Sara Gysen.
Taal anders evalueren in de klas. Blz. 3-20.
(In dit openingsartikel pikt Sara Gysen de theoretische
draad van deel 1 weer op. Uit de bijdragen van verscheidene
deskundigen op het terrein van alternatieve evaluatie,
distilleert ze vijf invalshoeken om taal anders te evalueren
in de klas: (1) de evaluatietaak peilt naar taal als
vaardigheid; (2) de evaluatie gebeurt op verschillende
momenten in het schooljaar; (3) de evaluatietaak maakt deel
uit van het taalonderwijs; (4) bij de beoordeling worden ook
de leerlingen als beoordelaars ingeschakeld; (5) de
evaluatietaak is aangepast aan o.m. de voorkennis en het
taalvaardigheidsniveau van de leerlingen. Voor elk van deze
aspecten presenteert ze concrete voorbeelden van alternatieve
evaluatievormen voor het basis- en het secundair onderwijs. Op
die manier tracht ze de weerstand van leraren weg te werken,
die aangeven dat alternatieve evaluatie in hun klaspraktijk
niet mogelijk is. Haar afrondend lijstje met voordelen werkt
in ieder geval overtuigend.)
Lieve Verheyden.
Voorbereide mondelinge presentaties in de
lerarenopleiding. Een kijkwijzer voor de opleiders. Blz.
21-33.
(Een mondelinge presentatie houden is een talige
competentie die leraren nodig hebben bij de uitoefening van
hun beroep. Ook studenten in de lerarenopleiding moeten
geregeld een mondelinge presentatie houden. De beoordeling
ervan laat echter vaak te wensen over. Er bestaat geen
gemeenschappelijke visie over mondelinge taalvaardigheid,
studenten hebben geen houvast met betrekking tot de criteria
die gehanteerd worden, en over het aandeel van de vorm bestaan
geen duidelijke richtlijnen. Om daaraan te verhelpen, heeft
het departement Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool
Leuven, in samenwerking met het Steunpunt NT2, een kijkwijzer
'Voorbereide mondelinge presentatie' ontwikkeld. In deze
bijdrage presenteert Lieve Verheyden dit instrument dat uit
vier rubrieken bestaat: (1) structuur; (2) (abstracte)
schooltaalvaardigheid; (3) materiële organisatie en (4)
vlot en aangenaam. Elke rubriek is verder geconcretiseerd in
zichtbaar gedrag. De eerste ervaringen met de kijkwijzer en
enkele boeiende neveneffecten zijn veelbelovend. Het
instrument is ook breder toepasbaar, onder meer in het
secundair onderwijs.)
Ronny Smet.
(Rubriek 'Grof geschud'.) Zoektocht naar een bevredigend
evaluatiemodel voor de opleiding tot leerkracht Project
Algemene Vakken. Blz. 34-36.
Geppie Bootsma.
Schrijfdossier of schrijfportfolio? Blz. 37-43.
(Een alternatieve manier om schrijfvaardigheid te
evalueren, is werken met een schrijfdossier. Bedoeling is dat
leerlingen niet alleen beoordeeld worden op incidentele
schrijfprestaties, maar dat hun schrijfontwikkeling in beeld
kan worden gebracht. In dit artikel beschrijft Geppie Bootsma
twee verschillende verschijningsvormen van deze manier van
evalueren: het schrijfdossier en het schrijfportfolio. De
gelijkenis tussen beide is dat de leerling schrijfproducten
verzamelt om zicht te krijgen op zijn eigen leerproces. Maar
in het schrijfportfolio doet de leerling meer dan verzamelen
alleen, hij moet ook ordenen en selecteren. Leerkrachten die
vragen hebben over de wijze van beoordelen, over de manier
waarop je ermee werkt in de les, over de samenhang met het
schrijven voor andere vakken,... vinden in deze bijdrage een
aanzet tot antwoord.)
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'. Blz. 44-45.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 47-51.
(Deze rubriek bevat signalementen van nieuwe publicaties.)
Jaargang 33, nummer 5, juli 2004
Yke Meindersma.
Het beleidsdebat in het voortgezet onderwijs. Impressies uit de
nascholingspraktijk. Blz. 3-18.
('Leraren Nederlands omarmen het debat', daarvan is Yke
Meindersma overtuigd. Vanuit haar rijke nascholingpraktijk
kan ze daar wel een aantal redenen voor bedenken. De
ervaring heeft haar ook geleerd dat het debat een
betekenisvolle werkvorm kan zijn bij de niet-taalvakken.
Maar wat is een debat nu eigenlijk? Om het begrip wat
preciezer af te bakenen ten opzichte van de discussie, staat
ze eerst stil bij de kenmerken ervan. Vervolgens gaat ze in
op de vraag of het debat een aantrekkelijke werkvorm kan
zijn om mondelinge taalvaardigheid te onderwijzen. Ook aan
het beoordelen van de debatvaardigheid besteedt ze in deze
bijdrage ruim aandacht. Aan de hand van concreet
voorbeeldmateriaal toont ze hoe een debat opgezet en
getoetst kan worden. Lezers die aangestoken worden door haar
enthousiasme, kunnen nog extra ideeën sprokkelen in de
bibliografie met bruikbare materialen en websites. Dat
leerlingen niet alleen veel leren van het debat, maar er ook
nog plezier aan beleven, is het ultieme argument om de
twijfelaars over de streep te halen.)
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'. Blz. 19-20.
Rieja Meijlaers.
Lezen, een ontdekkingstocht naar jezelf en de wereld om
je heen. Blz. 21-37.
(Leren lezen is niet voor alle kinderen vanzelfsprekend.
Rieja Meijlaers vertelt het verhaal van drie jongens en twee
meisjes uit het 6de jaar basisonderwijs die problemen hebben
met begrijpend lezen. Ze werkt met hen rond teksten volgens
een werkwijze die 'reciprocal teaching' of 'rolwisselend
leren' heet. In grote lijnen komt het erop neer dat ze
demonstreert hoe ze zelf omgaat met teksten en dat de
leerlingen haar voorbeeld nadoen. Geleidelijk aan worden de
leerlingen actiever en evolueert haar taak van leiden naar
begeleiden. Bedoeling is niet alleen dat de leerlingen
efficiënte leesstrategieën ontwikkelen, maar
daarnaast ook ervaren dat ze van elkaar kunnen leren, meer
zelfvertrouwen ontwikkelen, initiatief leren nemen, en over
hun gedachten en gevoelens durven praten. Aan de hand van
een sessie rond de tekst Driewielen demonstreert ze
hoe deze aanpak in zijn werk gaat. De lesprotocollen spreken
boekdelen.)
Boekbespreking in de rubriek 'Ingeboekt'. Blz. 39-42.
<Door: Rita Rymenans:> Van Dale Groot
woordenboek hedendaags Nederlands. Geheel herziene derde
editie. Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie, 2002.
Sylvie Engels.
Rubriek 'Spiekerskorner': Het leesdossier in 3-6 tso. Blz.
43-55.
(Om komaf te maken met de traditionele boekbesprekingen,
voerden Sylvie Engels en haar collega's enkele jaren geleden
het leesdossier in. Inmiddels heeft elke leerling van het
3de tot en met het 6de jaar tso zijn leesdossier. De
leerlingen lezen vijf boeken per schooljaar. Voor elk
gelezen boek vullen ze hun leesdagboek in en maken ze een
boekverslag. Daarvoor hebben ze de keuze uit een reeks
taakbladen met erg uiteenlopende opdrachten. Op het eind van
het 6de jaar zijn bijna alle taakbladen aan bod gekomen, wat
maakt dat het eindproduct een evenwichtig samengesteld
leesdossier is.)
Rubriek 'Werkhuis': boekbespreking. Blz. 57-58.
<Door: Rita Rymenans:> H. Baert, L. Dekeyser
& G. Sterck (red.): Levenslang leren en de actieve
welvaartsstaat. Leuven/Leusden: Acco, 2002.
Veerle Geudens & Rita Rymenans.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 59-62.
(Met signalementen van: Levende Talen Magazine 91/4;
Klapper 12/1; Openbaar 34/1; Leesgoed 31/2; De Leeswelp
10/3; @net; Keuzelijst 'Afscheid voor altijd'; Nova et
Vetera LXXXI/4; Sprankel 15/2; Ons Erfdeel 47/3; VVL-
Ideeën 35/5; Ad Rem 18/3; Over taal 43/2.)
Jaarregister 33de jaargang. Blz. 63-67.
Jaargang 33, nummer 4, maart - april 2004
Helge Bonset, Dirkje Ebbers & Heleen Wientjes.
Nederlands voor hoogbegaafde leerlingen. Blz. 3-27.
(De belangstelling voor hoogbegaafde leerlingen is de
laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben de SLO en de Stichting
Perdix al enige jaren expertise opgebouwd met betrekking tot het onderwijs
aan deze doelgroep. Nu hebben ze de krachten gebundeld en een
publicatie uitgegeven met lesmateriaal en handreikingen aan
leraren die Nederlands geven aan hoogbegaafde leerlingen in de eerste jaren
van het secundair onderwijs. In dit artikel geven Helge Bonset, Dirkje
Ebbers & Heleen Wientjes een beeld van de publicatie Nederlands
verrijkt. Eerst gaan ze in op de vraag wat hoogbegaafdheid is en welke
eigenschappen aan hoogbegaafde leerlingen toegeschreven worden. Vervolgens
beschrijven ze de criteria waaraan verantwoord lesmateriaal voor hoogbegaafde
leerlingen moet voldoen, en hoe daar het best mee gewerkt kan worden. Op
grond van een literatuuronderzoek en enkele casestudies hebben ze 26
verrijkingstaken voor het vak Nederlands ontwikkeld. Bij wijze van
illustratie presenteren ze er twee en koppelen daaraan enkele reacties van
gebruikers. Volgens de auteurs zetten ze met deze verrijkingstaken een
vakdidactische traditie verder van aandacht voor differentiatie in de lessen Nederlands.)
Jan T’Sas.
Rubriek ‘Interkl@s’. Blz. 29-31.
Rubriek ‘Ingeboekt'. Boekbespreking. Blz. 33-36.:
<Door Rita Rymenans:> Van Dale Klare taal. Eindredactie Hans
de Groot. Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie, 2002.
Van Dale Scrabblewoordenlijst. Tweede editie. Gebaseerd op de
dertiende uitgave van de Grote Van Dale. Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie, 2002.
Lieve Verheyden.
Notities. Blz. 37-47.
(De laatste jaren is het aandeel van zelfstandig werken in het hoger
onderwijs steeds groter geworden. Desalniettemin blijven klassieke lesmomenten
waarop de studenten notities moeten maken, erg belangrijk. In het hoger onderwijs
wordt zelden systematisch aandacht besteed aan deze vaardigheid, net zomin als in
schoolboeken Nederlands voor het secundair onderwijs. Studenten moeten deze vaardigheid
vaak al doende verwerven, maar niet iedereen slaagt daar even goed in. In dit artikel
licht Lieve Verheyden eerst toe hoe notities kaderen in het geheel van een leerweg en
welk proces er schuilgaat achter de activiteit van het noteren zelf. Vervolgens
formuleert ze concrete aandachtspunten voor lectoren en tips voor studenten om het
niveau van het noteren c.q. de notities op te tillen. Dat de doelgroep van deze
bijdrage ook uitgebreid kan/moet worden naar leerkrachten en leerlingen van het secundair
onderwijs spreekt voor zich. Leerlingen die goed kunnen noteren, hebben immers een
sterke troef in handen voor hun huidige en latere studies.)
Renilde Janssens.
Rubriek ‘Achterklap/s’: Oude kasten en interessante boeken. Blz. 48.
Marleen Lippens & Fransien Vandermeersch.
Rubriek ‘Spiekerskorner’: Genietend en tekstervarend lezen in de eerste
graad. Een oefening. Blz. 49-56.
(In deze lessenreeks laten Marleen Lippens en Fransien Vandermeersch zien
dat er verschillende werkvormen bestaan om leerlingen van de eerste graad secundair
onderwijs met een actueel leesaanbod te laten kennismaken. Aan de hand van lees- en
luisterfragmenten leren leerlingen over hun leeservaring praten en ontdekken ze dat
de auteur bepaalde technieken gebruikt om hen te beïnvloeden. Een lijst met lees- en
luistersuggesties maakt een en ander meteen bruikbaar.)
Rubriek ‘Werkhuis': Boekbespreking. Blz. 57-58.
