 4, december 1997.
Hotze Rullmann en Jack Hoeksema.
De distributie van "ook maar" en "zelfs maar". Een corpusstudie.
Blz. 281-317.
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld.
Ha! een analyse! Blz. 318-332.
Jan Nijen Twilhaar.
Meer fonologisch gedrag van de H. Blz. 333-342.
Judith Schoonenboom.
De geschiedenis van "dat", "wat" en "hetgeen" in bijbelvertalingen.
Blz. 343-369.
Signalementen.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Horst, P.J. van der, Alles over
leestekens. Praktische handleiding voor het gebruik van leestekens
en andere tekens, 1997.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Linguistics in the Netherlands, Jane
Coerts en Helen de Hoop (red.), 1997.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Trefwoord 11 (1996).
<Door: Pieter A.M. Seuren:> Adriaen Verwer, Schets van de
Nederlandse Taal. Grammatica, Poetica en Retorica. Naar de editie
van E. van Driel, vertaald door J. Knol (...) (1783). Th.A.J.M.
Janssen en J. Noordegraaf (red.), 1997.
Jaargang 2, aflevering 3, oktober 1997
THEMANUMMER: Functionele categorieën in taalverwerving en
taalgebruik.
Jacomine Nortier.
Voorwoord. Blz. 177.
Frank Wijnen.
Functionele categorieën in Nederlandse kindertaal. Blz.
178-198.
Ineke van de Craats.
Hullie papa-van kleren. Functionele categorieën en de
verwerving van Nederlands als tweede taal. Blz. 199-222.
Joost Schilperoord en Arie Verhagen.
Functionele elementen in een cognitief perspectief. Evidentie uit
taalproductie. Blz. 223-247.
Jacomine Nortier.
Functionele categorieën in Nederlands/Marokkaans-Arabische
tweetalige gesprekken. Blz. 248-262.
Arnold Evers.
Experimenten en leerscenario's. Bespreking van Maaike Verrips,
"Potatoes must peel". The acquisition of the Dutch passive. Diss.
UvA, 1996. Blz. 263-272.
Signalementen.
<Door: Pierre Bakkes:> Een eeuw Limburgse dialectologie. J.
Goossens e.a. (red.), 1996.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> De Vries, T. en H.J. Slieker,
Schrijftaal. Leer- en werkboek (...), 1997.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Pol, J.H.J. van de, Spellinggids,
1997.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Reinsma, Riemer en Will J.B. Hus,
Prisma van de voorzetsels, 1997.
<Door: Jan Nijen Twilhaar> Daniels, Wim, Werk-woorden. Foempen,
Brampijn en andere bijzondere woorden in bedrijven en instelling.
Jaargang 2, aflevering 1, mei 1997
Marc van Oostendorp.
Enkele eigenschappen van de Nederlandse sjwa. Blz. 3-13.
Marijke van der Wal.
Grotius' taalbeschouwing in contemporaine context. Blz. 14-34.
Hans Broekhuis.
Twee typen subject. Blz. 35-51.
Guido van den Wyngaerd.
De minimaliteit van betekenis. Bespreking van Sjef Barbiers
(1995), The syntax of interpretation. Proefschrift Leiden. Blz.
52-66.
Boekbeoordelingen.
<Door: Frank Jansen:> J.M. van der Horst (1995), Analytische
taalkunde.
<Door: Jo Daan:> Caroline Smits (1996), Desintegration of
Inflection: the case of Iowa Dutch. Proefschrift VU Amsterdam.
Signalementen.
Van:
Jan van Bakel (1996), Lokwoorden voor huisdieren in Nederland. Een
dialectgeografisch-etymologische studie;
Piet-Hein van de Ven (1996), Moedertaalonderwijs. Interpretaties
in retoriek en praktijk, heden en verleden, binnen- en buitenland.
Proefschrift Utrecht;
P.A.J. Wels (1996), De spelling meester. Handleiding (...);
J. Moolemans, J. Verbeek en J. Goossens (1996), Woordenboek van de
Limburgse dialecten. Deel 1, afl. 10;
P.H. Vos (1996), Woordenboek van de Brabantse dialecten. Deel 2,
afleveringen 6 en 7;
Dirk Boutkan en Maarten Kossmann (1996), Het stadsdialect van
Tilburg; klank- en vormleer;
Lettica Hustinx (1996), Markeerders van de thematische structuur
in tekst. Proefschrift Nijmegen;
Jan Noordegraaf (1996), The Dutch Pendulum. Linguistics in the
Netherlands 1740-1900;
Vicky van den Heede e.a. (1996), Woordenboek van de Vlaamse
dialecten. Deel 3, aflevering 1;
J.J. Spa (1996), Het dialect van de stad Vollenhove. Klank- en
vormleer.
Jaargang 1, aflevering 4, december 1996
Ina C. Schermer-Vermeer.
De beschrijving van de possessieve datief. Blz. 265-279.
Stefan Grondelaers en Marc Brysbaert.
De distributie van het presentatieve `er' buiten de eerste
zinsplaats. Blz. 280-305.
Germen J. de Haan.
Over de (in-)stabiliteit van het Fries (besprekingsartikel). Blz.
306-319.
Boekbeoordelingen.
<Door: Frank van Gestel:> Leonie Cornips, Syntactische variatie in
het Algemeen Nederlands van Heerlen.
<Door: Jan Don:> Geert Booij, The phonology of Dutch.
Signalementen.
<Door: Jan Nijen Twilhaar:> Linguistics in the Netherlands 1996;
Taalvariaties. Toonzettingen en modulaties op een thema
(feestbundel Toon Hagen).
<Door: Ad Foolen> Van de Poel en Van Elst, De finesses van het
Nederlands: oefenboek voor anderstaligen.
<Door: Jan Nijen Twilhaar> Hulshof en Hendrix, Kennis over taal en
taalverschijnselen. Omgaan met taalkundige onderwerpen in de klas.
<Door: Cefas van Rossem> Maizels en Petty, Taalverhaal. Het
ontleed-leed geleden.
<Door: Jan Nijen Twilhaar> Kocks, Woordenboek van de Drentse
dialecten.