<Door Rita Rymenans:> Erik Bolhuis, Henk Hoorn & Theo
Veldhuis (red.): Kennis als Gereedschap - Activerend leren. Activerende didactiek
volgens Kag-Al. Antwerpen/Apeldoorn: Garant, 2003.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Rubriek ‘Ingeblikt’. Blz. 59-64.
(Met signalementen van: Levende Talen Tijdschrift 5/1; Levende Talen
Magazine 91/1,2&3; De Leeswelp 10/1; Nieuwe uitgaven van Stichting Lezen;
Laaggeletterdheid in de Lage Landen; VVL-Ideeën 35/4; Tsjip/Letteren 14/1;
Welwijs 15/1; Sprankel 15/1; IVO 94; Nova et Vetera LXXXI/3; Ad Rem 18/1; Over
taal 43/1; Ons Erfdeel 47/1&2.)
Jaargang 33, nummer 3, januari - februari 2004
Gert Rijlaarsdam & Martine Braaksma.
Schrijven en leren schrijven. Blz. 3-16.
(Voor de meeste leerlingen in het secundair onderwijs
is leren schrijven een hele opgave. Volgens Gert
Rijlaarsdam & Martine Braaksma komt dat omdat de
leerlingen in feite twee taken tegelijkertijd moeten
uitvoeren: een schrijftaak en een leertaak. Aan het
Instituut voor de Lerarenopleiding (Amsterdam) hebben ze
geprobeerd om alternatieve didactieken te ontwikkelen
waarin het leren schrijven sterker wordt benadrukt. Zo
kwamen ze onder meer tot de verrassende vaststelling dat
leerlingen beter leren schrijven als ze de
schrijfprocessen en schrijfproducten van andere
leerlingen observeren dan wanneer ze zelf
schrijfoefeningen maken. Hoe de didactiek
leren-door-observeren praktisch in zijn werk gaat, wordt
in deze bijdrage geillustreerd aan de hand van een
lessenreeks die uitgevoerd is in het eerste jaar
secundair onderwijs van een Amsterdamse multiculturele
school: de Smikkelcasus.)
Boekbespreking (Rubriek 'Werkhuis'. Blz. 17-18.):
<Door: Rita Rymenans:> Tanja Janssen e.a.:
'Vaardigheden voor zelfstandig leren. Een praktijkgericht
overzicht van onderzoek.' Assen: Koninklijke Van Gorcum,
2002.
Jes Leysen & Ann De Schryver.
Aan de slag met openleerpakketten. Blz. 19-34.
(Om hun studenten 'Didactiek Nederlands aan
Anderstaligen' aan den lijve te laten ervaren wat
(begeleid) zelfstandig leren betekent, besloten Jes
Leysen & Ann De Schryver bepaalde onderdelen van de
leerstof om te werken naar openleerpakketten. Aan de hand
van een concreet voorbeeld gaan ze in dit
ervaringsverslag dieper in op het waarom en het hoe van
de ontwikkelde materialen. Vervolgens staan ze uitgebreid
stil bij wat zij zelf, met vallen en opstaan, leerden als
ontwikkelaars. Mede op basis van de resultaten van een
studentenbevraging formuleren ze aandachtspunten en
adviezen voor toekomstige ontwerpers en gebruikers. Aan
enthousiasme alvast geen gebrek en hopelijk werkt dat
aanstekelijk voor andere leraren, ook uit het secundair
onderwijs bijvoorbeeld.)
Boekbespreking (Rubriek 'Ingeboekt'. Blz. 35-38.):
<Door: Renilde Janssens:> 'Van Dale
Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal.'
Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie, 2003.
Ilse Humblet.
Fahrenheit 451, de temperatuur waarop boeken branden
en hormonen op hol slaan. Blz. 39-47.
(Dat 15-jarigen uit het technisch en beroepsonderwijs
niet meteen warm lopen voor een boek, is een bekend
fenomeen. Leraren die lesgeven aan die doelgroep gaan
vaak op zoek naar boeiende alternatieven om deze jongeren
toch aan het lezen te krijgen. In het vorige nummer van
Vonk stelden Paul D'Haeninck en zijn Blankenbergse
collega's het Aspeproject voor. Ilse Humblet heeft zich
met haar leerlingen bso en tso tuinbouw in 'Fahrenheit
451' gestort, een leesbevorderingsproject van Stichting
Lezen. 'F451' stelt zich tot doel om het imago van boeken
en lezen op te poetsen door de leeservaring een plaats te
geven in de leefwereld van de jongeren. Belangrijk is ook
dat er ingespeeld wordt op verschillende types van
leerlingen en op hun uiteenlopende smaken en voorkeuren.
Succes gegarandeerd, en dat wordt overtuigend
geillustreerd met ontwapenende uitspraken van 'blitse
coole gasten'.)
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'. Blz. 49-50.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 51-61.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Moer
2003/3&4; Levende Talen Tijdschrift 4/4; Het schoolvak
Nederlands opnieuw onderzocht; Calendarium
leesbevordering; Emotionele betrokkenheid bij
jeugdliteraire teksten; Leesidee jeugdliteratuur 9/8&9;
Klapper 11/4; Openbaar 33/4; Leesgoed 30/7&8;
Keuzelijsten Leesweb; Nieuwsbrief taal; Taalschrift;
Communicatief vaardig onderwijzen; Elektronische
opgavenbanken; Kleur bekennen; IVO 93; Nova et Vetera
LXXXI/1-2; Welwijs 14/4; Etymologisch woordenboek; Taal
van het jaar drie; Creatief schrijven; Over taal 42/5;
Ons Erfdeel XLVI/5.)
Jaargang 33, nummer 2, november - december 2003
Koen Van Gorp & Lieve Verheyden.
Taalbeleid op school: hoe begin je eraan? Verkenning van een
zoekproces. Blz. 3-17.
(Het opzetten van een taalbeleid in een school is een dynamisch
proces dat op veel verschillende manieren vorm kan krijgen. In dit
artikel verkennen Koen Van Gorp & Lieve Verheyden wat taalbeleid
allemaal kan betekenen, zowel op inhoudelijk als op procesmatig vlak.
Ze beschrijven verschillende soorten van taalbeleidsacties die zich op
vier dimensies bevinden: (1) visieontwikkeling versus concrete acties;
(2) bottom up versus top down; (3) individuele leerkracht versus
lerarenteam; (4) korte termijn versus (middel)lange termijn. Dat het
samenspel op die dimensies tot verschillende scenario's kan leiden,
maken de auteurs duidelijk aan de hand van enkele praktijkverhalen. Ook
richtlijnen voor het schrijven van een taalbeleidsplan ontbreken niet.)
Gerd Cornelissen.
'Sstt, ik lees!' Zelfsturend literatuuronderwijs als neusje van de
zalm. Blz. 21-32.
(Leerlingen moeten autonome leerders worden die hun eigen
leerproces in handen nemen, sturen en evalueren. Om die
einddoelstelling te bereiken, is aan het Sint-Ritacollege in Kontich
een schoolbrede leerlijn 'leren leren' uitgewerkt. De leerlingen worden
er van 1 tot 6 gradueel en bewust getraind in leervaardigheden. In de
derde graad wordt voor Nederlands één lesuur per week
uitgetrokken voor zelfstandig zelfsturend leren. Vanaf het tweede
semester van het vijfde jaar werken de leerlingen aan een leesdossier,
wat van hen literair competente lezers moet maken. Voor elk boek dat
ze lezen (zes in totaal), kiezen ze een of meerdere verwerkingsvormen
die passen bij het boek of bij zichzelf: als mediabewuste lezer, als
gestructureerde lezer, als affectieve lezer of als creatieve lezer.
Essentieel is wel dat hun keuze verantwoord wordt. De leerkracht treedt
op als begeleider. De leerlingen zijn uiterst gemotiveerd en creatief,
de eindproducten 'neusjes van de zalm'. Aldus Gerd Cornelissen.)
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'. Blz. 33-34.
Paul D'Haeninck, Johan Lowyck & Esther De Baere.
Aspe - een eigentijds literatuurproject. Blz. 35-40.
(Tso-leerlingen uit de derde graad zijn niet altijd makkelijk warm
te krijgen voor literatuur, dat ondervonden Paul D'Haeninck, Johan
Lowyck & Esther De Baere. De ervaring heeft hen echter geleerd dat
projectmatig werken de juiste weg is om de leerlingen te motiveren. Op
die manier krijgt het lezen een plaats in een geheel van activiteiten
en wordt het nut ervan aan den lijve ervaren. Omdat de stap naar
misdaadromans voor onervaren lezers minder groot is dan naar andere
literatuur, besloten ze het Aspeproject op te zetten. Te meer omdat de
school gevestigd is in Blankenberge, dus motivatie gegarandeerd. Dit
klas- en vakoverstijgend project is een samenwerkingsverband tussen de
leerlingen van 6 Secretariaat-Talen en 6 Informatica, en de leraren
Nederlands en Informatica. In deze bijdrage schetsen de auteurs hoe het
project over de jaren heen geëvolueerd is.)
Fransien Vandermeersch & Katrien Durnez.
Taalbeschouwing. Sms-lands. Blz. 41-49.
(Lessenreeks in de rubriek 'Spiekerskorner'.)
<:Door: Rita Rymenans>: Van Dale Afkortingen. Samengesteld
door Theo de Boer & Marc de Smit. Utrecht/Antwerpen: Van Dale
Lexicografie, 2003.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 55-61.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Levende Talen Magazine
90/7; Tsjip/Letteren 13/3; Leesidee jeugdliteratuur 9/6&7; Klapper
11/2-3; Openbaar 33/3; Leesgoed 30/5&6; Handboek voor schrijvers; Nova
et Vetera LXXX/5; Studie en onderzoek binnen het vak Nederlands 36&37;
Welwijs 14/3; Sprankel 14/4; VVL-Ideeën 35/2; Courant 65;
Bevrijdingsfilms; WNT; Ad Rem 17/5; Over taal 42/4; Ons Erfdeel
XLVI/4.)
Jaargang 33, nummer 1, september - oktober 2003
Jan Demedts.
Jaarprojecten Nederlands met ICT-integratie. Blz. 3-13.
(Leerlingen uit het zesde jaar aso kunnen veel presteren als je
hen maar in actie krijgt, daarvan is Jan Demedts overtuigd. In deze
bijdrage presenteert hij een jaarplan voor Nederlands dat niet
alleen sterk gericht is op het stimuleren en ontwikkelen van
taalvaardigheden en literaire competentie, maar ook op
zelfwerkzaamheid, zelfvertrouwen, teamspirit en creativiteit. De
opbouw is geleidelijk: van eenvoudige individuele schrijf- en
spreekoefeningen naar complexere groepswerken. ICT wordt bij de
diverse projecten steeds ingezet als middel en niet als doel.
Leerlingen kijken op "een jaar van hard labeur, gekwel en
geteister, doordrongen met de geur van bloed, zweet en kubieke
meters inkt" moe maar tevreden terug.)
Luuk Van Waes & Mariëlle Leyten.
De 'kracht' van PowerPoint-presentaties: de techniek voorbij.
Blz. 15-26.
(De laatste jaren is PowerPoint steeds meer doorgedrongen in het
klaslokaal. Zo vermelden veel praktijkbijdragen aan dit tweedelige
themanummer over ICT een PowerPoint-presentatie als mogelijk
eindproduct. Dat die presentatiesoftware echter niet altijd optimaal
gebruikt wordt, heeft ieder van ons ongetwijfeld al aan den lijve
ervaren. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat visuele ondersteuningen
het leerresultaat positief dan wel negatief kunnen beïnvloeden.
Luuk Van Waes & Mariëlle Leyten zetten een aantal
praktische adviezen op een rij op het vlak van lay-out, taal,
structuur & inhoud, opbouw & animatie en techniek.
Vervolgens focussen ze op het belang van de structuurondersteuning
bij presentaties en de mogelijkheden die PowerPoint daarvoor biedt.)
Dirk Callebaut.
Compenserende software voor dyslexie. Blz. 30-40.
(Dyslectici hebben niet alleen problemen met technisch lezen en
spellen, maar ondervinden daarnaast tal van andere moeilijkheden. Zo
wordt bijvoorbeeld hun begrijpend lezen zwaar gehypothekeerd, wat
maakt dat ze ook bij andere vakken zwakker presteren. Goed nieuws is
dat de computer tegenwoordig steeds betere compenserende hulp kan
bieden. Doordat de pc een aantal formele taken vereenvoudigt, kunnen
dyslectici meer tijd en energie besteden aan de cruciale inhoud van
de tekst die ze lezen of schrijven. In deze bijdrage geeft Dirk
Callebaut een actueel overzicht van compenserende software. Het gaat
van veelgebruikte programma's (zoals een tekstverwerker, een
spellingcorrector en een digitaal woordenboek) tot programma's voor
tekstherkenning, woordvoorspelling, spraakherkenning en
spraaksynthese.)
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'. Blz. 42-43.
Ine Callebaut.
OnderStroom: een internetproject rond het thema energie
voor de derde graad lager onderwijs. Blz. 45-55.
(OnderStroom heeft tot doel de computer en het internet
op een aangename en zinvolle manier te integreren in de derde graad
van het lager onderwijs. Dit project rond energie en milieu is
opgebouwd volgens het stramien van de webspeditie of
webquest. In functie van een centrale probleemstelling (zo
veel mogelijk energie besparen op school) maken de leerlingen
doelgericht gebruik van het informatieaanbod en de
communicatiemogelijkheden van het internet. Het project werkt aan
het realiseren van doelstellingen voor wereldoriëntatie,
taalvaardigheden en vakoverschrijdende vaardigheden, meer bepaald
leren leren en sociale vaardigheden. Aan de hand van een concrete
voorstelling van OnderStroom staat Ine Callebaut stil bij de
mogelijkheden en beperkingen van het internet als didactisch
medium.)
Boekbespreking (Rubriek 'Ingeboekt'. Blz. 57-60.):
<Door Rita Rymenans:> Projectgroep Nederlands V.O.:
Nederlands in de tweede fase/ Een praktische didactiek.
Bussum: Coutinho, 2002.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 62-72.
(Met signalementen van: Moer 2003/2; Tsjip/Letteren 13/2; Beeld
van taal en ICT; Retoriek en praktijk van het schoolvak Nederlands
2002; Het schoolvak Nederlands opnieuw onderzocht; Levende Talen
Magazine 90/5&6; Levende Talen Tijdschrift 4/2&3; Pedagogische
Studiën 80/4; Courant; Openbaar 33/2; Klapper 11/1; Leesgoed
30/3&4; Leesidee jeugdliteratuur 9/4-5; Schoolboeken op internet;
IVO 91&92; Nova et Vetera LXXX/5; Welwijs 14/2; Sprankel 14/2&3;
VVL-Ideeën 35/1; Ad Rem 17/3&4; Over taal 42/2&3; Ons Erfdeel
XLVI/3; Nachbarsprache Niederländisch 2002:1-2.)
Jaargang 32, nummer 5, mei-juni 2003.
Jan T'Sas.
Prikkels in de klas. Blz. 3-8.
('De pc raakt maar moeilijk ingeburgerd in de klas', aldus
Jan T'Sas. Mogelijke redenen hiervoor zijn: de
toegankelijkheid van de schoolpc's, verouderde
onderwijsmethodes, angst voor technische problemen en het
vermeende gebrek aan educatief lesmateriaal. Vanuit
maatschappelijk oogpunt is het echter noodzakelijk om de pc
systematisch in de les te introduceren. Enkel op die manier
kan de digitale kloof tussen de haves en de
havenots overbrugd worden. Als steuntje in de rug om
met de pc aan de slag te gaan, zet de auteur vijf
basisprincipes op een rij. Zo houdt hij bijvoorbeeld een
pleidooi voor een geïntegreerde aanpak en voor
samenwerking in heterogene duo's.)
Veerle Geudens.
Efficiënt zoeken op internet. Blz. 9-12.
(Rubriek 'Faq'.)
Kris Van Rhode.
Internet in de lessen Nederlands. Nachtmerrie of droom?
Blz. 13-20.
(Biedt het internet hulp aan de leraar Nederlands in het
secundair onderwijs of is hij er alleen maar een slachtoffer
van? Dat is de centrale vraag die Kris Van Rhode aan de orde
stelt. In deze bijdrage stelt ze enkele didactische
mogelijkheden van internet voor: als naslagwerk en catalogus,
als leverancier van lesmateriaal en als communicatiekanaal.
Tot slot kan de creatieve leraar ook zelf een interactieve
site maken of zijn leerlingen aan het ontwerpen zetten. Bij
elke gebruiksmogelijkheid verwijst ze naar websites die
inspirerend kunnen werken, en ook haar eigen site is een haast
onuitputtelijke bron.)
Jeroen Devlieghere & Ine Callebaut.
Droogsurfen. Blz. 21-25.
(Rubriek 'Faq'.)
Ann Vercouter.
Mailfor2. Een e-mailproject met gebruik van Blackboard.
Blz. 27-42.
(Het Sint-Godelievecollege in Gistel heeft een
interscolair e-mailproject opgezet in het tweede leerjaar A:
Mailfor2. Vorig schooljaar was er één
partnerschool, nu zijn het er drie. Op het teleleerplatform
Blackboard maken de leerlingen een homepage aan,
wisselen ze gegevens uit en maken ze gebruik van het
discussieforum. Ann Vercouter beschrijft de inhoud en timing
van het project en illustreert een en ander met concreet
leerlingenwerk en lessuggesties. Uit de reacties van alle
betrokkenen is de meerwaarde van dit project als aanzet tot
zelfstandig leren duidelijk gebleken. Na een grondige
evaluatie zijn aandachtspunten voor de toekomst geformuleerd.)
Katrien Durnez, Marleen Lippens & Fransien Vandermeersch.
Op queeste met het vak Nederlands. Surfen met resultaat.
Blz. 43-53.
("Een webquest is een gestructureerde leeractiviteit
waarbij leerlingen gebruik moeten maken van informatie die op
het internet te vinden is." Katrien Durnez, Marleen Lippens
& Fransien Vandermeersch presenteren er drie: een
verhalencafé (over oude verhalen); kies,
Koos, gekozen (over voornamen) en hoe meer talen, hoe
meer talent (over zin en onzin van een meertalige
opvoeding). De lesmodellen zijn bruikbaar in de tweede en
derde graad aso/tso en in de derde graad bso.
Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Annemarie Huysmans & Jan T'Sas.
Duizend-en-een sites. Blz. 55-64.
(Een bonte verzameling websites en werkvormen voor het
basisonderwijs.
Rubriek 'Interkl@s'.)
<Door: Vincent Donche> J. Elen: Technologie
voor en van het onderwijs. Een inleiding in
onderwijstechnologische inzichten en realisaties.
Leuven/Leusden: Acco, 2000.
<Door: Rita Rymenans> J. Elen & E. Laga (red.):
Muizen in het auditorium. ICT in het hoger onderwijs.
Antwerpen/Apeldoorn: Garant, 2002.
<Door: Rita Rymenans> S. Van Ryssen: De hoop van
Pandora. ICT in het onderwijs. Leuven/Apeldoorn: Garant,
2001.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 68-76.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Moer 2003/1;
Levende Talen Magazine 90/3; Levende Talen Tijdschrift 4/1;
School- en klaspraktijk (Nieuw en anderstalig); TASAN; Dertien
doelen in een dozijn; Tsjip/Letteren 13/1; Klapper 10/4;
Leesgoed 30/2; Leesidee jeugdliteratuur 9/2 & 9/3;
Openbaar 33/1; Hoe onderhuids de lente wacht (KCLB); Uit de
boeken (NCJ/Villa Kakelbont); Mediargus; Pedagogische
Studiën 79/6 & 80/2; Nova et Vetera LXXX/4; IVO 90;
Welwijs 14/1; Ad Rem 17/2; Over taal 42/1; Ons Erfdeel
XLVI/2.)
Jaarregister 32e jaargang.
Blz. 77-82.
Jaargang 32, nummer 4, maart-april 2003.
Marleen Kieft & Gert Rijlaarsdam.
Recensies schrijven: de brug tussen schrijfvaardigheid en
literatuur. Blz. 3-18.
(Leerlingen uit de hogere jaren van het secundair
onderwijs moeten wel eens een recensie schrijven. Marleen
Kieft & Gert Rijlaarsdam ontwikkelden een lessenreeks
voor het leren schrijven ervan. Een analyse van de manier
waarop leerlingen met recensies moeten werken in veelgebruikte
literatuur- en taalmethodes in Nederland was hun vertrekpunt.
Verder lieten ze zich inspireren door inzichten in de
vakliteratuur over verschillende schrijverstypes, namelijk de
expressieven en de adaptieven. De pijlers waarop deze
lessenreeks gebouwd is, worden met concrete voorbeelden
geïllustreerd. Bedoeling is om een brug te slaan tussen
literatuur- en schrijfvaardigheidsonderwijs: leerlingen
ontwikkelen hun literaire competentie en leren betere teksten
schrijven.)
José Vandekerckhove.
Kortverhalen schrijven, een module. Blz. 19-38.
(Ook José Vandekerckhove overbrugt de afstand
tussen literatuur en schrijfvaardigheid in de module
Kortverhalen schrijven, bestemd voor leerlingen uit de
hogere jaren van het secundair onderwijs. Zijn theoretisch
uitgangspunt is het leerplan Nederlands van het katholiek
onderwijs. Hoofddoel is het begeleid stimuleren van de
creatieve schrijfvaardigheid van de leerlingen. Daarnaast
wordt de kennis van de leerlingen over de verhaaltheorie
opgefrist dan wel aangevuld met aspecten als
vertelstandpunten, chronologie, structuurpatronen. Tot slot
legt de module links naar de wereldliteratuur en kan ze
gebruikt worden om de leerlingen bekend te maken met grote
namen uit de wereldliteratuur.)
Dirkje Ebbers & Theun Meestringa.
Het fictiedossier. Blz. 40-52.
(Fictieonderwijs is in het Nederlandse beroepsonderwijs
eerder gericht op smaakontwikkeling en leren reflecteren dan
op technisch literaire kennis. In twee lessen helpen Dirkje
Ebbers & Theun Meestringa deze doelgroep bij het
aanleggen van een fictiedossier. De leerlingen leren hoe ze,
naast een schriftelijk verslag, ook op andere manieren hun
reactie op fictie vorm kunnen geven. Door een gedicht
bijvoorbeeld, of een affiche, een collage of misschien wel een
act.
Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Vital Meij.
'Die jeugd van tegenwoordig'. Een kennismaking met diverse
aspecten van mondelinge taalvaardigheid. Blz. 54-60.
(Op het Eldecollege in het Nederlandse Schijndel heeft een
gemotiveerde groep leraren 10 jaar geleden het project Die
jeugd van tegenwoordig opgezet. Het is bedoeld om de
leerlingen van de hogere jaren van het secundair onderwijs op
een speelse maar doeltreffende manier te laten kennismaken met
diverse aspecten van mondelinge taalvaardigheid. Hoe het
project door de jaren heen geëvolueerd is, en op welke
manier het vandaag de dag aangepakt wordt, dat vertelt u de
bezieler Vital Meij.)
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'. Blz. 61-63.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Rubriek Ingeblikt. Blz. 65-70.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Levende Talen
Magazine 90/1-2; Poëzie schrijven over liefde en relaties
(Jeugd en Seksualiteit); Schrijven in de tweede fase op twee
scholen (SLO); Klapper 10/3; Leesgoed 30/1; Leesidee
jeugdliteratuur 8/9 & 9/1; Taalvariatie en taalbeleid;
Meertaligheid in Brussel; Nova et Vetera LXXX/3; Sprankel
14/1; Ad Rem 17/1; Over taal 41/5; Ons Erfdeel XLVI/1.)
Jaargang 32, nummer 3, januari-februari 2003.
Werner Schrauwen, Marc Stevens & Jo van den Hauwe.
Over taalleren en leesonderwijs. Blz. 3-11.
(Om het over goed, krachtig en werkzaam leesonderwijs te kunnen
hebben, moeten we eerst een boom opzetten over (taal)leren, aldus
Werner Schrauwen, Marc Stevens & Jo van den Hauwe. De vragen
waarmee ze dit themanummer openen, luiden daarom als volgt: wat is
goed (taal)onderwijs eigenlijk en aan welke voorwaarden moet het
voldoen? Hoe leren we leerlingen om op eigen benen te staan en om op
een behoorlijke manier in onze maatschappij te kunnen overleven? De
auteurs confronteren ons met enkele manieren waarop kinderen en
jongeren kunnen leren en geven daarbij ook aan welke aanpakken
wellicht beter werken dan andere. Reflecties op goed taal- en
leesonderwijs dus, of de ontdekking van het Grote Wereldwoud.)
Kris Van den Branden.
Leesonderwijs in Vlaanderen: van hoera! naar aha!.
Blz. 12-29.
(Wat kan wetenschappelijk onderzoek ons leren over de stand van
zaken van het leesonderwijs in Vlaanderen? Kris Van den Branden maakt
de balans op en gaat achtereenvolgens in op de volgende vragen: hoe
is gesteld met de leesvaardigheid van Vlaamse leerlingen? Wat zegt
onderzoek ons over het bevorderen van leesvaardigheid in de
kleuterschool en over het aanvankelijk leesonderwijs in het eerste
leerjaar? En wat met het bevorderen van leesvaardigheid in het lager
en secundair onderwijs? Naast een schets van de gangbare lespraktijk
besteedt hij uitvoerig aandacht aan de kenmerken van een
efficiëntere leesdidactiek: doelgericht, functioneel, strategisch
en interactief. Een doordachte selectie van teksten en taken, in
samenspel met de interactie over de leestaak, spelen daarbij een
cruciale rol.)
Marc Stevens, Werner Schrauwen & Jo van den Hauwe.
Leesonderwijs optimaliseren: van park naar woud. Blz. 31-45.
(De auteurs van het openingsartikel - Marc Stevens, Werner
Schrauwen & Jo van den Hauwe - pakken de woudmetafoor weer op en
stellen in deze bijdrage een aantal manieren voor om aan zinnig, leuk
en leerzaam leesonderwijs te werken. Hoewel de voorbeelden afkomstig
zijn uit het basisonderwijs, zijn de voorgestelde werkvormen ook
bruikbaar in het secundair onderwijs. Aan de hand van de tekst
Dik voor het derde leerjaar illustreren de auteurs een aanpak
waarbij groepjes leerlingen een taak uitvoeren met twee versies van
eenzelfde tekst. Daarna presenteren ze beknopt enkele andere
mogelijkheden om in het leesonderwijs heel wat leerkansen te
creëren: coöperatief lezen, tutorlezen, zoekend en kiezend
lezen, en realistisch lezen. Leerlingen meenemen naar een echt maar
geselecteerd stukje woud dus, dat is de boodschap.)
Koen Van Gorp.
Lezen, dat doe je niet alleen! Differentiatie in een taakgerichte
leesaanpak. Blz. 47-71.
(In de laatste thematische bijdrage staat taakgericht
leesonderwijs centraal. Aan de hand van Sherlock Speurder
demonstreert Koen Van Gorp de kenmerken van een taakgerichte aanpak.
Vervolgens gaat hij in op de vraag wat een leestaak complex én
moeilijk maakt, twee verschillende begrippen. Om ervoor te zorgen dat
zowel de zwakkere als de sterkere lezers tot tekstbegrip komen, stelt
hij enkele differentiatiemaatregelen voor die de leestaak
toegankelijker kunnen maken. Tot slot bespreekt hij stapsgewijs
mogelijke interventies van de leraar om leerlinggericht te
differentiëren tijdens het uitvoeren van de taak. Dat
leesondersteunend gedrag wordt geconcretiseerd via realistische
leraar-leerlinginteracties die weliswaar overwegend uit het
basisonderwijs komen, maar makkelijk te vertalen zijn naar het
secundair onderwijs.)
<Door: Anne Boeken:> M. Colpin e.a. (red.): Leesrijk
school- en klasklimaat. Een schat aan le(e)sideeën voor het
basisonderwijs. Antwerpen/Apeldoorn: Garant, 2002.
<Door: Anne Boeken:> R. Anthone & S. Moors: Van
boeken ga je denken. Filosoferen met kinderen aan de hand van
jeugdliteratuur. Leuven: Acco, 2002.
<Door: Rita Rymenans:> J.G. Schaap: Pedagogiek van
zingeving. Kennisbasis van interactief leren. Leuven/Apeldoorn:
Garant, 2001.
<Door: Rita Rymenans:> J.G. Schaap: Zin in het
studiehuis? Interactief leren in de les. Leuven/Apeldoorn: Garant,
2001.
<Door: Rita Rymenans:> W. Veugelers & H. Zijlstra
(red.): Leren in het studiehuis. Leuven/Apeldoorn: Garant,
2001.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Blz. 84-90.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Moer 2002/4;
Tsjip/Letteren 12/4; Levende Talen Tijdschrift 3/4; Levende Talen
Magazine 89/8; Leesgoed 29/8; Openbaar 32/4; Cahiers over schrijvers;
De tweede leeslijst; Retoriek en praktijk van het school van
Nederlands 2001; Vakdossier 2002 Nederlands; Nova et Vetera LXXX/1-2;
IVO 89; VVL-Ideeën 34/4; Welwijs 13/4; Geluid van papier; Ad Rem
16/6; Ons Erfdeel 45/5).)
Jaargang 32, nummer 2, november-december 2002.
Griet Ramaut.
Een aparte aanpak? De opvang van ex-onthaalklassers in het
reguliere secundair onderwijs. Blz. 3-21.
(Anderstalige nieuwkomers kunnen gedurende één jaar
opgevangen worden in een onthaalklas, waar ze zich voorbereiden op de
doorstroming naar het reguliere secundair onderwijs. Maar ook na dat
jaar hebben velen onder hen nog behoefte aan extra ondersteuning en
begeleiding omdat ze niet beschikken over de vooronderstelde
taalvaardigheid, studievaardigheden en voorkennis bij bepaalde
zaakvakken. Hoe kan je als leraar deze ex-onthaalklassers bij de les
betrekken? Dat is de vraag die Griet Ramaut tracht te beantwoorden.
Aan de hand van concrete lesopzetten voor geschiedenis en fysica toont
ze overtuigend aan dat er geen aparte aanpak vereist is. Belangrijk
is wel dat de les een rijke context schept, talige interactie tussen
leerlingen stimuleert, motiverend is en de leerlingen er actief bij
betrekt. Met andere woorden: dat er een krachtige leeromgeving
geschapen wordt, maar zijn alle leerlingen daar niet bij gebaat? Dat
deze aanpak schoolbreed gedragen moet worden, spreekt voor zich. De
bijdrage wordt dan ook afgerond met mogelijke initiatieven op school-
en beleidsniveau.)
Trees De Muynck.
(Rubriek 'Grof geschud'.) Taalleren is zoveel meer dan taalleren
alleen. Interview met José Ponce de Léon Garcia. Blz.
23-29.
(Confronterend relaas over het moeizame taalleerproces van een
hooggeschoolde migrant.)
Luc Wyns.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.) Lessenreeks in het kader van een thema
voeding, eten of zelfs feestjes. Een raphap: een eenvoudig recept voor
een snelle hap. Blz. 31-46.
Joop Dirksen.
Begeleiding smaakontwikkeling. Weg met de valkuilen en drempels.
Blz. 47-56.
(Persoonlijke smaak is opgebouwd uit verschillende componenten:
naast universele aspecten, de tijdsgeest en invloed van de peergroup
speelt uiteraard ook je persoonlijkheid een belangrijke rol. Hoe kan
persoonlijke smaak ontwikkeld, beïnvloed worden? En welke rol kan
de leraar Nederlands daarbij spelen? Joop Dirksen doet een voorstel.
Als start van het literatuuronderwijs laat hij elke leerling een
leesautobiografie samenstellen. Uit deze beschrijving van de
beginsituatie leert hij hoe hij elke leerling individueel moet
begeleiden in zijn boekenkeuze, maar ook welke verhaaleigenschappen
hij klassikaal moet aanpakken. Daarbij gaat het om complicerende
factoren die het leesplezier van onervaren lezers (de leerlingen) in
de weg staan. Denken we bijvoorbeeld aan complicaties met betrekking
tot de vertelwijze, de tijdsvolgorde, de afloop van het verhaal, het
voorkomen van meerdere verhaallijnen, de thematiek, de karakters en
morele kwesties. In dit artikel doet hij talloze suggesties om de
leerlingen aan de hand van korte verhalen literair competent te maken
en hun persoonlijke smaak te ontwikkelen.)
Katrien De Vlaemynck.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.) Lessenreeks rond 'Gender en
werkaanbiedingen'. Blz. 57-63.
<Door: Anne Boeken:> H. Paus (red.) e.a.: PORtaal.
Praktische didactiek voor het primair onderwijs. Bussum: Coutinho,
2002.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Blz. 73-80.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Tsjip/Letteren 12/3;
Levende Talen Magazine 89/7; Theaterbeelden; Openbaar 34/3; Klapper
10/2; Leesidee Jeugdliteratuur 8/7-8; Leesgoed 29/5-6;
Lééskrant; Kinderanimatiegids; NT2-niveaus; Taal van het
jaar twee; Over taal 41/4; Ad Rem 16/5; Sprankel 2002/4; IVO 88;
VVL-Ideeën 34/2; Welwijs 13/3; Bevrijdingsfilms 2002-2003; Iteco
2002/1-2)
Jaargang 32, nummer 1, september-oktober 2002.
Marita de Sterck.
Vingeroefeningen. Een poging tot flashback en flash forward. Blz.
3-20.
(Kan je jonge mensen helpen bij hun pogingen tot creatief
schrijven? De begeleiders van het project Vingeroefeningen, een
cursus verhalen schrijven voor jongeren zijn overtuigd van wel.
Het docententeam bestaat uit jeugdauteurs die bereid zijn om hun eigen
(faal)ervaringen met het schrijven van verhalen, met de jongeren te
delen. Marita de Sterck is één van hen. In dit artikel
blikt ze terug op vijf jaar praktijkervaring met het project waaraan
in totaal 143 jongeren tussen 15 en 21 jaar hebben deelgenomen.
Jongeren met verschillende culturele achtergronden voor wie het
Nederlands de eerste, tweede of zelfs derde taal is. De auteur
benadrukt het belang van laagdrempelige, prikkelende opdrachten die
beginners leren omgaan met valkuilen en met constructieve feedback.
Dat je met deze aanpak ook in de klas aan de slag kunt, toont de
oefening 'Gesneden koek' op een overtuigende manier aan: het is een
aanzet tot zintuiglijk schrijven gekoppeld aan een poging tot
flashback. Alvast een appetizer, want volgend jaar komt het
cursusboek met alle vingeroefeningen op de markt.)
Jeannette den Ouden.
Spreekvaardigheidonderwijs en teamleren. Een inspirerende
combinatie. Blz. 21-26.
(Een belangrijke doelstelling van spreekvaardigheidonderwijs is
zelfvertrouwen ontwikkelen, aldus Jeannette den Ouden. Om dat doel te
bereiken, moeten de leerlingen het spreken kunnen oefenen in een
veilige omgeving: in kleine groepen waarin fouten gemaakt mogen worden
en waar de beoordeling gebaseerd is op het proces en niet uitsluitend
op het eindproduct. Een andere vereiste is dat leerlingen door veel
te herhalen de kans krijgen om echt te oefenen. In deze bijdrage stelt
ze drie werkvormen voor uit het zogenaamde teamleren die
volgens haar het spreekvaardigheidonderwijs kunnen bevruchten.
Kenmerkend voor deze aanpak is dat alle leerlingen tegelijk actief
zijn en dat samenwerken noodzakelijk is om de spreekopdrachten tot een
goed einde te brengen. Daarnaast zijn het eenvoudige werkvormen die
niet te lang duren en waarop eindeloos gevarieerd kan worden. Ze
vragen ook weinig voorbereiding van de leraar, dus waar wacht u nog
op?)
Nora Bogaert & Goedele Vandommele.
Toetsen kan meer zijn dan meten. De TAS: Taalvaardigheidstoets
Aanvang Secundair onderwijs. Blz. 27-39.
(De Taalvaardigheidstoets Aanvang Secundair onderwijs -
kortweg TAS - is een instrument om de schoolse taalvaardigheid van
leerlingen te meten wanneer ze instromen in het secundair onderwijs.
Aan de hand van de TAS kan een eventuele taalachterstand nauwkeurig
vastgesteld worden. Alle individuele TAS-scores kunnen vervolgens
gebundeld worden tot een sterkte/zwakte-analyse van de klas. Maar
signaleren is slechts het begin. Met de vastgestelde achterstanden
moet rekening gehouden worden bij de vormgeving van de verschillende
vakken van het schoolcurriculum. En vooral: leerlingen met een
taalachterstand moeten de kans krijgen om die weg te werken. Ook op
die terreinen kan de TAS zijn diensten bewijzen, zowel voor Nederlands
als voor de niet-taalvakken. Verder reikt de toets een aantal
aanknopingspunten aan voor het nemen van didactische beslissingen. Hoe
de TAS er concreet uitziet, wat hij (niet) is en waar je hem kunt
bestellen, ook dat kom je allemaal te weten in deze bijdrage van Nora
Bogaert.)
<Door: Rita Rymenans:> M. Braaksma: Observational
learning in argumentative writing. Amsterdam: University of
Amsterdam, 2002.
<Door: Rita Rymenans:> L. Vanmaele: Leren schrijven van
informatieve teksten. Een ontwerponderzoek bij beginners secundair
onderwijs. Leuven: Universitaire Pers, 2002.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Blz. 60-70.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Moer 2002/3; Levende
Talen Tijdschrift 3/2-3; Levende Talen Magazine 89/5; Dossier NT2;
Tsjip/Letteren 12/2; Je bent jong en je leest wat... het vervolg;
Werkmap 'Het oeuvre van Willem Elsschot'; Werkmap 'Geheime Kamers';
Openbaar 34/2; Klapper 10/1; Leesidee Jeugdliteratuur 8/6; Leesgoed
29/3-4; Histoflash 50; Educatieve brochure 'Leeuwen van Vlaanderen';
Welwijs 13/2; Gids voor het basisonderwijs; Sprankel 2002/3; IVO 87;
Nova et Vetera LXXIX/5-6; Pedagogische Bijdragen 142; Handboek
Spelling; Ons Erfdeel 45/3-4; Over taal 41/3; Ad Rem 16/3-4;
nachbarsprache niederländisch 2001/2.)
Jaargang 31, nummer 5, mei-juni 2002.
Jeroen Devlieghere.
Terra Nova. ICT ontdekken in de derde graad basisonderwijs. Blz. 3-20.
(Welke rol heeft ICT te vervullen in het onderwijs van vandaag?', dat is de basisvraag
waarvan Jeroen Devlieghere vertrekt. Het gebrek aan didactische omkadering en de introductie
van de computer als een apart vak zijn twee struikelblokken die een succesvolle implementatie
in het Amerikaanse onderwijs in de weg stonden. ICT als doel op zich dus, en niet als middel
om het bestaande onderwijs efficiënter te maken. Het Steunpunt NT2 van de KU
Leuven heeft uit deze denkfout zijn lessen getrokken bij de ontwikkeling van Terra
Nova. Dit softwarepakket voor de derde graad van het lager en het eerste jaar secundair
onderwijs wil het zinvol gebruik van ICT in de klas stimuleren. Hoofdbetrachting is om
drempelverlagend te werken: vooral leraren die geen ervaring hebben met het gebruik van
computers (in de klas) behoren tot de primaire doelgroep. In deze bijdrage komen
achtereenvolgens de opzet, werkwijze en ervaringen met Terra Nova aan de orde.
Wie zich aangesproken voelt om samen met zijn leerlingen op zoek te gaan naar de beroemde
ontdekkingsreiziger Gene Savoy, neemt best eerst even contact op met de auteur.
Remko van Loon.
Vertellen op 't Bredero. Blz. 22-38.
(Een van de vier genomineerde projecten van de Taalunie-Onderwijsprijs 2001 voor
het voortgezet/secundair onderwijs is het Bredero Vertelfestival. Bezieler Remko
van Loon neemt ons mee voor een kijkje achter de schermen. 'Verhalen vertellen' is een
lessenserie die ontwikkeld is door leraren van het Bredero College in Amsterdam. Vanuit hun
onvrede met de spreek- en luisterlessen in het eerste jaar secundair onderwijs hebben ze, in
overleg met professionele vertellers, een project opgezet waarin het vertellen van verhalen
centraal staat. Dit project omvat tien lessen tijdens het eerste trimester met als apotheose een
publiekelijk optreden op het vertelfestival. Hoe de lessenreeks opgebouwd is, welke
onderwerpen zoal aan bod kunnen komen, of er geschikte voorbeeldverhalen zijn, hoe
feedback wordt gegeven, en tot welke resultaten deze vertellessen kunnen leiden, komt u in
deze inspirerende bijdrage allemaal te weten. De eerste les is integraal opgenomen, maar het
volledige lessenpakket kan besteld worden. Een tipje van de festivalsluier wordt gelicht op
www.taalunie.org/onderwijsprijs/. Men vertelle het voort!
Goele Van Roy.
Rubriek 'Spiekerskorner': Leesplezier in de klas. Blz. 40-51.
(Goele Van Roy ging op zoek naar manieren om haar leerlingen meer leesplezier bij te
brengen. Zoveel mogelijk kansen creëren om leerlingen met verschillende genres in
contact te brengen, dat was haar hoofdbekommernis. In deze Spiekerskorner geeft
ze enkele lessuggesties prijs die ze zelf met succes uitgeprobeerd heeft bij uiteenlopende
populaties: leerlingen aso, tso en bso van het eerste tot en met het vierde jaar. En ook wat de
evaluatie betreft, zocht ze naar alternatieven voor de traditionele boekbespreking. Benieuwd
hoe haar leerlingen reageerden?
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'.Blz. 53-54.
Rita Rymenans.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 56-62.
(Met signalementen van: Moer 2002/2; Levende Talen Tijdschrift 3/1; Levende Talen
Magazine 89/3-4; Tsjip/Letteren 12/1; BOB, een boekje over boeken; Klapper 9/4; Leesidee
Jeugdliteratuur 8/4-5; Leesgoed 2002/1-2; Nova et Vetera LXXIX/4; Sprankel 13/2; Ons
Erfdeel 45/2; Over taal 41/1-2; Ad Rem 16/1-2.)
Jaargang 31, nummer 4, maart-april 2002
Koen Van Gorp & Nora Bogaert.
Als informatie elkaar ontmoet. Samenwerkend leren via verdeelde
informatie ter bevordering van de taalontwikkeling. Blz. 3-17.
(Het is een open deur intrappen om te beweren dat het voor
kinderen belangrijk is om te leren samenwerken. Niet alleen ter
bevordering van hun sociale vaardigheden, maar ook van hun
leerprestaties en hun taalvaardigheid. Dat het samenwerkingsproces
in de praktijk vaak mank loopt, kan aan tal van redenen te wijten
zijn, onder meer het verschil in status tussen de kinderen. Een
werkvorm die deze problemen ondervangt, is 'jigsaw' of 'werken met
verdeelde informatie'. De voordelen hiervan met betrekking tot de
status van de kinderen en hun taalverwerving zijn legio. Koen Van
Gorp & Nora Bogaert stellen deze vorm van groepswerk voor en
stofferen hun bijdrage met concreet uitgewerkte voorbeeldtaken,
zowel van de eenvoudig als van de tweevoudig coöperatieve
variant. Voor wie nog niet overtuigd is, worden ter afronding de
taalverwervingsmogelijkheden van samenwerkend leren via verdeelde
informatie op een rij gezet.)
Katrien Durnez & Fransien Vandermeersch.
Rubriek 'Spiekerskorner'. Een beter schrijfproduct dankzij
zelfsturend werk. Blz. 20-36.
(Schrijfproducten kunnen aanzienlijk verbeteren door de
leerling-schrijvers meer verantwoordelijkheid te geven tijdens het
schrijfproces. Dat tonen Katrien Durnez & Fransien
Vandermeersch hier op een overtuigende wijze aan. Alles begint bij
een nauwkeurige taakformulering met beoordelingscriteria die in een
commentaarformulier worden gegoten. Die checklists kunnen zowel
dienst doen tijdens als na het schrijven, bij het herschrijven, en
om eigen of andermans werk te beoordelen. Ook schrijven in duo's of
in groep blijkt de kwaliteit van de schrijfproducten te verhogen: op
die manier sturen de leerlingen elkaars ideeën en formuleringen
bij. Betere resultaten dus, en dat daarmee ook de correctielast van
de leraar vermindert, is mooi meegenomen. In deze bijdrage geven de
auteurs tal van inspirerende voorbeelden van zakelijk
schrijfopdrachten die aansluiten bij de belevingswereld van de
leerlingen. Daarnaast wordt ook de integratie met het
literatuuronderwijs nagestreefd.)
Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove.
Zelfgestuurd taalonderwijs in de multimediale talenklas. Blz.
37-52.
(Nieuwe ICT-toepassingen vinden stilaan hun weg naar het
taalbeheersingsonderwijs en geven het extra stimulansen. Niet alleen
maken ze het levendiger en gevarieerder, maar ze garanderen ook een
maximale integratie van de verschillende domeinen. Dat vooral het
werken met een elektronische leeromgeving veel troeven biedt,
daarvan zijn Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove overtuigd.
Aan de hand van concrete voorbeelden uit hun eigen lespraktijk aan
het multimediaal en digitaal talencentrum van de KULAK illustreren
ze de mogelijkheden van een teleleerplatform als Blackboard.
Ze gaan dieper in op twee concrete toepassingen: werken met
discussiefora en georganiseerd aanbieden van internetlinks. De
creatieve leraar kan er ongetwijfeld ook in andere onderwijsvormen
en met minder gesofisticeerde software mee aan de slag. Conclusie
van dit verhaal: ICT-ondersteund taalonderwijs biedt maximale
mogelijkheden voor de ondersteuning en de begeleiding van het
taalbeheersingsonderwijs en bevordert tegelijkertijd de
zelfwerkzaamheid van de leerder.)
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'. Blz. 54-56.
Rita Rymenans.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 57-62.
(Met signalementen van: Moer 2002/1; Liber amicorum voor een bevlogen
vakdidacticus; Caleidoscoop; Levende Talen Magazine 89/2; Leesidee
Jeugdliteratuur 8/1-3; Openbaar 32/1; Correct taalgebruik; Ons
Erfdeel 45/1; Sprankel 13/1; Hoogbegaafde leerlingen; Nederlands in
de basisberoepsgerichte leerweg; Meer is altijd beter; IVO 86.)
Jaargang 31, nummer 3, januari-februari 2002
Hilde Van Keer.
Een boek voor twee. Een onderzoek naar het verwerven van
strategieën voor begrijpend lezen via peer tutoring in de
lagere school. Blz. 4-16.
(Leraren die hun leerlingen regelmatig kansen bieden om te
verwoorden wat zij aan het leren zijn, hebben het bij het rechte
eind. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Gent waarover
Hilde Van Keer rapporteert. Twee schooljaren lang liep in een
aantal Vlaamse basisscholen een experiment met als doel het
begrijpend-leesonderwijs te vernieuwen en doeltreffender te maken.
Rekening houdend met de tekortkomingen van het traditioneel
leesonderwijs werden twee innovatieve pijlers ingebouwd die in
combinatie met elkaar een rol spelen. Naast expliciete instructie
in leesstrategieën blijkt ook het creëren van kansen tot
interactie en samenwerking tussen leerlingen van belang te zijn
bij begrijpend lezen. Daarom werd in het Gentse onderzoek de
werkvorm peer tutoring ingevoerd, een vorm van
coöperatief of samenwerkend leren. Daarbij is sprake van een
helpersrelatie: een leerling uit het vijfde leerjaar begeleidt een
leerling uit het tweede leerjaar bij het verwerven of inoefenen
van bepaalde leerinhouden. De eerste resultaten zijn veelbelovend:
er is niet alleen een positief effect vastgesteld op de
leesprestaties van de tweede- en vijfdeklassers, maar ook op het
emotioneel en sociaal functioneren van de kinderen. Dat deze
werkvorm ook ruimer toegepast kan worden, zowel wat de
leeftijdsgroep als het vakgebied betreft, heeft buitenlands
onderzoek al overtuigend aangetoond.)
Frank Verbeeck.
Implementatiedrempels voor zelfstandig leren. Blz. 18-29.
(Lange tijd was het leergesprek zijn stokpaardje. Tot hij
besefte dat die werkvorm zijn leerlingen passief maakte. Via een
universitair project dat de mogelijkheden voor zelfstandig leren
onderzocht, kreeg hij de kans om het eens op een andere manier te
proberen. Frank Verbeeck brengt op een heel persoonlijke manier
het relaas van de implementatie van zelfstandig leren op zijn
school en in zijn klas. Met zijn leerlingen van de derde graad aso
schuift hij elke rapportperiode op naar een hogere graad van
zelfstandigheid. Dat de werkomgeving en de klassituatie bepalen
waar je start en hoe ver je kunt gaan, maakt hij duidelijk met een
beschrijving van de verschillende implementatiedrempels. En die
heeft hij stuk voor stuk aan den lijve ervaren: op het vlak van de
infrastructuur en het studiemateriaal, bij de ouders en de
collega's, bij de leerlingen, maar niet in het minst bij zichzelf.
Nu de meeste drempels overwonnen zijn en sommige collega's
belangstelling vertonen, begint hij stilaan aan uitbreiding en
vakoverschrijding te denken.)
Helga Van Loo.
Rubriek 'Spiekerskorner'. Opzij opzij opzij, maak plaats, maak
plaats, maak plaats... voor muziek in de NT2-klas. Blz. 31-45.
(Helga Van Loo maakt zich sterk dat muziek een extra dimensie
kan geven aan de NT2-les. Muziek biedt talloze mogelijkheden en
kan ingezet worden bij verschillende vakonderdelen: grammatica,
woordenschat, spreken, luisteren, cultuur en schrijven. En
daarnaast zorgt muziek ook voor een vrolijke noot in de klas. De
ideeën die ze in deze bijdrage voorstelt (compleet met
liedjesteksten en al), zijn met succes uitgetest bij
hooggeschoolde beginners en gevorderden. Maar ook voor andere
doelgroepen zit er heel wat muziek in, daar is de VONK-redactie
van overtuigd.)
Renilde Janssens.
Rubriek 'Grof geschud'. Een grote vreemde wereld. Blz. 47.
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'. Blz. 49-51.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 52-60.
(Met signalementen van: Moer 2001/3; Levende Talen 2/4;
Levende Talen Magazine 88/8 & 89/1; Leesidee Jeugdliteratuur
7/8-9; Klapper 9/3; Leesgoed 28/5-6; Hommagebundel Ben Reynders;
Openbaar 31/5; Spiegel jg. 17/18 nr. 3/4; Ons Erfdeel 44/5;
Tsjip/Letteren 11/4; Vakdossier 2001 Nederlands; Taal van het jaar
één; Ad Rem 15/5-6; Over taal 40/4-5; IVO 85;
Onderwijszakboekje; Gids voor het basisonderwijs; VVL-Ideeën
33/3; Pedagogische bijdragen 140; Sprankel 12/3-4; Welwijs 12/4;
Nachbarsprache Niederländisch 2001/1.)
Jaargang 31, nummer 2, november-december 2001
Themanummer 'Taalbeleid (2)'
Maaike Hajer, Theun Meestringa & Marleen Miedema.
Taalgericht vakonderwijs. Een veelbelovende uitwerking van
taalbeleid voor alle vakken. Blz. 4-17.
(In Nederland is de implementatie van taalbeleid evenmin van
een leien dakje gelopen. Na 10 jaar maken Maaike Hajer, Theun
Meestringa & Marleen Miedema de niet zo positieve balans op.
Ondanks het vele ontwikkelwerk voor Nederlands en de zaakvakken, en
de ruime aandacht voor het vernieuwingsproces in de scholen zijn de
resultaten ronduit teleurstellend te noemen. De auteurs trachten
hiervoor een verklaring te vinden en leiden daaruit de noodzaak af
voor een alternatieve didactiek. Inspiratie om taalbeleid een
nieuwe impuls te geven, vinden ze in de Content-Based
Approach, de nieuwste Angelsaksische stroming in het tweede- en
vreemdetalenonderwijs. Een van de modellen, die in Nederland
stilaan opgang maakt, is taalgericht vakonderwijs.
Kenmerkend voor deze aanpak is dat de taaldidactische en
leerstrategische aspecten vervlochten zijn in de vakdidactiek. Het
hoeft geen betoog dat de samenwerking tussen taal- en
vakleerkrachten noodzakelijk is in de vorm van collegiale
ondersteuning en intervisie. Afgemeten aan de optimistische
geluiden van de betrokken leraren lijken de eerste resultaten
veelbelovend.)
Werner Schrauwen & Johan van Braak.
Stappen op weg naar een taalbeleid op school. Blz. 19-32.
(Taalbeleid mag vooral niet te eng gedefinieerd worden volgens
Werner Schrauwen & Johan van Braak. Het is veel meer dan wat
er zich in de klas afspeelt of onder (taal)leraren wordt
afgesproken. 'Taalbeleid is één van de hoekstenen van
goed schoolbeleid en dus goed onderwijs.' Hoewel beide auteurs
werkzaam zijn in de Brusselse onderwijscontext, is hun ervaring ook
ruimer toepasbaar. Na een korte argumentatie waarom scholen volgens
hen werk moeten maken van een taalbeleid, presenteren ze zeven
inhoudelijke thema's die de pijlers van een schoolspecifiek
taalbeleidsplan vormen: de school- en buurtkenmerken, het
pedagogisch project, het inschrijvings- en onthaalbeleid, het
taalonderwijs in de klas, het taalgebruik rondom de klas, extra
taalstimulerende maatregelen, en initiatieven op het niveau van
ouderbetrokkenheid en professionalisering. Drie mogelijke
onderwerpen lichten ze nader toe: de communicatie met de ouders,
het verwezenlijken van een meertalig project, en het
inschrijvingsbeleid. Vervolgens geven ze aan welke fasen er meestal
doorlopen worden bij de invoering van het taalbeleidsplan op
school. Een stappenplan dat ze zelf al verscheidene keren flexibel
hebben toegepast in hun werking met Brusselse Nederlandstalige
scholen.)
Gerd Cornelissen & Luc Vercammen.
Van registreren tot remediëren. Een praktijkvoorbeeld rond
taalbeleid. Blz. 33-40.
(Ook in een reguliere school met een aso-bovenbouw zijn er
leerlingen met leermoeilijkheden in het algemeen en
taalleerproblemen in het bijzonder. In het Sint-Ritacollege
(Kontich) is een remediëringsbeleid uitgewerkt met als doel
het leerrendement van die leerlingen te verhogen. Wat vijf jaar
geleden gestart is als taalremediëring, is momenteel
uitgegroeid tot een verticaal en horizontaal taalzorgbreedtebeleid
voor Nederlands, de moderne vreemde talen, en impliciet ook alle
andere vakken. In deze bijdrage schetsen Gerd Cornelissen en Luc
Vercammen een stappenplan met de verschillende diagnosemomenten en
-instrumenten, en de aangepaste taalremediëring die daaruit
voortvloeit. Dat de implementatie van deze vorm van taalbeleid op
school- en klasniveau niet altijd op wieltjes loopt, spreekt voor
zich. En dat het een proces van jaren is, zal ook niemand verbazen.
Maar deze voorzichtige, geleidelijke aanpak is volgens de auteurs
wel de enige manier om het beoogde doel te bereiken.)
Frans Daems.
Rubriek 'Grof geschud'. Taalbeleid uitgeleid. Blz. 43-47.
Boekbespreking. Rubriek 'Ingeboekt'. Blz. 49-50.
<Door: Werner Schrauwen:> A.J. But, H.I. Haquebord &
D. de Kruijk (red.): Taalbeleid. Alphen aan den Rijn: Samsom,
2000.
Rita Rymenans.
Een taalbeleid in elke school: variaties op een thema. Blz.
4-15.
(Elke school voor secundair onderwijs moet een taalbeleid
voeren, daarvan is de inspectie Nederlands en moderne vreemde talen
overtuigd. Allemaal goed en wel, klinkt het op de scholen, maar:
wat is taalbeleid nu eigenlijk? waar komt deze van boven gedropte
term vandaan? hoe implementeer je het? wordt dit weer een extra
taak voor de leraren Nederlands? en wie wordt er beter van?
Allemaal vragen waarop dit en het volgende nummer van VONK
een antwoord trachten te formuleren. Rita Rymenans leidt het thema
'taalbeleid' in en breit de verschillende bijdragen aan elkaar.)
Ellen Van Ceulen.
Taalbeleid op school. Een aandachtspunt bij de
schooldoorlichtingen. Blz. 17-27.
(Meer en meer groeit de overtuiging dat er een verband bestaat
tussen de taalvaardigheid en het schools, maatschappelijk en
professioneel succes van de leerlingen. Omdat tijdens
schooldoorlichtingen tekorten bij het taalonderwijs vastgesteld
werden, heeft de inspectie Nederlands en Moderne Vreemde Talen
tijdens het schooljaar 1999-2000 een proefproject uitgevoerd naar
taalbeleid in het secundair onderwijs. Een mogelijke verklaring
voor de teleurstellende resultaten werd gezocht in een gebrek aan
beleid met betrekking tot taalonderwijs, zowel op meso- als op
macroniveau. Door bij de scholen een bewustwordingsproces op gang
te brengen en van taalbeleid een permanent aandachtspunt te maken,
wil de inspectie bijdragen aan de optimalisering van het aanbod van
het taalonderwijs. Ellen Van Ceulen licht het standpunt van de
inspectie toe.)
Mark Van Bavel.
Implementatie van taalbeleid in 'reguliere' scholen. Blz.
29-42.
(Van bij het begin heeft de inspectie de pedagogische
begeleiding van alle koepels bij dit proefproject rond taalbeleid
betrokken. En ook de begeleiding heeft op haar beurt initiatieven
genomen om de implementatie te stimuleren en te ondersteunen. Dat
die in de 'reguliere' secundaire scholen toch maar niet wil lukken,
is volgens Mark Van Bavel (begeleider vvkso) te wijten aan de wijze
waarop de invoering verlopen is. Hij maakt zich sterk dat de
implementatie van taalbeleid alleen kans op slagen heeft als ze
kleinschalig aangepakt wordt in functie van het leerrendement van
de leerlingen. In deze bijdrage toont hij op een overtuigende wijze
aan dat het niet volstaat om leraren te informeren, maar dat ze aan
den lijve moeten ondervinden dat deze aanpak winst oplevert voor
hun lespraktijk en het leren van hun leerlingen. Daarnaast is het
volgens de auteur uitermate belangrijk dat de kleinschalige
bottom up-aanpak ingebed en ondersteund wordt op
schoolniveau. Een en ander wordt geïllustreerd door tal van
concrete suggesties.)
Nora Bogaert.
Genezen of voorkomen? Taalbeleid en de zaakvakken. Blz. 44-57.
(Dat de school- en de vaktaal ernstige struikelblokken bij het
leren kunnen vormen, daarvan zijn zaakvakleerkrachten zich niet
altijd bewust. 'Bij het uitzetten van een taalbeleid is het wel
handig om weten welke manier van onderwijzen de minste talige
problemen oplevert', aldus Nora Bogaert. In deze bijdrage legt ze
de oorsprong van die problemen bloot en tekent ze vanuit die
analyse een weg uit om dergelijke struikelblokken te voorkomen. In
zo'n 'constructivistische leeromgeving' wordt kennis namelijk door
de leerder zelf opgebouwd langs een uitgebreide inductieve weg van
contextgebaseerde ervaringen: de leerinhoud wordt eerst benaderd
vanuit een realistische situatie waarin de leerling
probleemoplossend moet handelen. Op die manier wordt de natuurlijke
leersituatie naar de klas overgeheveld, wat de intrinsieke
motivatie van de leerlingen bevordert. Aan de hand van concrete
praktijkvoorbeelden uit een drietal lessen wiskunde en
aardrijkskunde wordt deze aanpak sprekend geïllustreerd.)
Renilde Janssens.
Rubriek 'Spiekerskorner'. Van loempia's en spreekvaardigheid.
Buitenschoolse opdrachten in de Basiseducatie. Blz. 59-60.
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'. Het portaal. Blz. 61-62.
Rita Rymenans.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 65-68.
(Signalementen van: Moer 2001/1; Levende Talen Tijdschrift 2/2;
Levende Talen Magazine 88/5; Tsjip/Letteren 11/2; Lezen en
leesbevordering (Eburon); Losse blaadjes in een glazen doos (KCLB);
IVO 82-83; Over taal 40/1-3; Ad Rem 15/2; Ons Erfdeel 44/2-3.)
Jaargang 30, nummer 5, mei-juni 2001
Gerd Cornelissen.
Van schoolslag en watergewenning: een voorzichtige duik in het bad
van zelfsturend-zelfstandig leren. Blz. 3-11.
(Dat zwemmen en zelfstandig leren meer met elkaar gemeen hebben dan
men op het eerste gezicht zou vermoeden, blijkt uit de bijdrage van Gerd
Cornelissen. Hierin knoopt ze weer aan bij haar artikel in het
themanummer van VONK rond zelfsturend-zelfstandig leren (29/1,
sept.-okt. 1999). Wat ze inmiddels uit ervaring geleerd heeft, is dat
zelfstandig werken stapsgewijs ingevoerd moet worden. De leerlingen
moeten zicht krijgen op regulatie- en verwerkingsstrategieën en die
leren hanteren in kleine hoeveelheden. Pas als het referentiekader
voldoende uitgebouwd is, kunnen ze hun eigen leerproces bewust in handen
nemen en sturen. Na een korte introductie over het verwerven van
leervaardigheden toont ze heel concreet de stapsgewijze opbouw van
zelfstandig werken over zelfstandig leren naar
zelfsturend-zelfstandig leren binnen het vak Nederlands in de
derde graad aso. Een gefundeerd pleidooi voor geleidelijkheid dus.)
Piet Litjens & Hanneke Schripsema.
Verhalen vertellen. Blz. 13-24.
(Dat leerlingen in de basisschool weinig gelegenheid krijgen om
actief deel te nemen aan gesprekken, is algemeen bekend. Nochtans is het
op die manier dat ze leren luisteren en spreken. Het project
Mondelinge communicatie van het Expertisecentrum Nederlands (KU
Nijmegen) onderzoekt welk soort taalactiviteiten met een actieve inbreng
van de kinderen in de klas realiseerbaar zijn. Voor de tweede
kleuterklas tot en met het tweede leerjaar worden voorbeelden van
dergelijke activiteiten ontwikkeld die gericht zijn op de verwerving van
mondelinge taalvaardigheid. Ze vallen binnen het kader van interactief
taalonderwijs, waarin betekenisvol, sociaal en strategisch leren
centraal staat. In deze bijdrage lichten Piet Litjens & Hanneke
Schripsema één van die activiteiten toe: verhalen
vertellen. Ze geven de kernpunten ervan aan, beschrijven enkele
praktijkvoorbeelden en staan even stil bij de rol van de leerkracht.)
Paul Mesdagh.
Twee lesvoorstellen voor avonturiers. Blz. 25-32.
(Paul Mesdagh presenteert twee inspirerende schrijfopdrachten voor
de eerste graad secundair onderwijs: de leerlingen maken een
poëziebundel en ze schrijven een soapverhaal.
Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Jan T'Sas.
Rubriek 'Interkl@s'. Blz. 34-37.
Renilde Janssens.
En de vriendin van mijn buurvrouw vertelde dat...! En echt gebeurd!
Blz. 39-40.
(Renilde Janssens maakt dankbaar gebruik van de beruchte broodje
aap-verhalen om de lees- en schrijfvaardigheden van gevorderde
NT2-leerders in de basiseducatie te bevorderen.
Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Boekbespreking (Rubriek 'Ingeboekt'. Blz. 41-52):
<Door: Jes Leysen & Ann De Schryver:> M. Verboog
m.m.v. K. Thio: Leren spreken. Een didactische handleiding voor
docenten NT2. Bussem: Coutinho, 1999.
<Door: Jes Leysen & Ann De Schryver:> P. Kuiper-Jong
& M. Beckers: Spreek vaardig! Praktische methode voor
spreekvaardigheid in vreemde talen. Bussem: Coutinho, 1999.
<Door: Jes Leysen & Ann De Schryver:> J. Bakx & G.
Giezenaar: Dixi! Cursus spreekvaardigheid voor hoogopgeleide
anderstaligen. Bussem: Coutinho, 2000.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 53-57.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Werkblad voor
Nederlandse Didactiek 29/3; Moer 2000/5-6; Levende Talen Magazine 88/3;
Spiegel 17-18/1-2; CLIM-pakketten; Een wereld van verschil; Leesgoed
28/2; Leesidee Jeugdliteratuur 7/3; Tsjip/Letteren 11/1; Openbaar 31/1;
ZL 0; Gids voor het basisonderwijs; Sprankel 2001/2.)
Katrien Durnez & Fransien Vandermeersch.
Actieve, activerende, leerkrachtige werkvormen. Blz. 3-21.
(Dat leraren nog te vaak frontaal lesgeven, is een veelgehoorde
klacht. Twee VONKen geleden kon u al een warm pleidooi lezen voor
meer variatie in werkvormen. Katrien Durnez & Fransien
Vandermeersch pikken die draad weer op en openen met een reeks sterke
argumenten voor een actieve, activerende en leerkrachtige aanpak. Maar
zelfs de weerstanden, hindernissen en mogelijke valkuilen kunnen hun
enthousiasme niet drukken. Bij wijze van illustratie voegen ze een
uitgewerkte lessenreeks 'taalvaardigheid en taalbeschouwing' voor de
tweede graad secundair onderwijs toe rond het thema rechtbank.
Daarin ondernemen ze een uiterst geslaagde poging om de vaak geciteerde
leerstijlcirkel van David Kolb te vertalen naar de klaspraktijk.)
Jan Staes.
Theater als film, film als theater. Blz. 23-34.
('Theater en film voor 15-16-jarigen behandelen is in hoofdzaak
laten ervaren, bewustmaken en is nog niet gericht op historische
achtergrond of grondige analyse', aldus Jan Staes. Deze visie werkt hij
concreet uit in een lessenreeks voor leerlingen van de tweede graad
secundair onderwijs. Gewapend met verschillende versies van de
klassieker Romeo en Julia maakt hij de leerlingen vertrouwd met
het medium theater. Als vertrekpunt laat hij ze zelf ervaren hoe een
theatertekst opgebouwd is en welke vormelijke en talige verschillen er
zijn tussen dit genre en een roman bijvoorbeeld. Aan de hand van
videofragmenten brengt hij vervolgens een aantal theater- en filmcodes
aan. Bij wijze van afronding voert hij enkele extreme voorbeelden ten
tonele om stijlverschillen in de theatertaal aan te kaarten. Belangrijk
bij dit alles is dat de leerlingen ook kennismaken met theater als
spel.)
Bart van der Leeuw.
Schrijven over lezen: de digitale leeskring. Blz. 35-44.
(In Vlaanderen gaan meer en meer stemmen op om ICT in het secundair
onderwijs zoveel mogelijk in de vakken te integreren. Denken we
bijvoorbeeld aan het VVKSO-raamplan ICT voor de eerste graad. Dat de
basisvaardigheden tekstverwerking, e-mail- en internetgebruik zinvol
geïntegreerd kunnen worden in de lessen Nederlands, toont deze
bijdrage van Bart van der Leeuw prima aan. Hoewel de werkwijze van de
digitale leeskring bij studenten van een lerarenopleiding basisonderwijs
geïntroduceerd is, is ze met enige mate van creativiteit ook
toepasbaar bij andere doelgroepen. Na een korte introductie over de
curriculumhervorming van het onderdeel Leesrepertoire gaat de
auteur gedetailleerd in op de digitale leeskring en het toetsen ervan
via een leesdossier. Op basis van de eerste praktijkervaringen
reflecteert hij op de winstpunten van deze manier van werken voor de
lees- en schrijfdidactiek.)
Jan T'Sas.
Sites voor het lager onderwijs. Blz. 46-48.
(Rubriek 'Interkl@s'.)
Wouter Brandt & Rita Rymenans.
Blz. 50-54.
(Rubriek 'Werkhuis' met signalementen van publicaties over 'leren
leren': Leren met projecten (zie boekbespreking); Levende Talen
Tijdschrift 1/4 & 2/1; Levende Talen Magazine 87/8 t.e.m. 88/3; en
twee websites.)
Boekbespreking (Rubriek 'Werkhuis'). Blz. 50-51:
<Door: Wouter Brandt:> Carl Medaer: Leren met
projecten. Leuven/Apeldoorn: Garant, 2001.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 55-59.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Belezenis; Natuurlijk
hebben wij ook voor jullie boeken; Leesgoed 28/1; Klapper 8/3; Leesidee
Jeugdliteratuur 7/1 & 7/2; Levende Talen Tijdschrift 1/4; Levende
Talen Magazine 87/8 t.e.m. 88/2; Poëzie in de nieuwe taal; Schokla
168; Sprankel 12/1; Ons Erfdeel 44/1.)
Jaargang 30, nummer 3, januari-februari 2001
Dominiek Sandra, Frans Daems & Steven Frisson.
Zo helder en toch zoveel fouten! Wat leren we uit
psycholinguïstisch onderzoek naar werkwoordfouten bij ervaren
spellers? Blz. 3-20.
(Fouten tegen de werkwoordspelling (zogenaamde dt-fouten)
worden niet alleen in het onderwijs, maar ook in het
maatschappelijk leven ervaren als zware overtredingen. Nochtans,
iedereen bezondigt er zich wel eens aan, zelfs ervaren spellers
die de regels perfect beheersen. De vraag is hoe dat kan, want
vanuit taalkundig oogpunt bekeken, vormen de werkwoorden een van
de meest helder beregelde domeinen van de Nederlandse spelling.
Aan de Universiteit Antwerpen voerden Dominiek Sandra, Frans Daems
& Steven Frisson psycholinguïstische experimenten uit die
tot verrassende resultaten hebben geleid. Blijkt dat er
storingsbronnen in ons taalverwerkingssysteem aanwezig zijn die
deze hardnekkige fouten veroorzaken. De implicaties die dit
onderzoek voor het onderwijs kan inhouden, hebben zowel betrekking
op attitudes als op didactiek.)
Alex Wethlij.
Tast de computer de taalkundige verzorging van teksten aan?
Blz. 21-29.
Luuk Van Waes.
Een reactie. Blz. 31-38.
(De twee deskundigen Wethlij en Van Waes hebben een
uiteenlopend standpunt over een heet hangijzer: dat moet VONKen
geven! De spits van deze nieuwe rubriek 'Woord-Wederwoord' wordt
afgebeten door Alex Wethlij en Luuk Van Waes. Eerstgenoemde heeft
de voorbije 30 jaar duizenden schrijfproducten van studenten en
examinandi onder ogen gehad. Op basis van deze rijke oogst komt
hij tot de vaststelling dat de tekstverwerker verantwoordelijk is
voor een toename van taalkundige ontsporingen in teksten. In zijn
bijdrage werkt hij zes foutcategorieën uit, onder meer de
beruchte dt-fouten. Heeft Wethlij gelijk, ongelijk of een beetje
gelijk? Luuk Van Waes staat even stil bij elk van deze drie
mogelijkheden, maar geeft vooral aan hoe het schrijfonderwijs
rekening kan houden met deze computermodus.)
(Rubriek 'Woord-Wederwoord'.)
Gie Bogaert.
Een pleidooi voor enthousiasme. En voorzichtigheid. Blz. 39-47.
(Gie Bogaert is auteur, lezer en leraar Nederlands in de derde
graad secundair onderwijs. Om zijn leerlingen aan het lezen te
krijgen en te houden, leest hij elke les een kort verhaal voor,
met hart en ziel. Onder het motto 'Woorden wekken, maar
enthousiaste voorbeelden trekken'. Van de andere kant pleit hij
ook voor voorzichtigheid: de boeken die je aan deze moeilijke
doelgroep aanbiedt, moeten met zorg gekozen worden. Die stelling
illustreert hij aan de hand van een concrete literatuurlijst met
smaakmakers. Geheel in lijn met de vernieuwde aanpak van het
literatuuronderwijs is hij ervan overtuigd dat leeservaring een
aanloop is naar meer leesplezier. En leesplezier blijkt nog altijd
de beste leesbevorderingsstrategie te zijn, ook in de derde graad
secundair.)
(Rubriek 'Grof geschud'.)
Boekbespreking (Rubriek 'Werkhuis'. Blz. 49-53.):
<Door Wouter Brandt:> Luc Dekeyser & Herman
Baert (red.): Projectonderwijs. Leren en werken in groep.
Leuven/Amersfoort: Acco, 1999.
Veerle Geudens.
Blz. 54-57.
(Rubriek 'Interkl@s' met o.m. een bespreking van Klassieke
Literatuur. Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen tot en met
de Tachtigers. Het Spectrum, cd-rom.)
<Door Wouter Brandt:> Van Dale
Spreekwoordenboek. Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie,
2000.
Rita Rymenans & Veerle Geudens.
Blz. 61-65.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Werkblad voor
Nederlandse Didactiek 29/2; Sprankel 11/4; Lespakket
ongeletterdheid (CBE Vlaamse Ardennen); Taal van het jaar nul;
Volgens Van Dale; Over taal 39/4-5; Theaterspellendoos; Werkmap
'Over strips en...' (KCLB); Openbaar 30/4-5; Leesidee
Jeugdliteratuur 6/8-10; Klapper 8/2; Lijsttrekkers (LINC).)
Jaargang 30, nummer 2, november-december 2000
Marc Stevens & Jan T'Sas.
De kracht van variatie. Blz. 3-16.
('In het onderwijs staat variatie borg voor gunstige
leereffecten', daarvan zijn Marc Stevens en Jan T'Sas overtuigd.
Als inspiratiebron voor leerkrachten (vooral uit het secundair
onderwijs) geven ze een concreet overzicht van een veertigtal
didactische werkvormen voor allerlei soorten (taal)lessen. Deze
werkvormen zijn onder vijf kopjes samengebracht: presenteren,
(op)zoeken, samenwerken, creatief handelen en herhalen. Heel wat
van de voorgestelde werkvormen zijn onderling met elkaar te combi-
neren. En ook differentiëren is mogelijk: naargelang van de
beginsituatie, het tempo of de leerinhoud kunnen groepjes leer-
lingen met verschillende werkvormen aan de slag. Dat het hanteren
van werkvormen op een oordeelkundige manier moet gebeuren en dat
dit overzicht zeker geen trukendoos is, hoeft geen betoog.)
Pieter Van Biervliet.
Spellen via mondeling spellen. Blz. 18-28.
(Uit recent onderzoek is gebleken dat het inprenten van
woordbeelden niet de enige en beste manier is om kinderen te leren
spellen. Pieter Van Biervliet vat de belangrijkste inzichten en
ervaringen met betrekking tot 'mondeling spellen' samen en
presenteert een eigen onderzoek naar de meest effectieve
spellingtraining. Bij 1617 leerlingen uit het tweede leerjaar van
de lagere school werden drie spellingaanpakken vergeleken: een
training door middel van een visueel dictee, het leren spellen via
overschrijven en een aanpak via het mondeling spellen. Het blijkt
dat de drie aanpakken even effectief zijn, maar dat het mondeling
spellen ook bij het visueel dictee en het overschrijven een
centrale rol blijft spelen. Dat leren spellen vooral op een
grondige en geconcentreerde manier moet gebeuren, illustreert de
auteur met enkele concrete voorstellen voor de klaspraktijk.)
Joeri Brands.
De ontdekking van de Boekenbaai. Boekpromotie in de praktijk.
Blz. 31-37.
(Na gemengde schoolse ervaringen met boeken en lezen, heeft
Joeri Brands zich ontpopt tot een echte boekpromotor. Als meester
van de vierde klas basisonderwijs werkt hij voortdurend aan de
ontwikkeling van het boekplezier en leesplezier van zijn
leerlingen. De leescirkel van Chambers dient als leidraad bij het
uitbouwen van zijn boek- en leesbevorderingsprojecten. Op een erg
aanstekelijke manier stelt hij er een vijftal voor. Dat hij zelf
het enthousiaste voorbeeld geeft, veel voorleest, de
nieuwsgierigheid van de kinderen prikkelt, en het leuk maakt in de
boekenles, lees je tussen de regels door.)
Veerle Geudens.
Rosalinde. Een filmproject in de kleuterklas. Blz. 39-42.
(Een ander inspirerend verhaal uit het basisonderwijs:
kleuters maken een heuse film, Rosalinde genaamd. Veerle
Geudens ging praten met de twee kleuterleiders van De
Waterval, een ervaringsgerichte basisschool in Ekeren. Daar
liep vorig schooljaar dit groots filmproject waarbij zowel
leerkrachten, kleuters als ouders betrokken waren. Aanleiding was
een wandeling door het park van het Veltwijckkasteel waar een
dramatische legende aan verbonden is. Benieuwd naar hoe het
allemaal begon, welke voorbereidingen er getroffen werden, hoe de
film onthaald is en... of de kinderen het leuk vonden?)
Katrien De Vlaemynck.
Gidsen in Parijs. Blz. 43-46.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Jan T'Sas.
Eén procent inspiratie. Blz. 48-49.
(Rubriek 'Interkl@s'.)
Rita Rymenans.
Rubriek 'Werkhuis'.Blz. 51-53.
(Rubriek 'Werkhuis' met signalementen van: Pedagogische
Bijdragen 138; Levende Talen Magazine 87/6; Stepnet; IVO 80.)
Rita Rymenans m.m.v. Veerle Geudens.
Rubriek 'Ingeblikt'. Blz. 54-60.
(Rubriek 'Ingeblikt' met signalementen van: Moer 2000/4;
Levende Talen Tijdschrift 1/3; Levende Talen Magazine 87/6-7;
Pedagogische Bijdragen 138; Openbaar 30/2; Al dat buiten-gewoon
geluid; Leesidee Jeugdliteratuur 6/1-5; Lesbrieven Clavis; Issue;
Schrijfonderwijs en ICT in de tweede fase (SLO); Team voor Taal
(SLO); Ons Erfdeel 43/4-5; nachbarsprache niederländisch
2000/1; Over taal 39/3; Knack op School; Jeugd en Vrede;
Bevrijdingsfilms; Kleur bekennen; CGSO Trefpunt.)
Jaargang 30, nummer 1, september-oktober 2000
Themanummer 'Taalvaardigheidsonderwijs'.
Jes Leysen.
Genese. Blz. 5-7.
(In haar inleidende bijdrage schetst Jes Leysen de
ontstaansgeschiedenis van dit themanummer dat oorspronkelijk als
bronnenboek taakgericht werken voor lesgevers Nederlands aan
volwassen anderstaligen geconcipieerd is. Naast die inspirerende
functie, die het zeker vervult en niet alleen voor die beperkte
doelgroep (getuige de rubriek 'Spiekerskorner'), is dit themanummer
uitgegroeid tot een veel ruimer concept. De lesideeën worden
gekaderd in de recente ontwikkelingen binnen het (taal)onderwijs.)
Ann De Schryver.
Steeds communicatiever, steeds individueler: uitersten die
elkaar raken? Veranderingen in het taalonderwijs. Blz. 9-26.
(Ann De Schryver geeft een overzicht van een aantal belangrijke
vernieuwingen in het NT2-onderwijs - die evenzeer gelden voor het
(taal)onderwijs - en welke implicaties die hebben voor de
klaspraktijk. Stapsgewijs demonstreert ze hoe al die recente
ontwikkelingen in elkaar passen: van communicatiever naar
participatiever naar autonomer naar multimedialer naar
individueler. Daarbij gaat ze twee hete hangijzers niet uit de weg:
de rol van de taalleerkracht en de plaats van grammatica. Wie op
zoek is naar handboeken, leermiddelen, toetsen en tijdschriften
vindt zeker zijn gading in de uitgebreide bibliografie.)
Jo van den Hauwe.
Hoe autonoom kan je een tweede taal leren? Blz. 28-33.
(Recente inzichten in het (taal)onderwijs stellen de autonome
leerder als ideaal voorop. Met betrekking tot de klaspraktijk van
het NT2-onderwijs gaat Jo van den Hauwe na wat drie recente
ontwikkelingen hebben bijgedragen tot de autonomie van de leerder:
de didactiek van het NT2-onderwijs, de informatie- en
communicatietechnologie, en de aandacht voor 'leren leren'.
Aansluitend bij zijn kritische kanttekeningen op deze verschillende
terreinen stelt hij voor om een NT2-cursus uit te bouwen vanuit het
leren leren van de taal. Buitenschoolse ervaringen spelen daarbij
een cruciale rol.)
Erika Blondé.
Een virtueel bezoek aan het Open Leercentrum Gent. Blz. 35-42.
(Ook in Vlaanderen beginnen open leercentra langzamerhand
ingang te vinden. Hoe zij (kunnen) ingepast worden in een flexibele
cursus Nederlands voor anderstalige volwassenen, kon u in de twee
vorige artikels lezen. Hoe het er concreet aan toe gaat, welke
leermiddelen gehanteerd worden, hoe de leerlijn uitgebouwd wordt,
welke taken voor de begeleiders weggelegd zijn, kortom hoe er
zelfstandig geleerd wordt, leest u in deze bijdrage van Erika
Blondé. Zij ging een virtueel kijkje nemen in het OLC van
Leerpunt, het Centrum voor Basiseducatie van Gent dat in
oktober 1998 opgestart is.)
Magda Vanmontfort & An Lanssens.
De computer: een struikelblok voor laaggeschoolden? Blz. 43-49.
(Magda Vanmonfort & An Lanssens rapporteren over een
verkennend onderzoek naar het gebruik van multimedia in de
taallessen Nederlands voor laaggeschoolde anderstalige volwassenen.
De aandacht ging vooral uit naar de invloed van de computer op de
motivatie van de cursisten, een cruciale factor in een taakgerichte
leeromgeving. Uit de observaties is gebleken dat de leerders
gemotiveerd zijn om met het taalaanbod bezig te zijn, in interactie
treden met anderen om op zoek te gaan naar oplossingen voor
problemen, en een doorleefd competentiegevoel ervaren als ze erin
slagen.)
Veerle Depauw & Philippe Vangeneugden.
Taakgericht toetsen? Taalvaardigheid meten via zinvolle taken.
Blz. 51-61.
(Recent werden door het Steunpunt NT2 twee toetsen ontwikkeld
voor de volwasseneneducatie: de Toets Basistaalvaardigheid
Anderstalige Volwassenen (TOBA) en de Taaltoets Instroom
Beroepsopleiding (TIBO). Beide zijn gebaseerd op enkele
basisprincipes voor het toetsen van taalvaardigheid en vertrekken
van een analyse van talige behoeften. Op die manier vormen ze een
geschikt instrument in een NT2-traject dat rekening wil houden met
de specifieke behoeften van anderstaligen. Veerle Depauw &
Philippe Vangeneugden stellen de toetsen voor en gaan dieper in op
de voorbeeldfunctie ervan voor goede (taalvaardigheids)toetsen.)
An Lanssens.
Een handleiding voor taakgericht werken? Blz. 63-70.
(Met de gedachte aan het bronnenboek in het achterhoofd ging de
gastredactie op zoek naar inspirerende lesmodellen die de
taakgerichte aanpak illustreren. In de rubriek 'Spiekerskorner'
worden er een negental gepresenteerd. Bij wijze van handleiding
schetst An Lanssens de theoretische uitgangspunten die eraan ten
grondslag liggen en waarmee de VONK-lezer stilaan vertrouwd is.
Nooit weg als geheugensteuntje natuurlijk en een duw in de rug om
met de lesideeën daadwerkelijk aan de slag te gaan. Blijkt dat
lesgeven, taalleren en fietsen meer met elkaar gemeen hebben dan u
op het eerste gezicht zou denken.)
VON-werkgroep NT2.
Aandachtspunten bij de lesvoorstellen. Blz. 71-73.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Ann De Schryver.
De eerste ronde. Blz. 74-75.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Els Mertens.
Er tussenuit. Blz. 76-77.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Nele Van Mieghem.
Ontsnapt. Blz. 77-79.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Jes Leysen.
De moord op Caroline De Bakker. Blz. 80-84.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Veerle Frateur.
Raar maar waar. Blz. 85-88.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Ann De Schryver m.m.v. Jes Leysen.
Het menselijk lichaam. Blz. 89-92.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Sandy Reinenbergh & Veerle Frateur.
En wat eet jij? Blz. 93-95.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Jes Leysen.
Een baksteen in de maag. Blz. 95-101.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Jes Leysen.
Met de fiets naar China. Blz. 102-105.
(Rubriek 'Spiekerskorner'.)
Jo van den Hauwe.
Authentiek. Blz. 107-108.
(Rubriek 'Grof geschud'.)
Wouter Brandt.
Nederlands als Tweede Taal. Blz. 109-111.
(Rubriek 'Interkl@s'.)
<Door: Ann De Schryver e.a.:> J. Schneider-Broekmans
& H. Wynands: Taal vitaal. Nederlands voor beginners.
Amsterdam/Antwerpen: IntertaaL, 2000.
<Door: Boris Mets:> R. Jacobs & J. van Doorslaer:
Het pomphuis van de 21ste eeuw. Educatie in de actieve
welvaartsstaat. Berchem: EPO, 2000.
Ingeblikt. Blz. 121-122.
(Korte inhoud van: Een taak voor iedereen; Visietekst en
einddoelen basisniveau NT2; COVAAR-test; Moer 20/3; Moeilijk
lerenden in de ISK; Gids voor de beginnende leraar.)